id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.807 Rolnummer: A. 192290/X-14152 Zaak: Arrest 201807 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 10/03/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-03-22 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-30 04:26 Fiche Arrest nr 201.807 van 10 maart 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 201.807 van 10 maart 2010 in de zaak A. 192.290/X-14.
- In zake :
- Jan VAN RENTERGHEM
- Christine GRYSON bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Frank Reynaert kantoor houdend te 8630 VEURNE Astridlaan 2A bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de deputatie van de provincieraad van WEST-VLAANDEREN DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Jan VAN RENTERGHEM EN Christine GRYSON op 20 april 2009 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “het besluit van de deputatie van de Provincie West-Vlaanderen van 5 februari 2009 waarbij het beroep van de verzoekers tegen de beslissing dd. 20 mei 2008 van het college van burgemeester en schepenen te Gistel, houdende een stedenbouwkundige vergunning met voorwaarden tot het regulariseren van een omheining gelegen Zevekoteheirweg 54, Gistel ontvankelijk doch ongegrond wordt verklaard (...)”; Gelet op de kennisgeving van de memorie van antwoord aan de verzoekende partijen op 17 augustus 2009; Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 14bis, § 1 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; X-14.152-1/3 OVERWEEGT WAT VOLGT : Bij het versturen van een afschrift van de memorie van antwoord aan de verzoekende partijen heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van artikel 21, tweede lid van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14bis, § 1 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De verzoekende partijen hebben binnen de termijn van zestig dagen, bepaald in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent, geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd. Krachtens voornoemd artikel 21, tweede lid dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde nietigverklaring te verkrijgen, ontbreekt. Op grond van artikel 14bis, § 1 van voornoemd besluit van de Regent, zal de kamer uitspraak doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor de helft. X-14.152-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien maart 2010, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-14.152-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.807 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div