← België

Arrest 202329 - Monumenten en Landschappen - 25/03/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.329 Rolnummer: A. 162668/VII-37416 Zaak: Arrest 202329 - Monumenten en Landschappen - 25/03/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-04-02 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 04:31 Fiche Arrest nr 202.329 van 25 maart 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Monumenten en Landschappen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 202.329 van 25 maart 2010 in de zaak A. 162.668/VII-37.

  1. In zake:
  2. Nicolas DE SCHAETZEN VAN BRIENEN
  3. Stanislas DE SCHAETZEN VAN BRIENEN (overleden)
  4. Bruno DE SCHAETZEN VAN BRIENEN
  5. Marie DE SCHAETZEN VAN BRIENEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Donatienne Ryckbost en Emmanuel Ryckbost kantoor houdend te Oostende E. Beernaertstraat 80 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Olivier Onghena kantoor houdend te Antwerpen Grotehondstraat 44 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  6. Het beroep, ingesteld op 20 mei 2005, strekt tot de nietigverkla- ring van het besluit van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening van 23 februari 2005 waarbij het kasteel Ter Hove, het park, de voormalige moestuin, de boomgaard en toegangsdreven, gelegen te Borgloon, Terhove 141, als monument en de landelijke omgeving van voornoemd kasteel Ter Hove als dorpsgezicht beschermd worden. II. Verloop van de rechtspleging
  7. Bij arrest nr. 149.201 van 21 september 2005 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verzoekende partijen hebben een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. VII-37.416-1/9 De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 februari
  8. Kamervoorzitter Luc Hellin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Donatienne Ryckbost, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Helen Van Nijverseel, die loco advocaat Olivier Onghena verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  9. III. Regelmatigheid van de rechtspleging
  10. De tweede verzoeker, Stanislas de Schaetzen van Brienen, is lopende het geding overleden op 5 april
  11. Het geding werd voor hem niet hervat. De vordering is wat de tweede verzoeker betreft bijgevolg vervallen. VII-37.416-2/9 IV. Feiten 4.
  12. De verzoekende partijen zijn eigenaar van het kasteel Ter Hove, het park, de voormalige moestuin, de boomgaard en toegangsdreven en van de landelijke omgeving van voornoemd kasteel Ter Hove te Borgloon, Terhove
  13. 4.
  14. Op 9 februari 2004 beslist de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken om het kasteel Ter Hove, het park, de voormalige moestuin, de boomgaard en toegangsdreven, gelegen te Borgloon (Bommershoven), Terhove 141, kadastraal gekend Borgloon, 6e afdeling, Sectie A, perceel nummers 375A, 411L, 412D, 414C, 415A, 418D/2, 418E/2, 418K, 419D, als monument en de landelijke omgeving van het kasteel Ter Hove, gelegen te Borgloon (Bommershoven), Terhove, kadastraal gekend Borgloon, 6e afdeling, Sectie A, perceel nummers 374B, 374D, 375B, 375C, 377A, 377B, 378A, 378B, 379A, 379B, 409G, 410A, 410B, 410C, 410D, 412B, 412E, 412F, 413, 423B, 423D, 423E, als dorpsgezicht op een ontwerp van lijst te plaatsen van voor bescherming vatbare monumenten, stads- en dorpsgezichten. Een afschrift van dit voorlopig beschermingsbesluit wordt bij brief van 11 maart 2004 naar de verzoekende partijen en de betrokken besturen verstuurd. 4.
  15. Op 9 april 2004 dienen de eerste drie verzoekers een bezwaarschrift in. 4.
  16. Het bezwaar wordt door de afdeling Monumenten en Landschappen besproken in haar verslag. 4.
  17. De Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen (hierna : KCML) verleent op 7 oktober 2004 advies. 4.
  18. Op 23 februari 2005 neemt de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening het bestreden besluit. Dit besluit wordt op 22 maart 2005 aangetekend naar de verzoekende partijen verstuurd. VII-37.416-3/9 V. Onderzoek van de middelen Tweede middel Standpunt van de partijen 5.
