id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.668 Rolnummer: A. 189649/IX-6062 Zaak: Arrest 201668 - Penitentiair recht - 08/03/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-03-16 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 04:26 Fiche Arrest nr 201.668 van 8 maart 2010 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 201.668 van 8 maart 2010 in de zaak A. 189.649/IX-6062 In zake : Eric WANSARD bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kenneth Brands kantoor houdend te Antwerpen Jan Van Ryswycklaan 1-3 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 1 september 2008, strekt tot de nietigverklaring van de beslissingen van 5 juli 2008 en 12 juli 2008 van de FOD Justitie, directoraat-generaal penitentiaire inrichtingen, directeur van de gevangenis van Antwerpen, waarbij Eric Wansard een bijzondere veiligheidsmaatregel wordt opgelegd voor een periode van 6 juli 2008 tot 13 juli 2008 enerzijds en van een aansluitende periode 13 juli 2008 tot 19 juli 2008 anderzijds. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Adjunct-auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld. De verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. IX-6062-1/6 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 februari
- Staatsraad Pierre Barra heeft verslag uitgebracht. Advocaat Kenneth Brands, die verschijnt voor de verzoeker, is gehoord. Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoeker is geïnterneerd en verblijft sedert 2 maart 2008 in de gevangenis in Antwerpen. De verzoeker is er als fatik tewerkgesteld. 3.
- Op 3 juli 2008 ontvangt een kwartieroverste van een gedetineerde een handgeschreven nota van de verzoeker waaruit kan worden vermoed dat hij zich inlaat met drugshandel en via zijn broer cocaïne de gevangenis binnensmokkelt. Er wordt hiervan een meldingsverslag opgesteld. 3.
- De verzoeker wordt op 5 juli 2008 gehoord waarbij hij toegeeft dat het zijn handschrift is, maar betwist dat zijn broer op bezoek komt. 3.
- Aan de verzoeker wordt op 5 juli 2008 een bijzondere veiligheids- maatregel opgelegd voor een duur van 7 dagen die een aanvang neemt op 6 juli 2008 en eindigt op 13 juli
- De verzoeker wordt uitgesloten van deelname aan bepaalde gemeenschappelijke of individuele activiteiten, zoals bezoek van zijn broer. Er wordt voorzien in observatie overdag en tijdens de nacht, met maximale eerbiediging van de nachtrust; verplicht verblijf opgelegd in de hem toegewezen verblijfsruimte; hij wordt overgebracht naar een beveiligde cel, zonder voorwerpen waarvan het gebruik gevaarlijk kan zijn. Deze beslissing wordt als volgt gemoti- veerd : IX-6062-2/6 “Druggebruik binnen de gevangenis is verwerpelijk, maar het verhandelen ervan is nog erger en betekent een enorme aantasting van de orde en veiligheid binnen de inrichting. Verzwarende omstandigheid is het feit dat betrokkene zijn functie als fatiek misbruikt om drugs te verhandelen.” Dit is de eerste bestreden beslissing. 3.
- De verzoeker wordt opnieuw gehoord op 12 juli 2008 waarna de verwerende partij op dezelfde dag de genomen veiligheidsmaatregel verlengt van 13 juli 2008 tot en met 19 juli
- Dit is de tweede bestreden beslissing. 3.
