← België

Arrest 201803 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 10/03/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.803 Rolnummer: A. 153639/X-11981 Zaak: Arrest 201803 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 10/03/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-03-22 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 04:26 Fiche Arrest nr 201.803 van 10 maart 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 201.803 van 10 maart 2010 in de zaak A. 153.639/X-11.

  1. In zake:
  2. Thierry LEQUIME
  3. Annik IWEINS de WAVRANS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Flamey kantoor houdend te 2018 ANTWERPEN Jan Van Rijswijcklaan 16 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de deputatie van de provincieraad van VLAAMS-BRABANT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dany Socquet kantoor houdend te 3080 TERVUREN Merenstraat 28 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  4. Het beroep, ingesteld op 9 juli 2004, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 11 mei 2004 van de deputatie van de provincieraad van Vlaams- Brabant, waarbij aan de verzoekende partijen de vergunning wordt geweigerd voor het regulariseren van verbouwingswerken aan een schuur op een perceel te Huldenberg (Neerijse), Lindenhof 5, kadastraal bekend sectie C, nrs. 313/e, 307/b, 307/d en 308/f. II. Verloop van de rechtspleging
  5. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld. X-11.981-1/3 De verzoekende partijen hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 15 januari
  6. Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Matthias Valckeniers, die loco advocaat Peter Flamey verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Dany Socquet, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  7. III. Ontvankelijkheid
  8. In hun laatste memorie stellen de verzoekende partijen onder meer het volgende: “Overwegende dat verzoekende partijen een nieuwe aanvraag hebben ingediend op grond van de herkansingsregeling van artikel 195 quinquies, 2e lid Decreet Ruimtelijke Ordening van 18 mei 1999 (DRO), zoals gewijzigd bij Decreet van 21 november 2003; Dat bij beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente Huldenberg dd. 8 februari 2007, verzoekende partijen een stedenbouwkundige vergunning hebben verkregen voor de regularisatie van een functiewijziging van schuur naar berging en van de dakramen aan de schuur en aan de woning, onder naleving van bepaalde voorwaarden (...); dat uit dit gegeven bijgevolg vaststaat dat de desbetreffende constructies wel degelijk vatbaar zijn voor een regularisatievergunning; Dat de redenen die aanleiding geven tot de bestreden beslissing derhalve niet terecht zijn, aangezien de dienst Monumenten en Landschappen dd. 5 oktober 2006 een positief advies heeft verleend, waarop verzoekende partijen hadden op aangedrongen, met betrekking tot de desbetreffende werken; Dat in die omstandigheden het annulatieberoep zonder voorwerp is, nu verzoekende partijen uiteindelijk een regularisatievergunning hebben verkregen voor de desbetreffende werken; X-11.981-2/3 Dat verzoekende partijen echter verzoeken dat de kosten ten laste worden gelegd van verwerende partij, aangezien de desbetreffende werken wel in aanmerking zijn gekomen voor een regularisatievergunning, zodat de bestreden beslissing deze regularisatie dan ook op onwettige redenen heeft geweigerd”. De verzoekende partijen vragen vervolgens het bestreden besluit te vernietigen. Uit het voorgaande blijkt dat de verzoekende partijen geen belang meer hebben bij het beroep, vermits ze intussen de vergunning hebben verkregen die aan hun wensen tegemoet komt. Met de verwerende partij dient aangenomen te worden dat de verkrijging van deze vergunning “geenszins inhoudt dat het bestreden besluit (...) zou behept zijn met enige onwettigheid”. Het beroep is onontvankelijk. BESLISSING
  9. De Raad van State verwerpt het beroep.
  10. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 350 euro, ieder voor de helft. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tien maart 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Jan Clement, staatsraad, bijgestaan door Astrid Truyens, griffier. De griffier De voorzitter Astrid Truyens Roger Stevens X-11.981-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.803 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.