← België

Arrest 201535 - Plannen van aanleg - 04/03/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.535 Rolnummer: A. 161344/X-12261 Zaak: Arrest 201535 - Plannen van aanleg - 04/03/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-03-11 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 04:25 Fiche Arrest nr 201.535 van 4 maart 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Plannen van aanleg Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 201.535 van 4 maart 2010 in de zaak A. 161.344/X-12.

  1. In zake: de n.v. ROSCOFIN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Wim Mertens en Andy Beelen kantoor houdend te 3580 BERINGEN Scheigoorstraat 5 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen:
  2. het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christian Lemache kantoor houdend te 3800 SINT-TRUIDEN Tongersesteenweg 60 bij wie woonplaats wordt gekozen
  3. de stad MAASEIK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Flamey kantoor houdend te 2018 ANTWERPEN Jan Van Rijswijcklaan 16 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  4. Het beroep, ingesteld op 30 maart 2005, strekt tot de nietigverklaring van: “
  5. Het besluit van de Vlaamse minister van Financiën, Begroting en Ruimtelijke Ordening d.d. 1 december 2004 waarbij: - het bijgaand bijzonder plan van aanleg ‘Leemhoek’ genaamd, van de stad Maaseik, bestaande uit een plan van de bestaande toestand, een bestemmingsplan en bijbehorende stedenbouwkundige voorschriften en een onteigeningsplan wordt goedgekeurd; - wordt besloten dat het algemeen nut de inname vordert van de percelen aangeduid op het onteigeningsplan; - aan de stad Maaseik machtiging tot onteigening wordt verleend.
  6. Het besluit van de gemeenteraad van de stad Maaseik d.d. 28.06.2004 waarbij: X-12.261-1/12 - zij kennis neemt van de bezwaarschriften ingediend bij het openbaar onderzoek ‘BPA Leemhoek’ en van de weerlegging ervan door de opdrachthouder die zij tot de hare maakt; en - het ontwerp ‘BPA Leemhoek’, bestaande uit een plan bestaande toestand, bestemmingsplan, voorschriften, toelichtingsnota en onteigeningsplan, definitief aanvaardt”. II. Verloop van de rechtspleging
  7. De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Stephan De Taeye heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 8 januari
  8. Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Gregory Goossens, die loco advocaat Christian Lemache verschijnt voor de eerste verwerende partij, en advocaat Matthias Valkeniers, die loco advocaat Peter Flamey verschijnt voor de tweede verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Frans De Buel heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  9. X-12.261-2/12 III. Feiten 3.
  10. De verzoekende partij is eigenaar van een service station, gelegen aan de Maastrichtersteenweg nr. 25 te Maaseik op een perceel, kadastraal bekend sectie D, nr. 26/B. Zij is tevens eigenaar van een achter voormeld perceel gelegen perceel weiland, kadastraal bekend sectie D, nr. 26/C. Grenzend aan dit laatste perceel, bevindt zich het perceel kadastraal bekend sectie D, nr. 27/R, eigendom van de sociale huisvestingsmaatschappij c.v. ONS DAK. 3.
  11. Volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 1 september 1980 vastgestelde gewestplan Limburgs Maasland zijn de voormelde percelen bestemd tot woongebied. 3.
  12. Bij besluit van de gemeenteraad van Maaseik van 27 januari 2003 wordt het studiebureau de n.v. Technum aangesteld als ontwerper voor het opmaken van een bijzonder plan van aanleg en van een onteigeningsplan voor het gebied “de Leemhoek”, omvattende onder andere de voormelde percelen. Het beheersingsgebied van het ontworpen bijzonder plan van aanleg “Leemhoek” wordt door het gewestplan Limburgs-Maasland bestemd tot respectievelijk woongebied, landelijk woongebied en gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen. 3.
