id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.825 Rolnummer: A. 194685/VII-37593 Zaak: Arrest 201825 - Milieuvergunningen - 11/03/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-03-22 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-30 04:27 Fiche Arrest nr 201.825 van 11 maart 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 201.825 van 11 maart 2010 in de zaak A. 194.685/VII-37.
- In zake: Marleen MAMPAERT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Luc Comans kantoor houdend te Hasselt Kloosterbeekstraat 10 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de GEMEENTE WETTEREN --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 21 november 2009, strekt tot de nietig- verklaring van de aktename op 18 september 2009 door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Wetteren, van de melding door Dirk Bultinck van de exploitatie van een inrichting van de derde klasse, gelegen aan de Oosterzelestraat 33 te Wetteren. II. Verloop van de rechtspleging
- Eerste auditeur Peter Provoost heeft een verslag overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 februari
- Kamervoorzitter Luc Hellin heeft verslag uitgebracht. VII-37.593-1/5 Advocaat Rudy Verschraegen, die loco advocaat Luc Comans verschijnt voor de verzoekster, is gehoord. Eerste auditeur Peter Provoost heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- De verzoekster woont aan de Oosterzelestraat 31 te Wetteren. Naast haar op nummer 33 woont Dirk Bultinck. Dirk Bultinck exploiteert er een kleine drukkerij in een bijgebouw bij zijn woning. Op 29 mei 2009 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Wetteren een stedenbouwkundige vergunning voor het verbouwen van de woning op nummer
- De verzoekster dient een administratief beroep in, dat op 27 augustus 2009 door de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen wordt verworpen. De verzoekster dient daarop een annulatieberoep in bij de Raad van State. Die zaak is gekend onder A. 194.427/X-14.
- Op 20 augustus 2009 wordt aan Dirk Bultinck een ontvangst- bewijs gegeven van een door hem gedane melding van de exploitatie van een inrichting klasse
- Op 18 september 2009 neemt het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Wetteren akte van de melding. Dit is de bestreden akte. IV. Ontvankelijkheid van het beroep
- Met de bestreden beslissing wordt akte genomen van de melding van een inrichting die behoort tot de derde klasse, met name drukkerijen en grafische industrie. Er wordt niet betwist dat de inrichting waarvan met de bestreden beslissing akte van melding wordt genomen een inrichting is die tot de derde klasse behoort. VII-37.593-2/5
- Artikel 4 van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning luidt als volgt : "§
- Niemand mag zonder voorafgaande en schriftelijke vergunning van de bevoegde overheid een als hinderlijk ingedeelde inrichting die behoort tot de eerste of de tweede klasse exploiteren of veranderen. §
- Niemand mag, zonder daarvan vooraf melding te hebben gedaan, een inrichting die behoort tot de derde klasse, exploiteren of veranderen. De Vlaamse regering bepaalt de wijze waarop de melding dient te geschieden". De artikelen 2 tot en met 4 van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning (Vlarem I) luiden als volgt : "Artikel
- §
- Niemand mag, zonder daarvan vooraf melding te hebben gedaan, een inrichting die behoort of na de geplande verandering blijft behoren tot de derde klasse exploiteren of veranderen. §
- De in paragraaf 1 bedoelde melding dient te gebeuren door middel van een meldingsformulier, waarvan het model is vastgesteld in bijlage 3 bij onderhavig besluit, dat bij ter post aangetekende zending of bij afgifte tegen ontvangstbewijs wordt overgemaakt aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waarin de percelen zijn gelegen waarop de exploitatie of verandering van de inrichting gebeurt of gepland is. Indien de inrichting zich over het grondgebied van meer dan één gemeente uitstrekt, dient de melding op voormelde wijze te gebeuren aan elk van de colleges van burgemeester en schepenen van de gemeenten waarin percelen zijn gelegen waarop de exploitatie of de verandering van de inrichting gebeurt of gepland is, voor de respectieve gedeelten van de inrichting gelegen op hun ambtsgebied. §
