id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.280 Rolnummer: A. 183383/XIV-29550 Zaak: Arrest 202280 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 23/03/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-04-15 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-30 04:31 Fiche Arrest nr 202.280 van 23 maart 2010 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 202.280 van 23 maart 2010 in de zaak A. 183.383/XIV-29.
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat S. VAN ROSSEM, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Boomgaardstraat 93 tegen : de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Nepalese nationaliteit, op 18 mei 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 5 april 2007 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen; Gelet op het arrest nr. 191.461 van 16 maart 2009 waarbij het cassatieberoep wordt voortgezet overeenkomstig de artikelen 13 tot 18 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; Gelet op artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur M. VAN LIMBERGEN, op grond van artikel 16 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 15 oktober 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 16 december 2009; Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; XIV-29.550-1/4 Gehoord de opmerkingen van advocaat F. LANDUYT, die loco advocaat S. VAN ROSSEM verschijnt voor de verzoekende partij en van attaché S. DUPONT, die verschijnt voor de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen; Gehoord het andersluidend advies van auditeur R. VAN DEN EECKHOUT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de verzoekende partij België binnenkomt op 2 januari 2005 en zich op 3 januari 2005 vluchteling verklaart; dat de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen op 27 februari 2006 een beslissing tot weigering van de vluchtelingenstatus neemt; Overwegende dat de verzoekende partij op 13 maart 2006 tegen die weigeringsbeslissing beroep bij de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen aantekent; dat de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen het beroep met een beslissing van 5 april 2007 onontvankelijk verklaart; dat dit de bestreden beslissing is; 2.
- Overwegende dat de verzoekende partij in een enig middel onder meer opwerpt dat het beroep bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen volgens de motivering van het bestreden arrest niet-ontvankelijk is omdat het belang door fraude is aangetast, dat aldus volledig ten onrechte niet over de erkenning als vluchteling noch over de vraag tot subsidiaire bescherming is geoordeeld en dat de subsidiaire bescherming nochtans uitdrukkelijk in het verzoekschrift (tot beroep bij de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen) was gevraagd en zelfs ambtshalve moest worden onderzocht; 2.
- Overwegende dat de verwerende partij in de memorie van antwoord in essentie stelt dat, gezien de correcte vaststellingen in de bestreden beslissing dat de verzoekende partij heeft getracht op intentionele wijze de asielinstanties te misleiden aangaande wezenlijke elementen van haar asielaanvraag, het belang van de verzoekende partij ontbreekt en niet wettig is, dat het beroep derhalve bij gebrek aan een rechtmatig belang niet-ontvankelijk is en dat de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen aldus op terechte wijze toepassing van het algemeen rechtsbeginsel “fraus omnia corrumpit” heeft gemaakt; XIV-29.550-2/4 2.
- Overwegende dat de verzoekende partij in de memorie van wederantwoord aanvoert dat de fraude slechts op één element van de asielaanvraag betrekking had, met name over het paspoort, dat heel het relaas op grond daarvan niet vals kan worden bestempeld, dat fraude in een asielaanvraag niet belet dat een ontvankelijk beroep tegen een weigeringsbeslissing kan worden ingesteld en dat de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen er met toepassing van artikel 235, § 1, van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen toe was gehouden uitspraak te doen over het al dan niet toekennen van de subsidiaire beschermingsstatus; 2.
- Overwegende dat het algemeen rechtsbeginsel “fraus omnia corrumpit” er niet aan in de weg staat dat een vreemdeling, ten overstaan van wie door de commissaris- generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen een beslissing tot weigering van de vluchtelingenstatus is genomen, over het vereiste belang beschikt om die beslissing met een beroep bij de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen aan te vechten, tenzij zou blijken dat dat beroep zelf door bedrog is aangetast; dat de eventuele ongegrondheid van het beroep bij de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen niet volstaat om dat beroep als niet- ontvankelijk omwille van het voornoemd algemeen rechtsbeginsel te beschouwen en om geen uitspraak te doen over de erkenning als vluchteling en over de subsidiaire beschermingsstatus; dat het middel in die mate gegrond is, BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt de beslissing van 5 april 2007 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, Tweede Nederlandse Kamer, waarbij het beroep van de verzoekende partij niet-ontvankelijk wordt verklaard. Artikel
- Dit arrest zal in de registers van voormelde Commissie worden overschreven, en melding ervan zal worden gemaakt op de kant van de vernietigde beslissing. XIV-29.550-3/4 Artikel
- De zaak wordt verwezen naar een anders samengestelde kamer van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drieëntwintig maart tweeduizend en tien, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, J. CASNEUF, griffier. De griffier, De voorzitter, J. CASNEUF. C. ADAMS. XIV-29.550-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.280 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.461 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.