id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.008 Rolnummer: Zaak: Arrest 202008 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 17/03/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-03-25 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 04:28 Fiche Arrest nr 202.008 van 17 maart 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Vernietiging Samenvoeging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 202.008 van 17 maart 2010 in de zaken A. 171.193/X-12.751 (I) A. 173.675/X-12.878 (II) A. 173.676/X-12.879 (III). In zake: I.
- de n.v. AMSTO
- de n.v. PROJECTONTWIKKELING
- de n.v. REYVISSCHE INVEST II.
- de n.v. AMSTO
- de n.v. PROJECTONTWIKKELING III. de n.v. REYVISSCHE INVEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Dirk Lindemans en Filip De Preter kantoor houdend te 1000 BRUSSEL Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: I. + II. + III. het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Paul Aerts kantoor houdend te 9000 GENT Coupure 5 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de beroepen
- Het beroep, ingesteld op 20 maart 2006, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 16 december 2005 van de Vlaamse regering houdende de definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “afbakening grootstedelijk gebied Gent”. (zaak I. A. 171.193) Het beroep, ingesteld op 6 juni 2006, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 9 maart 2006 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening houdende verwerping van het beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen over het beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent X-12.751-12.878-12.879-1/14 over een aanvraag tot het verkavelen van een perceel gelegen te Gent, Rijvisschestraat, kadastraal bekend sectie A, nrs. 17/b, 18/a, 26/a, 27/a, 28/k2 en 28/l
- (zaak II. A.173.675) Het beroep, ingesteld op 6 juni 2006, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 9 maart 2006 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening houdende verwerping van het beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen over het beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent over een aanvraag tot het bouwen van een ecologisch bedrijvenpark bestaande uit drie identieke gebouwen op een perceel gelegen te Gent, Rijvisschestraat, kadastraal bekend sectie A, nrs. 17/b, 11/b, 18/a en 29/a2 (deel). (zaak III. A.173.676) II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend in alle zaken. Auditeur Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld in alle zaken. De verzoekende partijen hebben een laatste memorie ingediend en de verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend in alle zaken. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 september 2009 in alle zaken. Kamervoorzitter Roger Stevens heeft verslag uitgebracht in alle zaken. Advocaat Filip De Preter, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Inneke Bockstaele, die loco advocaat Paul Aerts verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord in alle zaken. X-12.751-12.878-12.879-2/14 Auditeur Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest gedeeltelijk eensluidend advies gegeven in alle zaken. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoekende partijen zijn eigenaars van een reeks percelen gelegen te Gent, Zwijnaarde. Deze percelen vormen één aaneengesloten stuk grond, dat begrensd wordt door de Rijvisschestraat in het zuiden, een oude spoorwegberm in het oosten, de autosnelweg Brussel-Kust in het noorden en een kantorenpark in het westen. De verzoekende partijen omschrijven deze percelen nog als volgt in de verzoekschriften: “De Rijvisschestraat zelf is een woonstraat. De bebouwing aan deze straat was in oorsprong gesloten bebouwing, ingeplant op de rooilijn of op korte afstand van de rooilijn. Recent werden echter enkele nieuwe villa’s gebouwd. De Rijvisschestraat ontsluit ook het genoemde kantorenpark. De percelen van de verzoekende partijen liggen grotendeels achter deze woningen. De verzoekende partijen hebben evenwel ook de spoorwegberm én een van de woningen in eigendom”. Het wordt niet betwist dat deze percelen volgens het bij koninklijk besluit van 14 september 1977 vastgestelde gewestplan Gentse en Kanaalzone gelegen zijn in woongebied. 3.
