id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.186 Rolnummer: A. 194789/IX-6621 Zaak: Arrest 202186 - Collectieve arbeidsovereenkomst - 22/03/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-03-31 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-30 04:30 Fiche Arrest nr 202.186 van 22 maart 2010 Sociale zaken en volksgezondheid - Collectieve arbeidsovereenkomst Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 202.186 van 22 maart 2010 in de zaak A. 194.789/IX-6621 In zake : de NV IRON MOUNTAIN BELGIUM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bruno Blanpain kantoor houdend te Brussel Tervurenlaan 270 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen :
- de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Werk
- het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Véronique Pertry en Wendy Depester kantoor houdend te Brussel Louizalaan 99 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 1 december 2009, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van 2 oktober 2009 van de voorzitter van het paritair comité nr 226 waarbij hij vaststelt dat de voorwaarden vermeld in artikel 6 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 maart 1998 tot vaststelling van het statuut van de vakbondsafvaardiging, vervuld zijn en dat er bijgevolg een vakbondsafvaardiging ingesteld kan worden in de onderneming van de nv Iron Mountain. Tegelijk met het annulatieberoep vraagt de nv Iron Mountain ook de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit. II. Verloop van de rechtspleging IX-6621-1/6
- De verwerende partijen hebben een nota ingediend. Eerste auditeur Jos Stevens heeft een verslag opgesteld over het beroep tot nietigverklaring met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, en over de vordering tot schorsing met toepassing van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 8 maart
- Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Soetin Crabbe, die loco advocaat Bruno Blanpain verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Véronique Pertry, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Geert De Bleeckere heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoekende partij ressorteerde onder het paritair comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de aanverwante bedrijfs- takken (paritair comité nr. 226). Zij is van oordeel dat zij, sinds het koninklijk besluit van 7 mei 2007 tot wijziging van het koninklijk besluit van 6 april 1995 tot oprichting en tot vaststelling van de benaming en de bevoegdheid van het paritair comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de aanverwan- te bedrijfstakken, niet meer onder dat paritair comité valt, maar wel onder het paritair comité nr. 218, het aanvullend nationaal paritair comité voor de bedienden. IX-6621-2/6 Over haar situatie voerde zij reeds eerder een geding bij de Raad van State; daarover is uitspraak gedaan bij arrest nr.199.861 van 25 januari
- 3.
- De hier bestreden beslissing kadert in dezelfde betwisting die de verzoekende partij heeft met het bestuur: op 2 oktober 2009 heeft de voorzitter van het paritair comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek, ingaande op een aan hem gerichte vraag, beslist dat er conform de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst waarbij het statuut van de vakbondsafvaardiging in de ondernemingen die tot het paritair comité 226 behoren, in de onderneming van de verzoekende partij een vakbondsafvaardiging kan worden ingesteld. De beslissing luidt: “Betreft: Paritair comité voor de bedienden uit de internationale handel het vervoer en de logistiek - Collectieve arbeidsovereenkomst van 2 maart 1998 tot vaststelling van het statuut van vakbondsafvaardiging. Mijnheer, Ik heb in toepassing van de Collectieve arbeidsovereenkomst van 2 maart 1998 tot vaststelling van het statuut van vakbondsafvaardiging een onderzoek ingesteld omtrent de instelling van een vakbondsafvaardiging in uw onder- neming. Uit mijn onderzoek is gebleken dat aan de voorwaarden vermeld in artikel 6 van de Collectieve arbeidsovereenkomst van 2 Maart 1998 tot vaststelling van het statuut van vakbondsafvaardiging wordt voldaan, en er bijgevolg een vakbondsafvaardiging kan worden ingesteld in uw onderneming. De vakbonden dienen in toepassing van artikel 11 het aantal mandaten onderling te verdelen en hun afgevaardigde aan te duiden en U deze ter kennis te brengen. Volgens de gegevens waarover ik beschik kunnen er in toepassing van artikel 9 van de Collectieve arbeidsovereenkomst van 2 Maart 1998 tot vaststelling van het statuut van de vakbondsafvaardiging twee
(2)afgevaardigden worden aangeduid. Met oprechte hoogachting, Bernard Leemans Voorzitter.” IV. Regelmatigheid van de rechtspleging
- Het paritair comité nr. 226 vraagt om buiten de zaak gesteld te worden. Volgens haar heeft het comité zelf geen enkele beslissing genomen, IX-6621-3/6 aangezien het bestreden besluit kadert in artikel 10 van de collectieve arbeidsover- eenkomst van 2 maart 1998 waarin bepaald is dat in geval van betwisting aangaande het aantal aangesloten bedienden met het oog op de oprichting van een vakbondsaf- vaardiging, een beroep kan worden gedaan “op een bevoegd ambtenaar van het ministerie van Tewerkstelling en Arbeid”. De beslissing van zijn voorzitter kan aldus niet toegerekend worden aan het paritair comité zelf, dat geen aandeel in het besluitvormingsproces gehad heeft.
