id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.350 Rolnummer: A. 154313/XII-4219 Zaak: Arrest 202350 - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 25/03/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-04-01 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 04:31 Fiche Arrest nr 202.350 van 25 maart 2010 Openbaar ambt - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 202.350 van 25 maart 2010 in de zaak A. 154.313/XII-
- In zake : Jerry KEGELS, die woonplaats kiest bij advocaten W. Van Der Gucht en F. Dieu, kantoor houdende te Gent, Sint-Denijslaan 201 tegen : de GEMEENTE SINT-GILLIS-WAAS, die woonplaats kiest bij advocaat Wim De Cuyper, kantoor houdende te Sint-Niklaas, Vijfstraten
- Tussenkomende partij: Karl BUYTAERT, die woonplaats kiest bij advocaat Paul Aerts, kantoor houdende te Gent, Coupure
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Jerry Kegels op 11 augustus 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 24 juni 2004 van de gemeenteraad van Sint-Gillis-Waas waarbij Karl Buytaert tot gemeenteontvanger wordt benoemd; Gelet op het arrest nr. 138.840 van 23 december 2004 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting van het geding van 20 januari 2005 ingediend door Jerry Kegels; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van Karl Buytaert; XII-4219-1/10 Gelet op de beschikking van 7 maart 2005 die de tussenkomst van Karl Buytaert toelaat; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag, opgesteld door auditeur B. Weekers; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories van verwerende en tussenkomende partij; Gelet op de beschikking van 29 oktober 2000 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 24 november 2009; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat F. Dieu, die verschijnt voor verzoeker, van advocaat E. Rentmeesters, die loco advocaat W. De Cuyper, en van advocaat I. Bockstaele, die loco advocaat P. Aerts verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur B. Weekers; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : I. Feiten
- Op 2 oktober 2003 besluit de gemeenteraad van Sint-Gillis-Waas de voltijdse betrekking van gemeenteontvanger vacant te verklaren en bij aanwerving te begeven, alsook een wervingsreserve voor deze betrekking aan te leggen met een geldigheidsduur van één jaar. Overeenkomstig de toepasselijke aanwervingsvoorwaarden moeten de kandidaten slagen voor een niet-vergelijkende selectieproef, bestaande XII-4219-2/10 uit twee schriftelijke gedeelten en een mondeling gedeelte. Het college stelt op 26 januari 2004 de samenstelling van de examencommissie vast. Drie kandidaten slagen in de selectieproef. Onder hen verzoeker, met 87,3 punten op 130, en de tussenkomende partij, met 88,7 punten op
- Op 1 april 2004 besluit de gemeenteraad de tussenkomende partij te benoemen tot gemeenteontvanger. Verzoeker vecht dit besluit bij de Raad van State aan, op 22 april 2004 met een vordering tot schorsing en op 5 mei 2004 met een beroep tot nietigverklaring (zaak gekend onder nr. A. 150.973XII-4134). Overwegende “dat na grondig heronderzoek van het dossier en analyse van het ingeroepen middel inzake schending van de motiveringsplicht is gebleken dat door de heer Kegels [...] ernstige wettigheidskritiek werd geformuleerd ten aanzien van de bestreden benoemingsbeslissing”, trekt de gemeenteraad op 3 juni 2004 zijn besluit van 1 april 2004 houdende de benoeming van de tussenkomende partij tot gemeenteontvanger in. Teneinde een gemotiveerde benoemingsbeslissing te kunnen nemen, wordt door de gemeenteraad op 3 juni 2004 eveneens besloten de selectiecommissie opnieuw samen te roepen met het verzoek “een gemotiveerd advies te verstrekken met betrekking tot een te benoemen kandidaat, ondersteund door een kwalitatieve duiding en een motivering van de punten, zeker van het mondelinge gedeelte”. In haar advies van 10 juni 2004 besluit de examencomissie finaal “dat kandidaat Buytaert het best beantwoordt aan de in de functiebeschrijving gestelde eisen voor gemeenteontvanger”. Met de bestreden beslissing van 24 juni 2004 beslist de gemeenteraad het advies van de examencommissie te volgen en om de tussenkomende partij tot gemeenteontvanger te benoemen. Verzoeker en L. D.S. worden opgenomen in een wervingsreserve, voor de duur van één jaar, voor de betrekking van gemeenteontvanger. XII-4219-3/10 II. Derde middel Standpunt van de partijen
- In een derde middel voert verzoeker de schending aan van het besluit van 2 oktober 2003 van de gemeenteraad van Sint-Gillis-Waas betreffende de vacantverklaring van de voltijdse betrekking van gemeenteontvanger en van het administratief statuut van het personeel van de gemeente Sint-Gillis-Waas, vastgesteld bij gemeenteraadsbesluit van 4 oktober 2001, doordat de selectie- commissie uit vijf in de plaats van zes leden was samengesteld en doordat ze slechts twee in de plaats van drie professionele selecteurs telde.