- Bij besluit van 22 oktober 2004 van de Vlaamse regering wordt het ontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (hierna : RUP) “afbakening grootstedelijk gebied Gent” voorlopig vastgesteld. Het ontwerp gewestelijk RUP omvat naast de grenslijn de volgende deelprojecten: “Deelproject 1A-stedelijk woongebied Wolfput (plan 1) Deelproject 1B-stedelijk woongebied Buntstraat (plan 2) Deelproject 1C-stedelijk woongebied Lange Velden (plan 3) Deelproject 1D-stedelijk woongebied Pantserschipstraat (plan 4) Deelproject 1E-stedelijk woongebied Holstraat (plan 5) Deelproject 1F-stedelijk woongebied Achtendries 3 (plan 6) Deelproject 1G-stedelijk woongebied Achtendries 2 (plan 6) X-12.751-12.878-12.879-3/14 Deelproject 1H-stedelijk woongebied Achtendries 1 (plan 6) Deelproject 1I-stedelijk woongebied Oude Bareel (plan 7) Deelproject 1J-stedelijk woongebied Syngemkouter (plan 8) Deelproject 1K-stedelijk woongebied Westveld A (plan 9) Deelproject 1L-stedelijk woongebied Westveld B (plan 9) Deelproject 1M-stedelijk woongebied Nijverheidskaai (plan 10) Deelproject 1N-stedelijk woongebied Sint-Denijs-Westrem Dorp (plan 11) Deelproject 1O-stedelijk woongebied Schansakker (plan 1) Deelproject 2A-randstedelijk woongebied Moerkensheide (plan 12) Deelproject 2B-randstedelijk woongebied Hoog-Latem (plan 13) Deelproject 2C-randstedelijk woongebied Belzele (plan 14) Deelproject 2D-randstedelijk woongebied Hollebeekwijk (plan 15) Deelproject 2E-randstedelijk woongebied Bommelhoek (plan 16) Deelproject 2F-randstedelijk woongebied Droogte (plan 17) Deelproject 3A-gemengd regionaal bedrijventerrein R4/N70 Oostakker Noord (plan 18) Deelproject 3B-gemengd regionaal bedrijventerrein R4/N70 Oostakker Zuid (plan 18) Deelproject 3C-gemengd regionaal bedrijventerrein R4/N9 Melle (plan 19) Deelproject 3D-gemengd regionaal bedrijventerrein R4 Merelbeke (plan 20) Deelproject 3E-gemengd regionaal bedrijventerrein ’t Eilandje (plan 21) Deelproject 3F-gemengd regionaal bedrijventerrein Domo (plan 21) Deelproject 4-R4 Oost knooppunt 33 (plan 1) Deelproject 5-randstedelijk groengebied Kalevallei (plan 14) Deelproject 6A-groenpool vliegveld Oostakker-Lochristi (plan 18) Deelproject 6B-groenpool Gentbrugse Meersen-Damvallei (plan 22) Deelproject 6C-groenpool Parkbos (plan 13)”. 3.
- Het openbaar onderzoek wordt georganiseerd van 10 januari 2005 tot 10 maart
- 3.
- De verzoekende partijen dienen ter gelegenheid van het openbaar onderzoek op 4 maart 2005 een bezwaarschrift in. Hun bezwaren hebben betrekking op deelproject 6C - groenpool Parkbos en meer bepaald op de vier bestemmingen die door het ontwerp in dit gebied worden voorgesteld, met name artikel 3 (natuurgebied), artikel 6 (projectzone voor kantoorachtigen), artikel 7 (woongebied) en artikel 10 (bufferbosgebied). De bezwaren hebben eveneens betrekking op de bestemming in overdruk op grond van artikel 1 en in het bijzonder op het bijzonder symbool “Dreef” dat aangeduid is op de oude spoorwegbedding. De verzoekende partijen betwisten in hun bezwaarschrift tevens de bevoegdheid van het Vlaamse Gewest in deze aangelegenheid en stellen dat, gelet op het subsidiariteitsbeginsel, niet het Gewest, maar wel de gemeente bevoegd was om de bestemmingsvoorschriften voor dit gebied te bepalen. X-12.751-12.878-12.879-4/14 3.
- Door de gemeenteraden van de gemeenten De Pinte, Evergem, Lochristi, Lovendegem, Merelbeke, Sint-Martens-Latem en de stad Gent worden adviezen verleend. De provincieraad van de provincie Oost-Vlaanderen brengt op 9 maart 2005 advies uit. Op 28 juni 2005 wordt door VLACORO advies verleend. 3.
- Bij besluit van 16 december 2005 wordt het gewestelijk RUP “afbakening grootstedelijk gebied Gent” definitief vastgesteld. Dit is het bestreden besluit in de zaak A.171.193/X-12.
