← België

Arrest 201490 - Overheidsopdrachten - 04/03/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.490 Rolnummer: A. 191430/XII-5717 Zaak: Arrest 201490 - Overheidsopdrachten - 04/03/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-03-12 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-30 04:24 Fiche Arrest nr 201.490 van 4 maart 2010 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 201.490 van 4 maart 2010 in de zaak A. 191.430/XII-

  1. In zake : de NV MEWAF INTERNATIONAL, die woonplaats kiest bij advocaat D. Van Heuven, kantoor houdende te Kortrijk, President Kennedypark 6/24 tegen :
  2. de STAD ANTWERPEN, die woonplaats kiest bij advocaten D. D'Hooghe en S. Jochems, kantoor houdende te 1000 Brussel, Loksumstraat 25, bus 1
  3. de NV ACA PROJECT, die woonplaats kiest bij advocaat C. De Wolf, kantoor houdende te Maarkedal, Etikhovestraat
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift van de nv Mewaf International dat op 9 maart 2009 werd ontvangen om de nietigverklaring te vorderen van : “
  5. de beslissing s.d. genomen door de Stad Antwerpen inzake de toewijzing van de opdracht ‘Los meubilair Den Bell’ in het kader van de ontwikkeling van de Alcatelsite aan een niet nader meegedeelde firma
  6. de beslissing van dezelfde datum waardoor deze opdracht niet aan de nv Mewaf International toegewezen werd, Beslissingen zoals aan de nv Mewaf International ter kennis gebracht bij mailbericht van 30 januari 2009 door de nv Vooruitzicht in naam van Aca Project nv”; Gelet op het arrest nr. 191.664 van 19 maart 2009 waarbij de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partij op 23 maart 2009; XII-5717-1/3 Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Gelet op het feit dat de verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest. Bij de kennisgeving van het tussenarrest aan de verzoekende partij heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van de tekst van voornoemd artikel 17, § 4ter, alsook van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december
  7. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen is verworpen, zodat te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt. Bovendien heeft de verzoekende partij bij brief van 3 juli 2009 zelf afstand gedaan van het geding. XII-5717-2/3 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  8. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  9. De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vier maart 2010, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-5717-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.490 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.664 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.