  13. Blijkens de toelichtingsnota beoogt het ontworpen bijzonder plan van aanleg: “- Het omzetten van de zone voor openbaar nut naar de bestemming woongebied. - Invullen van een desolaat en verwaarloosd gebied in het centrum van de woonkern Maaseik. - Het realiseren van een inbreiding geïntegreerd in bestaand weefsel en geënt op de bestaande ruimtelijke structuur. - Verdichting in het stedelijk gebied, hierbij wordt gestreefd naar een dichtheid van 25 woningen per ha. - Integratie van voetgangers en fietsverbindingen doorheen het weefsel” . 3.
  14. Nadat op 31 maart 2003 en 22 augustus 2003 overlegvergaderingen hadden plaatsgevonden, wordt door de n.v. Technum een voorontwerp van bijzonder plan van aanleg “Leemhoek” met onteigeningsplan opgemaakt. X-12.261-3/12 3.
  15. Op 22 oktober 2003 verstrekt de afdeling Land Limburg van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap een gunstig advies met betrekking tot het voorontwerp van het bijzonder plan van aanleg “Leemhoek”. Op 14 november 2003 verstrekt de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg een voorwaardelijk gunstig advies. 3.
  16. De afdeling Ruimtelijke Planning van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap verleent op 20 november 2003 een gunstig advies. Op 21 november 2003 verstrekt de afdeling ROHM Limburg een voorwaardelijk gunstig advies. Op 4 december 2003 verstrekt de afdeling Bos en Groen Limburg een gunstig advies met opmerkingen. 3.
  17. Bij besluit van de gemeenteraad van de stad Maaseik van 2 februari 2004 wordt het ontwerp bijzonder plan van aanleg “Leemhoek”, bestaande uit een plan van de bestaande toestand, een bestemmingsplan, een onteigeningsplan, de stedenbouwkundige voorschriften en een toelichtingsnota voorlopig aanvaard. 3.
  18. Tijdens het openbaar onderzoek, dat wordt gehouden van 8 maart 2004 tot 6 april 2004, worden 7 bezwaarschriften ingediend, waaronder een namens de verzoekende partij door haar raadsman. In dit bezwaarschrift verzet zij zich tegen de onteigening van ongeveer 1/3 van de haar toebehorende percelen en stelt zij “zich ook de vraag waarom het naastgelegen perceel, dat eigendom is van de sociale woningbouwmaatschappij Ons Dak, niet onteigend wordt. Waarom maakt men een onderscheid ? Dit is een ongelijkheid !”. 3.
  19. In een document “Behandeling van de bezwaren” van de “opdrachthouder” van de stad Maaseik, worden de bezwaren van onder meer de verzoekende partij met betrekking tot de beweerde uitsluiting van het perceel van de c.v. Ons Dak als volgt weerlegd : “Het perceel van Ons Dak wordt niet uit de onteigening gesloten (cfr. inname 6), enkel de delen die strikt noodzakelijk zijn voor de verdere werking van de dienst zijn niet opgenomen. Overige delen zijn maximaal opgenomen om te integreren in de inbreiding”. X-12.261-4/12 3.
  20. De GECORO verleent op 8 juni 2004 een gunstig advies, mits met een aantal aanbevelingen wordt rekening gehouden, waaronder : “Er moet met de eigenaars (o.a. de heer Peerbooms) onderhandeld worden in verband met de achterste perceelsgrens zodanig dat men tot een voor alle partijen aanvaardbare compromis komt”. 3.
  21. Met het tweede bestreden besluit van 28 juni 2004 van de gemeenteraad van de stad Maaseik van 28 juni 2004 wordt het bijzonder plan van aanleg “Leemhoek” definitief aanvaard. In dit besluit wordt onder meer gesteld wat volgt: “Raadslid Pieters verwijst naar het gegeven dat de Gecoro adviseerde om contact op te nemen met de eigenaars van onroerend goed binnen het gebied. Het raadslid vraagt of dit reeds gebeurde. Schepen Vermassen legt uit dat er concrete oplossingen voor de problemen zijn, maar dat men wenst dat het BPA eerst goedgekeurd wordt. Het is veel gemakkelijker om daarna de zaken uit te praten”. 3.