- Uit de vergelijking met het voorlopig vastgesteld gewestelijk RUP blijkt dat het bufferbosgebied (artikel 10) op de percelen van de verzoekende partijen is weggelaten. Het bestreden besluit overweegt dienaangaande wat volgt: “Overwegende dat in sommige opmerkingen, bezwaren en adviezen en in het advies van Vlacoro het nut van het bufferbosgebied aan de E40 in vraag is gesteld; dat gelet op de zeer beperkte afstand tussen het bufferbosgebied en de woningen en gelet op de daar gesitueerde instelling, in overeenstemming met het advies van Vlacoro volgende aanpassingen zijn doorgevoerd : - het bufferbosgebied is omgezet naar de bestemming van de aanpalende percelen, te weten agrarisch gebied, met name agrarisch gebied, woongebied en projectzone voor kantoorachtigen; - de ontsluiting van de projectzone voor kantoorachtigen wordt niet meer mogelijk gemaakt via een nieuw aan te leggen ontsluitingsweg, maar moet gebeuren via bestaande wegen; - er zijn bepalingen opgenomen omtrent de mogelijkheden voor zonevreemde gemeenschapsvoorzieningen”. 3.
- Intussen dienen de verzoekende partijen in de zaak A.173.675/X-12.878 bij de stad Gent een aanvraag in tot het verkavelen van een perceel gelegen te Gent, Rijvisschestraat, kadastraal bekend sectie A, nrs. 17/b, 18/a, 26/a, 27/a, 28/k2 en 28/l2, voor de bouw van 76 eengezinswoningen en een appartementsgebouw van 14 woongelegenheden. De verzoekende partijen tekenen op 20 oktober 2004 bij de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen beroep aan tegen het uitblijven van een beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent. Op 10 januari 2005 tekenen de verzoekende partijen bij de verwerende partij beroep aan wegens het uitblijven van een beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen. X-12.751-12.878-12.879-5/14 Bij besluit van 9 maart 2006 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening wordt dit beroep verworpen. Dit is het bestreden besluit in de zaak A.173.675/X-12.
- In dit besluit wordt, naast andere overwegingen, onder meer vastgesteld dat de grond volgens het gewestelijk RUP “afbakening grootstedelijk gebied Gent” gelegen is in de zone 6C - deelproject Parkbos en dat het project volgens dit plan voor het overgrote deel gelegen is in “nat natuurgebied” en voor een kleiner deel in “woongebied”, om te besluiten dat de aanvraag “voor een groot deel” niet in overeenstemming is met de stedenbouwkundige voorschriften. 3.
- Intussen dient de verzoekende partij in de zaak A.173.676/X-12.879 een aanvraag in voor het bouwen van een ecologisch bedrijvenpark bestaande uit drie identieke gebouwen op een perceel gelegen te Gent, Rijvisschestraat, kadastraal bekend sectie A, nrs. 17/b, 11/b, 18/a en 29/a2 (deel). Op 20 oktober 2004 tekent de verzoekende partij bij de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen beroep aan tegen het uitblijven van een beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent. Op 10 januari 2005 tekent de verzoekende partij beroep aan bij de verwerende partij tegen het uitblijven van een beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen. Op 9 maart 2006 verwerpt de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijk Ordening dit beroep. Dit is het bestreden besluit in de zaak A.173.676/X-12.
- In dit besluit wordt, naast andere overwegingen, onder meer vastgesteld dat het perceel volgens het gewestelijk RUP “afbakening grootstedelijk gebied Gent” gelegen is in de zone 6C - deelproject Parkbos. Het bestreden besluit stelt verder: “Deze zone voorziet deels in een ‘nat natuurgebied’ (artikel 3), deels in een ‘projectzone voor kantoorachtigen’ (artikel 6), en deels in een ‘bufferbosgebied’ (artikel 10)”. Na de stedenbouwkundige voorschriften geciteerd te hebben, stelt het bestreden besluit het volgende: “Slechts één van de drie kantoorgebouwen is gelegen in de ‘zone voor kantoorachtigen’. Bovendien bestaan de kantoorgebouwen uit vijf verdiepingen terwijl in het uitvoeringsplan slechts vier verdiepingen worden toegestaan. Hieruit blijkt dat de aanvraag voor een groot deel niet in overeenstemming is met de stedenbouwkundige voorschriften. (...) X-12.751-12.878-12.879-6/14 18/ In artikel 6 van het bovengenoemd ruimtelijk uitvoeringsplan wordt gesteld dat de hoofdontsluiting van de projectzone voor kantoorachtigen moet gericht worden op de N43, en dat de verdere ontwikkeling van de projectzone slechts mogelijk is voor zover een ontsluiting is gerealiseerd naar de N43 doorheen het bufferbosgebied. Deze ontsluiting is nog niet gerealiseerd of gepland; de projectzone kan bijgevolg - volgens aangehaald artikel - nog niet aangesneden worden”. IV. Samenvoeging
- De drie zaken worden wegens samenhang gevoegd. V. Ontvankelijkheid in de zaak A. 171.193 5.
