← België

Arrest 201808 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 10/03/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.808 Rolnummer: A. 192484/X-14170 Zaak: Arrest 201808 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 10/03/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-03-22 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-30 04:26 Fiche Arrest nr 201.808 van 10 maart 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 201.808 van 10 maart 2010 in de zaak A. 192.484/X-14.

  1. In zake : Guido VAN DEN BERGHE woonplaats kiezend te 1910 KAMPENHOUT Broekstraat 16 en bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pieter Derveaux kantoor houdend te 1930 ZAVENTEM Parklaan 54 tegen : de deputatie van de provincieraad van VLAAMS-BRABANT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michel van Dievoet kantoor houdend te 1000 BRUSSEL Boomstraat 14 bij wie woonplaats wordt gekozen DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Guido VAN DEN BERGHE op 6 mei 2009 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant van 5 maart 2009 houdende weigering van de stedenbouwkundige vergunning voor het slopen van een bijgebouw en bouwen van een paardenstal met terreinverharding op een perceel grond gelegen te Kampenhout, Broekstraat 16, kadastraal bekend sectie B, nr. 248/s2; Gelet op de kennisgeving van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij op 30 juli 2009; Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 14bis, § 1 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; X-14.170-1/3 OVERWEEGT WAT VOLGT : Bij het versturen van een afschrift van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van artikel 21, tweede lid van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14bis, § 1 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De verzoekende partij heeft binnen de termijn van zestig dagen, bepaald in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent, geen memorie van weder- antwoord aan de griffie toegestuurd. Krachtens voornoemd artikel 21, tweede lid dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde nietigverklaring te verkrijgen, ontbreekt. Op grond van artikel 14bis, § 1 van voornoemd besluit van de Regent, zal de kamer uitspraak doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  2. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. X-14.170-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien maart 2010, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-14.170-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.808 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.