id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.193 Rolnummer: A. 191333/IX-6213 Zaak: Arrest 202193 - Rechten, plichten en onverenigbaarheden - 22/03/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-04-01 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 04:30 Fiche Arrest nr 202.193 van 22 maart 2010 Openbaar ambt - Rechten, plichten en onverenigbaarheden Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 202.193 van 22 maart 2010 in de zaak A. 191.333/IX-6213 In zake : Wim UYTTERHOEVEN wonend te Antwerpen Ramstraat 6 waar woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 22 januari 2009, strekt tot de nietigver- klaring van de beslissing van 26 juni 2008 van de voorzitter van het directiecomité van de FOD Financiën waarbij Wim Uytterhoeven de cumulatiemachtiging wordt geweigerd om als zelfstandige in bijberoep wijn te verkopen via wijnproefavonden in familiale en vriendenkring. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marc Lefever heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 8 maart 2010 . Staatsraad Daniël Moons heeft verslag uitgebracht. IX-6213-1/6 Advocaat Pascal Lahousse, die verschijnt voor de verzoeker, en inspecteur Jan De Vleeschouwer, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marc Lefever heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Op het tijdstip van de bestreden beslissing is de verzoeker als stagedoend inspecteur verbonden aan de administratie der directe belastingen en tewerkgesteld op de controle vennootschappen Antwerpen
- 3.
- Op 13 mei 2008 dient hij een aanvraag tot cumulatiemachtiging in om als zelfstandige in bijberoep wijn te mogen verkopen via wijnproefavonden in familiale en vriendenkring. Deze activiteit, waarvoor gemiddeld één tot twee uur per week wordt voorzien, zal worden uitgevoerd buiten de diensturen en een geschat jaarinkomen van 500 euro opbrengen. 3.
- Op 26 juni 2008 weigert de voorzitter van het directiecomité de cumulatiemachtiging. Deze beslissing is als volgt gemotiveerd: “Enig artikel.- De cumulatiemachtiging wordt geweigerd aan de heer UYTTERHOEVEN, Wim, voornoemd, om de activiteit die bestaat uit de organisatie van wijnproefavonden in familiale kring + vrienden (nadien mogelijke bijbestellingen) op zelfstandige basis onder de naam Divine te 2000 Antwerpen uit te oefenen omdat : - bij zijn ambtsuitoefening de rijksambtenaar elke situatie dient te vermijden die van die aard is dat ze het vertrouwen van het publiek in zijn volledige neutraliteit in het gedrang zou kunnen brengen. - bij zijn ambtsuitoefening de rijksambtenaar elke activiteit die de waardigheid van het ambt aantast, het ambt schade toebrengt of het vervullen van de ambtsplichten belemmert, dient te vermijden. - bij zijn ambtsuitoefening de rijksambtenaar de beginselen van neutraliteit, van gelijkheid in behandeling en van naleving van de wetten, de reglementen en de richtlijnen op een strikte manier dient te eerbiedigen; - bij zijn ambtsuitoefening de rijksambtenaar zich niet mag plaatsen en zich niet mag laten plaatsen in een toestand van belangenconflicten. IX-6213-2/6 Daarom wordt beslist dat gelet op enerzijds de rechten, plichten en legitieme belangen verbonden aan de functie van de heer UYTTERHOEVEN, Wim, inspecteur bij een fiscaal bestuur bij de FOD Financiën en gelet op anderzijds de uitgeoefende activiteit die bestaat uit de organisatie van wijnproefavonden in familiale kring + vrienden (nadien mogelijke bijbestellingen) op zelfstandige basis onder de naam Divine, hij zich in een toestand bevindt die de waardigheid van het ambt kan aantasten of schade toebrengen of het vervullen van zijn ambtsplichten belemmeren. Bovendien kan hij zich in een toestand bevinden waarin hij een persoonlijk voordeel heeft dat van aard is om de onpartijdige en objectieve uitoefening van zijn ambt te beïnvloeden of de gewettigde verden- king kan doen ontstaan dat zulks het geval is.” Dit is de bestreden beslissing. Op 19 november 2008 stelt de administrateur Kleine en Middelgrote Ondernemingen verzoekers gewestelijk directeur in kennis van het feit dat verzoekers aanvraag werd geweigerd. Hij vermeldt in die brief dat de verzoeker daarvan persoonlijk in kennis werd gesteld. Tevens vraagt hij de gewestelijk directeur de verzoeker uit te nodigen mee te delen welke maatregelen hij zal nemen aangaande zijn geweigerde cumulatieactiviteit. Dit laatste gebeurt met een brief van 25 november
- IV. Ontvankelijkheid van het beroep
- Ter zitting doet de verwerende partij afstand van de exceptie van laattijdigheid, die zij had opgeworpen in haar memorie van antwoord, omdat uit het administratief dossier blijkt dat het annulatieberoep tijdig werd ingediend. V. Onderzoek van het eerste middel
- In een eerste middel voert de verzoeker aan dat de bestreden beslissing niet afdoende is gemotiveerd. Meer bepaald mist de motivering elke concrete grondslag. Zij bestaat enkel uit een algemene formule en ze is niet gesteund op concrete, individuele gegevens verstrekt door de aanvrager.
