id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.487 Rolnummer: A. 162761/XII-4461 Zaak: Arrest 201487 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 04/03/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-03-12 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-30 04:24 Fiche Arrest nr 201.487 van 4 maart 2010 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIIe KAMER nr. 201.487 van 4 maart 2010 in de zaak A. 162.761/XII-4461 In zake: Laurent VERHAEGEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marc Van Bever kantoor houdend te Grimbergen Pastoor Watersstraat 32/7 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD BRUSSEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jean-Paul Lagasse kantoor houdend te Brussel de Jamblinne de Meuxplein 41 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 24 mei 2005, strekt tot de nietigverklaring van: “
- De uitslag, vastgesteld door de examencommissie en opgenomen in het proces-verbaal van 1 maart 2005 van het tweede schriftelijk gedeelte van het examen voor bestuurssecretaris (algemene kwalificatie) (zittijd: 07.11.2003) bestaande uit een persoonlijkheidstest en een gevalstudie en waarbij de heer Laurent Verhaegen niet geslaagd wordt verklaard
- De beslissing van 10.03.2005 van de Stad Brussel, waarbij werd beslist: ‘De uitslagen, vastgesteld door de examencommissie en opgenomen in het proces-verbaal van 1 maart 2005 van het tweede schriftelijk gedeelte van het examen voor bestuurssecretaris (algemene kwalificatie) (zittijd: 07.11.2003) bestaande uit een persoonlijkheidstest en een gevalstudie en waarbij de heer Laurent Verhaegen niet geslaagd wordt verklaard, worden bekrachtigd’. [...]
- De impliciete weigering om verzoeker geslaagd te verklaren voor het tweede schriftelijk gedeelte van het examen.
- De impliciete weigering om verzoeker te benoemen/bevorderen tot bestuurssecretaris.
- De beslissing van 29.07.2004 van de Stad Brussel waarbij de rangschikking van de laureaten van het examen voor bestuurssecretaris (algemene kwalificatie) (zittijd: 07.11.2003) wordt goedgekeurd, in zoverre verzoeker niet wordt gerangschikt”. XII-4461-1\6 Tevens vraagt verzoeker de examencommissie te bevelen opnieuw samen te komen en hem geslaagd te verklaren. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 153.311 van 6 januari 2006 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verzoeker heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Diane Mareen heeft een verslag opgesteld. De verzoeker heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 6 oktober
- Staatsraad Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Ingrid Durnez, die loco advocaat Marc Van Bever verschijnt voor de verzoeker, en advocaat Emmanuel Jacubowitz, die loco advocaat Jean-Paul Lagasse verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Diane Mareen heeft advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Op 18 september 2003 beslist het college van burgemeester en schepenen van de stad Brussel een examen in te richten voor de aanwerving en de XII-4461-2\6 bevordering voor bestuurssecretaris. Het examen bestaat uit twee schriftelijke gedeelten en één mondeling gedeelte; het tweede schriftelijke gedeelte bestaat uit een computergestuurde persoonlijkheidstest en een proef betreffende een gevalstudie. Verzoeker slaagt voor het eerste schriftelijke gedeelte en voor het mondelinge gedeelte. Voor het tweede schriftelijke gedeelte behaalt verzoeker blijkens het proces-verbaal van 2 juli 2004 van de examencommissie 58 punten op 120, namelijk 10 op 40 voor de persoonlijkheidstest en 48 op 80 voor de gevalstudie. Hij scoort daarmee minder dan de minimaal vereiste 72 punten op
- Het college bekrachtigt deze door de examencommissie vastgestelde uitslag op 8 juli
- Aan verzoeker wordt met een brief van 27 juli 2004 meegedeeld dat hij niet heeft voldaan “bij de schriftelijke schiftingsproef b” van het examen voor bestuurssecretaris. Bij beslissing van 29 juli 2004 stelt het college van burgemeester en schepenen de lijst van de laureaten van het examen vast. Verzoekers naam komt niet op de lijst voor. Op 28 januari 2005 vernietigt de Raad van State bij arrest nr. 139.935 de bij beslissing van 8 juli 2004 van het schepencollege bekrachtigde uitslag van het examen voor bestuurssecretaris in zoverre verzoeker niet geslaagd wordt verklaard. Het vernietigingsmotief is schending van de formele- motiveringsplicht doordat een louter cijfer niet volstaat om het niet-geslaagd zijn in de proef betreffende een gevalstudie te verantwoorden en omdat een andere verantwoording klaarblijkelijk ontbreekt.
