id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.483 Rolnummer: A. 194579/VII-37581 Zaak: Arrest 201483 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 04/03/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-03-10 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 04:24 Fiche Arrest nr 201.483 van 4 maart 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 201.483 van 4 maart 2010 in de zaak A. 194.579/VII-37.
- In zake:
- Gustaaf STIERS
- Nicole GRONDELAERS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Cathérine Dens, Alex Vanbets en Stefaan Van Der Velpen kantoor houdend te Diest Hasseltsestraat 77 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Bronders kantoor houdend te Oostende Archimedesstraat 7 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de NV AQUAFIN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Isabelle Cooreman en Bertrand Asscherickx kantoor houdend te Brussel Ninoofsesteenweg 643 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 13 november 2009, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur van 27 augustus 2009 waarbij de bouw van rioolwaterzuiveringsinfrastructuur - bij de Vlaamse Milieumaatschappij (hierna : VMM) gekend onder project nr. 20099 in het investeringsprogramma 2008 - onder, op of boven private onbebouwde gronden, die niet omsloten zijn met een muur of een omheining overeenkomstig de bouw- of stedenbouwverordeningen, gelegen op het grondgebied van de gemeente Geetbets, van openbaar nut wordt verklaard ten gunste van de NV Aquafin, Dijkstraat 8 te Aartselaar. VII-37.581-1/6 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 februari
- Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Alex Vanbets, die verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Rudy Verschraegen, die loco advocaat Bart Bronders verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Karolien Phlips, die loco advocaat Isabelle Cooreman verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoekende partijen zijn eigenaar van percelen grond gelegen aan de Heirbaan te Geetbets, kadastraal bekend onder Geetbets, 1ste afdeling, sectie D, nrs. 80m en 80n. 3.
- Op 12 februari 2009 dient de NV Aquafin een aanvraag in om een verklaring van openbaar nut te verkrijgen voor de oprichting van rioolwaterzuiveringsinfrastructuur onder, op of boven private onbebouwde gronden, die niet omsloten zijn met een muur of een omheining overeenkomstig de bouw- of stedenbouwverordeningen, gelegen op het grondgebied van de gemeente Geetbets. VII-37.581-2/6 3.
- De aanvraag kadert in de uitvoering van het project "20099 : Geetbets : verbindingsriolering Kromme Maas" van het optimalisatieprogramma 2008-
- 3.
- In het kader van deze aanvraag wordt een openbaar onderzoek georganiseerd. Via hun advocaat dienen de verzoekende partijen een bezwaarschrift in. 3.
- Op 10 maart 2009 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Geetbets gunstig advies over de aanvraag. 3.
- De VMM, afdeling Economisch Toezicht, brengt op 7 juli 2009 eveneens een gunstig advies uit. 3.
- Op 27 augustus 2009 neemt de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur het thans bestreden besluit waarbij de bouw van rioolwaterzuiveringsinfrastructuur op het grondgebied van de gemeente Geetbets van openbaar nut wordt verklaard. IV. Tussenkomst
- Met een op 7 december 2009 ter post aangetekend verzoekschrift vraagt de NV Aquafin om in het geding te mogen tussenkomen. Er is grond om dat verzoek in te willigen, wat betreft het administratief kort geding. V. Regelmatigheid van de rechtspleging
- In fine van het enig verzoekschrift stellen de verzoekende partijen dat voldaan is aan de "voorwaarden van de uiterst dringende noodzakelijkheid". Het opschrift van het enig verzoekschrift vermeldt evenwel niet dat het gaat om een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Overeenkomstig artikel 16, § 4, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State wordt het verzoekschrift behandeld volgens de regels van de gewone schorsingsprocedure. VII-37.581-3/6 VI. Onderzoek van de vordering
- Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
- De verzoekende partijen laten als moeilijk te herstellen ernstig nadeel het volgende gelden : "Het is duidelijk dat verzoekers door de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit een moeilijk te herstellen ernstig nadeel zullen lijden. Indien daadwerkelijk tot aanleg van deze verbindingsriolering zou worden overgegaan over de percelen eigendom van verzoekers zullen zij reeds een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaan enkel en alleen door de inname voor de uitvoering van de werken zelf door middel van een werkzone dewelke de eventuele uitvoering van bouwwerken op deze percelen onmogelijk zullen maken, nadeel dat nadien nog moeilijk te herstellen zal zijn. Het moeilijk te herstellen ernstig nadeel zal evenwel nog veel ernstiger worden door de voltooiing van deze werken waardoor een grondinname zal zijn gerealiseerd van drie meter breed op kwestige percelen met een erfdienstbaarheid van vijf meter breed verspreid over de verschillende percelen. Na aanleg van dergelijke infrastructuurwerken dewelke deel uitmaken van een groter geheel zal het onmogelijk zijn daaraan nog een wijziging door te voeren zodat verzoekers hierdoor ongetwijfeld een zeer ernstig en zeer moeilijk te herstellen nadeel zullen lijden". Beoordeling
- Daargelaten de vraag of de door de verzoekende partijen aangevoerde nadelen als ernstig kunnen worden beschouwd - de verzoekende partijen voeren immers geen concrete gegevens aan die aantonen of minstens aannemelijk maken dat de uitvoering van de in het vooruitzicht gestelde infrastructuurwerken, de te realiseren grondinname en de vestiging van een erfdienstbaarheid hen ernstig nadeel zal berokkenen - moet worden vastgesteld dat het bestreden besluit enkel de verklaring van openbaar nut van de rioolwaterzuiveringsinfrastructuur tot voorwerp heeft en geenszins de stedenbouwkundige vergunning inhoudt voor het aanleggen van de verbindingsriolering. De door de verzoekende partijen ingeroepen nadelen, die verband houden met de bouwwerken en de uitvoering ervan, vloeien zodoende niet VII-37.581-4/6 rechtstreeks voort uit de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit maar uit de eventueel nog te verlenen stedenbouwkundige vergunning.
- Ter terechtzitting wijzen de verzoekende partijen nog op de moeilijkheden die het bestreden besluit met zich meebrengt om de betrokken gronden in de toekomst te verkavelen. Dat argument wordt niet aangehaald in het verzoekschrift. Gelet op artikel 8, eerste lid, 3/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, mag in beginsel alleen acht worden geslagen op het nadeel dat in het verzoekschrift wordt aangevoerd. Het nadeel dat de verzoekende partijen voor het eerst mondeling ter terechtzitting aanvoeren, wordt derhalve buiten beschouwing gelaten.
- Hieruit volgt dat niet voldaan is aan één van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING
- Het verzoek van de NV Aquafin tot tussenkomst in het administratief kort geding wordt ingewilligd.
- De Raad van State verwerpt de vordering. VII-37.581-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vier maart tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Peter Sourbron VII-37.581-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.483 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.204.680 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div