id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.257 Rolnummer: A. 164547/X-12394 Zaak: Arrest 202257 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 23/03/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-04-07 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 04:30 Fiche Arrest nr 202.257 van 23 maart 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 202.257 van 23 maart 2010 in de zaak A. 164.547/X-12.394. In zake: Johan VERSCHUREN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christina Van Casteren kantoor houdend te 3200 AARSCHOT Gijmelsesteenweg 81 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Iris Laureys kantoor houdend te 9255 BUGGENHOUT Provincialebaan 20 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de n.v. AQUAFIN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Bertrand Asscherickx en Isabelle Cooreman kantoor houdend te 1070 BRUSSEL Ninoofsesteenweg 643 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 25 juli 2005, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 9 mei 2005 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur waarbij de oprichting van een rioolwaterzuiveringsinfrastructuur in de stad Aarschot en de gemeente Begijnendijk van openbaar nut wordt verklaard. II. Verloop van de rechtspleging 2. Bij arrest nr. 155.479 van 23 februari 2006 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. X-12.394-1/12 De verzoekende partij heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 16 mei 2006. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 december 2009. Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Michel Arnauts, die loco advocaat Christina Van Casteren verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Liesbeth Peeters, die loco advocaat Isabelle Cooreman verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. Aan de n.v. Aquafin werd door het Vlaams Gewest de opdracht gegeven het stedelijk afvalwater te zuiveren en daarvoor de nodige infrastructuur te beheren en op te richten. Op 11 juni 1999 kreeg de n.v. Aquafin de opdracht het X-12.394-2/12 goedgekeurd rollend investeringsprogramma 2001-2005 uit te voeren, meer bepaald het project 20.009: “Begijnendijk: collector Betekom”. Het technisch plan van dit project werd goedgekeurd op 24 augustus 2001. 3.2. Omdat het projectgebied gedeeltelijk in ecologisch waardevol agrarisch gebied ligt, diende een MER te worden opgemaakt. 3.3. Op 15 oktober 2003 wordt het MER voor de collector “Betekom” te Aarschot en Begijnendijk conform verklaard. Hieruit blijkt dat alternatieve scenario’s werden onderzocht, maar dat het basistracé de voorkeur kreeg, mits het opleggen van een aantal milderende maatregelen. 3.4. Op 12 juli 2004 doet de n.v. Aquafin bij de Vlaamse minister van Leefmilieu, Landbouw en Ontwikkelingssamenwerking een aanvraag tot het verkrijgen van een ministerieel besluit tot verklaring van openbaar nut voor het aanleggen en exploiteren van een collector “Betekom” te Begijnendijk en Aarschot. Bij de aanvraag zijn gevoegd: een rechtvaardigingsnota voor het gebruik van het privaat domein, een technische motivatie en situatieplan, een grondinnemingsplan en een kadastraal plan, evenals een lijst van eigenaars en gebruikers van de gronden. 3.5. Aan het college van burgemeester en schepenen van de stad Aarschot en van de gemeente Begijnendijk wordt gevraagd een openbaar onderzoek te organiseren en advies uit te brengen. Aan de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant wordt eveneens gevraagd advies uit te brengen. 3.6. In de stad Aarschot worden er tijdens het openbaar onderzoek geen bezwaren ingediend. Het college van burgemeester en schepenen adviseert gunstig over de aanvraag van de n.v. Aquafin om een ministerieel besluit tot verklaring van openbaar nut te verkrijgen voor de aanleg en exploitatie van de collector “Betekom”. In de gemeente Begijnendijk worden tijdens het openbaar onderzoek twee bezwaren ingediend, waaronder een dat medeondertekend is door de verzoeker. In het laatstgenoemde bezwaarschrift wordt het gekozen tracé bekritiseerd en wordt een alternatief voorgesteld. Met een brief van 2 november 2004 geeft de n.v. Aquafin een antwoord op de bezwaarschriften. X-12.394-3/12 Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Begijnendijk sluit zich aan bij de weerlegging van de bezwaarschriften door de n.v. Aquafin. Het blijkt niet dat het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Begijnendijk een advies uitbracht. 3.7. Met een brief van 12 oktober 2004 deelt de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant mee dat zij een gunstig advies uitbrengt over de aanvraag van de n.v. Aquafin tot verklaring van openbaar nut met betrekking tot de collector “Betekom”. In het advies wordt uiteengezet waarom het basistracé de voorkeur verdient boven de alternatieven. 