← België

Arrest 201485 - Milieuvergunningen - 04/03/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.485 Rolnummer: A. 193649/VII-37398 Zaak: Arrest 201485 - Milieuvergunningen - 04/03/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-03-10 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 04:24 Fiche Arrest nr 201.485 van 4 maart 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Opheffing Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 201.485 van 4 maart 2010 in de zaak A. 193.649/VII-37.

  1. In zake:
  2. Helena SMEETS
  3. Hendrika ALBRECHTS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Andy Beelen kantoor houdend te Diepenbeek Stationsstraat 17 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIE LIMBURG bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kris Wauters kantoor houdend te Hasselt Gouverneur Roppesingel 131 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de BVBA MAXIM PALACE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gerald Kindermans kantoor houdend te Heers Steenweg 161 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  4. Het beroep, ingesteld op 13 augustus 2009, strekt tot de nietigver- klaring van het besluit van de deputatie van de provincie Limburg van 11 juni 2009 waarbij het administratief beroep van Helena Smeets en Hendrika Albrechts tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Maasmechelen van 10 maart 2006, houdende het verlenen van een voorwaardelijke milieuvergunning aan de BVBA Maxim Palace voor het exploiteren van een feestzaal met dansgelegenheid, gelegen aan de Ringlaan 412 te Maasmechelen, gedeeltelijk wordt ingewilligd, en het beroep van de BVBA Maxim Palace tegen dezelfde beslissing eveneens gedeeltelijk wordt ingewilligd. VII-37.398-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
  5. Bij arrest nr. 198.251 van 26 november 2009 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit bevolen. Het genoemde arrest is op 30 november 2009 aan de verwerende partij en de tussenkomende partij ter kennis gebracht. Op respectievelijk 9 februari 2010 en 19 januari 2010 heeft de hoofdgriffier aan de verzoeksters, de verwerende partij en de tussenkomende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 15bis, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Beoordeling
  7. Naar luid van artikel 17, § 4bis, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 15bis van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, wordt in een versnelde rechtspleging voorzien indien noch de verwerende partij, noch degene die belang heeft bij de beslechting van het geschil, een verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen te rekenen van de kennisgeving van het arrest waarbij de schorsing bevolen wordt. Bij het arrest nr. 198.251 van 26 november 2009 is de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit bevolen. Noch de verwerende partij, noch de tussenkomende partij, heeft een verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De hoofdgriffier heeft de partijen medegedeeld, met toepassing van artikel 15bis, § 1, van het genoemde koninklijk besluit van 5 december 1991, dat de kamer uitspraak zou doen over het beroep tot nietigverklaring, tenzij één van VII-37.398-2/4 de partijen binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord.
  8. Het bestreden besluit werd ingetrokken bij besluit van de deputatie van de provincie Limburg van 16 december
  9. Tegen dit laatste besluit werd geen annulatieberoep ingesteld. Bijgevolg is het beroep doelloos geworden. De rechtszekerheid vraagt dat de schorsing van de tenuitvoerleg- ging van het bestreden besluit, bevolen bij arrest nr. 198.251 van 26 november 2009, wordt opgeheven. In de gegeven omstandigheden past het de kosten ten laste van het Vlaamse Gewest te leggen. BESLISSING
  10. De schorsing bevolen bij arrest nr. 198.251 van 26 november 2009 wordt opgeheven.
  11. De Raad van State verwerpt het beroep.
  12. Het Vlaamse Gewest wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op 350 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 125 euro. VII-37.398-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vier maart tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Eric Brewaeys VII-37.398-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.485 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.251 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.