← België

Arrest 202176 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 19/03/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.176 Rolnummer: A. 195816/X-14535 Zaak: Arrest 202176 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 19/03/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-03-22 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-30 04:30 Fiche Arrest nr 202.176 van 19 maart 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 202.176 van 19 maart 2010 in de zaak A. 195.816/X-14.

  1. In zake:
  2. Martine RENARD
  3. Jan ARFEUILLE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Johan Verstraeten kantoor houdend te 3000 LEUVEN Vaartstraat 68-70 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Philippe Declercq kantoor houdend te 3000 LEUVEN J.P. Minckelersstraat 33 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partijen:
  4. de n.v. INTOP
  5. de n.v. TERRAQUIST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Koen Geelen en Kris Wauters kantoor houdend te 3500 HASSELT Gouverneur Roppesingel 131 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
  6. De vordering, ingesteld op 13 maart 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van het besluit van 20 april 2009 van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar waarbij aan de n.v. Intop de stedebouwkundige vergunning wordt verleend tot het aanleggen van een wegenis met riolering te Steenokkerzeel, Hoolantsstraat z/n, kadastraal bekend sectie C, nrs. 132/v en 135/d. X-14.535-1/7 II. Verloop van de rechtspleging
  7. De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 maart
  8. Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat Johan Verstraeten, die verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Bieke Claes, die loco advocaat Philippe Declercq verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Koen Geelen, die verschijnt voor de tussenkomende partijen, zijn gehoord. Auditeur Tom De Waele heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  9. III. Tussenkomst
  10. Met een ter terechtzitting neergelegd verzoekschrift vragen de n.v. Intop en de n.v. Terraquist om in het geding te mogen tussenkomen. Er is grond om dat verzoek in te willigen, wat betreft het administratief kort geding. IV. Feiten
  11. De eerste verzoekende partij woont in de Thubekenstraat nr. 36 te Steenokkerzeel. De tweede verzoekende partij is woonachtig in de Hoogveldweg 17 te Steenokkerzeel. De beide voormelde percelen zijn op meer dan 150 meter afstand gelegen van een perceel gelegen aan de Hoolantsstraat te Steenokkerzeel, kadastraal bekend sectie C, nrs. 132/v en 135/d. Dit perceel is overeenkomstig het bij koninklijk besluit van 7 maart 1997 vastgestelde en bij besluit van de Vlaamse X-14.535-2/7 regering van 17 januari 2000 gewijzigde gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse gelegen in woonuitbreidingsgebied en golfgebied. Het is tevens gelegen binnen de omschrijving van een op 8 september 1964 verleende verkavelingsvergunning met referentie 191/FL/10, waarvan de geldigheid door de verzoekende partijen wordt betwist. Met betrekking tot dit laatste perceel keurt de gemeenteraad van de gemeente Steenokkerzeel op 20 november 2008 de aldaar voorziene wegenis goed. Op 20 april 2009 verleent de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar aan de eerste tussenkomende partij een stedenbouwkundige vergunning voor het aanleggen van een wegenis met riolering op het laatst vermelde perceel. Dit is het bestreden besluit. V. Ontvankelijkheid van de vordering 5.
  12. De tussenkomende partijen werpen op dat de vordering niet ontvankelijk is. 5.
  13. Er bestaat vooralsnog geen noodzaak om over de opgeworpen excepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over die excepties zouden zich slechts opdringen indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing vervuld zijn, hetgeen zoals hierna zal blijken niet het geval is. VI. De grondvoorwaarden tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid
  14. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, en dat een ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kan verantwoorden. VII. Het moeilijk te herstellen ernstig nadeel A. Het aangevoerde moeilijk te herstellen ernstig nadeel 7.
  15. De verzoekende partijen voeren als moeilijk te herstellen ernstig nadeel aan wat volgt : X-14.535-3/7 “1.
  16. (...) Uit de foto’s blijkt zeer duidelijk dat verzoekende partijen wonen op een perceel in de onmiddellijke buurt van het perceel waarop het besluit betrekking heeft. (...) Aangezien de tenuitvoerlegging van het bestreden Besluit aan verzoekende partijen een nadeel zal toebrengen dat zeer ernstig is en ontegensprekelijk moeilijk te herstellen is. 1.
  17. Ernstig nadeel Het nadeel van verzoekende partijen is op zijn minst zeer ernstig te noemen. Het bestreden besluit is een eerste stap in een verkavelingsproject dat gepland is langsheen het perceel waarop het bestreden besluit betrekking heeft. Het betrokken besluit baseert zich ook op deze zogenaamde ‘goedgekeurde verkaveling’, die in werkelijkheid vervallen is. Bij dit verzoekschrift worden de identiteitsgegevens van de verzoekende partijen gevoegd (...). Tevens is een attest van woonst en eigendomsattest gevoegd (...). Op stuk 9 worden beide verzoekers gesitueerd ten aanzien van het perceel waarop het Besluit betrekking heeft en stuk 6 voorziet een fotoreportage met gegevens vanuit het zicht van de woning van verzoekende partijen. Voor tweede verzoekende partij blijkt uit de foto’s hoe hij nu een zicht heeft vanuit zijn woning naar achteren naar dit perceel en deze open ruimte. Daar waar eerste verzoekende partij vanuit haar woning vooraan nu uitkijkt op een groene grasweide en uitgestrekt zicht heeft op omgeving zal dat naar aanleiding van het bestreden besluit aldus drastisch wijzigen. (...) Dit zal onvermijdelijk een ernstige invloed hebben op de leefwereld van verzoekende partijen, daar waar ze nu in alle rust in een open, groene omgeving kunnen genieten van hun eigendom, zal dat niet meer mogelijk zijn in de toekomst. Verzoekers zijn er komen wonen precies omwille van de rust en openheid van de omgeving, die essentieel zijn voor hun wooncomfort en welbevinden. De geplande wegenis (en verkaveling) zal niet alleen het zicht van verzoekers bederven maar zal bij doortrekking van de weg, wat klaarblijkelijk de intentie is, gezien de weg wordt uitgerust over een breedte van 12m met een asfaltrijweg van 5 m en een fietspad van 2,5 m wordt voorzien, ook zorgen voor de nodige geluidsoverlast, verkeershinder ed. Het verschil met de huidige situatie is zeer groot waar er nu een aarden buurtweg is, die alleen toestaat dat het rustige landelijke karakter gewaarborgd blijft. Dergelijke nieuwe weg zal onvermijdelijk verkeer met zich meebrengen, wat ook de bedoeling is gezien men zich baseert op een verkaveling en mogelijk deze ook wil realiseren. Dit zijn op zijn minst ernstige nadelen die hun rechtstreekse oorzaak vinden in het bestreden besluit, met name de goedkeuring van een stedenbouwkundige vergunning. De wegenis op zich zal onmiddellijk voor ernstige bijkomende verkeerstrafiek zorgen voor verzoekers, hetgeen visueel, geluidsmatig,... hun leefomgeving ernstig zal wijzigen. 1.
