id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.345 Rolnummer: A. 195723/-0 Zaak: Arrest 202345 - Overheidsopdrachten - 25/03/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-03-26 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-30 04:31 Fiche Arrest nr 202.345 van 25 maart 2010 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 202.345 van 25 maart 2010 in de zaak A. 195.723/XII-6129 In zake: de NV VEOLIA ENVIRONMENTAL SERVICES BELGIUM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rika Heijse kantoor houdend te Gent Kortrijksesteenweg 867 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de OPDRACHTHOUDENDE VERENIGING IOK AFVALBEHEER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten David D’Hooghe en Stefan Jochems kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: BORCHERS KREISLAUFWIRTSCHAFT GmbH, vennootschap naar Duits recht bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Bram Vandromme en Stijn Verbist kantoor houdend te Antwerpen Graaf van Hoornestraat 34 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 4 maart 2010, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van: “- de beslissing van 16 februari 2010 van de Raad van Bestuur van IOK Afvalbeheer, Intercommunale Ontwikkelingsmaatschappij voor de Kempen, inzake de toewijzing van de percelen 1 en 2 van de opdracht voor het sorteren van de fractie plastic flessen en flacons, metalen verpakkingen en drankkartons (PMS) van huishoudelijke oorsprong (bijzonder bestek nr. SORT PMD : 2010- XII-6129-1\14 2014), aan de onderneming Borchers Kreislaufwirtschaft GmbH uit Borken, Duitsland, - en van de daarmee samenhangende impliciete beslissing om de voormelde percelen van de voormelde opdracht niet aan de nv Veolia Environmental Services Belgium te gunnen”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 maart 2010, om 10.00 uur. Kamervoorzitter Dierk Verbiest heeft verslag uitgebracht. Advocaat Rika Heijse, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaten Stefan Jochems en Leopold Schellekens, die loco advocaat David D'Hooghe verschijnen voor de verwerende partij, en advocaat Stijn Verbist, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Auditeur Inge Vos heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De opdrachthoudende vereniging IOK afvalbeheer schrijft een algemene offerteaanvraag uit “voor het sorteren van de fractie plastic flessen en flacons, metalen verpakkingen en drankkartons (PMD) van huishoudelijke oorsprong” gedurende de jaren 2010 tot en met
- De opdracht wordt opgesplitst in twee percelen en omvat de voormelde sortering afkomstig na selectieve inzameling in gemeenten uit de regio XII-6129-2\14 noord (perceel één) en uit de regio zuid (perceel twee) van het werkingsgebied van IOK afvalbeheer. 3.
- De opdracht wordt bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen op 19 juni 2009 en in het Publicatieblad van de Europese Unie op 20 juni
- 3.
- De opdracht is onderworpen aan de bepalingen van het bijzonder bestek “SORT PMD: 2010-2014”. De aankondiging van de opdracht vermeldt de volgende gunningscriteria, die in het bestek nader worden toegelicht: 1 - prijs van de dienstverlening - weging: 60 punten 2 - kwaliteit van de voorgestelde diensten en middelen - weging: 30 punten 3 - afstand tussen het leveringspunt en de referentiepunten van de opdracht weging: 10 punten Voor wat betreft dit laatste gunningscriterium wordt de beoordelingsmethode in het bestek als volgt omschreven: “De offerte met een leveringspunt dat in vogelvlucht per perceel het dichtst gelegen is bij het referentiepunt krijgt het maximum van de punten. Aan de andere offertes worden, verhoudingsgewijs t.o.v. de offerte met een leveringspunt dat in vogelvlucht het dichtst gelegen is bij het referentiepunt per perceel, punten toegekend via de formule: punten offerte = aantal kilometers in vogelvlucht tussen het dichtsbij gelegen leveringspunt en het referentiepunt / aantal kilometers in vogelvlucht tussen het leveringspunt en het referentiepunt van de betrokken offerte X 10”. Het bestek bepaalt tevens dat de leveringen van PMD moeten kunnen gebeuren binnen een straal van maximaal 50 kilometer in vogelvlucht vanaf het referentiepunt dat het opdrachtgevend bestuur heeft aangeduid. Wanneer het sorteercentrum in vogelvlucht verder dan 50 km van dit referentiepunt ligt, moet de inschrijver een overslagstation binnen deze straal aanduiden waar het selectief opgehaalde materiaal wordt gewogen en opgeslagen, en van waaruit hij het afval zelf en op zijn kosten naar het sorteercentrum zal brengen. Voor perceel één (regio noord) wordt als referentiepunt “Grote Markt Turnhout” aangeduid, voor perceel 2 (regio zuid) “Markt Geel”. XII-6129-3\14 3.