  19. De verzoekende partijen roepen in een tweede middel, eerste onderdeel, de schending in van artikel 2, 2/ en 3/, van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten en van de artikelen 1, 2 en 3, van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen (hierna : motiveringswet). Zij voeren ook het ontbreken van een feitelijke grondslag aan. De verzoekende partijen stellen dat het bestreden besluit enkel verwijst naar uitgebrachte adviezen zonder afdoende rekening te houden met het door hen ingediende bezwaarschrift, noch met de feitelijke omstandigheden. Volgens de verzoekende partijen werden de binnenzijde en het interieur van de gebouwen veelvuldig herbouwd en gerenoveerd, werden in de periode van 1913 tot en met 1930 stukken bijgebouwd aan het kasteel, wijzigingen aangebracht aan het park en aan de dreef en kunnen de onbebouwde percelen hoogstens als landschap geklasseerd worden en niet als dorpsgezicht. Zij stellen dat het bestreden besluit rechtens en feitelijk onjuist is en dat de gebeurlijke motieven voor de klassering als monument en dorpsgezicht niet kenbaar, noch draagkrachtig zijn. De algemene en vage bewoordingen van het voorlopig beschermingsbesluit van 9 februari 2004 en van het bestreden besluit kunnen volgens de verzoekende partijen niet volstaan als motivering wanneer enkel verwezen wordt naar voorafgaande adviezen van overheidsorganen en geen rekening wordt gehouden met het door hen ingediende bezwaarschrift. Zij betwijfelen of de gronden die door het bestreden besluit beschermd worden als dorpsgezicht wel kunnen worden beschouwd als de directe en onmiddellijk ermee verbonden visuele omgeving van het kasteel Ter Hove en stellen dat het geklasseerde dorpsgezicht de gehele ruime omgeving van het kasteel Ter Hove betreft zodat de klassering ervan als dorpsgezicht niet verantwoord is. Zij verwijzen woordelijk naar de argumentatie van het door hen ingediende bezwaarschrift. 5.
  20. De verzoekende partijen roepen in hun tweede middel, tweede onderdeel, de schending in van het zorgvuldigheids- en redelijkheidsbeginsel doordat in het bestreden besluit geen rekening wordt gehouden met het door hen VII-37.416-4/9 ingediende bezwaarschrift en dat het bestreden besluit de door hen opgeworpen argumenten niet vermeldt. Zij leiden hieruit af dat er geen afdoende en volledig onderzoek van het concrete geval is gebeurd. Zij stellen ten slotte dat in het bestreden besluit geen zorgvuldige belangenafweging heeft plaatsgevonden die vereist dat het bestuur alle betrokken belangen daadwerkelijk en concreet met elkaar confronteert en tegen elkaar afweegt. 6.
  21. De verwerende partij antwoordt dat onder het tweede artikel van het bestreden besluit een uitgebreide motivering is opgenomen die ten grondslag ligt aan de bescherming als monument en dorpsgezicht en dat haar motiveringsverplichting niet te vergelijken is met de bewijslast van het tegendeel. Zij stelt dat in het bestreden besluit melding wordt gemaakt van het advies van de KCML van 7 oktober 2004 waarin wordt verwezen naar het verslag van de inspecterende ambtenaar bij de administratie voor Ruimtelijke Ordening en Huisvesting zodat dit verslag volgens haar integraal deel uitmaakt van het advies van de KCML dat op haar beurt integraal deel uitmaakt van het bestreden besluit. Voornoemd verslag bevat een beschrijving van de historische context van de site en van het goed Ter Hove, alsook de melding van de bezwaren van de verzoekende partijen en de behandeling ervan. De verwerende partij stelt dat de bezwaren van de verzoekende partijen onderzocht en op redelijke en verantwoorde wijze gemotiveerd weerlegd zijn en dat de grenzen van het redelijke niet overschreden zijn bij het hanteren van haar beleidsvrijheid. 6.
