← België

Arrest 202243 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 23/03/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.243 Rolnummer: A. 180107/X-13138 Zaak: Arrest 202243 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 23/03/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-03-29 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 04:30 Fiche Arrest nr 202.243 van 23 maart 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 202.243 van 23 maart 2010 in de zaak A. 180.107/X-13.

  1. In zake: David VAN VLEM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Charley VALLET kantoor houdend te 2000 ANTWERPEN Oudaan 22-24 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de deputatie van de provincieraad van ANTWERPEN --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 8 januari 2007, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 5 oktober 2006 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen houdende, eensdeels, de verwerping van het beroep van de verzoeker tegen het besluit van 28 maart 2006 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Niel waarbij hem de vergunning wordt geweigerd voor het bouwen van een magazijn voor kleinbedrijvigheid op een perceel gelegen te Niel, Matenstraat 60/64, kadastraal bekend sectie B, nrs. 59/T/2 en 59/Y, en anderdeels, de weigering van de vergunning. II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Adjunct-auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding een laatste memorie ingediend. X-13.138-1/6 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 5 maart
  4. Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Eva Pauwels, die loco advocaat Charley Vallet verschijnt voor de verzoeker, is gehoord. Auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten 3.
  6. Op 11 februari 2005 ( datum van het ontvangstbewijs) dient de verzoeker bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Niel een aanvraag in tot het verkrijgen van de stedenbouwkundige vergunning voor het “bouwen van een magazijn voor kleinbedrijvigheid” op een perceel gelegen te Niel, Matenstraat 60/64, kadastraal bekend sectie B, nrs. 59/T/2 en 59/Y. Het betrokken perceel is volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 3 oktober 1979 vastgestelde gewestplan Antwerpen gelegen in woongebied. Het is tevens gelegen binnen de grenzen van het bij koninklijk besluit van 24 mei 1960 goedgekeurde bijzonder plan van aanleg 2bis “Landbouwstraat en omgeving”. De aanvraag is volgens artikel 6 van dit bijzonder plan van aanleg gesitueerd in een zone voor afzonderlijke bijgebouwen met als bestemming bergplaatsen en werkhuizen voor kleinbedrijf. 3.
  7. Tijdens het openbaar onderzoek worden 2 bezwaarschriften ingediend. 3.
  8. Bij besluit van 5 april 2005 weigert het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Niel de gevraagde stedenbouwkundige vergunning. X-13.138-2/6 3.4 Op 28 april 2006 stelt de raadsman van de verzoeker beroep in tegen dit weigeringsbesluit bij de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen. 3.
  9. Bij het thans bestreden besluit van 5 oktober 2006 willigt de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen het beroep niet in en weigert zij de gevraagde stedenbouwkundige vergunning. IV. Ontvankelijkheid van het beroep 4.
  10. In haar laatste memorie werpt de verwerende partij met betrekking tot het actueel belang van de verzoeker op wat volgt: “I. FEITEN Voor wat de voor de oplossing van het geschil relevante feiten betreft, voert verwerende partij thans aan dat zij in beroep, na een negatieve beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 23 oktober 2007, op 29 mei 2008 - na een hoorzitting dd. 8 april 2008 waarop onder meer ook de heer Van Vlem David aanwezig was - vergunning heeft verleend aan de heer Vallet Charley, advocaat, namens de heer Van Vlem David, voor het bouwen van een bergplaats - werkplaats voor kleinbedrijf op het terrein, gelegen te Niel, Matenstraat 60, sectie B, nr. 59T2, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de opmerkingen in het advies van 5 oktober 2007 van de gemeentelijke brandweer. Zowel dit besluit als de goedgekeurde bouwplannen worden neergelegd. Hetzelfde geldt voor de bewijzen van de betekening van de voorwaardelijke vergunning. De vergelijking van deze op 29 mei 2008 vergunde constructie met deze waarover huidig geschil gaat, toont aan dat het om een kleinere bergplaats gaat, ingeplant op één kadastraal perceel in tegenstelling tot de voorliggende aanvraag. De oppervlakte bedraagt 538m² in de plaats van 827m². Het gaat ook louter nog om een bergplaats/werkhuis voor de opslag en stockage van bouwmaterialen, daar waar de voorliggende aanvraag ook nog een showroom en een parking voorzag. De vergunde constructie bevat slechts één grote ruimte, daar waar zij bij de voorliggende aanvraag opgedeeld was in een aantal compartimenten (bergplaats, uitstalling materialen, bergplaats voor kleinbedrijvigheid en stalling bedrijfsvoertuig, inkom, dienst, sanitair) rond de open ruimte waarop personenwagens konden parkeren. De vormgeving van de constructie is identiek gebleven. Het gemeentebestuur bevestigde op 18 mei 2009 telefonisch, na een bezoek ter plaatse, dat nog geen aanvang gemaakt is met de uitvoering van de definitief vergunde constructie. Vermeld vergunningsbesluit vermeldt nog een vonnis van de vrederechter volgens hetwelk de 3,18m brede, met beton verharde servitudeweg waarlangs de constructie uitsluitend bereikbaar is, overduidelijk een recht van overgang creëert, bruikbaar door een lichte vrachtwagen. Het vonnis is weliswaar niet meer in bezit van verwerende partij. II. GEVOLG: verlies aan belang bij huidig annulatieberoep ? Het is vaste rechtspraak dat eenieder moet beschikken over een actueel belang, zowel op het ogenblik van het indienen van het beroep tot X-13.138-3/6 nietigverklaring, als op het tijdstip dat de Raad van State uitspraak doet over het beroep. De hamvraag is dan ook nu of de stedenbouwkundige vergunning van 29 mei 2008 een dermate gewijzigde omstandigheid inhoudt waardoor verzoekende partij - die tot op heden geen afstand van geding heeft gevorderd - niet langer blijk geeft van het vereiste actueel belang bij voorliggend annulatieberoep.