  18. Het nadeel is daarenboven moeilijk te herstellen. Het is bij uitstek een nadeel dat niet te herstellen is. Elke aantasting van de leefomgeving, in het bijzonder zulke drastische aantasting als in casu brengt onomstotelijk morele, emotionele gevolgen met zich mee die niet naar waarde geschat kunnen worden noch financieel kunnen worden vergoed. X-14.535-4/7 Er kan genoegzaam vastgesteld worden dat zonder schorsing van uw Raad achteraf niet of zeer moeilijk een herstel in oorspronkelijke staat te bekomen is. Dit kan alleen voorkomen worden indien Uw Raad beslist tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het betrokken Besluit. Aldus is er een moeilijk te herstellen ernstig nadeel”. 7.2.
  19. Luidens artikel 17, § 3 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State dient de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen. Artikel 8, eerste lid, 3/ van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, bepaalt dat het enig verzoekschrift dient te bevatten “een uiteenzetting van de feiten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijk nadeel aantonen”. Uit deze bepaling volgt dat de verzoekende partijen in hun verzoekschrift duidelijk en concreet dienen aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaan of dreigen te ondergaan, en dat met nadien bijgebrachte feiten en verklaringen en niet bij het verzoekschrift gevoegde stukken geen rekening kan worden gehouden. De verzoekende partijen mogen zich in hun uiteenzetting niet beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar dienen integendeel zeer concrete en precieze gegevens aan te brengen waaruit blijkt dat zij persoonlijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaan of dreigen te ondergaan. 7.2.
  20. Het aangevochten besluit verleent de vergunning voor het uitvoeren van wegenis- en rioleringswerken. In zoverre de verzoekende partijen een nadeel aanvoeren dat het gevolg is van de ligging van de nieuwe wegenis, vindt dit zijn rechtstreekse oorzaak in het besluit van 20 november 2008 van de gemeenteraad van Steenokkerzeel houdende de goedkeuring van het wegtracé voor het terrein en kan het niet worden aangenomen. 7.2.
  21. De verzoekende partijen tonen voorts niet op concrete wijze aan dat zij ten gevolge van de uitvoering van de door het bestreden besluit vergunde wegenis- en rioleringswerken ernstige zichtschade, geluidsoverlast of verkeershinder dreigen te ondergaan, zoals blijkt uit wat volgt. X-14.535-5/7 7.2.
  22. De door het bestreden besluit vergunde weg bestaat uit een asfaltrijweg van 5 meter breed, en voorts uit een fietspad uit klinkers van 2,5 meter breed, een voetpad uit klinkers van 1,5 meter breed, een groenzone van 1,5 meter breed en een nieuw aan te leggen gracht van 1,5 meter breed. De breedte van de asfaltrijweg is derhalve tot 5 meter beperkt, terwijl de weg geenszins de “doortrekking” van de huidige aarden buurtweg inhoudt, maar eindigt halverwege de bestaande aarden weg en derhalve louter dienstig is om de acht, nog te realiseren, loten uit de oorspronkelijke verkaveling te ontsluiten. Gelet op deze omstandigheden, kan niet worden aangenomen dat de verzoekende partijen, die bovendien op meer dan 150 meter van de aan te leggen wegenis wonen, ernstige geluidsoverlast of verkeershinder ingevolge de aanleg van de kwestieuze weg zullen ondergaan. De verzoekende partijen tonen evenmin aan, noch maken zij aannemelijk, ingevolge de aanleg van de voormelde wegenis, die bovendien zoals gezegd op geruime afstand van hun woningen is gelegen, ernstige zichtschade te zullen lijden. Dit geldt nog meer voor de tweede verzoekende partij, wiens uitzicht reeds op aanzienlijke wijze door woningen en een dichte bomenrij blijkt te zijn beperkt. 7.
  23. Gelet op het voorgaande doen de verzoekende partijen niet blijken van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel, zodat niet is voldaan aan één van de door artikel 17, §§ 1 en 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te bevelen. BESLISSING
  24. Het verzoek van de n.v. Intop en de n.v. Terraquist tot tussenkomst in de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt ingewilligd.
  25. De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. X-14.535-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negentien maart 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Stephan De Taeye, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Astrid Truyens, griffier. De griffier De voorzitter Astrid Truyens Stephan De Taeye X-14.535-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.176 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.215.462 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.