← België

Arrest 201824 - Milieuvergunningen - 11/03/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.824 Rolnummer: A. 194512/VII-37570 Zaak: Arrest 201824 - Milieuvergunningen - 11/03/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-03-22 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 04:27 Fiche Arrest nr 201.824 van 11 maart 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 201.824 van 11 maart 2010 in de zaak A. 194.512/VII-37.

  1. In zake:
  2. de VZW 'T UILEKOT
  3. Isabel CLINCKSPOOR bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Peter De Smedt en Hendrik Schoukens kantoor houdend te Gent Kasteellaan 141 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Bronders kantoor houdend te Oostende Archimedesstraat 7 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de NV HOEVE D'EECKE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Marc D'hoore en Gregory Vermaercke kantoor houdend te Brugge Dirk Martensstraat 23 bij wie woonplaats wordt gekozen ------------------------------------------------------------------------------------------------- -- I. Voorwerp van het beroep
  4. Het enig verzoekschrift, ingesteld op 4 november 2009, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging en de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur van 28 juli 2009 waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen van 22 januari 2009, houdende weigering van de milieuvergunning aan de NV Hoeve D*eecke om een rundveehouderij, gelegen aan de Eke 3 te Zottegem, verder te exploiteren en te veranderen door uitbreiding en toevoeging, gegrond wordt verklaard, de beroepen beslissing wordt opgeheven en de gevraagde vergunning wordt verleend. VII-37.570-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
  5. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Peter Provoost heeft een verslag overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 februari
  6. Kamervoorzitter Luc Hellin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Peter De Smedt, die verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Rudy Verschraegen, die loco advocaat Bart Bronders verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Gregory Vermaercke, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Peter Provoost heeft een met dit arrest eenslui- dend advies gegeven, behoudens wat de kosten betreft. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  7. III. Tussenkomst
  8. Met een op 25 november 2009 ter post aangetekend verzoekschrift vraagt de NV Hoeve D'eecke om in het geding te mogen tussenkomen. Er is grond om dat verzoek in te willigen. VII-37.570-2/4 IV. Ontvankelijkheid van het beroep
  9. Uit de gegevens van het dossier blijkt thans dat de bestreden beslissing bekendgemaakt werd bij toepassing van de artikelen 31, § 1, en 50, 4/, van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning en dat die bekendma- king aanving op 5 augustus 2009 zodat zij eindigde op 4 september
  10. De termijn om tegen de bestreden beslissing op te komen verstreek bijgevolg op 3 november
  11. Uit de gegevens verzameld door het auditoraat blijkt ook dat de stad Zottegem bij die bekendmaking geen blijk heeft gegeven van de nauwkeurig- heid en de zorgvuldigheid die van een overheid mag worden verwacht en dat de stad hiermee de verzoekende partijen in de war heeft gebracht, waardoor zij slechts na het verstrijken van de termijn om een verzoekschrift tot schorsing van de tenuitvoer- legging en tot nietigverklaring in te stellen, dergelijk verzoekschrift instelden.
  12. Inderdaad leggen de verzoekende partijen een attest voor van de burgemeester van de stad Zottegem dat gewaagt van een bekendmaking van de bestreden beslissing van 5 augustus 2009 tot 4 oktober 2009, terwijl de verwerende partij beschikt over een attest van diezelfde burgemeester dat gewaagt van een bekendmaking van 5 augustus 2009 tot 4 september
  13. De tussenkomende partij legt een kopie voor van de aangeplakte affiche, waarop als periode van inzage wordt aangegeven: 5 augustus 2009 tot 4 september
  14. Die affiche vermeldt de mogelijkheid om een annulatieberoep in te dienen bij de Raad van State, maar vermeldt ten onrechte de datum van 4 september 2009 als uiterste datum voor het indienen van dat beroep.
  15. De door deze menige onzorgvuldigheden ontstane verwarring bij de verzoekende partijen, vermag evenwel niet de strikte vervaltermijn van artikel 4, derde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, te verlengen.
  16. Het beroep ingesteld op 4 november 2009 is derhalve laattijdig. VII-37.570-3/4
  17. Het beroep tot nietigverklaring moet worden verworpen. Dienvolgens moet de vordering tot schorsing, als accessorium van het annulatiebe- roep, eveneens worden verworpen. BESLISSING
  18. Het verzoek van de NV Hoeve D'eecke tot tussenkomst in het geding wordt ingewilligd.
  19. De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring en de vordering tot schorsing.
  20. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op 350 euro, elk voor de helft. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 125 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van elf maart tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Luc Hellin, kamervoorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Luc Hellin VII-37.570-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.824 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.