  11. Verzoekende partij kon - de weigeringsmotieven ten aanzien van de voorliggende aanvraag indachtig - perfect haar aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning ongewijzigd opnieuw bij het college van burgemeester en schepenen indienen. Aan de door de decreetgever gecreëerde onduidelijkheid is immers een einde gesteld bij art. 3 van het besluit van de Vlaamse regering van 17 november 2006 inzake de minimale weguitrusting, dat duidelijk stipuleert dat de eisen inzake de minimale uitrusting van de weg, zoals vastgelegd in art. 100, § 1, van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening geen betrekking hebben op de private toegangsweg tot het commerciële, ambachtelijke of industriële gebouw of tot de woning voor zover deze private toegangsweg aansluit op een voldoende uitgeruste weg. Bovendien is ook de problematiek in verband met het gebruik van de servitudeweg als toegang definitief uitgeklaard. Verzoekende partij opteerde er echter voor om een gewijzigde aanvraag in te dienen, blijkbaar na een bespreking met het gemeentebestuur. Zij ging voor een kleiner project met duidelijke functie conform het bijzonder plan van aanleg, volgens haar omdat dit vanuit de technische dienst van de gemeente zo werd aangeraden.
  12. Uw Raad neemt aan dat het feit van in de tijd opeenvolgende aanvragen/vergunningen betreffende dezelfde werken of met minstens een gedeeltelijk identiek voorwerp op hetzelfde perceel door dezelfde aanvrager uitdrukkelijk de wil te kennen geeft alles opnieuw ter beoordeling aan de vergunningverlenende overheid voor te leggen, om nadien de werken uit te voeren volgens de nieuwe aanvraag en de voorwaarden die desgevallend vervat zijn in de beslissing waarbij over die nieuwe aanvraag uitspraak wordt gedaan. De motieven voor de nieuwe aanvraag, noch wie de vraag heeft veroorzaakt, is hier in rechte relevant. Het houdt een verzaking in van het eerste voorstel/vergunning, zelfs indien dat eerste voorstel nog in hoger beroep in behandeling is. Is die beroepsinstantie de Raad van State, naar aanleiding van een vordering tot vernietiging van het besluit betreffende de eerste aanvraag, dan wordt dat besluit wel nog vernietigd op basis van de overweging dat de duidelijkheid in het rechtsverkeer zich ertegen verzet dat het bestreden besluit zou blijven bestaan.
  13. Het gaat in casu niet op voor te houden dat beide aanvragen onafhankelijk van elkaar moeten bekeken worden. Zoals verzoekende partij zelf aanhaalde in de nota die zij opmaakte ter gelegenheid van de hoorzitting van 8 april 2008 in de zaak die uiteindelijk aanleiding gaf tot de definitieve stedenbouwkundige vergunning van 29 mei 2008, is de bergplaats - werkplaats voor kleinbedrijf beperkt tot slechts een deel van de gronden waarop het bestreden besluit betrekking had om tegemoet te komen aan de bezwaren in verband met een goede ontsluiting. De vergunde constructie met dezelfde vorm heeft dan ook geen alternatief karakter. (...) X-13.138-4/6
  14. Tenslotte werpt verwerende partij op dat zij nu met de stedenbouwkundige vergunning een feitelijke inlichting verschaft, die nog niet bekend was ten tijde van het wisselen van de vorige procedurestukken. Daargelaten de eventuele inhoudelijke weerslag ervan op de beoordeling van het beroep, gaat het om een aanvaardbare feitelijke actualisering van het dossier, zonder schending van de rechten van de verdediging vermits de verzoekende partij houder is van die vergunning”. 4.
  15. Uit de door de verwerende partij neergelegde stukken blijkt dat de verzoeker na het instellen van het annulatieberoep bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Niel een nieuwe aanvraag tot het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning heeft ingediend voor “het bouwen van een bergplaats - werkplaats voor kleindbedrijf” op een terrein gelegen te Niel, Matenstraat 60, kadastraal bekend sectie B, nr. 59/T/2, zijnde één van de twee percelen waarop de thans bestreden weigering van de stedenbouwkundige vergunning voor de oprichting van een magazijn voor kleinbedrijvigheid betrekking heeft, en dat de deputatie van de provincieraad van Antwerpen bij besluit van 29 mei 2008 aan de verzoeker de gevraagde stedenbouwkundige vergunning heeft verleend. 4.
  16. Ter terechtzitting heeft de raadsman van de verzoeker niet verduidelijkt waarin het actueel belang van de verzoeker bij de vernietiging van het bestreden weigeringsbesluit is gelegen, hoewel deze de door hem gevraagde stedenbouwkundige vergunning heeft verkregen voor het bouwen van een bergplaats-werkplaats op één van de betrokken percelen, en is hij niet ingegaan op de door de verwerende partij ter zake ontwikkelde exceptie van niet ontvankelijkheid. Hij heeft er zich slechts toe beperkt de vernietiging van het bestreden besluit te vragen. 4.
  17. In de gegeven omstandigheden toont de verzoeker niet aan nog te doen blijken van het vereiste actueel belang bij de gevraagde vernietiging. 4.
  18. Het beroep is niet ontvankelijk. BESLISSING
  19. De Raad van State verwerpt het beroep. X-13.138-5/6
  20. De verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig maart 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Jan Clement, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Roger Stevens X-13.138-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.243 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.