- De verwerende partij antwoordt dat het vanzelfsprekend is dat de geloofwaardigheid en de goede werking van de administratie in het gedrang kan komen wanneer de verzoeker als fiscaal ambtenaar belast is met het uitvoeren van fiscale controles en daarnaast als handelaar wijn promoot en verkoopt. De kritische houding van de belastingplichtigen tegenover de overheid eist een gereserveerde IX-6213-3/6 houding van de belastingambtenaar. Volgens haar geeft de aangevochten beslissing kort maar duidelijk weer waarom de cumulatiemachtiging wordt geweigerd.
- In zijn memorie van wederantwoord herhaalt de verzoeker, verwijzend naar het recente arrest nr. 194.977 van 30 juni 2009 inzake Rotsaert, dat de gegeven motivering elke concreetheid mist. Voorts reageert hij nog op de inhoud van de memorie van antwoord. Daarin leest hij dat de verwerende partij er van uitgaat dat de geloofwaar- digheid van het ambt in gevaar komt, zonder rekening te houden met de concrete omstandigheden eigen aan verzoekers situatie. Hij is het er verder mee eens dat een belastingambtenaar een gereserveerde houding moet aannemen in al wat hij doet zowel in de uitvoering van zijn ambt als daarbuiten maar volgens hem stelt hij geen enkele handeling waardoor het vertrouwen van het publiek in zijn dienst wordt aangetast. Hij wijst erop dat hij op 11 december 2007 wel een cumulatiemachtiging had gekregen voor dezelfde activiteit. Beoordeling
- Terecht houdt de verzoeker voor dat de motivering, wil zij afdoende zijn, niet mag bestaan uit standaardformules die op verschillende situaties van toepassing kunnen zijn maar dat zij toegespitst moet zijn op de concrete gegevens eigen aan verzoekers situatie. De beslissing over een aanvraag tot cumulatiemachtiging is duidelijk een bevoegdheid die geval per geval moet worden uitgeoefend. Dit blijkt duidelijk uit de bepalingen van artikel 12, §§ 2 en 3 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijksperso- neel, zoals ingevoegd door het koninklijk besluit van 14 juni 2007 houdende wijziging van verscheidene reglementaire bepalingen. Daarin wordt bepaald dat de aanvrager een zo nauwkeurig mogelijke beschrijving moet geven van de activiteit die hij wil uitoefenen en dat het bestuur bijkomende informatie en bewijsstukken kan vragen indien het bestuur dat nodig acht. Bijgevolg houdt de plicht tot motivering van de beslissingen over de aanvragen tot cumulatie in dat die beslissingen telkens in concreto, rekening houdend met de individuele gegevens die IX-6213-4/6 door elke aanvrager werden aangebracht, moeten aangeven waarom al dan niet een machtiging tot cumulatie wordt toegestaan. Uit de hierboven weergegeven motieven blijkt dat er eerst een aantal elementen worden aangehaald die niets meer zijn dan de overname van de reglementaire teksten in verband met de deontologie van de ambtenaar en die niet in verband worden gebracht met de concrete toestand van de verzoeker. Inderdaad gaat die opsomming zo goed als letterlijk terug op de artikelen 8 en 9 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel en de punten 16 en 18 van de omzendbrief nr. 573 van 17 augustus 2007 met betrekking tot het deontologisch kader voor de ambtenaren van het federaal administratief openbaar ambt.
- De enige elementen die betrokken zijn op de situatie van de verzoeker zijn dat de door hem aangevraagde activiteit “gelet op de rechten, plichten en legitieme belangen verbonden aan zijn functie”, hem in een toestand brengt die de waardigheid van het ambt kan aantasten of schade kan toebrengen of het vervullen van zijn ambtsplichten kan belemmeren en dat hij zich in een toestand kan bevinden waarin hij een persoonlijk voordeel heeft dat van aard is om de onpartijdi- ge en objectieve uitoefening van zijn ambt te beïnvloeden of de gewettigde verdenking kan doen ontstaan dat zulks het geval is. Ook deze elementen zijn vaag en geenszins concreet. Vooreerst lijkt het bestuur niet te kunnen kiezen tussen de verschillende mogelijke weigerings- motieven: is het omdat de nevenactiviteit de waardigheid van het ambt in het gedrang zou kunnen brengen of omdat ze schade kan toebrengen aan het uitoefenen van zijn ambtsverplichtingen, of is het omdat ze de onpartijdigheid van de verzoeker bij het uitoefenen van zijn ambt in het gedrang kan brengen of er desbetreffend vragen kunnen worden gesteld? De weigeringsgronden worden zonder meer allemaal achter elkaar opgesomd.
- Bovendien wordt van geen enkele van deze redenen concreet aangegeven waarom of hoe het uitoefenen van die nevenactiviteit aan de basis ligt van de opgesomde weigeringsgronden. IX-6213-5/6 Er wordt zonder meer geponeerd dat de gevraagde cumulatie- activiteit de verzoeker zou kunnen brengen in één van de situaties die een weigeringsbeslissing kan verantwoorden.
- Het eerste middel is gegrond en er is aanleiding om artikel 93 van het algemeen procedurereglement toe te passen. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt de beslissing van 26 juni 2008 van de voorzitter van het directiecomité van de FOD Financiën waarbij Wim Uytterhoeven de cumulatiemachtiging wordt geweigerd om als zelfstandige in bijberoep wijn te verkopen via wijnproefavonden in familiale en vriendenkring.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 22 maart 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Daniël Moons, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts Daniël Moons IX-6213-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.193 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div