← België

Arrest 202178 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 22/03/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.178 Rolnummer: A. 185168/IX-5761 Zaak: Arrest 202178 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 22/03/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-03-31 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-30 04:30 Fiche Arrest nr 202.178 van 22 maart 2010 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 202.178 van 22 maart 2010 in de zaak A. 185.168/IX-5761 In zake : Marc DOBBELEIR bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Vincent De Wolf kantoor houdend te Brussel Guldenvlieslaan 68/9 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Ambtenarenzaken bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Emmanuel Jacubowitz kantoor houdend te Brussel Tedescolaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 17 september 2007, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van de Vakrichtingscommissie Menselijke en Dierlijke Gezondheid van onbekende datum waarbij de aanvraag van verzoeker tot erkenning van zijn diploma ‘University Specialist in Maritime Health’, behaald aan de ‘Universitat Rovira i Virgili’ in het kader van de gecertificeerde opleidingen van niveau A (artikel 45, § 2, tweede lid, van het K.B. van 7 augustus 1939) geweigerd werd”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Rudi Van Der Gucht heeft een verslag opgesteld. IX-5761-1/6 De verzoeker heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 februari
  3. Staatsraad Daniël Moons heeft verslag uitgebracht. Advocaat Ann Vanherpe, die loco advocaat Vincent De Wolf verschijnt voor de verzoeker, en advocaat Anthony Poppe, die loco advocaat Emmanuel Jacubowitz verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Rudi Van Der Gucht heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. De verzoeker is op het tijdstip van de bestreden beslissing als attaché-geneesheer-inspecteur tewerkgesteld bij de Rijksdienst voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering. 3.
  6. Op 16 maart 2007 dient hij in toepassing van artikel 45, § 2, van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie van het rijkspersoneel een aanvraag in tot erkenning van zijn getuigschrift “University Specialist in Maritime Health”, door hem aan de universiteit “Rovira i Virgili” te Tarragona (Spanje) in 2005-2006 behaald, in het kader van de gecertificeerde opleidingen niveau A. 3.
  7. Op 28 juni 2007 neemt de vakrichtingscommissie “menselijke en dierlijke gezondheid” met betrekking tot verzoekers aanvraag de volgende beslissing: “De vakcommissie wijst de aanvraag af, want het voorgestelde diploma ‘Postgraduate courses- University specialist in maritime health’ (140u + 60u Distance Learning), dat is uitgereikt door the Life long Learning center of the Rovira i Virgili University Foundation (Spain), is geen diploma dat erkend IX-5761-2/6 wordt als een diploma van een tweede of derde cyclus (artikel 45, § 2, tweede lid van het KB van 7/8/39). Er werd contact opgenomen met de Spaanse autoriteiten via ENIC/NARIC, dat ons alle informatie moest bezorgen over het Spaanse ho- ger-onderwijssysteem. Daaruit blijkt het volgende:
  8. De Fundació Universitat Rovira I Virgili - Centro de Formación Permanente hangt af van de gelijknamige universiteit in Tarragona (Catalonië). Die instelling voor hoger onderwijs is door de Spaanse en Catalaanse autoriteiten officieel erkend.
  9. Het programma University Specialist on Maritime Health- Especialista Universitario en Salud Maritima is een professioneel programma van een jaar dat seminaries, conferenties, workshops en symposia aanbiedt aan professionals. Het programma bestaat uit 200 uur en volgens de officiële beschrijving kan het worden gelijkgesteld met maximum 6 credits (pueden representar hasta un máximo de 6 créditos convalida- bles). Wie een licentiaat of een master bezit (tweede cyclus) komt, op basis van een selectie, in aanmerking voor het diploma.
  10. Uit het voorgaande kunnen we concluderen dat het om een professione- le opleiding gaat die open staat voor gediplomeerden van de tweede cyclus die een beroepsspecialisatie willen volgen. In het kader van de erkenningscriteria van diplomaopleidingen (KB van 7/8/39) worden de volgende diploma’s erkend als diploma’s van tweede en derde cyclus: - master - bijkomende master (didactische finaliteit, gespecialiseerde finaliteit, grondige finaliteit) - doctorale opleiding - prestaties eigen aan de voorbereiding van een doctoraatsthesis In het kader van het ‘Bolognadecreet’ kunnen, na een basisopleiding van minstens 300 credits die met de academische graad van master wordt bekrachtigd, studies van de tweede cyclus leiden tot de academische graad van bijkomende master als men, naargelang het studieprogramma, minstens 60 bijkomende credits behaalt die men in minstens één studiejaar kan verwerven. In die context moet de door de heer DOBBELEIR ingediende aanvraag (opleiding gelijkgesteld met 6 credits) worden afgewezen. (...).” 3.
