← België

Arrest 201719 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 09/03/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.719 Rolnummer: A. 192326/X-14156 Zaak: Arrest 201719 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 09/03/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-03-18 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 04:26 Fiche Arrest nr 201.719 van 9 maart 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Opheffing Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 201.719 van 9 maart 2010 in de zaak A. 192.326/X-14.

  1. In zake : Guido HOORNAERT, die woonplaats kiest bij advocaat J. NIJS, kantoor houdende te 9200 DENDERMONDE, Noordlaan 82-84 tegen : de gemeente LEDE. tussenkomende partij (in de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid): de n.v. TRIBOS, die woonplaats kiest bij advocaat R. DE CLERCQ, kantoor houdende te 9000 GENT, Onderstraat
  2. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat Guido HOORNAERT op 23 april 2009 heeft ingediend, en waarin hij de nietigverklaring vordert van het besluit van 31 maart 2009 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Lede waarbij aan de n.v. TRIBOS de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het bouwen van een tweewoonst en het verbouwen van een garage te Lede, Steenland 5-5A, kadastraal bekend sectie D, nr. 660/r4; Gelet op het arrest nr. 192.889 van 30 april 2009 waarbij de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt bevolen en de vordering tot het opleggen van een dwangsom wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dat arrest aan de verwerende partij en aan de partij die belang heeft bij de beslechting van de zaak op 5 mei 2009; X-14.156-1/3 Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 15bis, § 1 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  3. De hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het arrest houdende schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit aan de verwerende partij en aan degene die belang heeft bij de beslechting van de zaak melding gemaakt van artikel 17, § 4bis van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 en van artikel 15bis, § 1 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. Naar luid van voornoemd artikel 17, § 4bis kan de Raad van State de akte of het reglement nietig verklaren waarvan de schorsing gevorderd wordt indien, binnen dertig dagen te rekenen van de kennisgeving van het arrest waarbij de schorsing wordt bevolen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging is ingediend door de verwerende partij of degene die belang heeft bij de beslechting van de zaak. Noch de verwerende partij, noch de partij die belang heeft bij de beslechting van de zaak hebben binnen de termijn van dertig dagen een verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. Op grond van artikel 15bis, § 1 van voornoemd koninklijk besluit, zal de kamer uitspraak doen over de vernietiging van de beslissing waarvan de schorsing is bevolen, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord.
  4. Het bestreden besluit werd reeds ingetrokken bij besluit van 12 mei 2009 van de verwerende partij. Het beroep is bijgevolg doelloos geworden.
  5. De rechtszekerheid vraagt dat de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, bevolen bij arrest nr. 192.889 van 30 april 2009, wordt opgeheven. X-14.156-2/3
  6. In de gegeven omstandigheden past het de kosten van het beroep ten laste van de verwerende partij te leggen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  7. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  8. De bij arrest nr. 192.889 van 30 april 2009 bevolen schorsing wordt opgeheven. Artikel
  9. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen maart 2010, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. G. SCHEVENEELS, griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-14.156-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.719 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.889 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.