- Op 20 juli 2008 wordt de verzoeker dan opnieuw gehoord. De veiligheidsmaatregel wordt met 7 dagen verlengd, met dien verstande dat hij wel mag werken op het cellulaire gedurende 3 maanden. Deze beslissing wordt niet aangevochten. IV. Ontvankelijkheid Standpunt van de partijen
- De verwerende partij werpt een exceptie van onbevoegdheid van de Raad van State op. Zij stelt dat de bestreden beslissing een bijzondere veiligheids-maatregel is die genomen is op grond van artikel 110 van de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van gedetineerden (hierna: de basiswet) dat bepaalt dat de directeur ten aanzien van een gedetineerde bijzondere veiligheidsmaatregelen kan bevelen indien er ernstige aanwijzigingen bestaan van een gevaar voor de orde of de veiligheid. Te dezen waren er, aldus de verwerende partij, aanwijzingen voorhanden dat de verzoeker in een drugssmokkel en -handel betrokken was en hij hiervoor zijn job misbruikte; er bestonden dan ook ernstige aanwijzingen van een gevaar voor de orde en de veiligheid binnen de inrichting. De bestreden beslissing betreft een ordemaatregel die de goede werking van het gevangeniswezen beoogt en ingegeven is door veiligheids- en voorzichtigheidsoverwegingen. Het betreft geen tuchtmaatregel die tot doel heeft de gedetineerde te bestraffen voor een tekortkoming. De Raad van State heeft zich in het verleden onbevoegd verklaard om kennis te nemen van dergelijke bijzondere veiligheidsmaatregelen. IX-6062-3/6
- De verzoeker meent dat het belang voor het voeren van deze procedure verantwoord is. De stelling van de verwerende partij gaat in tegen het officiële document van de FOD Justitie, directoraat-generaal EPI, gevangenis Antwerpen waarop de tuchtmaatregel gebaseerd is. Hierin wordt vermeld dat tegen de beslissing een verzoekschrift tot nietigverklaring openstaat.
- In zijn laatste memorie voegt de verzoeker hier nog aan toe dat het wel degelijk om een individuele tuchtmaatregel gaat, die weliswaar belang heeft voor de inwendige orde van de strafinrichting, doch ook individueel rechtstreeks belang heeft voor het interneringsdossier van de verzoeker. Beoordeling
- De Raad van State is niet bevoegd om kennis te nemen van beroepen tegen beslissingen genomen door de directeur van een strafinrichting, die als zodanig onder de uitvoerende macht ressorteert, indien deze daarbij rechtstreeks meewerkt aan de uitvoering van de vonnissen en arresten van de strafrechter. Evenmin komen voor vernietiging door de Raad van State in aanmerking, de maatregelen die weliswaar zekere ongemakken of onaangenaamheden kunnen meebrengen doch die de directeur neemt met het oog op de goede werking van en de goede orde in de strafinrichting, in zoverre die maatregelen uitsluitend of hoofdzakelijk zijn ingegeven door veiligheids- en voorzichtigheidsoverwegingen, tenzij wanneer de maatregel er uitsluitend of hoofdzakelijk toe strekt een gedetineerde te bestraffen wegens disciplinaire tekortkomingen. Ten slotte mag de Raad van State geen kennis nemen van middelen waarin een verzoeker doet gelden dat de bestreden beslissing een schending van zijn subjectieve rechten uitmaakt.
- Zoals ook de algemene vergadering van de afdeling bestuursrecht- spraak van de Raad van State in zijn arrest De Smedt, nr. 116.899 van 11 maart 2003 overwoog, dient er eerst een onderscheid gemaakt te worden tussen een ordemaatregel die louter de goede werking van het gevangeniswezen beoogt en in essentie ingegeven is door veiligheids- en voorzichtigheidsoverwegingen en een tuchtmaatregel die tot doel heeft de gedetineerde te bestraffen voor een tekortko- ming. IX-6062-4/6
- Te dezen dienen de bestreden beslissingen zich beide aan als een “bijzondere veiligheidsmaatregel” als bedoeld in artikel 110, § 1, van de basiswet, dat luidt als volgt: “§
- Onverminderd de door de Koning te bepalen algemene veiligheids- voorschriften, kan de directeur, wanneer er ernstige aanwijzingen bestaan van een gevaar voor de orde of de veiligheid, ten aanzien van een gedetineerde bijzondere veiligheidsmaatregelen bevelen. De bijzondere veiligheidsmaatregel moet evenredig zijn aan de bedreiging en van die aard zijn dat hij ze verhelpt”.
- Uit de motivering van de bestreden beslissingen blijkt dat de maatregel is ingegeven door de bezorgdheid drugs te weren uit de gevangenis.
- De verzoeker maakt niet aannemelijk dat deze maatregel er hoofdzakelijk toe strekt om hem te straffen voor schuldig bevonden gedrag en niet door veiligheidsoverwegingen is ingegeven. De exceptie is gegrond. De vordering is niet ontvankelijk. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverkla- ring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 8 maart 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, Daniël Moons, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter IX-6062-5/6 Vera Wauters André Vandendriessche IX-6062-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.668 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div