- De verwerende partij werpt in de memorie van antwoord de volgende exceptie op: “Verzoekende partijen kunnen slechts een annulatieberoep instellen in de mate van hun belang. Het bezwaarschrift van verzoekende partijen en de in het annulatieberoep ingeroepen middelen hebben enkel betrekking op het deelproject 6C - Groenpool Parkbos (grafisch plan 13). Gelet op de opdeling van het Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan in deelprojecten naast de vastlegging van de grenslijn en het duidelijk afgelijnd belang van verzoekende partijen, is het rechtens vereiste belang van verzoekende partijen beperkt tot het deelproject 6C - Groenpool Parkbos. Een eventuele vernietiging zal geen afbreuk doen aan de algemene economie van het GRUP. De vordering tot nietigverklaring is derhalve slechts ontvankelijk in zoverre gericht tegen het deelproject 6C - Groenpool Parkbos (grafisch plan 13)”. 5.
- Zowel in het verzoekschrift als in de memorie van wederantwoord stellen de verzoekende partijen daar geen bezwaar tegen te hebben. In de laatste memorie voegen zij daar nog aan toe dat “zij hun middelen ook gericht hebben tegen de wijze waarop de gemeenschappelijke voorschriften voor het bewuste deelproject 6c zijn geformuleerd” en dat zij “benadrukken dat voor hun percelen het RUP volledig dient te worden vernietigd, met inbegrip van die algemene voorschriften”. 5.
- Een gewestelijk RUP is in beginsel één en ondeelbaar. Een gedeeltelijke nietigverklaring is bijgevolg enkel mogelijk indien vaststaat dat het betreffende gebiedsdeel afgesplitst kan worden van de rest van het plan en dat de overheid ook afgezien van het afgesplitste gedeelte voor het overige dezelfde beslissing zou hebben genomen. Er anders over oordelen zou tot gevolg hebben dat X-12.751-12.878-12.879-7/14 de Raad van State zich op het domein van de beleidsuitoefening van de betrokken overheid zou begeven en zou overgaan tot hervorming, en niet nietigverklaring, van de beslissing waarvan het betreffende gebiedsdeel een onlosmakelijk onderdeel is, vermits het plan voor het overige hoe dan ook zou blijven bestaan. Gelet op de opdeling van het gewestelijk RUP in verschillende deelprojecten, gelet op het feit dat de verzoekende partijen zelf hun belang beperken tot hun percelen, die deel uitmaken van het deelproject 6C - groenpool Parkbos en gelet op het standpunt van de verwerende partij die vraagt de nietigverklaring te beperken tot het betrokken deelproject in zijn geheel, dient te worden vastgesteld dat de verzoekende partijen slechts belang hebben bij een partiële nietigverklaring, beperkt tot het desbetreffende deelproject, en dat dergelijke vernietiging mogelijk is zonder afbreuk te doen aan de algemene economie van het plan. De exceptie is gegrond. VI. Onderzoek van de middelen A. Het eerste middel in de zaak A. 171.193 Uiteenzetting van het middel
- De verzoekende partijen zetten het eerste middel als volgt uiteen in het verzoekschrift: “
- Eerste middel Genomen uit, de schending van artikel 42 van het Decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en van de beginselen van behoorlijk bestuur, meer bepaald het zorgvuldigheidsbeginsel, het redelijkheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel Doordat, de verzoekende partijen in het kader van het georganiseerde openbaar onderzoek een uitgebreid bezwaarschrift hebben ingediend waarin gewezen werd op het feit dat 1) het gewest onbevoegd was om de maatregel te nemen 2) de terreinen geen deel uitmaakten van het eigenlijke parkbos 3) de formulering van de diverse stedenbouwkundige voorschriften niet opportuun en onwettig was, terwijl dit bezwaar in het geheel niet werd beantwoord, laat staan dat de verwerende partij er blijk van heeft gegeven dat zij dit bezwaarschrift heeft gelezen. Terwijl, de verplichting om een openbaar onderzoek te organiseren met zich meebrengt dat de overheid ertoe gehouden is op het bezwaarschrift te antwoorden met concrete, pertinente en ter zake doende en correcte argumenten, die het de bezwaarindiener mogelijk maken te begrijpen waarom het bezwaar om redenen van goede ruimtelijke ordening werd verworpen en zodoende waarom de bewuste beslissing genomen werd. TOELICHTING