- Uit het proces-verbaal van de opening van de offertes van 14 augustus 2009 blijkt dat slechts twee inschrijvers een offerte hebben ingediend, met name de verzoekende partij en Borchers Kreislaufwirtschaft GmbH uit Borken, Duitsland. 3.
- Op 7 september 2009 gaat IOK afvalbeheer op plaatsbezoek bij beide inschrijvers. 3.
- Op 9 september 2009 richt Borchers Kreislaufwirtschaft GmbH nog een bijkomend schrijven aan IOK Afvalbeheer naar aanleiding van het plaatsbezoek. 3.
- Op 16 februari 2010 beslist de raad van bestuur van IOK Afvalbeheer om de opdracht voor de twee percelen toe te wijzen aan Borchers Kreislaufwirtschaft GmbH. 3.
- Bij aangetekend schrijven en e-mail van 17 februari 2010 wordt voormelde beslissing meegedeeld aan de verzoekende partij. Tevens wordt meegedeeld dat het bestuur overeenkomstig artikel 21bis van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, een wachttermijn van 15 dagen in acht zal nemen. IV. Tussenkomst
- Met een op 15 maart 2010 ter post aangetekend verzoekschrift vraagt Borchers Kreislaufwirtschaft GmbH, vennootschap naar Duits recht, om in het geding te mogen tussenkomen. Zij blijkt voordeel te halen uit de bestreden beslissingen en heeft er belang bij dat de vordering wordt afgewezen. Dienvolgens moet haar verzoek worden ingewilligd. V. Ontvankelijkheid van het beroep
- De verwerende partij en de tussenkomende partij werpen excepties van niet-ontvankelijkheid op. XII-6129-4\14 Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over die excepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak daarover zouden slechts noodzakelijk zijn indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de schorsing zijn vervuld, wat, zoals hierna zal blijken, te dezen niet het geval is. VI. De schorsingsvoorwaarden
- Overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. VII. Beoordeling van de tweede schorsingsvoorwaarde
- Wat de tweede van de in het voornoemde artikel 17 gestelde voorwaarden betreft, neemt de verzoekende partij een enig middel uit de schending van “artikel 16 van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, van artikel 110, §§ 2 en 3 van het KB van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken, van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de formele motivering van bestuurshandelingen en van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, inzonderheid van het beginsel inzake de materiële motiveringsplicht, van het vertrouwensbeginsel, van het gelijkheidsbeginsel/non-discriminatiebeginsel en van het zorgvuldigheidsbeginsel”. Het middel wordt opgesplitst in vier onderdelen. XII-6129-5\14 Eerste onderdeel Uiteenzetting van het onderdeel
- In een eerste onderdeel voert de verzoekende partij aan dat uit de bestreden beslissing blijkt dat de offerte van de tussenkomende partij een aanzienlijk aantal afwijkingen bevat van de nauwkeurige technische voorschriften van het bestek en dus van essentiële besteksbepalingen afwijkt. Samen genomen leiden deze afwijkingen ertoe dat de sorteerinstallatie van de tussenkomende partij op het ogenblik van de gunning niet voldoet aan de essentiële bestekseisen inzake deze installatie. Deze afwijkingen maken het de tussenkomende partij onmogelijk om een dienstverlening aan te bieden die voldoet aan de essentiële bestekseisen inzake de af te leveren balen en het residu. Individueel en samen genomen hebben deze afwijkingen volgens de verzoekende partij een zodanig effect dat de offertes niet alleen inhoudelijk niet vergelijkbaar zijn, maar ook de impact op de prijs van de offerte van de tussenkomende partij is dermate dat de ingediende offertes onderling niet meer te vergelijken zijn. Beoordeling 9.