- Verwerende partij betwist in de memorie van antwoord in de eerste plaats de ontvankelijkheid van het middel. Namelijk heeft verzoeker door de aangeklaagde onwettigheid geen enkel nadeel geleden vermits de samenstelling van de jury voor alle kandidaten gelijk was. Dit wordt bevestigd door de vaststelling dat geen van de kandidaten over de samenstelling ooit enige opmerking heeft geformuleerd. In de laatste memorie voegt verwerende partij daar nog aan toe dat verzoeker geen enkele reden had om zijn opmerkingen omtrent de samenstelling van de selectiecommissie niet ab initio mee te delen, “zeker nu hij, naar eigen zeggen, zich hierover van bij het begin vragen heeft gesteld”. Ten gronde betwist verwerende partij in de memorie van antwoord dat de selectiecommissie niet correct zou zijn samengesteld: vijf leden volstaan volgens het statuut; de drie professionele selecteurs zijn L. De Bock, A. De Jaeger, en R. Van Puyvelde, en het statuut sluit niet uit dat één van de juryleden, te dezen R.Van Puyvelde, sectorhoofd burger- en welzijnszaken, tevens als secretaris ging optreden nadat hij tot gemeentesecretaris was benoemd. In de laatste memorie schrijft verwerende partij bijkomend: het administratief statuut, noch de wetgeving van toepassing op het ogenblik van de feiten noch de huidige regelgeving inzake de aanwerving van gemeentepersoneel, geven een definitie van wat onder “professioneel selecteur” moet worden verstaan; R. Van Puyvelde is terecht als “professioneel selecteur” beschouwd “vanuit zijn ervaring met personeelszaken binnen de gemeentelijke administratie”; hij werd in XII-4219-4/10 zijn hoedanigheid van toenmalig sectorhoofd buger- en welzijnszaken trouwens regelmatig gevraagd als deskundige binnen selectiecommissies van de eigen gemeente en externe besturen; hij was daarenboven de enige binnen de selectiecommissie die deel uitmaakte van de lokale overheid; hij mag dan ook beschouwd worden als een deskundige die vanuit zijn professionele functie beschikt over voldoende ervaring om occasioneel op te treden als selecteur; deze interpretatie van het begrip “professioneel selecteur” is zinvol en sluit bovendien aan bij regelgeving die op dat moment van toepassing was, meer bepaald de minimum- normen opgenomen in de zogenaamde “Krachtlijnen Kelchtermans”; deze hielden in dat de selectiecommissie enkel bestaat uit deskundigen, dat minstens 50% van die deskundigen extern moet zijn aan het bestuur, en dat gemeenteraadsleden en/of leden van het college van burgemeester en schepenen enkel als waarnemer mogen optreden maar niet mogen deelnemen aan de beoordeling; het bepaalde in het administratief statuut beantwoordt aan de eis dat de examencommissie enkel mag bestaan uit deskundigen; bovendien is de meerderheid van de leden extern aan het bestuur; R.Van Puyvelde is juist de enige die lid is van het lokaal bestuur, “net omdat verwerende partij van oordeel is dat toch minstens één lid een band moet hebben met het bestuur dat de selectie heeft uitgeschreven”.