- X-12.751-12.878-12.879-8/14 Artikel 42 van het decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening bepaalt dat de Vlaamse Regering het ontwerp van Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan aan een openbaar onderzoek onderwerpt. De verplichting om een openbaar onderzoek te houden, en de burger in staat te stellen zijn bezwaren kenbaar te maken, houdt voor de overheid de verplichting in om op deze bezwaren te antwoorden. Voor wat betreft de gewestplannen heeft uw Raad dit als volgt gesteld: ‘Overwegende dat de wettelijke verplichting het voorlopig vastgesteld ontwerp-gewestplan aan een openbaar onderzoek te onderwerpen en de resultaten daarvan aan de regionale commissie voor advies voor te leggen, meebrengt dat de regionale commissie kennis moet nemen van de tijdens dat openbaar onderzoek op regelmatige wijze geformuleerde bezwaren en opmerkingen en ze moet onderzoeken en beoordelen. Overwegende dat er voor de regionale commissie van advies geen wettelijke verplichting bestaat in haar advies elk individueel bezwaar op individuele wijze te beantwoorden; dat het advies van de regionale commissie een geheel vormt en als dusdanig moet worden gelezen; dat een gewestplan de algemene maatregelen van aanleg bevat, vereist om te voldoen aan de economische en sociale behoeften van het gewest; dat de regionale commissie van advies als opdracht heeft aan de regering over die maatregelen advies te verstrekken; dat dit advies met behulp van algemene richtlijnen de regering ten geleide mag dienen; dat de regionale commissie derhalve vermag de individuele bezwaren die van dezelfde aard zijn of die dezelfde of gelijkaardige problemen opwerpen, gezamelijk te onderzoeken en te beoordelen, mits zij in haar advies de algemene richtlijnen vermeldt die zij daarbij in acht heeft genomen of de resultaten formuleert; dat die werkwijze aansluit bij de door een gewestplan te vervullen rol; dat de regionale commissie van advies evenzeer een bezwaar vermag te beantwoorden naar aanleiding van een ander bezwaar of advies. Overwegende dat die werkwijze nochtans vergt dat uit het advies van de regionale commissie - of uit de aanhef van het koninklijk besluit houdende vaststelling van het gewestplan - voor de bezwaarindiener op begrijpelijke wijze blijkt waarom zijn bezwaar als niet gegrond werd bevonden; Dat m.a.w. de particulier in de tekst zelf van het advies van de regionale commissie - of van het koninklijk besluit - een afdoend antwoord op zijn bezwaarschrift moet kunnen vinden, hetzij in een individuele stellingname, hetzij in een algemene richtlijn van de commissie, die op zijn individueel bezwaar begrijpelijk toepasselijk is, hetzij in een antwoord op een advies bezwaar of opmerking van een ander particulier of overheidsinstantie.’ In het kader van het opstellen van een Gewestelijk RUP bepaalt het decreet dat de Vlaamse Regering een openbaar onderzoek organiseert, dat de bezwaren dienen te worden toegezonden aan de VLACORO en dat de VLACORO alle bezwaren en opmerkingen coördineert en een gemotiveerd advies uitbrengt bij de Vlaamse Regering. Aangenomen kan worden dat de rolverdeling tussen de Regering en de Regionale Commissie van Advies inzake de vaststelling van gewestplannen mutatis mutandis kan worden overgebracht op Regering en de VLACORO inzake de opmaak van het structuurplan. De VLACORO is er dus toe gehouden de bezwaarschriften te onderzoeken en te beantwoorden, eventueel op algemene wijze, maar dan wel op zo’n wijze dat de burger in staat wordt gesteld om te begrijpen waarom zijn bezwaar werd verworpen.