- Met betrekking tot de regelmatigheid van de offertes wordt in de bestreden beslissing het volgende opgemerkt: “De offerte van Veolia is materieel regelmatig omdat uit de overgemaakte stukken blijkt dat Veolia in staat is om het door IOK Afvalbeheer beoogde resultaat van sortering te bereiken en dit in overeenstemming met de voorwaarden opgelegd in het bestek. Wel is de geboden prijs van Veolia overdreven voor IOK Afvalbeheer en Fost Plus, die hier optreedt als derde betaler. Veolia geeft een prijs op van 178,5 euro per binnenkomende ton voor het sorteren van PMD. Deze prijs is hoger dan de actuele prijs die IOK Afvalbeheer betaalt aan Veolia, en aanzienlijk hoger dan de offertes die Veolia recentelijk heeft ingediend in andere gebieden, zoals bv. in het aangrenzende gebied Limburg.Net, waar een tarief van 161,9 euro werd geboden. Ook blijkt dat in het kader van andere sorteeropdrachten prijzen werden geboden door verschillende inschrijvers die schommelen tussen 116,5 tot 161,9 euro/ton. Bij de beoordeling van de offerte en meer bepaald bij de beschrijving van de installatie van Borchers werd vastgesteld dat er nog een aantal operationele punten zijn in verband met de kwalitatieve uitvoering van de opdracht die XII-6129-6\14 een aanpassing van de sorteerinstallatie wellicht noodzakelijk zullen maken in geval van toewijzing: - In de offerte van Borchers is geen sprake van een flessenprikker (tijdens plaatsbezoek ook niet vastgesteld). In het bestek wordt hiervan gezegd dat in het algemeen een flessenperforator nodig is, behalve wanneer de balenpers een bijzondere capaciteit heeft. - De openingen in de aanwezige trommelzeef op het moment van plaatsbezoek lijken groot, waardoor gevreesd kan worden dat goede PMD onmiddellijk bij het residu terecht komt en dit definitief verloren gaat. Het bestek bepaalt dat het sorteercentrum het percentage residu zo veel mogelijk moet beperken en alleszins verantwoordelijk is voor het verlies van het goede PMD in het residu. - In de offerte van Borchers wordt geen melding gemaakt van een afzonderlijke weging van de balen en bij het plaatsbezoek blijkt dat de balen niet afzonderlijk worden gewogen. Het bestek voorziet in art. 19.3 dat de balen onmiddellijk gewogen moeten worden met een minimale nauwkeurigheid van 10 kg en in art. 24 dat de dienstverlener moet beschikken over een weegschaal om de balen te wegen of over een elektronische weegschaal op de heftruck die de balen kan wegen en transporteert. Borchers zal er alleszins op toezien dat de balen op een correcte wijze en volgens het bestek gewogen kunnen worden. - In de offerte van Borchers wordt geen melding gemaakt van de etikettering van de balen. Het bestek bepaalt in Art. 24.8 ‘Alle balen dienen voorzien te worden van een label met daarop het gewicht van de baal en de herkomst van het gesorteerde materiaal.’ En in bijlage D ‘Elke baal moet voorzien zijn van een onuitwisbare markering met de volgende gegevens: naam van het sorteercentrum; naam van het project; datum van de aanmaak van de baal; gewicht van de baal’. - Het bestek voorziet in art. 18 en 19 een goede scheiding van de stocks, zowel van ongesorteerde als van de gesorteerde stromen. Dit om verwarring met materiaal van andere projecten te voorkomen. De opslagomstandigheden voor inkomende stromen bij Borchers zijn niet duidelijk afgebakend. Voor de uitgaande stromen is een correcte labelling van de balen (zie bovenvermeld punt) noodzakelijk voor een goede scheiding van de stocks. - Sortering en verwerking blauwe zakken: het bestek voorziet de verplichting om de blauwe zakken apart te sorteren en verwerken (art. 19.
- en de specificaties in bijlage D). De sorteerlijn van Borchers heeft bij het begin een trommelzeef voor de scheiding van lichte en zwaardere fracties = scheiding van alle folies. Bijgevolg dienen de blauwe folies (blauwe zakken) in een tweede handeling nog gescheiden te worden van de andere folies. Vermits het bestek niet eiste dat de installatie op het ogenblik van het indienen van de offerte geheel voldoet aan de voorwaarden voor de uitvoering en vermits op korte termijn de nodige aanpassingen mogelijk worden geacht (zodat bij de uitvoering van de opdracht aan de voorwaarden van het bestek zal worden voldaan), is er geen reden om tot onregelmatigheid van Borchers te besluiten”. 9.