- Van haar kant werpt de tussenkomende partij in haar toelichtende memorie tegen dat de selectiecommissie steeds is samengesteld geweest uit zes leden, de secretaris van de selectiecommissie inbegrepen, en dat R. Van Puyvelde steeds de hoedanigheid van professionele selecteur heeft behouden, aangezien het een nominatim-aanwijzing betreft. In de laatste memorie doet de tussenkomende partij ter aanvulling nog gelden wat volgt: voor de interpretatie van het in het administratief statuut niet gedefinieerde begrip “professionele selecteur” dient de geest en de bedoeling van de gemeenteraad te worden gevolgd; het personeelsstatuut werd vastgesteld rekening houdend met de “Krachtlijnen Kelchtermans”, waarvan de geest de objectivering betreft in de samenstelling van de selectiecommissie waarbij het er vooral om gaat dat er minstens 50 % externen zijn; een “professionele selecteur” kan, om te voldoen aan het criterium van objectiviteit, niet alleen een persoon zijn “die er een dagelijks beroep van heeft gemaakt”, maar ook “iemand die regelmatig als selecteur deel uitmaakt van een examen- of selectiecommissie en voldoende vertrouwd is vanuit zijn functie binnen een gemeentelijke administratie”; ook vóór zijn thans bekritiseerde aanstelling in de selectiecommissie voor XII-4219-5/10 gemeenteontvanger, zetelde R. Van Puyvelde regelmatig in selectiecommissies, zowel binnen het bestuur van de gemeente Sint-Gillis-Waas als bij externe besturen; bijgevolg werd hij binnen het bestuur dan ook aangezien als de persoon “die de selecties deed”; bovendien is hij vertrouwd met de gemeentelijke administratie; een letterlijke interpretatie van het begrip “gebruikelijke of professionele selecteur” zou tot gevolg hebben dat de selectiecommissie hoofdzakelijk, zo niet uitsluitend uit externen moeten worden samengesteld, wat niet overeenstemt met de geest noch de bedoeling van de omschrijving en samenstelling in het personeelsstatuut. Beoordeling
- Het toepasselijke administratief statuut van het gemeentepersoneel bepaalt dat de selectiejury voor de organisatie van de aanwervingsproef voor de betrekking van gemeenteontvanger is samengesteld uit: “- 2 ervaringsdeskundigen werkzaam in een lokaal bestuur, met een kwalificatie gelijkgesteld aan de functie van gemeentesecretaris voor wat betreft de selectieproef voor gemeentesecretaris en gelijkgesteld aan de functie van gemeenteontvanger, voor wat betreft de selectieproef van gemeente- ontvanger; - 3 professionele selecteurs De secretaris is een personeelslid behorende tot het gemeentebestuur Sint- Gillis-Waas”. Als één van de “3 professionele selecteurs” is door het college op 26 januari 2004 R. Van Puyvelde, sectorhoofd burger- en welzijnszaken, aangesteld.
- Naar verwerende partij zelf uitvoerig uiteenzet en benadrukt, strekt het besproken voorschrift ertoe “om de objectivering van de aanwerving van gemeentepersoneel te verhogen” en om onder meer als minimumeis te garanderen dat alleen deskundigen deel zouden uitmaken van de examencommissie. Te dezen meent verzoeker die voorgeschreven garantie niet te hebben genoten, doordat R. Van Puyvelde, niet rechtmatig als een professioneel selecteur te beschouwen is. Waar het administratief statuut kennelijk doelbewust in de betrokken waarborg heeft willen voorzien, geeft het geen pas om verzoeker bij die kritiek het vereiste belang te ontzeggen, onder het voorwendsel dat de andere kandidaten evenmin de vereiste waarborg genoten. XII-4219-6/10 Met dat ontvankelijkheidsbezwaar meegaan leidt ertoe het voorschrift waardeloos te maken en houdt feitelijk de negatie ervan in.
- Ook het argument dat verzoeker zonder belang bij het middel is omdat hij met de samenstelling van de jury zou hebben ingestemd door niet ab initio zijn bezwaren daarover te hebben meegedeeld, kan niet worden gevolgd. Nog daargelaten dat verwerende partij zelf uitdrukkelijk betwijfelt dat verzoeker reeds van meet af aan was opgevallen dat er slechts twee professionele selecteurs waren, wordt vastgesteld dat zij dan toch op 22 april 2004 door hem op de onwettigheid is gewezen - in het kader van zijn vordering tot schorsing in de zaak A. 150.
- Dit is de gemeenteraad geenszins ontgaan; integendeel refereert hij er in zijn besluit van 3 juni 2004 tot intrekking van de eerste benoeming van tussenkomende partij zelfs uitdrukkelijk aan, in de tweede “Overwegende”. Wel heeft hij vervolgens nog alleen aandacht gehad voor de schending van de motiveringsplicht, die eveneens was aangevoerd. Wanneer derhalve verzoeker tegen de bestreden beslissing van 24 juni 2004 letterlijk dezelfde onwettigheid in verband met de samenstelling van de examenjury kan herhalen als hij eerder aanvoerde tegen de gemeenteraads- beslissing van 1 april 2004, dan is dat omdat verwerende partij -niettegenstaande haar beweerd “grondig heronderzoek van het dossier”- van oordeel is geweest aan dat gesignaleerde euvel geen gevolg te moeten geven en ermee te mogen volstaan alleen aan het opgeworpen gebrek in verband met de motivering tegemoet te komen. In de gegeven omstandigheden is verwerende partij slecht geplaatst om verzoeker te verwijten nooit enige opmerking of voorbehoud omtrent de samenstelling van de examenjury te hebben geformuleerd.
