id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.680 Rolnummer: A. 190400/X-13963 Zaak: Arrest 201680 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 08/03/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-03-18 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 04:26 Fiche Arrest nr 201.680 van 8 maart 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 201.680 van 8 maart 2010 in de zaak A. 190.400/X-13.
- In zake :
- Dirk DELLO,
- Ann JANSSEN, die woonplaats kiezen bij advocaat H. LAMON, kantoor houdende te 3500 HASSELT, de Schiervellaan 23 tegen :
- de gemeente DIEPENBEEK, die woonplaats kiest bij advocaat A. BEELEN, kantoor houdende te 3590 DIEPENBEEK, Stationsstraat 17,
- het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat C. LEMACHE, kantoor houdende te 3800 SINT-TRUIDEN, Tongersesteenweg
- tussenkomende partijen (in de vordering tot schorsing) :
- Robrecht SCHREURS,
- Alfons CAPIOT,
- de b.v.b.a. STUDIEBUREAU GEOTEC, die woonplaats kiezen bij advocaten K. GEELEN en K. WAUTERS, kantoor houdende te 3500 HASSELT, Gouverneur Roppesingel
- DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat Dirk DELLO en Ann JANSSEN op 19 november 2008 hebben ingediend, en waarin zij de nietigverklaring vorderen van het besluit van 9 september 2008 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Diepenbeek waarbij aan Peter GIJSEN de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het verkavelen van gronden te Diepenbeek, aan de Zege-, Boomgaard- en Nanofstraat, kadastraal bekend sectie G, nrs. 597/s, 596/a, 548/d, 548/l, 547/k ex, 540/w, 546/n, 543/s, 546/p, 546/l, 541/d ex en 538 ex delen; X-13.963-1/3 Gelet op het arrest nr. 190.761 van 24 februari 2009 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dat arrest aan de verzoekende partijen op 5 maart 2009; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partijen, op grond van artikel 15ter, § 1 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : De hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het arrest houdende verwerping van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, aan de verzoekende partijen melding gemaakt van artikel 17, § 4ter van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 15ter, § 1 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. Naar luid van voornoemd artikel 17, § 4ter geldt ten aanzien van de verzoekende partijen een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indienen binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest. De verzoekende partijen hebben geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest. Op grond van voornoemd artikel 15ter, § 1 zal de kamer de afstand van geding uitspreken, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord. De verzoekende partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord. X-13.963-2/3 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor de helft. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 375 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, ieder voor een derde. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht maart 2010, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. G. SCHEVENEELS, griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-13.963-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.680 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.761 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div