3.8. De afdeling Water van AMINAL brengt op 24 maart 2005 een gunstig advies uit met betrekking tot de aanvraag tot verklaring van openbaar nut. 3.9. Bij het thans bestreden besluit van 9 mei 2005 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur wordt de oprichting van een rioolwaterzuiveringsinfrastructuur in de stad Aarschot en in de gemeente Begijnendijk van openbaar nut verklaard. 3.10. Op 29 juni 2005 verleent de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar aan de n.v. Aquafin een stedenbouwkundige vergunning voor de aanleg van de collector. IV. Ontvankelijkheid 4.1. De verwerende partij en de tussenkomende partij voeren aan dat het verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging onregelmatig is, zodat er een vermoeden van afstand van geding geldt, aangezien uit de bewoordingen van het door de verzoeker ingediende “verzoek tot voortzetting van de procedure” blijkt dat hij in wezen een voortzetting van de schorsingsprocedure wil, waarbij hij het standpunt van het auditoraat en van de Raad van State in verband met de vordering tot schorsing opnieuw ter discussie wil stellen, hoewel de procedureregeling dit niet toelaat. 4.2. De verzoeker heeft na de betekening van het arrest waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen binnen de door het procedurereglement voorziene termijn met een ter post aangetekende brief een “verzoek tot voortzetting van de procedure” ingediend. X-12.394-4/12 In dit verzoek zet de verzoeker uiteen wat volgt: “ACTUELE PROCEDURALE TOESTAND: Gelet op het verslag van de Heer eerste Auditeur E. HAESBROUCK dd.19-09-2005 ter kennis gebracht aan verzoekende partij dd.13-10-2005. Besluit van de Heer eerste Auditeur-Afdelingshoofd bij de Raad van State als volgt: Wegens het ontbreken van een aanvaardbaar moeilijk te herstellen ernstig nadeel komt het schorsingsverzoek in de huidige stand van het geding niet ontvankelijk voor. Gelet op het hieropvolgende arrest uitgesproken door de Raad van State dd. 23 februari 2006. (arrest nr. 155.479) Voormeld arrest werd aan verzoekende partij ter kennis gebracht bij schrijven uitgaande van de Griffie van de Raad van State dd. 09 maart 2006. Verzoekende partij wenst bij deze het verzoek tot voortzetting van de procedure in te dienen met betrekking tot diens oorspronkelijk verzoekschrift tot schorsing zoals neergelegd dd. 25 juli 2005. INHOUD VAN HET VERSLAG VAN DE EERSTE AUDITEUR EMIEL HAESBROUCK: (...) INHOUD VAN HET TUSSENGEKOMEN ARREST VAN DE RAAD VAN STATE: (...) Feiten die het bevelen van de schorsing verantwoorden: Dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden Ministerieel Besluit een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel kan berokkenen aan verzoekende partij. Vordering tot schorsing: Krachtens art. 17 § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. De grondvoorwaarden voor schorsing van de bestreden beslissing zijn in casu met betrekking tot verzoekende partij vervuld. Indien er geen schorsing in casu volgt en de litigieuze inrichting hangende de annulatieprocedure wordt gebouwd en in werking wordt gesteld, dan lijden mens en omgeving intussen een ernstig nadeel. De milieuhinder in de ruime zin van het woord die het gevolg zal zijn van de voorgenomen exploitatie is globaal genomen dan ook te beschouwen als een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel. Het moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan niet alleen gevonden worden in de irreversibele effecten voor het leefmilieu in het algemeen maar ligt uiteraard ook en niet in het minst besloten in het door verzoekende partij effectief té ondergane moeilijk te herstellen ernstig nadeel, mocht de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing (Ministerieel besluit dd. 09-05-05: openbaar nut verklaring qua de bouw van de rioolwaterzuiveringsinfrastructuur) een feit worden, quod non. Zoals bovenvermeld reeds aangehaald, zo geen schorsing zou volgen, en de litigieuze inrichting hangende de annulatieprocedure zou gebouwd en in werking gesteld worden, lijdt verzoekende partij sowieso een ernstig nadeel hetwelk irreversibel is, zodat het ook een moeilijk te herstellen nadeel uitmaakt. Verzoekende partij brengt in haar middelen onderstaand reeds de terechte argumentatie naar voren dat minstens haar vordering tot schorsing reeds als volkomen gerechtvaardigd dient gekwalificeerd te worden. X-12.394-5/12 Verzoekende partij levert in haar middelen volkomen terecht kritiek op de inhoud van de motieven, die in de bestreden beslissing (Ministerieel Besluit dd. 09-05-05) als blijkbaar voor waar en vaststaand worden gehanteerd, hetgeen uiteraard door verzoekende partij wordt tegengesproken. Overigens dient vastgesteld dat de grieven, zoals geformuleerd door verzoekende partij, zelfs onbesproken gelaten werden voortgaande op de inhoud