  22. Op 30 juli 2004 worden de plannen en stukken voor iedereen ter inzage gelegd op het gemeentehuis van de stad Maaseik. 3.
  23. Op 9 augustus 2004 verleent de afdeling ROHM Limburg een gunstig advies m.b.t. het bijzonder plan van aanleg “Leemhoek”. Op 26 augustus 2004 verleent ook de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg een gunstig advies. 3.
  24. Op 19 november stelt de afdeling Ruimtelijke Planning van ROHM aan de bevoegde minister de goedkeuring van het bijzonder plan van aanleg “Leemhoek” voor. 3.
  25. Met het eerste bestreden besluit van 1 december 2004 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening wordt het bijgaand bijzonder plan van aanleg “Leemhoek” genaamd, van de stad Maaseik, bestaande uit een plan van de bestaande toestand, een bestemmingsplan en bijbehorende stedenbouwkundige voorschriften en een onteigeningsplan, goedgekeurd, wordt besloten dat het algemeen nut de inname vordert van de percelen aangeduid op het onteigeningsplan en wordt aan de stad Maaseik machtiging tot onteigening verleend. X-12.261-5/12 3.
  26. Op 10 februari 2005 wordt aan de verzoekende partij een afschrift van het eerste bestreden besluit overgemaakt en wordt haar medegedeeld dat het dossier vanaf 17 februari 2005 ter inzage ligt op de burelen van de stad Maaseik. IV. Onderzoek van het eerste onderdeel van het tweede middel Standpunt van de partijen 4.
  27. In een eerste onderdeel van het tweede middel voert de verzoekende partij onder meer de schending aan van artikel 159 van de Grondwet en van het legaliteitsbeginsel, van het toentertijd geldende artikel 92, 1/ van de nieuwe gemeentewet, van het verbod op het bestaan van een schijn van partijdigheid en/of afhankelijkheid zoals neergelegd in het beginsel “justice should not only be done, but also seen to be done”. Zij zet dit onderdeel van het middel uiteen als volgt: “
  28. Het eerste onderdeel van het middel is afgeleid uit de schending van artikel 159 van de Grondwet en van het legaliteitsbeginsel juncto art. 92, 1/ van de Nieuwe Gemeentewet en het verbod op het bestaan van een schijn van partijdigheid en/ of afhankelijkheid zoals neergelegd in het beginsel ‘justice should not only be done, but also seen to be done’. Artikel 92,1/ Nieuwe Gemeentewet verbiedt gemeenteraadslieden aanwezig te zijn bij een beraadslaging of besluit over zaken waarbij hij/ zij een rechtstreeks belang hebben als gelastigde. Artikel 92,1/ Nieuwe Gemeentewet wordt door uw Raad geschonden geacht ingeval de gegevens van de zaak aannemelijk maken dat een belangenvermenging in de persoon van het kwestieuze gemeenteraadslid mogelijk was (...). Op basis van deze juridische uitgangspunten was er in casu een verboden (mogelijke) belangenvermenging aanwezig in hoofde van de personen van mevrouw Mia KENIS en de heer Ghislain VERMASSEN bij het nemen van de tweede bestreden beslissing op 28.06.
