← België

Arrest 201484 - Milieuvergunningen - 04/03/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.484 Rolnummer: A. 192292/VII-37350 Zaak: Arrest 201484 - Milieuvergunningen - 04/03/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-03-10 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 04:24 Fiche Arrest nr 201.484 van 4 maart 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 201.484 van 4 maart 2010 in de zaak A. 192.292/VII-37.

  1. In zake:
  2. Pieter VANDEBROEK
  3. Arlette-Denise THEUNIS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Mertens kantoor houdend te Beringen Scheigoorstraat 5 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Bronders kantoor houdend te Oostende Archimedesstraat 7 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  4. Het beroep, ingesteld op 20 april 2009, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur van 17 februari 2009 waarbij het beroep dat Wim Vos heeft ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincie Limburg van 30 april 2008 houdende de weigering van de vergunning om een mestkalverenbedrijf, gelegen aan de Helderstraat 21 te Lummen, verder te exploiteren en om te vormen in een mestvarkensbedrijf, gegrond wordt verklaard, de beroepen beslissing wordt opgeheven en aan Wim Vos de gevraagde milieuvergunning wordt verleend. II. Verloop van de rechtspleging
  5. Bij arrest nr. 196.159 van 17 september 2009 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit bevolen. Het genoemde arrest is op 22 september 2009 aan de verwerende partij ter kennis gebracht. VII-37.350-1/3 Op 25 november 2009 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partijen en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 15bis, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Beoordeling
  7. Naar luid van artikel 17, § 4bis, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 15bis van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, wordt in een versnelde rechtspleging voorzien indien de verwerende partij geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen te rekenen van de kennisgeving van het arrest waarbij de schorsing bevolen wordt. Bij het arrest nr. 196.159 van 17 september 2009 is de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit bevolen. De verwerende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De hoofdgriffier heeft de partijen medegedeeld, met toepassing van artikel 15bis, § 1, van het genoemde koninklijk besluit van 5 december 1991, dat de kamer uitspraak zou doen over het beroep tot nietigverklaring, tenzij één van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Er bestaat aanleiding om het bestreden besluit te vernietigen. VII-37.350-2/3 BESLISSING
  8. De Raad van State vernietigt het besluit van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur van 17 februari 2009 waarbij het beroep dat Wim Vos heeft ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincie Limburg van 30 april 2008 houdende de weigering van de vergunning om een mestkalverenbedrijf, gelegen aan de Helderstraat 21 te Lummen, verder te exploiteren en om te vormen in een mestvarkensbe- drijf, gegrond wordt verklaard, de beroepen beslissing wordt opgeheven en aan Wim Vos de gevraagde milieuvergunning wordt verleend.
  9. Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit.
  10. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op 350 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vier maart tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Eric Brewaeys VII-37.350-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.484 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.159 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.