- X-12.751-12.878-12.879-9/14 In deze hebben de verzoekende partijen via hun raadsman een uitgebreid bezwaarschrift ingediend in het kader van het openbaar onderzoek. Dit bezwaarschrift is opgenomen in het register van de bezwaarschriften dat de VLACORO heeft opgenomen, en krijgt daar het nummer
- De VLACORO heeft in haar uitgebreid advies telkens gesteld op welk bezwaarschrift haar advies betrekking had. Doordat dit advies in digitale vorm beschikbaar is, is het eenvoudig om het antwoord op een welbepaald bezwaar snel terug te vinden. Nochtans kunnen de verzoekende partijen nergens in dit advies een behandeling van het bezwaar 96 terugvinden. Ook inhoudelijk kunnen de verzoekende partijen in het advies geen motieven vinden die een antwoord vormen op de specifieke opmerkingen en bezwaren die de verzoekende partijen hebben gemaakt. De Vlaamse Regering heeft bij de vaststelling van het definitieve plan opgemerkt dat de VLACORO blijkbaar enkele bezwaren is ‘vergeten’. In een nota aan de leden van de Vlaamse Regering stelt de minister het volgende: ‘Uit een analyse van het advies van VLACORO en de bezwaarschriften blijkt dat in het advies niet alle bezwaarschriften uitdrukkelijk vermeld worden. Bij sommige bezwaren focust VLACORO op een bepaald aspect zodat mogelijk niet alle aspecten van dat bezwaarschrift letterlijk vermeld worden in het advies van VLACORO. Om te vermijden dat bepaalde aspecten van de bezwaren onbehandeld zouden blijven beschikt de Vlaamse Regering ove de mogelijkheid om het advies van VLACORO aan te vullen. In het goedkeuringsbesluit worden derhalve overwegingen opgenomen over de aspecten die VLACORO niet vermeldt’ In het uiteindelijke ministeriële besluit tot goedkeuring van het plan staan inderdaad een reeks bijkomende antwoorden op diverse bezwaarschriften. Voor de groenpool parkbos hebben deze bijkomende antwoorden betrekking op: - mogelijke bijkomende bosuitbreidingen - het gebied met overdruk ‘vista’ - de uitbreidingsmogelijkheden van glastuinbouwbedrijven - nut van het bufferbosgebied - voorstellen ter hoogte van de Rosdambeek - de sportaccommodaties van de gemeente De Pinte - het wetenschapspark - functiewijzigingen van bebouwing in agrarische gebieden - de N60 - het onteigeningsplan. Slechts één van deze aspecten overlapt met een element dat ook in het bezwaarschrift van de verzoeker aan de orde was. Het bufferbosgebied wordt geschrapt en de verplichte ontsluiting van de projectzone voor kantoorachtigen via deze bufferzone verdwijnt. Of dit is gebeurd omwille van het bezwaar van de verzoekende partijen, dan wel omwille van een ander bezwaar, is niet duidelijk. De bewuste passage is in elk geval een antwoord op het advies van VLACORO, die het bezwaar van de verzoekende partijen niet heeft besproken. Uit dit alles blijkt dat het bezwaarschrift van de verzoekende partijen gewoonweg in het geheel niet behandeld werd. Uit geen enkele passage uit het advies van de VLACORO of uit de bestreden beslissing blijkt dat concreet ingegaan wordt op de diverse bezwaren die de verzoekende partijen hadden geuit. Het is niet noodzakelijk dat elk bezwaar integraal of individueel wordt behandeld; een behandeling is echter wel vereist. De verwerende partij dient aan te tonen dat zij het bezwaarschrift van de verzoekende partijen heeft gelezen en mee heeft opgenomen in de behandeling van de bezwaarschriften. X-12.751-12.878-12.879-10/14 Uit het dossier blijkt echter wel dat het bezwaarschrift werd ontvangen (omdat het opgenomen is in de databank), maar niet dat het werd besproken. Op geen enkele wijze kan inhoudelijk een verband gemaakt worden tussen het ingediende bezwaarschrift en het advies van de VLACORO of de tekst van de bestreden beslissing. Het bezwaarschrift werd dus in het geheel niet besproken. Minstens blijkt niet wat de redenen van goede ruimtelijke ordening waren om het te verwerpen. Het middel is gegrond”. Beoordeling 6.