- De verzoekende partij leidt hieruit af dat de verwerende partij zonder meer zou hebben vastgesteld dat de offerte van de tussenkomende partij een aanzienlijk aantal afwijkingen bevat van de technische voorschriften van het bestek: XII-6129-7\14 er zou geen sprake zijn van een flessenprikker, de openingen in de trommelzeef zouden te groot zijn, er zou geen sprake zijn van een afzonderlijke weging van de balen en er zou in de offerte geen melding worden gemaakt van de etikettering van de balen noch van een goede scheiding van de stocks. 9.
- Dienaangaande valt in de eerste plaats op te merken dat in de bestreden beslissing geenszins in dergelijke absolute termen wordt uitgedrukt dat de betrokken offerte op voormelde punten effectief afwijkt van het bestek. Er wordt slechts opgemerkt dat een aanpassing van de sorteerinstallatie “wellicht noodzakelijk” zal zijn in geval van toewijzing. Voorts wordt bijvoorbeeld de vraag niet beantwoord of de balenpers van de tussenkomende partij al dan niet een bijzondere capaciteit heeft, wat het gebrek aan een flessenprikker kan verantwoorden. Ook betreffende de trommelzeef stelt men slechts dat de openingen in de trommelzeef groot “lijken”, zodat “gevreesd kan worden” dat goede PMD verloren gaat. Inzake de etikettering merkt men bijvoorbeeld enkel op dat hiervan geen melding wordt gemaakt in de offerte van de tussenkomende partij zonder dat hieraan conclusies worden verbonden. 9.
- Bovendien voert de tussenkomende partij zelf in hoofdorde aan dat haar offerte en installaties wel degelijk voldoen aan de technische voorwaarden van het bestek. Het feitelijk uitgangspunt van het eerste onderdeel van het enig middel wordt door de tussenkomende partij uitvoerig betwist. Zij wijst erop dat zij over een balenpers met bijzondere capaciteit beschikt waardoor zij conform het bestek niet dient te beschikken over een flessenperforator. Voorts zou artikel 24 van het bestek geenszins bepalen hoe de trommelzeef dient te worden uitgerust en zouden de raten van de trommelzeef eenvoudig kunnen worden vervangen zonder dat de trommel zelf moeten worden vervangen. Daarnaast zou zij wel degelijk beschikken over een weegschaal op een heftruck conform het bestek en zou de etikettering bij haar standaard gebeuren aangezien dit voorschrift al in het Duitse terugname systeem verankerd is. Ook aan het vereiste van afgebakende stockering en uitsortering van de blauwe zakken zou zij reeds voldoen. Zij bevestigt in haar verzoekschrift tot tussenkomst dat een aanpassing van haar sorteerinstallatie geenszins noodzakelijk is. 9.
- De vraag of de offerte van op de voormelde punten al dan niet afwijkt van het bestek, impliceert - minstens gedeeltelijk - een grotendeels technische beoordeling die ook onderzoek van de betrokken installatie veronderstelt. XII-6129-8\14 Een dergelijk technisch middel kan in beginsel pas tot schorsing leiden wanneer de ernst ervan al blijkt op grond van een snel en prima facie onderzoek. In het licht van voormelde veeleer “voorwaardelijke” opmerkingen van de verwerende partij in de toewijzingsbeslissing enerzijds en de concrete repliek van de tussenkomende partij anderzijds, is dit in de voorliggende zaak niet het geval, mocht de Raad van State zich al bekwaam achten om hierover, in het kader van een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, en dus zonder deskundig advies, uitspraak te doen. Nu niet met de vereiste prima facie graad van ernst is aangetoond dat de offerte van de tussenkomende partij werkelijk afwijkt van de litigieuze besteksbepalingen, dienen de vragen of het al dan niet essentiële besteksbepalingen betreft en of de tussenkomende partij hieraan diende te voldoen op het ogenblik van de gunning, dan wel de uitvoering van de opdracht, in de huidige stand van het geding vooralsnog niet te worden beantwoord. 9.
- Het eerste onderdeel van het enig middel is niet ernstig. Tweede onderdeel Uiteenzetting van het onderdeel
- In een tweede onderdeel merkt de verzoekende partij op dat het, gelet op de manifeste tekortkomingen aan technische vereisten in de offerte van de tussenkomende partij, strijdig is met het zorgvuldigheidsbeginsel en gelijkheids- en non-discriminatiebeginsel dat de verwerende partij geen onderzoek heeft gevoerd naar het blijkbaar abnormaal laag karakter van de prijs van de tussenkomende partij. In het licht van deze tekortkomingen en van de strenge eisen van het bestek op het vlak van de kwaliteit van de gesorteerde balen, de boeteregeling en het aantal extra controles door IOK afvalbeheer, bovenop de door Fost Plus opgelegde controles, diende het prijsverschil tussen de offertes een zorgvuldig bestuur ertoe aan te zetten om tot een prijsonderzoek over te gaan. Beoordeling 11.