  29. Mevrouw KENIS en de heer VERMASSEN zijn beiden lid van de gemeenteraad van de stad Maaseik. De heer VERMASSEN is als schepen bovendien bevoegd oa. ruimtelijke ordening en grondbeleid (...). Hij is m.a.w. één van de belangrijkste spilfiguren achter het dossier BPA Leemhoek. Bij lectuur van een beslissing gepubliceerd in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad d.d. 24.05.2004, moet anderzijds worden vastgesteld dat mevrouw KENIS deel uitmaakt van de raad van bestuur van de CV ONS DAK en dat de raad van bestuur wordt voorgezeten door de heer VERMASSEN (...). Als gelastigden van de CV On(s) DAK hadden beiden een rechtstreeks belang bij de tweede bestreden beslissing. In het arrest inzake (...) oordeelde Uw Raad immers dat een bestuurder van een VZW als een ‘gelastigde’ onderworpen is aan art. 92, 1/ Nieuwe Gemeentewet (...). A fortiori geldt dit verbod voor een bestuurder van een CV, zeker indien die vennootschap een financieel belang heeft bij het nemen van een bepaalde beslissing. X-12.261-6/12 De aanwezigheid van dit belang kan bezwaarlijk worden betwijfeld want uit het onteigeningsplan, deel uitmakend van het BPA Leemhoek, blijkt reeds dat deze CV ONS DAK eigenaar is van verschillende percelen grond, gelegen binnen de omtrekken van het gebied waar het algemeen nut de onteigening vereist (...). Het is de visie van verzoekende partij - en daarmee staat zij trouwens niet alleen - dat zij t.o.v. de CV ONS DAK op een tweevoudige wijze discriminatoir werd behandeld. Vooreerst doordat perceel 27r, eigendom van de CV ONS DAK, slechts voor een beperkt gedeelte werd opgenomen in de te onteigenen percelen - de lineaire onteigeningslijn werd plots onderbroken - terwijl dat met de omliggende percelen niet het geval is (cf. infra, tweede onderdeel). Bovendien bevat het onteigeningsplan krachtens art. 70 §2 van het DRO enkel een opgave van die percelen waarvoor effectief een onteigening in het vooruitzicht wordt gesteld. Uit informatie verkregen van de Administratie van het Kadaster Limburg blijkt dat de CV Ons Dak nog verschillende andere percelen in eigendom heeft binnen het betrokken gebied en voor die percelen wordt geen onteigening in het vooruitzicht gesteld (...), terwijl daarvoor niet altijd een redelijke verantwoording bestaat. Dit vormt de tweede schending van het gelijkheidsbeginsel (cf. infra, tweede onderdeel). In het licht van deze gegevens hadden mevrouw KENIS en de heer VERMASSEN zich moeten onthouden van deelname aan de beraadslagingen, temeer omdat verzoekster in haar bezwaarschrift d.d. 26.03.2004 reeds had gesteld dat zij t.o.v. de CV ONS DAK discriminatoir werd behandeld (...). Bij studie van de notulen van de gemeenteraadszitting d.d. 28.06.2004 kan trouwens worden vastgesteld dat de heer P. GRAUX, gemeentesecretaris, en eigenaar van een perceel dat eveneens binnen het gebied is gelegen waar de onteigeningen in het vooruitzicht worden gesteld (meerbepaald van een perceel nabij de Maastrichtersteenweg), zich louter om die reden reeds ‘betrokken partij’ heeft geacht en zich heeft laten vervangen (...). Krachtens diezelfde notulen hebben mevrouw KENIS en de heer VERMASSEN echter wél deelgenomen aan de beraadslagingen (...). De heer VERMASSEN heeft op een gegeven ogenblik zelfs met een expliciete tussenkomst de debatten gestuurd (cf. infra, tweede onderdeel). Artikel 92,1/ van de Nieuwe Gemeentewet is dan ook geschonden. Voor zover als nodig kan nog worden benadrukt dat opdat een schending van art. 92,1/ Nieuwe Gemeentewet aanleiding geeft tot vernietiging van de bestreden beslissing niet is vereist dat moet worden bewezen dat de schending een determinerende weerslag had op de totstandkoming van de bestreden beslissing (...): (...)
