← België

Arrest 202032 - Milieuvergunningen - 18/03/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.032 Rolnummer: A. 96448/VII-23064 Zaak: Arrest 202032 - Milieuvergunningen - 18/03/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-03-26 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 04:29 Fiche Arrest nr 202.032 van 18 maart 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 202.032 van 18 maart 2010 in de zaak A. 96.448/VII-23.

  1. In zake: de NV REMO, thans de NV REMO-MILIEUBEHEER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Mario Deketelaere en Pascal Mallien kantoor houdend te Antwerpen Meir 24 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Freddy De Bisschop en Iris Laureys kantoor houdend te Buggenhout Provincialebaan 20 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 12 oktober 2000, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw van 6 augustus 2000 waarbij de beroepen, ingediend tegen de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg van 10 februari 2000 houdende het verlenen aan de verzoekende partij van de vergunning voor het veranderen van een stortplaats, gelegen aan de Grauwe Steenstraat te Houthalen- Helchteren, gegrond worden verklaard, de beroepen beslissing wordt opgeheven en de gevraagde vergunning wordt geweigerd. II. Verloop van de rechtspleging
  3. Bij arrest nr. 95.280 van 10 mei 2001 is de afstand van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ingewilligd. VII-23.064-1/5 De verzoekende partij heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Peter Sourbron heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 februari
  4. Staatsraad Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Mario Deketelaere, die tevens loco advocaat Pascal Mallien verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Iris Laureys, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten
  6. De verzoekende partij exploiteert aan de Grauwe Steenstraat te Houthalen-Helchteren een stortplaats.
  7. Op 21 september 1999 dient de verzoekende partij bij de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg een aanvraag in voor de verandering van de bestaande stortplaats. VII-23.064-2/5
  8. Met een beslissing van 10 februari 2000 verleent de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg de gevraagde vergunning voor een termijn van twintig jaar. De vergunning wordt afhankelijk gesteld van de naleving van een viertal bijzondere voorwaarden die hoofdzakelijk betrekking hebben op de soort en de herkomst van de afvalstoffen die gestort mogen worden.
  9. Tegen deze beslissing wordt bij de Vlaamse regering beroep ingesteld door een aantal omwonenden en gemeentebesturen.
  10. Met een besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw van 6 augustus 2000 worden de ingestelde beroepen gegrond verklaard en wordt de beroepen beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg van 10 februari 2000 opgeheven. Bijgevolg wordt aan de verzoekende partij de gevraagde vergunning geweigerd. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Standpunt van de partijen en de eerste auditeur
  11. In de memorie van wederantwoord deelt de verzoekende partij mee dat voor de uitbreiding van de bestaande stortplaats inmiddels een nieuwe milieuvergunningsaanvraag werd ingediend waarbij "maatregelen worden voorgesteld die onherstelbare schade aan de aanwezige fauna en flora uitsluiten, minstens kennelijk inperken". Deze aanvraag heeft geleid tot het in beroep genomen besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw van 16 januari
  12. Uit de vaststelling dat de verzoekende partij tijdens het annulatieberoep een nieuwe vergunningsaanvraag heeft ingediend, waarvan het voorwerp weliswaar identiek is aan de aanvraag die tot het thans bestreden besluit heeft geleid, maar die onderbouwd is met recente nota’s, rapporten en studies die relevant zijn voor de beoordeling van de effecten van de exploitatie van de stortplaats op de mens en het leefmilieu en die inzonderheid geflankeerd wordt door bijkomende "compensatiemaatregelen en voorstellen voor het herstel en beheer van het projectgebied na de exploitatie", wordt in het auditoraatsverslag de conclusie getrokken dat de verzoekende partij heeft verzaakt aan de vergunningsaanvraag die de inzet van voorliggend geding vormt. Die conclusie dringt zich volgens de VII-23.064-3/5 auditeur nog meer op nu de verzoekende partij tegen het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw van 16 januari 2002, waarbij de vergunning voor de beoogde uitbreiding van de stortplaats gedeeltelijk wordt verleend voor een termijn eindigend op 31 december 2003, geen annulatieberoep heeft ingesteld zodat aangenomen mag worden dat de verzoekende partij zich uiteindelijk heeft neergelegd bij het gedeeltelijk inwilligen van haar uitbreidingsplannen op de percelen die vermeld worden in de betrokken vergunningsaanvragen. De auditeur adviseert het annulatieberoep onontvankelijk te verklaren bij gebrek aan actueel belang in hoofde van de verzoekende partij.
  13. In het stuk, getiteld "verzoek tot voortzetting van de procedure en laatste memorie", dat de verzoekende partij op 12 maart 2007 heeft ingediend, wordt die vaststelling niet bekritiseerd. Er wordt enkel gesteld dat de verzoekende partij "daarbij voorbehoud (maakt) om desgevallend voor de sluiting van de debatten een verzoek tot afstand van geding in te dienen". De raadsman van de verzoekende partij liet herinneringsbrieven van 7 mei 2008, 9 januari 2009 en 7 december 2009 zonder gevolg. Ter terechtzitting verklaart de raadsman van de verzoekende partij dat hij zonder instructies is omtrent een gebeurlijke afstand. Beoordeling
  14. In de gegeven omstandigheden kan de Raad van State enkel vaststellen dat de verzoekende partij niet betwist dat zij geen actueel belang meer heeft bij het door haar ingestelde beroep tot nietigverklaring. Dit beroep moet bijgevolg worden verworpen. BESLISSING
  15. De Raad van State verwerpt het beroep.
  16. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 347,05 euro. VII-23.064-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achttien maart tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Luc Hellin, kamervoorzitter, Eric Brewaeys, staatsraad, Carlo Adams, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Luc Hellin VII-23.064-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.032 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2001:ARR.95.280 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.