- Artikel 42, §5 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening (hierna: DRO) luidt als volgt: “§
- De Vlaamse commissie voor ruimtelijke ordening bundelt en coördineert alle adviezen, opmerkingen en bezwaren en brengt binnen 90 dagen na het einde van het openbaar onderzoek gemotiveerd advies uit bij de Vlaamse regering. Samen met dat advies bezorgt ze de Vlaamse regering de gebundelde adviezen, opmerkingen en bezwaren. Op gemotiveerd verzoek van de Vlaamse commissie voor ruimtelijke ordening beslist de Vlaamse regering over de verlenging met 30 dagen van de termijn, bedoeld in het eerste lid. Het verzoek tot verlenging moet worden ingediend uiterlijk de dertigste dag na het beeëindigen van het openbaar onderzoek. Bij het uitblijven van een beslissing door de Vlaamse regering binnen een termijn van 30 dagen na het indienen van dat verzoek wordt de verlenging geacht te zijn toegekend. Wanneer de Vlaamse commissie voor ruimtelijke ordening geen advies heeft verleend binnen de gestelde termijn, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan. In dat geval bezorgt ze onmiddellijk de gebundelde adviezen, opmerkingen en bezwaren aan de Vlaamse regering”. Overeenkomstig artikel 42 DRO bundelt en coördineert VLACORO alle adviezen, opmerkingen en bezwaren over het ontwerp van gewestelijk RUP en brengt zij een gemotiveerd advies uit bij de Vlaamse regering. De wettelijke verplichting het ontwerp van gewestelijk RUP aan een openbaar onderzoek te onderwerpen en de resultaten ervan voor advies aan VLACORO voor te leggen, brengt met zich mee dat VLACORO in de eerste plaats, zoniet, in elk geval de Vlaamse regering, kennis moet nemen van de tijdens het openbaar onderzoek op regelmatige wijze geformuleerde bezwaren en opmerkingen en deze moet onderzoeken en beoordelen. Er bestaat voor VLACORO geen wettelijke verplichting in haar advies elk individueel bezwaar op individuele wijze te beantwoorden. Het advies van VLACORO vormt een geheel en moet als dusdanig worden gelezen. Adviezen over concrete voorstellen gedaan door particulieren dienen gelezen te worden in samenhang met de overige delen van het advies, onder meer met de adviezen X-12.751-12.878-12.879-11/14 gegeven over de voorstellen gedaan door gemeenteraden en provincieraden of andere geraadpleegde overheden. Uit het advies van VLACORO -of uit de aanhef van het besluit van de Vlaamse regering houdende de definitieve vaststelling van het gewestelijk RUP- moet voor de bezwaarindiener wel op begrijpelijke wijze blijken waarom zijn bezwaar niet gegrond werd bevonden. De particulier dient dus, in de tekst zelf van het advies van VLACORO -of van het besluit van de Vlaamse regering- een afdoend antwoord op zijn bezwaarschrift te kunnen vinden, hetzij in een individuele stellingname, hetzij in een algemene richtlijn van VLACORO die op zijn bezwaar begrijpelijk toepasselijk is, hetzij in het antwoord op een bezwaar of opmerking van een andere particulier, of op een advies van een overheidsinstantie. 6.