  30. Bovendien is gelet op het voorgaande de beslissing van 28.06.2004 tevens behept met een schijn van partijdigheid en afhankelijkheid. Het verbod op het bestaan van een dergelijke schijn is immers van toepassing op alle bestuursactiviteiten en derhalve ook op beslissingen tot het definitief aanvaarden van een BPA (...): (...) Uit de notulen van de vergadering van 28.06.2004 blijkt zelfs dat een expliciete tussenkomst van de heer VERMASSEN tot gevolg heeft gehad dat de beslissing tot definitieve aanvaarding niet werd uitgesteld (...): (...) Er kan worden benadrukt dat dit niet zonder belang is aangezien verschillende percelen, eigendom van de CV ONS DAK, niet zijn opgenomen in de onteigenende percelen krachtens het onteigeningsplan terwijl zij wel X-12.261-7/12 binnen de contouren van het betrokken gebied zijn gelegen en er dus voor in aanmerking zouden kunnen komen. Bovendien werd met deze tussenkomst verhinderd dat nog verder onderzoek zou kunnen gebeuren naar de bezwaren geuit tijdens het openbaar onderzoek (cf. men zou immers de eigenaars gaan contacteren), waaronder de stelling van verzoekster dat zij t.o.v. de CV ONS DAK discriminatoir werd behandeld. Krachtens art. 159 van de Grondwet had de eerste verwerende partij, gelet op het voorgaande, de verplichting zich te onthouden van het nemen van de eerste bestreden beslissing en met het nemen van die beslissing heeft zij het legaliteitsbeginsel geschonden. Het eerste onderdeel is gegrond”. 4.
  31. De tweede verwerende partij beantwoordt dit onderdeel van het middel als volgt: “Overwegende dat in eerste instantie dient vastgesteld te worden dat artikel 92 van de Nieuwe Gemeentewet in casu niet geschonden werd. Overeenkomstig vaststaande rechtspraak is de verbodsbepaling van artikel 92 niet van toepassing wanneer het een collectief belang betreft (Min. Schr., 2 aug. 1893, Bull. Min. Int., II, 1893, 115; Rev. Adm. B., 1870, 351; Gem. en Prov., 1964, 173- 174). Derhalve mag een gemeenteraadslid deelnemen aan de beraadslaging en de stemming over een ontwerp betreffende het trekken van een straat waarvoor onteigeningen vereist zijn die voor de betrokkene gunstig zouden kunnen uitvallen (...). Om dezelfde reden werd het ook toegestaan dat een gemeenteraadslid deelneemt aan de beraadslaging en de besluitvorming van de gemeenteraad in verband met de aanneming van een plan van aanleg, zelfs als zijn goed in een zodanig plan gelegen is (...). Deze rechtspraak dient mutatis mutandis toegepast te worden. Aangezien de onteigening in casu uitsluitend beoogt de realisatie van het BPA ‘Leemhoek’ te bewerkstelligen, bestaat er in casu geen gevaar voor subjectiviteit. Daarenboven weze benadrukt dat Kenis en Vermassen beide bestuurders zijn in een CV met een doelstelling van algemeen welzijn. Er valt dan ook niet in te zien welk persoonlijk voordeel beide personen zouden kunnen halen uit hun deelname aan de kwestieuze gemeenteraadszitting”. 4.
  32. In de memorie van wederantwoord dupliceert de verzoekende partij: “Voor wat betreft het eerste onderdeel: de schending van art. 92 N.Gem.W. en het verbod op het bestaan van een schijn van partijdigheid en afhankelijkheid: Tweede verwerende partij voert in haar memorie een eerder algemene en oppervlakkige argumentatie en gaat niet in op de concrete, gedetailleerde en aan de hand van verschillende stukken gestaafde uiteenzetting die in het verzoekschrift was opgenomen. Enkele voorbeelden: X-12.261-8/12 - de stelling dat de CV ONS DAK nog verschillende eigendommen heeft binnen het gebied die niet in de onteigening worden opgenomen hoewel daarvoor geen redelijke verantwoording bestaat wordt niet betwist (...); - op het feit dat het verloop van een onteigeningslijn die zich over verschillende percelen uitstrekt plots verandert wanneer één van haar eigendommen (perceel 27r) wordt bereikt, wordt niet ingegaan (...); - er