- De bestreden beslissing is ondertekend door B. Leemans, eerste sociaal bemiddelaar a.i. die ondertekent in zijn hoedanigheid van “voorzitter” van het paritair comité nr.
- Hij stelt vast dat de voorwaarden van artikel 6 van de collectieve arbeidsovereenkomst, waarvan zijn comité de toepassing moet verzekeren, vervuld zijn: er zijn volgens hem voldoende bedienden gesyndiceerd om een vakbondsafvaardiging in de onderneming in te stellen. De bevoegdheid die hij uitgeoefend heeft is derhalve rechtstreeks gelinkt aan de bevoegdheid van het paritair comité
- Maar precies die bevoegdheid stelt de verzoekende partij in vraag: zij is van oordeel dat zij niet onder het paritair comité 226 maar onder paritair comité 218 valt en dat het de voorzitter van laatstgenoemd comité is die overeen- komstig de daar geldende regels had moeten handelen. Aldus raakt het geschil eigenlijk de problematiek van de bevoegdheid van het paritair comité zelf en is het nuttig zijn standpunt in de debatten te betrekken. Er is geen reden om het paritair comité 226 buiten de zaak te stellen. IV. Bevoegdheid van de Raad van State Standpunt van de partijen
- Volgens de verzoekende partij handelt de voorzitter van een paritair comité onder het gezag van de minister en staat hij onder de controle van de federale overheid zodat zijn beslissingen administratieve rechtshandelingen zijn die overeenkomstig artikel 14, § 1, 1/, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State met een annulatieberoep bestreden kunnen worden.
- De verwerende partij betwist de bevoegdheid van de Raad van State. Zij verwijst naar artikel 578, 3/, van het Gerechtelijk Wetboek, krachtens hetwelk de arbeidsrechtbanken bevoegd zijn voor individuele betwistingen over de toepassing van collectieve arbeidsovereenkomsten. De arbeidgerechten beschouwen IX-6621-4/6 de toepassing van de collectieve normatieve bepalingen als dergelijk individueel geschil. Te dezen rees de vraag of de verzoekende partij voldeed aan de voorwaar- den voor de oprichting van een vakbondsafvaardiging in haar onderneming, zoals geregeld door de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 maart 1998 en is de voorzitter van het paritair comité 226 gevraagd om die vraag te onderzoeken, zodat het ongetwijfeld om een individueel geschil gaat. In het arrest nr. 21.527 van 29 oktober 1981 heeft de Raad van State over een gelijkaardig geschil reeds tot zijn onbevoegdheid beslist. Beoordeling
- De Raad van State heeft een toegewezen bevoegdheid. Hij dient zich te onthouden wanneer een andere rechter door de wetgever bevoegd is gemaakt. Artikel 578, 3/, van het Gerechtelijk Wetboek maakt de arbeidsrechtbanken bevoegd voor individuele geschillen betreffende de toepassing van collectieve arbeidsovereenkomsten. Het onderhavig geschil past in dat kader, aangezien de voorzitter van het paritair comité 226 met de bestreden beslissing uitvoering gegeven heeft aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 maart 1998, door na te gaan of de daarin vastgestelde voorwaarden voor de instelling van een vakbondsafvaardiging bij de verzoekende partij vervuld waren. De bevoegdheid van de justitiële rechter sluit deze van de Raad van State uit. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep, begroot op 175 euro. IX-6621-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 22 maart 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-6621-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.186 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div