← België

Arrest 202333 - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) - 25/03/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.333 Rolnummer: A. 190658/VII-37295 Zaak: Arrest 202333 - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) - 25/03/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-04-02 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-30 04:31 Fiche Arrest nr 202.333 van 25 maart 2010 Sociale zaken en volksgezondheid - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 202.333 van 25 maart 2010 in de zaak A. 190.658/VII-37.

  1. In zake: de VZW HEILIG-HARTZIEKENHUIS ROESELARE-MENEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Cies Gysen kantoor houdend te Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VLAAMSE GEMEENSCHAP, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te Brugge Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 16 januari 2009, strekt tot de nietigverklaring van "de beslissing van de administrateur-generaal van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid van 28 november 2008 waarbij letterlijk wordt gesteld dat het ziekenhuis niet over een erkenning beschikt voor het zorgprogramma reproductieve geneeskunde B en aldus deze activiteiten met onmiddellijke ingang dient stop te zetten". II. Verloop van de rechtspleging
  3. Bij arrest nr. 189.026 van 19 december 2008 is de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. VII-37.295-1/4 Eerste auditeur Jozef Stevens heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 februari
  4. Staatsraad Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Julie Lauwers, die loco advocaat Cies Gysen verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Saartje Callens, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Jozef Stevens heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten
  6. Op 21 november 2008 stelt een ambtenaar van het intern verzelfstandigd agentschap (IVA) Inspectie Welzijn, Volksgezondheid en Gezin lastens de verzoekende partij een proces-verbaal op waarin wordt vastgesteld dat in het Heilig Hartziekenhuis activiteiten plaatsvinden die kaderen binnen het zorgprogramma "reproductieve geneeskunde B". Omdat voormeld ziekenhuis niet is erkend voor dit zorgprogramma, stelt het proces-verbaal eveneens vast dat in het ziekenhuis een dienst wordt uitgebaat, bedoeld in artikel 71 tot 73 van de gecoördineerde wet van 7 augustus 1987 op de ziekenhuizen, die niet door de bevoegde overheid wordt erkend.
  7. Op 28 november 2008 wordt de verzoekende partij door de administrateur-generaal van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid aangemaand met onmiddellijke ingang alle activiteiten die kaderen binnen het zorgprogramma "reproductieve geneeskunde B" stop te zetten. VII-37.295-2/4 Dit is de bestreden akte. IV. Ontvankelijkheid Standpunt van de partijen
  8. De verwerende partij werpt in de memorie van antwoord onder meer op dat de bestreden akte een ingebrekestelling is, die geen voor de Raad van State aanvechtbare bestuurshandeling vormt.
  9. De verzoekende partij benadrukt in haar memorie van wederantwoord dat de verwerende partij steeds heeft volgehouden dat zij "op basis van de bestreden beslissing diende over te gaan tot de stopzetting van de bedoelde activiteiten". Zij voegt eraan toe dat in februari 2009 een aantal zaken in de pers verschenen waarin werd bevestigd dat het Vlaams agentschap Zorg en Gezondheid "het IVF-centrum in Roeselare zou sluiten", en dat daarbij volgens de Artsenkrant expliciet met boetes zou zijn gedreigd.
  10. In de laatste memorie betoogt de verzoekende partij nog dat de bestreden "beslissing" in het licht hiervan wel degelijk een aanvechtbare administratieve handeling betreft die rechtsgevolgen doet ontstaan en die aldus een onmiddellijk nadeel berokkent. Zij staat verder stil bij een aangetekende brief van 5 december 2008, waarin zij aankondigt dat zij zal gebruik maken van de wettelijke mogelijkheid om te reageren tegen de in het proces-verbaal van 21 november 2008 gedane vaststellingen. In die brief oefent de verzoekende partij ook kritiek uit op de bestreden "beslissing". Zij stelt dat de verwerende partij geen gevolg gaf aan dit schrijven, zodat zij verplicht was om juridische stappen te nemen ten einde te vermijden dat de "stopzettingsbeslissing" moest worden uitgevoerd. In ondergeschikte orde wijst de verzoekende partij er op dat de verwerende partij het vermoeden heeft "aangewakkerd en in stand gehouden" dat de bestreden akte rechtsgevolgen doet ontstaan, zodat het aan de verwerende partij te wijten is dat de voorliggende procedure voor de Raad van State werd aangevat en de kosten alleszins ten laste van de verwerende partij dienen te worden gelegd. De verzoekende partij beweert ook dat "een aantal zaken in de pers" zijn verschenen en VII-37.295-3/4 dat een ambtenaar van de verwerende partij, volgens de Artsenkrant, zou hebben gedreigd met boetes. Beoordeling
  11. Wat de verzoekende partij aanvecht is niet meer dan een loutere mededeling omtrent de gevolgen van de in het proces-verbaal vastgestelde feiten. Deze mededeling zelf wijzigt niet de rechtspositie van de verzoekende partij en zij is dan ook geen voor vernietiging vatbare administratieve rechtshandeling. Het beroep is onontvankelijk. BESLISSING
  12. De Raad van State verwerpt het beroep.
  13. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijfentwintig maart tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, waarnemend kamervoorzitter, Carlo Adams, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-37.295-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.333 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.189.026 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.