worden door tweede verweerster geen stukken bijgebracht betreffende de CV ONS DAK (statuten,...), waarvan haar schepen VERMASSEN en mevrouw KENIS gelastigden zijn; - het feit dat enkel dankzij de expliciete tussenkomst van de heer VERMASSEN, schepen van ruimtelijke ordening en voorzitter van de raad van bestuur van de CV ONS DAK, de beslissing tot definitieve aanvaarding van het BPA en het onteigeningsplan op de zitting van 28.06.2004 niet werd uitgesteld, wordt doodgezwegen (...); - de door verzoekende partij geciteerde rechtspraak van Uw Raad in verband met art. 92 N.Gem.W. wordt genegeerd; - het feit dat de gemeentesecretaris GRAUX zich op diezelfde zitting wegens een mogelijk en vergelijkbaar belangenconflict heeft laten vervangen, wordt niet betwist (...); - ... De argumentatie die tweede verweerster wel voert is bovendien ontoereikend om het middel te verwerpen. Zo verwijst zij ten onrechte naar rechtspraak van Uw Raad in verband met het collectief belang en de deelneming van een gemeenteraadslid bij de besluitvorming i.v.m. een plan van aanleg waarbinnen zijn goed is gelegen. Het belangenconflict situeert zich i.c. immers niet zozeer op het niveau van het BPA (de bestemmingswijziging en de stedenbouwkundige voorschriften) maar uiteraard vooral op het niveau van het onteigeningsplan (en de percelen grond die daar wel en niet in worden opgenomen). De deelname van mevrouw KENIS en vooral van de heer VERMASSEN aan de beraadslagingen over dit onteigeningsplan was des te meer ongeoorloofd omdat verschillende belanghebbende eigenaars een bezwaar hadden ingediend waarbij juist het belang van de CV ONS DAK aan de kaak werd gesteld (...). De vraag die zich bij art. 92 N.Gem.W. stelt is immers of een belangenvermenging in de schoot van die personen mogelijk zou zijn geweest en m.a.w. of zij in de verleiding hadden kunnen komen om - de belangen van de CV ONS DAK te laten prevaleren op die van de gemeente en haar inwoners (...). Welnu, hoe zou redelijkerwijze kunnen worden aangenomen dat mevrouw KENIS, lid van de raad van bestuur van de CV ONS DAK, en de heer VERMASSEN, voorzitter van de raad van bestuur van de CV ONS DAK, op de gemeenteraadszitting d.d. 28.06.2004, argumenten zouden hebben aangehaald die voor de inwilliging zouden pleiten van de bezwaarschriften die op het belang van die CV betrekking hadden, wanneer zij daarmee de CV ONS DAK benadeelden? Om quasi dezelfde reden oordeelde Uw Raad dan ook dat de heren BILAU en MESSIAEN niet konden getuigen van de vereiste onafhankelijkheid en onpartijdigheid bij het nemen van een beslissing die betrekking had op een VZW Home Sint-Franciscus waarvan zij deel uitmaakten (...). Bovendien mag nog eens worden benadrukt dat de tweede bestreden beslissing maar werd genomen - en niet werd uitgesteld - na een persoonlijke tussenkomst van de heer VERMASSEN op de zitting van 28.06.2004 (...). De bewering van verweerster dat er geen persoonlijk voordeel in hoofde van KENIS en VERMASSEN is naast de kwestie (...). Art. 92 N.Gem.W. vereist immers niet dat er in hoofde van de gelastigde een persoonlijk voordeel zou zijn - hoe zou dit in de praktijk trouwens door derden X-12.261-9/12 kunnen worden bewezen want daarvoor moet men al over vaak niet-openbare inside-information (de werking, details van de boekhouding,...) van de vennootschap beschikken - maar dat een gemeenteraadslid, als gelastigde van een vennootschap, een rechtstreeks belang kan hebben bij een bepaald besluit. Het volstaat dus dat het gaat om een beraadslaging over zaken die de kwestieuze vennootschap rechtstreeks tot voordeel kunnen strekken en er werd toch duidelijk aangetoond dat dit i.c. in hoofde van de CV ONS DAK het geval is”. 4.
  33. In haar laatste memorie brengt de verzoekende partij geen nieuwe argumenten meer bij ter weerlegging van het standpunt van de tweede verwerende partij. Beoordeling 4.
