← België

Arrest 201452 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 02/03/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.452 Rolnummer: A. 194572/X-14463 Zaak: Arrest 201452 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 02/03/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-03-10 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-30 04:24 Fiche Arrest nr 201.452 van 2 maart 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 201.452 van 2 maart 2010 in de zaak A. 194.572/X-14.

  1. In zake : de b.v.b.a. ILBAY, die woonplaats kiest bij advocaat G. KINDERMANS, kantoor houdende te 3870 HEERS, Steenweg 161 tegen : de deputatie van de provincieraad van LIMBURG. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de b.v.b.a. ILBAY op 30 oktober 2009 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “de beslissing van de Deputatie van de provincie Limburg dd. 3 september 2009 houdende weigering van het ingestelde beroep tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Herk-de-Stad dd. 22 juni 2009, waarbij een vergunning werd geweigerd voor het wijzigen van de bestemming van een bestaande toonzaal naar ijssalon op het kadastraal perceel 1/ afdeling, sectie D, nr. 457M2 aan de Sint-Truidersteenweg 149/1”; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur B. SPEYBROUCK, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 11 januari 2010 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 januari 2010; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van bestuurssecretais T. ROOSEN, die verschijnt voor de verwerende partij; X-14.463-1/4 Gehoord het eensluidend advies, behoudens wat de kosten betreft, van auditeur B. SPEYBROUCK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  2. Ambtshalve dient te worden nagegaan of de Raad van State bevoegd is om over onderhavig annulatieberoep uitspraak te doen.
  3. Met het besluit van 15 mei 2009 van de Vlaamse regering houdende coördinatie van de decreetgeving op de ruimtelijke ordening worden de bepalingen van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en van artikel 90bis van het bosdecreet van 13 juni 1990 gecoördineerd. De coördinatie draagt als opschrift “Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening” (hierna: VCRO). De coördinatie, en derhalve de VCRO, is in werking getreden op 1 september
  4. Artikel 4.8.
  5. en artikel 4.8.3, § 1 van de VCRO bepalen onder meer: “Hoofdstuk VIII - Raad voor vergunningsbetwistingen Afdeling
  6. - Oprichting Artikel 4.8.
  7. Er wordt een Raad voor vergunningsbetwistingen opgericht, hierna de Raad te noemen. De Raad spreekt zich als administratief rechtscollege uit over beroepen die worden ingesteld tegen: 1/ vergunningsbeslissingen, zijnde uitdrukkelijke of stilzwijgende bestuurlijke beslissingen, genomen in laatste administratieve aanleg, betreffende het afleveren of weigeren van een vergunning; (...) Afdeling
  8. - Bevoegdheid Art. 4.8.
  9. §
  10. Zo de Raad vaststelt dat een bestreden vergunnings-, validerings- of registratiebeslissing onregelmatig is, vernietigt hij deze beslissing. Een beslissing is onregelmatig, wanneer zij strijdt met regelgeving, stedenbouwkundige voorschriften of beginselen van behoorlijk bestuur. (...)”. Uit de samenlezing van deze bepalingen moet worden besloten dat -behoudens andersluidende overgangsbepalingen- vanaf 1 september 2009 de Raad voor vergunningsbetwistingen (hierna: Rvv) het bevoegde administratieve rechtscollege is om van onderhavig annulatieberoep kennis te nemen. X-14.463-2/4 Deze uitdrukkelijk door de decreetgever toegewezen bevoegdheid ontneemt de Raad van State de rechtsmacht die deze tot 31 augustus 2009 ter zake bezat.
  11. Vermits het administratief beroep van de verzoekende partij tegen de beslissing van 22 juni 2009 van het college van burgmeester en schepenen van Herk-de-Stad bij de verwerende partij werd ingediend op 22 juli 2009, en het bestreden besluit werd genomen op 3 september 2009, dient op onderhavige zaak de overgangsbepaling, opgenomen in artikel 7.5.8, §2, tweede lid van de VCRO, te worden betrokken: “Beroepsdossiers die bij de deputatie werden betekend vóór 1 september 2009, doch waarover de deputatie op die datum nog niet heeft beslist, worden behandeld overeenkomstig de procedureregelen die golden voorafgaand aan die datum. De bekendmaking en de uitvoerbaarheid van de genomen beslissingen worden echter geregeld overeenkomstig artikel 4.7.23, §2 tot en met §
  12. Die genomen beslissingen kunnen worden bestreden bij de Raad voor vergunningsbetwistingen op grond van de regelingen, vastgelegd bij of krachtens artikel 4.8.11 tot en met 4.8.27”. Deze bepaling stelt uitdrukkelijk dat de beslissingen van de deputatie “kunnen worden bestreden bij de Raad voor vergunningsbetwistingen op grond van de regelingen, vastgelegd bij of krachtens artikel 4.8.11 tot en met 4.8.27”. Deze laatste bepalingen regelen de procedure voor de Rvv. Artikel 7.5.8, §6 van de VCRO bepaalt van zijn kant dat de Raad van State bevoegd blijft “om zich uit te spreken over de beroepen tot nietigverklaring (...), gericht tegen de vergunningsbeslissingen, vermeld in artikel 4.8.1, eerste lid (men leze: tweede lid), 1 / (dit wil zeggen vergunningsbeslissingen genomen in laatste administratieve aanleg, betreffende het afleveren of weigeren van een vergunning), die niet kunnen worden bestreden bij de Raad voor vergunningsbetwistingen ingevolge §1 tot en met §4”. Op de voormelde bepaling kan niet worden gesteund om de rechtsmacht van de Raad van State te dezen te verantwoorden, vermits de bepalingen vervat in §1 tot en met §4 van artikel 7.5.8 van de VCRO geenszins tot gevolg hebben dat de kwestieuze beslissing niet kan worden bestreden bij de Rvv, wel integendeel: artikel 7.5.8, §2 van de VCRO maakt terzake precies de Rvv bevoegd. Uit het voorgaande volgt dat de Raad van State onbevoegd is om van onderhavig annulatieberoep kennis te nemen. X-14.463-3/4 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  13. Het beroep wordt verworpen. Artikel 2 De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twee maart 2010, door: de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. G. SCHEVENEELS, griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-14.463-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.452 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.