- Aangezien de offerte van de tussenkomende partij niet werd afgewezen op grond van abnormale prijzen, was de aanbestedende overheid te dezen XII-6129-9\14 niet verplicht om een prijsverantwoording te vragen op grond van artikel 110, § 3, van het voornoemde koninklijk besluit van 8 januari
- Dit neemt niet weg dat het wel een plicht voor de aanbestedende overheid is om na te gaan of een offerte geen abnormale prijzen bevat, welk onderzoek moet gebeuren met in achtname van de zorgvuldigheidsverplichting. 11.
- Op het eerste gezicht lijkt de verwerende partij in het voorliggende geval aan deze verplichting te hebben voldaan. Uit de bestreden beslissing blijkt immers dat de verzoekende partij een prijs vraagt van 178,5 euro per binnenkomende ton voor het sorteren van PMD, tegenover een prijs van 146 euro respectievelijk 156,5 euro per binnenkomende ton voor het sorteren van PMD voor de tussenkomende partij al naar gelang de beide percelen al dan niet samen aan haar worden gegund. Daarbij dient eerst te worden vastgesteld dat de schatting die de verzoekende partij maakt in haar verzoekschrift inzake de ontleding van de prijzen geboden door de tussenkomende partij, niet lijkt overeen te stemmen met de samenstelling van het tarief zoals opgenomen in de gekozen offerte. Wat betreft de eigenlijke sorteerkost maakt deze offerte melding van 137,50 euro/ton, in tegenstelling tot de 108 euro/ton waar de verzoekende partij van uitgaat. Het middelonderdeel lijkt op dit punt dan ook feitelijke grondslag te missen. Voorts lijkt de prijs die door de verzoekende partij zelf wordt geboden op het eerste gezicht niet zonder meer als referentiepunt te kunnen gelden voor het normaal karakter van de prijs in het licht van de onder randnummer 9.
- reeds aangehaalde opmerkingen die de verwerende partij in de bestreden beslissing heeft gemaakt omtrent de door de verzoekende partij geboden prijs, die zij blijkbaar per opdracht laat wisselen. Uit de bestreden beslissing blijkt eveneens dat de verwerende partij tevens een prijsvergelijking heeft gemaakt en heeft vastgesteld dat in het kader van andere sorteeropdrachten prijzen werden geboden door verschillende inschrijvers die schommelden tussen 116,5 tot 161,9 euro/ton. XII-6129-10\14 Ten slotte blijkt uit het administratief dossier dat de tussenkomende partij haar transportkost in een schrijven van 9 september 2009 nog als volgt heeft verantwoord: “Het transport van België naar Borken zal door middel van containervrachtwagens (tot 100 m³) resp. walking floors (90 m³) gebeuren en dit als terugvracht. Hiertoe beschikken wij in ons wagenpark over 40 vrachtwagens. Dagelijks worden transporten naar België uitgevoerd. Bij voorbeeld naar Wielsbeke of Bree, enz. Dit verklaart de door ons berekende en aangeboden transportprijs van 13,50 euro/ton”. In het licht van de gegeven omstandigheden lijkt dan ook niet te kunnen worden aangenomen dat de verwerende partij onzorgvuldig zou hebben gehandeld door geen onderzoek te voeren naar de volgens de verzoekende partij “blijkbaar abnormale” prijs van de tussenkomende partij. 11.
- Het tweede onderdeel van het enig middel is niet ernstig. Derde onderdeel Uiteenzetting van het onderdeel
- In een derde onderdeel stelt de verzoekende partij dat de puntenschaal die werd gehanteerd voor de beoordeling van de offertes aan de hand van het gunningscriterium “kwaliteit van de voorgestelde middelen en diensten” het rechtmatig vertrouwen van de verzoekende partij heeft verschalkt dat haar offerte een goede score zou halen op het criterium kwaliteit. Zij merkt op dat de beoordeling op een andere wijze is verlopen dan bij de vorige opdracht en op onbegrijpelijke wijze resulteert in een lagere score dan bij de vorige gunning van de opdracht aan haarzelf ondanks de forse investeringen die de verzoekende partij inmiddels heeft gedaan op het vlak van de kwaliteit, sinds de voormelde gunning. Beoordeling 13.