- De verzoekende partijen hebben ter gelegenheid van het openbaar onderzoek op 4 maart 2005 een omstandig bezwaarschrift ingediend. Hun bezwaren hebben betrekking op het deelproject 6C - groenpool Parkbos, meer bepaald op de vier bestemmingen die door het ontwerp in dit gebied worden voorgesteld en op het bijzonder symbool “Dreef” dat aangeduid is op de oude spoorwegbedding. De verzoekende partijen betwisten in hun bezwaarschrift tevens de bevoegdheid van het Vlaamse Gewest in deze aangelegenheid en stellen dat, gelet op het subsidiariteitsbeginsel, niet het Gewest, maar wel de gemeente bevoegd is om de bestemmingsvoorschriften voor dit gebied te bepalen. Noch uit het advies van VLACORO, noch uit het bestreden besluit zelf blijkt dat het bezwaarschrift van de verzoekende partijen daar op individuele wijze wordt aangehaald of besproken. De verwerende partij bevestigt dit overigens zelf waar zij in haar memorie van antwoord stelt dat “ook al worden de verschillende aspecten van het door verzoekende partijen ingediende bezwaarschrift niet gedetailleerd of gespecifieerd, toch blijkt uit het geheel van het definitief vastgestelde GRUP, met het bestreden besluit, de toelichtingsnota en de stedenbouwkundige voorschriften, waarom de Vlaamse Regering de bezwaren van verzoekende partijen (behoudens m.b.t. het Bufferbos) niet kan bijtreden en derhalve een andere mening is toegedaan dan de bezwaarindieners”. 6.
- Zoals reeds gesteld, en zoals ook de verzoekende partijen en de verwerende partij voorhouden, dient niet elk individueel bezwaarschrift individueel beantwoord te worden. De verzoekende partijen dienen evenwel op een begrijpelijke wijze in het advies van VLACORO of in het bestreden besluit de redenen te kunnen terugvinden die ertoe hebben geleid dat hun bezwaren niet werden ingewilligd. X-12.751-12.878-12.879-12/14 Dit is in casu niet het geval. Noch het advies van VLACORO, noch het bestreden besluit geeft op een begrijpelijke wijze aan waarom de bezwaren van de verzoekende partijen niet werden aangenomen. De verwerende partij slaagt er in haar memorie van antwoord niet in op concrete en precieze wijze die overwegingen van het advies of van het bestreden besluit aan te halen die een begrijpelijk antwoord geven op het bezwaarschrift van de verzoekende partijen. De verduidelijkingen die de verwerende partij in haar laatste memorie aanbrengt, kunnen dit gebrek evenmin verhelpen. De blote bewering dat “juist omwille van het bezwaar van verzoekende partijen het Bufferbos in de definitieve vaststelling GRUP ‘Afbakening grootstedelijk gebied Gent’ werd geschrapt” wijzigt niets aan deze vaststelling. Het eerste middel is gegrond. B. De gegrondheid in de zaken A. 173.675 en A. 173.676
- In deze zaken roepen de verzoekende partijen de onwettigheid in van het gewestelijk RUP “afbakening grootstedelijk gebied Gent”. Hierboven werd dit gewestelijk RUP onwettig bevonden, althans voor wat het betrokken deelproject betreft, hetgeen leidt tot de nietigverklaring ervan. Derhalve zijn de thans bestreden weigeringsbesluiten, gesteund op dit gewestelijk RUP, eveneens onwettig. BESLISSING
- De zaken A. 171.193, A. 173.675 en A. 173.676 worden gevoegd.
- De Raad van State vernietigt:
- het besluit van 16 december 2005 van de Vlaamse regering houdende de definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “afbakening grootstedelijk gebied Gent”, voor wat betreft deelproject 6C - groenpool Parkbos;
- het besluit van 9 maart 2006 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening houdende verwerping van het beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen over het beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing van het college van burgemeester en X-12.751-12.878-12.879-13/14 schepenen van de stad Gent over een aanvraag tot het verkavelen van een perceel gelegen te Gent, Rijvisschestraat, kadastraal bekend sectie A, nrs. 17/b, 18/a, 26/a, 27/a, 28/k2 en 28/l2;
- het besluit van 9 maart 2006 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening houdende verwerping van het beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen over het beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent over een aanvraag tot het bouwen van een ecologisch bedrijvenpark bestaande uit drie identieke gebouwen op een perceel gelegen te Gent, Rijvisschestraat, kadastraal bekend sectie A, nrs. 17/b, 11/b, 18/a en 29/a2 (deel).
- Dit arrest dient te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het eerste, deels vernietigde besluit.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de beroepen tot nietigverklaring, begroot op 1050 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeventien maart 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Jan Clement, staatsraad, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Roger Stevens X-12.751-12.878-12.879-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.008 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div