← België

Arrest 201811 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 10/03/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.811 Rolnummer: A. 182213/X-13229 Zaak: Arrest 201811 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 10/03/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-03-22 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 04:26 Fiche Arrest nr 201.811 van 10 maart 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 201.811 van 10 maart 2010 in de zaak A. 182.213/X-13.

  1. In zake: Nicky VANDEBOSCH bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Ghysels kantoor houdend te 1170 Brussel Terhulpsesteenweg 187 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de deputatie van de provincieraad van LIMBURG DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Nicky VANDEBOSCH op 2 april 2007 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “het besluit van de bestendige deputatie van Limburg dd 1 f(e)bruari 2007, dat het beroep van de verzoekende partij tegen het besluit van het college van burgemeester en schepenen van Hoeselt van 13 november 2006 dat (...) de verkaveling(s)vergunning weigert voor een (perceel) gelegen te Hoeselt aan de Papenbergstraat en dat kadastraal gekend is als Hoeselt 4de Afdeling - Sint-Huibrechts-Hern Sectie B nrs. 204 en 205/c niet inwilligt”. Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur B. SPEYBROUCK; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 6 augustus 2009; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; X-13.229-1/3 OVERWEEGT WAT VOLGT : In het auditoraatsverslag is de verwerping van het beroep voorgesteld. De hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding gemaakt van artikel 21, zesde lid van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De verzoekende partij heeft binnen de termijn van dertig dagen, bepaald in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Krachtens die wetsbepaling geldt te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding. Op grond van artikel 14quater van voornoemd besluit van de Regent zal de kamer de afstand van geding uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  2. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. X-13.229-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien maart 2010, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-13.229-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.811 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.