van het bestreden Ministerieel Besluit. Hierbij verwijst verzoekende partij naar de door haar naar voor gebrachte bezwaren in het kader van het openbaar onderzoek (gemeente Begijnendijk) maar tevens naar de door haar inmiddels bij deze terecht uitgebrachte kritiek op het MER-rapport. Het resultaat van dit MER-rapport wordt blijkbaar zonder meer door het Ministerieel Besluit ingevolgd. Het tracé wordt niet gewijzigd en blijft conform met het tracé voorgesteld in het MER, zoals door het bestreden Ministerieel Besluit pag. 05 bovenaan wordt bevestigd. KRITIEK OP DE OVERWEGINGEN VAN DE HEER EERSTE AUDITEUR EN HET TUSSENGEKOMEN ARREST: Gelet op de overwegingen opgenomen in het tussengekomen arrest is de Raad van State van oordeel: dat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel zijn rechtstreekse oorzaak moet vinden in het aangevochten besluit: Het aangevochten besluit betreft het Ministerieel Besluit van de Vlaamse Regering dd. 09 mei 2005. Dit bestreden besluit beslist: De bouw van de rioolwaterzuiveringsinfrastructuur wordt van openbaar nut verklaard ten gunste van de N.V. Aquafin. Hierbij wordt verwezen naar de bijgevoegde goedgekeurde plannen nrs. 20.009/1/01-3-5.1/7 tot en met 20.009 /1/01-3-5.7/7 en 20.009/1/01-3-3 van het project in het investeringsprogramma 2001 bekend onder nummer 20009 bij de afdeling Water, Milieu-investeringen van AMINAL. De Raad van State argumenteert bij arrest dat het bestreden besluit enkel de verklaring van openbaar nut van de oprichting van een rioolwaterzuiveringsinstallatie tot voorwerp heeft en geenszins de vergunning inhoudt voor de bouw en de exploitatie van de geplande collector. Dat verzoekende partij met voormelde zienswijze geenszins akkoord kan gaan. Het is toch onmiskenbaar dat het bestreden Ministerieel Besluit verwijst naar de bijgevoegde goedgekeurde plannen nrs.20.009/1/01 -3- 5.1/7 tot en met 20.009/1/01-3-5.7 en 20.009/1/01-3-3 van het project in het investeringsprogramma 2001 bekend onder nummer 20009 bij de afdeling Water-Milieu-investeringen van Aminal, waarop dit Ministerieel Besluit zijn beslissing tot van openbaar nut verklaring ten gunste van de N.V. Aquafin baseert. Daarenboven zegt dit Ministerieel Besluit onder artikel 1 dat de installaties mogen gebouwd worden op de hierbij door het Besluit gespecifieerde onbebouwde gronden. Bovendien specifieert dit Besluit onder artikel 2 de reeks voorwaarden dewelke dienen in acht genomen te worden. Onder artikel 4 wordt aan de eigenaars van de percelen vermeld in artikel 1 zelfs de mogelijkheid geboden binnen een vastgestelde termijn te laten weten dat de gerechtigde NV Aquafin de bezette grond zou mogen kopen. Verzoekende partij stelt dan ook volkomen terecht dat het geen steek houdt alwaar het arrest van de Raad van State meent te kunnen voorhouden dat het bestreden ministerieel besluit geenszins de vergunning inhoudt voor de bouw en de exploitatie van de geplande collector. X-12.394-6/12 Verzoekende partij heeft toch alle reden en zulks volkomen terecht de basis namelijk het bestreden Ministerieel Besluit aan te vechten zelfs wanneer dit enkel, zulks tenminste volgens de Raad van State, een verklaring van openbaar nut van de oprichting van een rioolwaterzuiveringsinstallatie tot voorwerp zou hebben, quod non. De Raad van State meent dan bij haar tussengekomen arrest te kunnen poneren: ‘het moeilijk te herstellen ernstig nadeel moet zijn rechtstreekse oorzaak vinden in het aangevochten besluit’. Meteen meent de Raad van State te kunnen voorhouden dat verzoekende partij het verkeerd aanpakt omdat het Ministerieel Besluit geenszins de vergunning zou inhouden voor de bouw en de exploitatie van de geplande collector. De Raad van State zal toch bezwaarlijk kunnen inroepen dat verzoekende partij ten onrechte meteen het Ministerieel Besluit zou aangevochten hebben. Overigens verzoekende partij heeft dit Ministerieel Besluit dan nog met alle met reden betwist. Mocht zelfs de Raad van State van oordeel blijven, per impossibile,dat verzoekende partij vruchteloos het bestreden Ministerieel Besluit zou aangevochten hebben, want daarop komt blijkbaar het tussengekomen arrest neer, stelt verzoekende partij zich dan wel de vraag wat hij dan wel moest betwisten om zekerheid te hebben zoals behoort dat zijn rechten in casu in elk geval zouden gevrijwaard zijn, laat staan dat hij deze rechten naar behoren zou kunnen verdedigen. Verzoekende partij werd bij aangetekend schrijven dd. 26-05-2005 voor het allereerst in kennis gesteld van het Ministerieel Besluit dd.09-05-2005 waarbij aan verzoekende partij onder meer ter kennis gebracht werd: ‘In het kader van dit programma dienen we de bouw van een collector, project nr. 20009 , BETEKOM : collector Betekom te realiseren. Dit betekent dat wij van uw perceel(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.