  22. Met betrekking tot het tweede onderdeel verwijst de verwerende partij opnieuw naar het advies van de KCML en naar het verslag van de inspecterende ambtenaar bij de administratie voor Ruimtelijke Ordening en Huisvesting, die volgens haar deel uitmaken van het bestreden besluit en waarin de bezwaren van de verzoekende partijen onderzocht worden en een beschrijving van het monument en het dorpsgezicht gegeven wordt. Volgens de verwerende partij blijkt hieruit dat duidelijk aangegeven is op welke wijze de bescherming verantwoord is, op welke wijze deze visie afwijkt van de standpunten van de verzoekende partijen en dat een concreet onderzoek is gevoerd. 7.
  23. De verzoekende partijen repliceren dat het niet volstaat te verwijzen naar het advies van de KCML en het verslag van de inspecterende ambtenaar bij de administratie voor Ruimtelijke Ordening en Huisvesting zonder dat een afweging van de motieven gebeurt door de minister bij het nemen van zijn beslissing en zonder dat in het bestreden besluit een onderzoek naar de geuite VII-37.416-5/9 bezwaren wordt opgenomen. Zij repliceren voorts dat de bevoegde minister over een grote beleidsvrijheid beschikt bij de bescherming van monumenten en dat daarom veel belang moet worden gehecht aan de motivering van een beschermingsbesluit. Volgens de verzoekende partijen worden ingevolge deze klassering drastische eigendomsbeperkingen opgelegd en is het voor hen niet langer mogelijk de noodzakelijke wijzigingen door te voeren voor de exploitatie van hun onderneming die volledig is toegespitst op akkerbouw. Zij stellen dat zij zich zonder de tussenkomst van het bestreden besluit in een veel gunstigere situatie zouden bevinden en over mogelijkheden zouden beschikken om hun landbouwbedrijf en kasteel naar goeddunken te beheren en te onderhouden. Ten slotte wijzen zij op feitelijke onjuistheden, met name dat uit fotomateriaal blijkt dat de huidige staat van het kasteel het gevolg is van verbouwings- en uitbreidingswerken van een periode na het einde van de negentiende eeuw, dat de verbouwingen die ertoe geleid hebben dat de hoeve werd omgevormd tot een kasteel met duidelijke kenmerken van diverse modernere stijlen van veel later dan van het begin van de negentiende eeuw dateren, dat de esthetische waarde aan belang heeft moeten inboeten door het hervormen van de schuren, dat de afzonderlijke ingangen en pachterswoningen op latere data gewijzigd zijn waarbij de historische eigenschappen deels verloren zijn gegaan en dat de omliggende akkers die worden gevat door het bestreden besluit niet kunnen worden beschouwd als de ontstaansomgeving of de zogenaamde biotoop van het monument. 7.
  24. Met betrekking tot het tweede onderdeel repliceren de verzoekende partijen dat de verwerende partij niet kan volstaan met te verwijzen naar het advies van de KCML en het verslag van de inspecterende ambtenaar bij de administratie voor Ruimtelijke Ordening en Huisvesting en dat in voornoemd verslag geen weerslag is te vinden van de ingediende bezwaren.