  34. Artikel 159 van de Grondwet bepaalt: “Art.
  35. De hoven en rechtbanken passen de algemene, provinciale en plaatselijke besluiten en verordeningen alleen toe in zoverre zij met de wetten overeenstemmen”. De voormelde bepaling vindt derhalve geen toepassing op organen van het actief bestuur, zodat het middel, in zoverre het is gesteund op de schending van artikel 159 van de Grondwet, juridische grondslag mist. 4.
  36. Artikel 92, 1/ van de Nieuwe Gemeentewet, zoals dit van toepassing was op het ogenblik dat het bestreden besluit van de gemeenteraad werd genomen, bepaalt: “Het is elk gemeenteraadslid en de burgemeester verboden : 1/. tegenwoordig te zijn bij een beraadslaging of besluit over zaken waarbij hij een rechtstreeks belang heeft, hetzij persoonlijk, hetzij als gelastigde, voor of na zijn verkiezing, of waarbij zijn bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben. (...)”. 4.
  37. Uit de niet betwiste gegevens van de zaak blijkt dat op het ogenblik dat het tweede bestreden besluit werd genomen Ghislain Vermassen schepen was bevoegd voor onder meer Ruimtelijke Ordening, en Mia Kenis gemeenteraadslid van de stad Maaseik, dat zij beiden hebben deelgenomen aan de beraadslaging en het besluit over de definitieve aanvaarding van het bijzonder plan van aanleg “Leemhoek”, bestaande uit een plan van de bestaande toestand, een X-12.261-10/12 bestemmingsplan, voorschriften, een toelichtingsnota en een onteigeningsplan, dat zij op dat ogenblik tevens respectievelijk voorzitter en lid waren van de raad van bestuur van c.v. Ons Dak en dat de c.v. Ons Dak in het bezit was van eigendommen gelegen binnen het beheersingsgebied van het betrokken bijzonder plan van aanleg en het bijbehorende onteigeningsplan. Ghislain Vermassen en Mia Kenis hadden derhalve als gelastigde een rechtstreeks belang bij de beraadslaging en het besluit over de definitieve aanvaarding van het betrokken bijzonder plan van aanleg. De verbodsbepaling van het toentertijd geldende artikel 92, 1/ van de nieuwe gemeentewet was derhalve op hen van toepassing. De omstandigheid dat de doelstelling van de c.v. Ons Dak een doelstelling van algemeen welzijn is, doet aan deze vaststelling geen afbreuk. Het eerste onderdeel van het tweede middel is in de aangegeven mate gegrond. BESLISSING
  38. De Raad van State vernietigt: “
  39. Het besluit van de Vlaamse minister van Financiën, Begroting en Ruimtelijke Ordening d.d. 1 december 2004 waarbij : - het bijgaand bijzonder plan van aanleg ‘Leemhoek’ genaamd, van de stad Maaseik, bestaande uit een plan van de bestaande toestand, een bestemmingsplan en bijbehorende stedenbouwkundige voorschriften en een onteigeningsplan wordt goedgekeurd - wordt besloten dat het algemeen nut de inname vordert van de percelen aangeduid op het onteigeningsplan - aan de stad Maaseik machtiging tot onteigening wordt verleend
  40. Het besluit van de gemeenteraad van de stad Maaseik d.d. 28.06.2004 waarbij : - zij kennis neemt van de bezwaarschriften ingediend bij het openbaar onderzoek ‘BPA Leemhoek’ en van de weerlegging ervan door de opdrachthouder die zij tot de hare maakt; en - het ontwerp ‘BPA Leemhoek’, bestaande uit een plan bestaande toestand, bestemmingsplan, voorschriften, toelichtingsnota en onteigeningsplan, definitief aanvaardt”.
  41. Dit arrest dient te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het eerste vernietigde besluit. X-12.261-11/12
  42. De verwerende partijen worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro, elk voor de helft. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vier maart 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Jan Clement, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Roger Stevens X-12.261-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.535 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.