- Ten gevolge van het arrest geeft de examencommissie op 1 maart 2005 nadere toelichting bij de door verzoeker behaalde uitslag op het tweede schriftelijke examengedeelte. De examencommissie beslist dat verzoeker op het tweede schriftelijke gedeelte 58 punten op 120 behaalt en dus niet geslaagd is. Het college van burgemeester en schepenen bekrachtigt op 10 maart 2005 de uitslag die de examencommissie op 1 maart 2005 vaststelde. XII-4461-3\6 XII-4461-4\6 IV. Belang
- Ambtshalve wordt in het auditoraatsverslag aan verzoeker het vereiste actueel belang ontzegd omdat uit een brief van 9 februari 2009 van de directeur-generaal bij het departement Personeel van verwerende partij is gebleken dat hij in het in 2005 georganiseerde examen voor bestuurssecretaris is geslaagd en met ingang van 1 juli 2006 ook als bestuurssecretaris vast is benoemd. Vermits hij die benoeming niet heeft bestreden in zoverre ze bepaalt dat ze op 1 juli 2006 ingaat, is ze op dat stuk dan ook definitief en onaantastbaar tussen partijen en zou de gevorderde nietigverklaring verzoeker geen voordeel opleveren.
- Verzoeker reageert in de laatste memorie onder meer als volgt: “Het spreekt voor zich dat verzoeker, die zich inschrijft voor een nieuw examen en uiteindelijk vast benoemd wordt, zich niet tegen deze vaste benoeming zal verzetten. Dit zou nogal absurd zijn... Het niet bestrijden van een vaste benoeming heeft weliswaar een definitief en onaantastbaar karakter, in die zin dat deze benoeming niet zomaar kan verbroken worden ten nadele van verzoeker. Dit belet echter niet dat deze benoeming alsnog verbeterd/gecorrigeerd wordt indien daartoe enige wettige basis toe bestaat: in casu is huidige procedure bij de Raad van State net aangespannen om de wettelijkheid van de beslissingen, genomen naar aanleiding van vorig examen, te beoordelen”.
- Met het huidige beroep beoogt verzoeker te verkrijgen dat hij alsnog wordt bijgeschreven op de lijst van de laureaten van het examen voor bestuurssecretaris die het college op 29 juli 2004 vaststelde en dat hij tot bestuurssecretaris zou worden benoemd met ingang van de datum waarop dat normaal zou gebeurd zijn als verwerende partij hem, zoals zijns inziens had behoord, van meet af aan tot laureaat had verklaard. De besproken exceptie stelt de Raad van State voor de vraag of verwerende partij, door te beslissen om verzoeker in 2005 geslaagd te verklaren en vanaf 1 juli 2006 als bestuurssecretaris vast te benoemen, tevens heeft bedoeld en besloten hem die voordelen te onthouden voor de periode voordien. En of, voor zoveel haar die weigering kan worden toegerekend, deze dan redelijkerwijze onderkend kon worden door verzoeker en zijn termijn voor een eventueel beroep ertegen al verstreken is. XII-4461-5\6
- Dat verwerende partij met haar beslissing om verzoeker vanaf 1 juli 2006 te benoemen, heeft wíllen beslissen en hééft beslist om hem de benoeming als bestuurssecretaris in geen geval met ingang van een eerdere datum te geven, kan desgevallend blijken uit de concrete omstandigheden van de zaak. Evenwel worden dergelijke omstandigheden niet aangereikt, noch zijn ze te dezen voor de Raad van State evident. De benoeming van verzoeker tot bestuurssecretaris doet niet blijken van enig besluit van verwerende partij om de ingangsdatum definitief, dit is vast en onveranderlijk, op 1 juli 2006 te bepalen. Er is dan ook geen grond om verzoeker aan te wrijven terzake niet om nietigverklaring te hebben gevorderd en hem om die enkele reden het vereiste actueel belang te ontzeggen.
- De Raad van State valt de in het auditoraatsverslag opgeworpen grond van niet-ontvankelijkheid niet bij. BESLISSING
- De debatten worden heropend.
- Het door de auditeur-generaal aangestelde lid van het auditoraat wordt belast met een aanvullend onderzoek. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 4 maart 2010, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Dierk Verbiest, kamervoorzitter, Johan Lust, staatsraad, Geert van Haegendoren, staatsraad, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Dierk Verbiest XII-4461-6\6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.487 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.311 gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.214.282 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.