  11. Bij een ter post aangetekend schrijven van 5 juli 2007, door hem op 20 juli 2007 voor ontvangst ondertekend, wordt aan de verzoeker meegedeeld wat volgt: “Na een grondig onderzoek van uw aanvraag moeten we u tot onze spijt meedelen dat de Vakrichtingscommissie Menselijke en Dierlijke Gezondheid IX-5761-3/6 uw diploma ‘University specialist on Maritime health’, dat u behaalde aan de ‘Universitat Rovira I Virgili’ niet kan erkennen. Uw aanvraag voldoet immers niet aan het volgende criterium:
  12. een bijkomende diplomaopleiding van een niveau van de tweede (licentie/master) of de derde cyclus (worden dus uitgesloten de diploma’s op grond waarvan de ambtenaar in dienst is getreden bij de federale overheid en de bachelor- of graduaatsdiploma’s) (artikel 45, § 2, tweede lid, van het KB van 7/08/1939); Als u meer informatie wenst over de beslissing kunt u zich wenden tot de contactpersoon van de Commissie Menselijke en Dierlijke Gezondheid, waarvan u de referenties hierboven vindt. (...).” IV. Ontvankelijkheid van het beroep 4.
  13. Op 9 februari 2010 stuurt de staatsraad-verslaggever de volgende brief naar de partijen: “Bij deze vernam ik graag, in mijn hoedanigheid van staats- raad-verslaggever, of er inzake zich geen recente ontwikkelingen hebben voorgedaan, in die zin dat de verzoeker inmiddels al dan niet een gecertificeer- de opleiding heeft gevolgd van niveau A, overeenkomstig artikel 45, § 2, tweede lid, van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie van het rijkspersoneel.” 4.
  14. Op 12 februari 2010 antwoordt de raadsman van de verzoeker als volgt: “Inderdaad, bij gebrek aan gelijkstelling of erkenning door het OFO (opleidingsinstituut van de federale overheid), van de voorgaande opleiding heb ik een cyclus ‘praktisch overzicht van de sociale wetgeving’ gevolgd waarover ik op 12 maart 2009 met vrucht een certifiëringstest aflegde. Indien ik deze cyclus niet had gevolgd en niet was geslaagd voor deze opleiding, zou mijn recht op competentietoelage definitief vervallen voor het jaar
  15. Door de niet-erkenning door het OFO van mijn graad van ‘university specialist in maritime health’, heb ik dus een supplementaire opleiding moeten volgen en moeten slagen voor een test. Ondertussen deed ik bij OFO een nieuwe aanvraag voor gelijkstelling, nu naar aanleiding van het behalen, ook in 2009, van de graad van ‘master in maritime medicine’, eveneens aan de univ. van Taragona. Deze gelijkstelling zou dan kunnen gelden als gecertificeerde opleiding en kunnen ingeroepen worden in 2012 om dan te hebben voldaan aan de opleidingsplicht tot het bekomen van de competentietoelage voor de jaren 2012 tot 2017.” IX-5761-4/6 4.
  16. Op 17 februari 2010 antwoordt de raadsman van de verwerende partij het volgende: “Ik heb de eer U te schrijven in mijn hoedanigheid van raadsman van de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Ambtenarenza- ken, in de in rand vermelde zaak. In antwoord op de door U gestelde vraag kan ik U laten weten dat de heer Marc DOBBELEIR deelgenomen heeft aan de gecertificeerde opleiding ‘Praktisch overzicht van de sociale wetgeving’ (MPO9NL-T2) en geslaagd is in de daarop volgende certificeringstest. (...) Bijgevolg heeft de heer Marc DOBBELEIR m.i. geen actueel belang meer in deze zaak. Ik verwijs hiervoor naar het arrest van Uw Raad met nr. 195.268, dd. 15 juli 2009, inzake DEHAENE.” 4.
  17. De verwerende partij werpt in de brief van 17 februari 2010 en ter zitting een exceptie van niet-ontvankelijkheid op, omdat de verzoeker niet langer zou doen blijken van het rechtens vereiste actueel belang, gelet op het certifiërings- attest dat hij op 12 maart 2009 behaalde. 4.
  18. De verzoeker betwist dit standpunt niet. Beoordeling
  19. Het staat vast dat de verzoeker heeft bekomen wat hij gevraagd heeft in huidige procedure. Een nietigverklaring van de bestreden beslissing kan hem geen enkel bijkomend voordeel opleveren, in een aangelegenheid waarin de verwerende geen gebonden bevoegdheid heeft uitgeoefend. De vraag naar het bestaan van een moreel nadeel is niet aan de orde. Een moreel nadeel wordt door de Raad van State enkel aanvaard in tuchtzaken of in aanverwante aangelegenheden waarin de bestreden maatregel specifiek steunt op het persoonlijk gedrag van de betrokkene. IX-5761-5/6
  20. Bijgevolg is de exceptie van de verwerende partij gegrond en is de vordering niet ontvankelijk. BESLISSING
  21. De Raad van State verwerpt het beroep.
  22. De verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverkla- ring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 22 maart 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, Daniël Moons, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-5761-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.178 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.