- Inzake het derde onderdeel dient te worden vastgesteld dat de offerte van de verzoekende partij voor wat betreft het gunningcriterium kwaliteit globaal als “zeer goed” wordt gekwalificeerd met een score van 24/30, terwijl de gekozen offerte globaal slechts als “matig” wordt beschouwd, met een score van 12/
- Op het eerste gezicht valt aldus te betwijfelen of de verzoekende partij, gelet XII-6129-11\14 op dit groot puntenverschil, wel belang heeft bij dit middelonderdeel. Zij laat overigens zelf na uiteen te zetten op welke wijze haar offerte dan wel zou moeten worden beoordeeld en welke implicaties dit zou hebben voor de beoordeling van de gekozen offerte. 13.
- Het derde onderdeel van het enig middel is niet ernstig. Vierde onderdeel Uiteenzetting van het onderdeel
- Ten slotte werpt de verzoekende partij in een vierde onderdeel op dat de beoordelingsmethode voor het derde gunningscriterium, zijnde de afstand tussen het leveringspunt en het referentiepunt van de opdracht, “discriminatoir” is en haaks staat op de logica en de geest van het bestek dat zeer strenge kwaliteitseisen oplegt, waardoor het bestuur ook hier onzorgvuldig zou hebben gehandeld.
- Het gunningscriterium en de beoordeling aan de hand ervan strekken er te dezen op het eerste gezicht toe om offertes waarin de afstand die de ophaalwagens zelf moeten afleggen (hetzij tot het sorteercentrum zelf, hetzij tot een overslagpunt) het kleinst is, positief te waarderen. Het standpunt van de verzoekende partij dat de beoordelings- methode haaks staat op de logica en de geest van het bestek dat zeer strenge kwaliteitseisen oplegt, kan op het eerste gezicht niet worden bijgevallen. Uit de bestreden beslissing blijkt immers dat de verwerende partij erkent dat het vermijden van overslag in principe ook de kwaliteit ten goede komt, om welke reden dit dan ook beoordeeld wordt met het tweede gunningscriterium. De offerte van de verzoekende partij wordt op dit punt dan ook als ‘zeer goed’ beoordeeld aan de hand van het tweede gunningscriterium. De bestreden beslissing vermeldt hierover het volgende: “Inzake de organisatie in geval van overslag volgt uit de omstandigheid dat de site van Veolia binnen een straal van 50 km ligt voor de referentiepunten van de twee percelen, dat er geen overslag moet voorzien worden. Dit komt zeker ten goede van de kwaliteit van het uit te sorteren PMD doordat elk risico volgend uit overslag, wordt vermeden”. XII-6129-12\14 Voorts sluit het bestek niet uit dat de verzoekende partij indien gewenst, eveneens een beroep had kunnen doen op een overslagpunt. Bovendien heeft het derde gunningscriterium slechts een weging van 10 punten tegenover 60 punten voor de prijs (eerste gunningscriterium) en 30 punten voor de kwaliteit. Ingeval men zoals de verzoekende partij geen beroep moet doen op een overslagpunt, dienen geen overslag- en transportkosten te worden verrekend in de prijs bovenop de eigenlijke sorteerkost, wat gunstig is in het licht van het eerste gunningscriterium. Daarnaast werd dit element zoals gezegd voor de verzoekende partij ook positief beoordeeld in het licht van het tweede gunningscriterium. Aldus is op het eerste gezicht niet aangetoond dat het derde gunningscriterium en de beoordelingsmethode ervan discriminerend zijn of van onzorgvuldigheid getuigen. Ook het vierde onderdeel van het enig middel is dus niet ernstig.
- Nu het enig middel in zijn geheel niet ernstig is bevonden, is niet voldaan aan één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, die cumulatief moeten zijn vervuld wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. Deze vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen. BESLISSING
- Het verzoek van Borchers Kreislaufwirtschaft GmbH, vennootschap naar Duits recht, tot tussenkomst in het administratief kort geding wordt ingewilligd.
- De Raad van State verwerpt de vordering.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op 175 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 125 euro. XII-6129-13\14 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 25 maart 2010 2010, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Dierk Verbiest, kamervoorzitter bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Dierk Verbiest XII-6129-14\14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.345 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div