id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.192 Rolnummer: A. 195839/XIV-32845 Zaak: Arrest 202192 - Varia (justitie) - 22/03/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-03-23 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 04:30 Fiche Arrest nr 202.192 van 22 maart 2010 Justitie - Varia (justitie) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 202.192 van 22 maart 2010 in de zaak A. 195.839/IX-6759 In zake : Annik JORENS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jürgen Millen kantoor houdend te Hoeselt Tongersesteenweg 4, bus 1 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 16 maart 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van 11 maart 2010 van de directeur van de gevangenis te Hasselt waarbij Annik Jorens de tuchtsanctie van één week individuele wandeling wordt opgelegd. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 maart 2010, om 13.30 uur. Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Pascal Quadflieg, die loco advocaat Jürgen Millen verschijnt voor de verzoekster, en attaché Eva De Cock, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. IX-6759-1/5 Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Op 9 maart 2010 is tegen de verzoekster een rapport aan de directeur opgemaakt waarin vastgesteld wordt dat de verzoekster, verstopt in haar ophaalbox, persoonlijk wasmiddel-wasverzachter meegegeven heeft naar de wasserij. 3.
- Op 11 maart 2010 wordt de verzoekster in aanwezigheid van haar raadsman gehoord. Zij verklaart: “Betr.: Ik geef al 1,5 jaar mijn wasverzachter mee, en er zijn nooit problemen mee geweest. Nu krijg ik ineens een tucht hiervoor. Ik weet niet meer wat nog mag of wat niet mag. Er zit geen vaste structuur in, en ik heb toch niets meer te verliezen. Het is hier niet meer leefbaar. Adv.: Als men wasverzachter kan aankopen, en men heeft geen wasmachine op cel, moet men de wasverzachter wel meegeven om hun was te doen. Anders moet men de kantinelijst in vraag stellen. Gelieve toch consequent te zijn. Ik kan alle begrip opbrengen als men tuchten opstelt die de veiligheid van de inrichting in het gevaar brengen, maar hiervoor vraag ik om geen sanctie op te leggen.” 3.
- Dezelfde dag neemt de gevangenisdirecteur het thans bestreden besluit waarbij de verzoekster één week individuele wandeling opgelegd wordt. Volgende motieven worden opgegeven: “- overwegende dat betrokkene zich schuldig heeft gemaakt aan: zie rapport aan de directeur d.d. 8/3/2010; - overwegende dat betrokkene toegeeft dat ze haar persoonlijke wasver- zachter heeft meegegeven; - dat ze verder aangeeft dat er nooit problemen mee geweest zijn geduren- de 1,5 jaar; dit strookt echter niet met het gegeven dat ze het flesje onder haar kledij verstopt heeft, waaruit blijkt dat ze er zich wel degelijk van bewust is dat ze iets doet dat niet toegelaten is; - overwegende dat uit de feiten een gebrek aan respect voor de leefregels van de vrouwenafdeling blijkt; - gelet op haar leugenachtige verklaringen; - dat derhalve een gepaste sanctie zich opdringt.” IX-6759-2/5 IV. Onderzoek van de vordering
- Overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden, dat de onmiddellijke tenuitvoerleg- ging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen en dat de zaak hoogdringend is. Moeilijk te herstellen ernstig nadeel
- Wat het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel betreft merkt de Raad van State vooreerst op dat het verzoekschrift ingediend is op 16 maart 2010, terwijl de tuchtstraf, die slechts voor een week gelding had, opgelegd is en uitvoering gekregen heeft vanaf donderdag 11 maart 2010 tot de dag van de openbare terechtzitting bij de Raad van State. De straf is thans uitgevoerd; de schorsing kan de verzoekster geen direct voordeel meer opleveren en dat is uitsluitend te wijten aan de vertraging bij het indienen van het verzoekschrift, waaromtrent de raadsman die voor de verzoekster ter terechtzitting verschijnt, ook geen verklaring kan geven.
- De verzoekster stelt dat de “bijzonder zwaarwichtige tuchtsanctie” een invloed kan hebben op het al dan niet toekennen van strafuitvoeringsmodalitei- ten door de strafuitvoeringsrechtbank en dat zij nu van de dienst detentiebeheer moeilijker uitgaansvergunningen en penitentiaire verloven zal krijgen. Deze elementen maken volgens haar de zaak ook hoogdringend.
- De maatregel van het verplicht individueel wandelen gedurende een week is op zich geen zwaarwichtige maatregel. De verzoekster zet niet uiteen waarom daar in haar geval anders over geoordeeld zou moeten worden. Het nadeel wegens de invloed van de tuchtstraf op strafuitvoeringsmodaliteiten en faciliteiten in de loop van de detentie, is in het verzoekschrift niet concreet uitgewerkt en is overigens hypothetisch, nu er niet aannemelijk gemaakt wordt -en de gegevens van de opsluitingsfiche ook niet in die richting wijzen- dat de verzoekster binnen afzienbare tijd voor dergelijke maatregelen in aanmerking komt. In ieder geval blijkt IX-6759-3/5 niet dat de verzoekster dat nadeel enkel met een vordering bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan keren.
- De verzoekster stelt ook dat de bestreden maatregel tot gevolg gehad heeft dat zij haar werk verliest -daarover is inderdaad op 11 maart 2010 ook een ordemaatregel genomen waarin de tuchtsanctie als rechtstreekse aanleiding en ultiem bewijs van het teloorgaan van het vertrouwen wordt vermeld- en dat het inkomstenverlies dat zij daardoor lijdt, haar reclassering zal bemoeilijken. Het nadeel dat de maatregel haar berokkent is niet moeilijk te herstellen aangezien het de verzoekster niet verboden is om nieuw werk aan te vragen, bijvoorbeeld in een sector die niet hetzelfde vertrouwen vraagt als haar tewerkstelling bij de OMG- ploeg. Daarmee kan zij zelf het verlies aan inkomsten compenseren. En ook wat dat betreft is het beroep op de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid niet verantwoord.
- Het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel is niet aangetoond; evenmin de noodzaak om de zaak volgens de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid te behandelen.
- Hieruit volgt dat niet voldaan is aan één van de bij artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden beslissing te kunnen bevelen.
- Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering.
- De verzoekster wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op 175 euro. IX-6759-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 22 maart 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-6759-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.192 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.213.262 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div