  25. In hun laatste memorie stellen de verzoekende partijen dat het voor hen niet mogelijk is een duidelijk zicht te hebben op het verloop van de procedure of de behandeling van de bezwaren wanneer de verwerende partij wel toelaat bezwaren in te dienen tegen een administratieve beslissing, maar de behandeling van deze bezwaren niet kenbaar maakt aan de bezwaarindiener. De omstandigheid dat het bestreden besluit niet verwijst naar een stuk in het administratief dossier en dit enkel aanbrengt tijdens de annulatieprocedure, maakt volgens de verzoekende partijen dat het bestreden besluit behept is met een gebrek aan motivering. VII-37.416-6/9 Beoordeling
  26. Het hiervoor besproken middel steunt op de vaststelling van de verzoekende partijen dat, ondanks het feit dat zij een omstandig bezwaarschrift ingediend hebben, zij alvorens het annulatieberoep aan te tekenen, enkel kennis kregen van het bestreden besluit, doch niet van het advies van de KCML noch van enig antwoord op hun bezwaar. Uit het bestreden besluit blijkt niet dat dit bezwaarschrift onderzocht en beantwoord werd. Aan de verzoekende partijen is alleen het bestreden beschermingsbesluit meegedeeld en dat besluit beperkt er zich toe in zijn aanhef te verwijzen naar het ministerieel besluit van 9 februari 2004 houdende ontwerp van lijst van voor bescherming vatbare monumenten, stads- en dorpsgezichten en naar het advies van de KCML van 7 oktober
  27. Het besluit tot voorlopige bescherming van 9 februari 2004 en de motiveringsnota werden weliswaar meegedeeld aan de verzoekende partijen, maar bevatten zelf geen nuttige formele redengeving die toestaat te begrijpen waarom, spijts de bezwaren van de verzoekende partijen, het monument van algemeen belang is en de beschermingsprocedure is voortgezet. Noch uit de aanhef, noch uit de inhoud van het bestreden besluit kan worden afgeleid dat de bezwaren van de verzoekende partijen zijn onderzocht en beantwoord en dat die niet van die aard waren om de overheid er toe te brengen de beschermingsprocedure niet verder te zetten. Ook het advies van de KCML van 7 oktober 2004 waarnaar in het bestreden besluit wordt verwezen bevat geen verwijzing naar het onderzoek van de bezwaren en ook geen onderzoek van de bezwaren van de verzoekende partijen. Dat advies is trouwens ook niet samen met de bestreden beslissing meegedeeld aan de verzoekende partijen. De belangrijkste bestaansreden van de motiveringsplicht opgelegd door de motiveringswet is erin gelegen dat de betrokken bestuurde in de hem aanbelangende beslissing zelf de motieven moet kunnen vinden op grond waarvan de beslissing werd genomen. Het is noodzakelijk dat de beslissing duidelijk de VII-37.416-7/9 fundamentele redenen doet kennen die haar verantwoorden, of minstens toelaat na te gaan of de overheid is uitgegaan van gegevens die in rechte en in feite juist zijn, of zij deze feiten correct heeft beoordeeld, of zij de geformuleerde bezwaren heeft onderzocht en of zij op grond daarvan in redelijkheid tot haar beslissing is kunnen komen, zodat de betrokkene met kennis van zaken zou kunnen uitmaken of het aangewezen is de beslissing met een annulatieberoep te bestrijden. Het bestreden besluit bevat geen enkele nuttige formele redengeving die toestaat te begrijpen waarom de beschermingsprocedure werd voortgezet, de bezwaren van de verzoekende partijen ten spijt. Aan het bestreden beschermingsbesluit is een brede raadpleging voorafgegaan, onder meer van de verzoekende partijen. De verwerende partij is er toe gehouden de ingediende adviezen, opmerkingen en bezwaren te onderzoeken én bij haar beoordeling te betrekken. In de gegeven omstandigheden wordt niet aangenomen dat de verzoekende partijen voldoende op de hoogte waren van de motieven van de eindbeslissing en derhalve in de mogelijkheid verkeerden om met kennis van zaken tegen het bestreden besluit op te komen. Het blijkt integendeel dat de verzoekende partijen volledig in het ongewisse zijn gebleven van het al dan niet onderzocht zijn van hun bezwaren tot op het ogenblik dat zij, slechts na en omwille van het instellen van hun annulatieberoep, inzage verkregen van het administratief dossier. Het tweede middel is gegrond. BESLISSING
  28. De Raad van State vernietigt het besluit van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening van 23 februari 2005 waarbij het kasteel Ter Hove, het park, de voormalige moestuin, de boomgaard en toegangsdreven, gelegen te Borgloon, Terhove 141, als monument en de landelijke omgeving van voornoemd kasteel Ter Hove als dorpsgezicht beschermd worden.
  29. De vordering is vervallen wat de tweede verzoeker betreft.
  30. Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. VII-37.416-8/9
  31. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 1400 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijfentwintig maart tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Luc Hellin, kamervoorzitter, Eric Brewaeys, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Luc Hellin VII-37.416-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.329 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.149.201 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.