← België

Arrest 202332 - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) - 25/03/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.332 Rolnummer: A. 190582/VII-37292 Zaak: Arrest 202332 - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) - 25/03/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-04-02 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 04:31 Fiche Arrest nr 202.332 van 25 maart 2010 Sociale zaken en volksgezondheid - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 202.332 van 25 maart 2010 in de zaak A. 190.582/VII-37.292. In zake: het VIRGA JESSEZIEKENHUIS, thans de VZW JESSA ZIEKENHUIS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Filip Dewallens, An Vijverman en Ann Dierickx kantoor houdend te Leuven Bondgenotenlaan 138 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VLAAMSE GEMEENSCHAP, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te Brugge Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 26 januari 2009, strekt tot de nietigverklaring van "de beslissing van de administrateur-generaal van het VLAAMS AGENTSCHAP ZORG EN GEZONDHEID van 28 november 2008 waarbij wordt gesteld dat de verzoekende partij niet (beschikt) over een erkenning voor het zorgprogramma 'reproductieve geneeskunde B' en (...) bijgevolg (een) inbreuk (pleegt) tegen artikel 71 van de wet van 07 augustus 1987 op de ziekenhuizen" en zij wordt aangemaand "met onmiddellijke ingang, alle activiteiten die kaderen binnen het zorgprogramma 'reproductieve geneeskunde B' stop (

  1. te)zetten". II. Verloop van de rechtspleging 2. Bij arrest nr. 188.741 van 11 december 2008 is de vordering tot schorsing bij uiterste dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. VII-37.292-1/5 De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Jozef Stevens heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 februari 2010. Staatsraad Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Ann Dierickx, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Saartje Callens, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Jozef Stevens heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3. Op 21 november 2008 stelt een ambtenaar van het intern verzelfstandigd agentschap (IVA) Inspectie Welzijn, Volksgezondheid en Gezin lastens de verzoekende partij een proces-verbaal op waarin wordt vastgesteld dat in het Virga Jesseziekenhuis activiteiten plaatsvinden die kaderen binnen het zorgprogramma "reproductieve geneeskunde B". Omdat voormeld ziekenhuis niet is erkend voor dit zorgprogrammma, stelt het proces-verbaal eveneens vast dat in het ziekenhuis een dienst, bedoeld in artikel 71 tot 73 van de gecoördineerde wet van 7 augustus 1987 op de ziekenhuizen, wordt uitgebaat die niet door de bevoegde overheid wordt erkend. VII-37.292-2/5 4. Op 28 november 2008 wordt de verzoekende partij door de administrateur-generaal van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid aangemaand "met onmiddellijke ingang" alle activiteiten die kaderen binnen het zorgprogramma "reproductieve geneeskunde B" stop te zetten. Dit is de bestreden akte. IV. Ontvankelijkheid Standpunt van de partijen 5. De verwerende partij werpt in de memorie van antwoord onder meer op dat de bestreden akte een ingebrekestelling is, die geen voor de Raad van State aanvechtbare bestuurshandeling vormt. 6. De verzoekende partij stelt in haar memorie van wederantwoord dat de verwerende partij in een procedure voor de Voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt, zetelend in kortgeding, heeft betoogd dat het om een bestuurshandeling gaat, waarvoor de Raad van State bevoegd is. Zij wijst er voorts op dat de bestreden akte is opgesteld in absolute termen en dat op geen enkele manier de indruk werd gewekt dat over de absolute verplichting om te stoppen zou kunnen worden onderhandeld of dat daaromtrent voorwaarden zouden kunnen worden overeengekomen. 7. In de laatste memorie betoogt de verzoekende partij nog dat de bestreden "beslissing" niet kan worden beschouwd als een aanmaning of een ingebrekestelling, omdat het principe daarvan moet worden aanzien als een algemeen rechtsbeginsel dat enkel geldt binnen de context van de contractuele verbintenissen, en dat er op gericht is om een schuldenaar jegens een schuldeiser te binden. Aangezien te dezen geen sprake is van een "contractueel- verbintenisrechtelijke verhouding", kan de bestreden akte, steeds volgens de verzoekende partij, niet als een ingebrekestelling of een aanmaning worden aanzien. De verzoekende partij zet nog uiteen dat de verwerende partij thans beweert dat de bestreden beslissing geen voor vernietiging vatbare overheidshandeling is, terwijl zij in een kortgedingprocedure voor de burgerlijke rechter een andere stelling verdedigde. Ook beklemtoont zij dat de "bestreden beslissing" in absolute temen is gesteld en dat de stopzetting "met onmiddellijke ingang" wordt bevolen, dat niet wordt gezegd "dat er slechts wordt aangemaand" en dat er aan het bevel tot stopzetting geen voorwaarden zijn gekoppeld. De verzoekende partij betoogt dat "de VII-37.292-3/5 bestreden beslissing (...) dus overduidelijk de beslissing in (houdt) van de bevoegde overheid tot stopzetting van alle activiteiten die kaderen in het zorgprogramma 'reproductieve geneeskunde B'". Beoordeling 8. Een erkenning kan alleen slaan op feiten, niet op juridische gegevens. Het is dan ook niet relevant te weten welke stelling de verwerende partij in een andere procedure zou hebben verdedigd. De bewering dat een aanmaning of ingebrekestelling enkel geldt in contractuele aangelegenheden mist elke ernstige juridische grondslag. Wat de verzoekende partij aanvecht is niet meer dan een loutere mededeling omtrent de gevolgen van de in het proces-verbaal vastgestelde feiten. Deze mededeling zelf wijzigt niet de rechtspositie van de verzoekende partij en zij is dan ook geen voor vernietiging vatbare administratieve rechtshandeling. Het feit dat het bevel dadelijk en onvoorwaardelijk is doet geen afbreuk aan die vaststelling. Het beroep is onontvankelijk. BESLISSING 1. De Raad van State verwerpt het beroep. 2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. VII-37.292-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijfentwintig maart tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, waarnemend kamervoorzitter, Carlo Adams, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-37.292-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.332 Gerelateerde publicatie(
  2. s)voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.741 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.