- Ten gronde moet de vraag beantwoord worden of R. Van Puyvelde al dan niet als een professioneel selecteur aangezien mocht worden. Of een professioneel selecteur noodzakelijk iemand moet zijn die van selecteren zijn beroep maakt, dan wel of het volstaat dat hij beroepsmatig -in de uitoefening van zijn beroep- wel eens geroepen wordt te selecteren, hoeft voor een antwoord op de vraag niet worden uitgemaakt. In het licht van wat hiervoor, sub 6, XII-4219-7/10 in verband met de garantie dat alleen deskundigen lid van de jury zouden zijn, werd geschreven, moet de professioneel selecteur in elk geval een deskundige zijn - een expert in selecteren. Gelet op de betwisting die verzoeker terzake opwerpt, kwam het de verwerende partij toe op afdoende wijze aan te tonen dat R. Van Puyvelde zo’n expert is.
- De enkele omstandigheid dat hij nominatim als zodanig is aangesteld in de beslissing van 26 januari 2004 van het college van burgemeester en schepenen tot samenstelling van de selectiecommissie, bewijst in elk geval niets.
- Volgens verwerende en tussenkomende partij verdient betrokkene de kwalificatie “professioneel selecteur” “vanuit zijn ervaring met personeelszaken binnen de gemeentelijke administratie”. “[T]rouwens” wordt hij in zijn hoedanigheid van -toentertijd- sectorhoofd burger- en welzijnszaken regelmatig gevraagd als deskundige binnen selectiecommissies van zowel de eigen gemeente als externe besturen. Blijkens het administratief statuut is het hoofddoel van de functie van sectorhoofd burger- en welzijnszaken: “De burgers begeleiden en hen in staat stellen op een vlotte manier te voldoen aan wettelijke en gemeentelijke administratieve bepalingen m.b.t. hun dagelijks leven en als inwoner van de gemeente. Verantwoordelijk voor de ondersteuning en uitvoering van een aantal belangrijke aspecten van de welzijnzaken, die nodig zijn om de dienstverlening te waarborgen en te verbeteren”. Zijn belangrijkste taken zijn: “- Stuurt de dienst, delegeert alle mogelijke activiteiten en controleert de uitvoering. Motiveert het personeel van de afdeling en biedt ruimte voor creatieve initiatieven; - Coördineert de onderliggende diensten; - Participeren aan diensthoofdenvergadering; - Informeren van het personeel dat aan hem ondergeschikt is; - Vervangt de secretaris wanneer nodig; - Verantwoordelijk voor de opvolging van de gemeentelijke netwerken en ondersteuning van de diverse computergebruikers als systeembeheerder; - Opvolgen van de behoeften, offerten en contracten aangaande het computersysteem en de software; - Hij of zij is als ambtenaar verantwoording verschuldigd aan het College van Burgemeester en Schepenen en als personeelslid aan de secretaris”. XII-4219-8/10 Niets uit wat voorafgaat, noch overigens uit de beschrijving van zijn functieprofiel, laat uitschijnen dat de “ervaring met personeelszaken binnen de gemeentelijke administratie” van R. Van Puyvelde verondersteld mag worden tevens betrekking te hebben op de selectie van personeel. Zo hij dan ook vaak “als deskundige” zou worden gevraagd binnen selectiecommissies van de eigen gemeente en externe besturen, dan is dat kennelijk niet als deskundige in -specifiek- selecteren. Daarenboven houdt verwerende partij zich met betrekking tot de beweerde betrokkenheid van R. Van Puyvelde bij selectiecommissies opvallend op de vlakte: niet de minste bijzonderheid wordt bijgebracht, laat staan nog enig stavingsstuk.
- Het wordt derhalve niet aannemelijk gemaakt dat R. Van Puyvelde aan de kwalificatie van een professioneel deskundige in selecteren beantwoordt. Dat verwerende partij hem niettemin als een dergelijke expert in de selectiecommissie opnam, is, zoals uit de laatste memorie van verwerende partij kan worden opgemaakt, vooral toe te schrijven aan het feit dat er naar haar mening dan toch minstens één jurylid een band met haar moest hebben. Hoe begrijpelijk deze verzuchting ook kan zijn, ze vermag niet de betrokkene te transformeren tot een expert in selecteren. Aangezien de examenjury niet rechtsgeldig was samengesteld, zijn haar verrichtingen, en bijgevolg ook de erop gebaseerde bestreden beslissing, door onwettigheid aangetast. Het middel is in de besproken mate gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Vernietigd wordt de beslissing van 24 juni 2004 van de gemeenteraad van Sint-Gillis-Waas waarbij Karl Buytaert tot gemeenteontvanger wordt benoemd. XII-4219-9/10 Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van verwerende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig maart 2010, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4219-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.350 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.840 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.