- De melding dient volgende gegevens te bevatten : (...) §
- In afwijking van § 2 en § 3 gelden voor de meldingen met betrekking tot de in de derde klasse ingedeelde inrichtingen die samen met inrichtingen van eerste of tweede klasse een milieutechnische eenheid als bedoeld in artikel 1.1.2 van titel II van het VLAREM vormen, de volgende bepalingen : 1/ wanneer de ingedeelde inrichtingen, ingedeeld in de derde klasse, worden opgenomen in de vergunningsaanvraag of in de mededeling van verandering die overeenkomstig artikel 5, 6, 6bis en 6ter wordt ingediend bij de bevoegde overheid, geldt de vergunningsaanvraag of de mededeling als melding van deze derde klasse-inrichtingen; 2/ in de overige gevallen moet de melding gebeuren overeenkomstig § 2 en § 3 met dien verstande dat ze in dit geval moet worden ingediend bij de overheid die in eerste aanleg bevoegd is voor de vergunningsplichtige inrichting (en) die samen met de gemelde derde klasse-inrichting(en) een milieutechnische eenheid als bedoeld in artikel 1.1.2 van titel II van het VLAREM vormen. Artikel
- De exploitant van een niet als hinderlijk ingedeelde inrichting die na haar inbedrijfstelling meldingsplichtig wordt door aanvulling of wijziging van de indelingslijst, is verplicht hiervan binnen de zes maanden na het van kracht worden van die aanvulling of wijziging de melding te doen overeenkomstig het bepaalde in artikel
- VII-37.593-3/5 Artikel
- §
- Het bevoegde college van burgemeester en schepenen neemt akte van de meldingen, bedoeld in artikel 2 en 3, met uitzondering van deze bedoeld in artikel 2, § 5, 1/ en 2/. (...) §
- De overheid die in eerste aanleg bevoegd is voor de vergunningsplichtige inrichting(en) die samen met de gemelde derdeklasse-inrichting(en) een milieutechnische eenheid als bedoeld in artikel 1.1.2 van titel II van het VLAREM vormen, neemt akte van de meldingen, bedoeld in artikel 2, § 5, 1/ en 2/. Deze akteneming wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 35, 5/wanneer het gaat om een akteneming door de bestendige deputatie van de provincie respectievelijk overeenkomstig artikel 36, 5/ wanneer het gaat om een aktename door het college van burgemeester en schepenen. (...) §
- De exploitatie of verandering van een inrichting, zoals bedoeld in artikel 2, mag worden aangevat de dag na de datum dat de melding met alle vereiste gegevens conform artikel 2 werd gedaan op voorwaarde dat voldaan is aan het algemene inplantingsvoorschrift voor inrichtingen van derde klasse, vastgesteld in het artikel 4.1.1.1 van titel II van het VLAREM. §
- De exploitatie van een inrichting, zoals bedoeld in artikel 3, mag worden voortgezet voorzover de melding met alle vereiste gegevens conform artikel 2 werd gedaan binnen de termijn, bedoeld in artikel 3".
- Uit de hiervoor geciteerde bepalingen blijkt dat inrichtingen van de derde klasse in beginsel niet kunnen worden verboden en dat de bevoegde overheid de melding van een inrichting die tot de derde klasse behoort, ook wanneer zij deel uitmaakt van een inrichting die tot de eerste of tweede klasse behoort, niet kan weigeren. De vraag of de exploitant zich houdt aan de algemene en sectorale milieuvergunningsvoorwaarden, waaronder het inplantingsvoorschrift vastgesteld in artikel 4.1.1.1 van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (Vlarem II), is louter een aangelegenheid waarover de toezichthoudende overheid en desgevallend de gewone rechtbanken zich zullen moeten buigen. Het "akte nemen van de melding van een inrichting die tot de derde klasse behoort", is enkel het vaststellen door het gemeentebestuur dat er melding is gebeurd. Dergelijke handeling is geen administratieve rechtshandeling in de zin van artikel 14, §1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State.
- Het beroep is niet ontvankelijk. VII-37.593-4/5 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van elf maart tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Luc Hellin, kamervoorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Luc Hellin VII-37.593-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.825 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div