← België

Arrest 202137 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 19/03/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.137 Rolnummer: A. 191907/XIV-31051 Zaak: Arrest 202137 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 19/03/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-04-13 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-30 04:30 Fiche Arrest nr 202.137 van 19 maart 2010 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 202.137 van 19 maart 2010 in de zaak A. 191.907/XIV-31.

  1. In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat H. DE PONTHIERE, kantoor houdende te 8900 IEPER, Veemarkt 5 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Migratie- en Asielbeleid, thans de staatssecretaris voor Migratie- en Asielbeleid. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Armeense nationaliteit, op 23 maart 2009 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 23.612 van 25 februari 2009 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op de beschikking nr. 4394 van 4 mei 2009 waarbij het cassatieberoep toelaatbaar wordt verklaard; Gelet op artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur M. STERCK, op grond van artikel 16 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 5 januari 2010 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 24 februari 2010; Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; XIV-31.051-1/3 Gehoord de opmerkingen van advocaat H. DE PONTHIERE, die verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat L. BRACKE, die loco advocaat C. DECORDIER verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur R. VAN DEN EECKHOUT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verwerende partij met een brief van 2 februari 2010 aan de Raad van State meedeelt dat de verzoekende partij werd gemachtigd tot een verblijf voor onbeperkte duur, aangezien zij “in het bezit (is) van een B kaart geldig tot 27 mei 2014”; dat in het auditoraatsverslag reeds werd vermeld dat “de verzoekende partij (...) in haar memorie van wederantwoord (liet) weten dat zij bij beslissing van de verwerende partij van 13 mei 2009 werd gemachtigd tot een verblijf van onbeperkte duur”; dat de raadsman van de verzoekende partij die inlichtingen vanwege de verwerende partij en die vaststelling- en uit het auditoraatsverslag ter terechtzitting niet weerlegt; dat de verzoekende partij niet aangeeft welk belang zij thans nog bij de nietigverklaring van de bestreden beslissing zou hebben; dat het beroep tot nietigverklaring derhalve niet-ontvankelijk is bij gebrek aan het rechtens vereiste actueel belang, minstens omdat de verzoekende partij haar actueel belang niet aantoont; Overwegende dat de verwerende partij op 13 mei 2009 de aanvraag om machtiging tot verblijf op grond van artikel 9, derde lid van de Vreemdelingenwet van 26 augustus 2003 inwilligt en de verzoekende partij machtigt tot een verblijf van onbeperkte duur, zodat zij bezwaarlijk kan voorhouden dat er in op 23 oktober 2008 plots een reden was om aan de verzoekende partij een bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten af te geven; dat het bijgevolg gepast voorkomt in te gaan op de vraag van de verzoekende partij om de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen, BESLUIT: Artikel
  2. Het beroep wordt verworpen. XIV-31.051-2/3 Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negentien maart tweeduizend en tien, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, J. CASNEUF, griffier. De griffier, De voorzitter, J. CASNEUF. C. ADAMS. XIV-31.051-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.137 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.