← België

Arrest 202426 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 29/03/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.426 Rolnummer: A. 194119/X-14415 Zaak: Arrest 202426 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 29/03/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-04-06 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-30 04:32 Fiche Arrest nr 202.426 van 29 maart 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 202.426 van 29 maart 2010 in de zaak A. 194.119/X-14.

  1. In zake: Robert LANGHENDRIES bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Philippe Levert kantoor houdend te 1050 BRUSSEL Louizalaan 149, bus 22 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michel van Dievoet kantoor houdend te 1000 BRUSSEL Boomstraat 14, bus 3 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de gemeente SINT-GENESIUS-RODE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Dirk Lindemans en Filip De Preter kantoor houdend te 1000 BRUSSEL Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
  2. De vordering, ingesteld op 28 september 2009, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van 25 juni 2009 van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar waarbij aan de gemeente SINT- GENESIUS-RODE de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het uitvoeren van twee overstorten te Sint-Genesius-Rode, Sint-Annalaan zn / Zonnelaan zn, kadastraal bekend sectie B, nrs. 69/H, 69/L en 70/L en sectie E, nrs. 43/C/67 en 43/D/
  3. X-14.415-1/5 II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Auditeur Tom De Waele heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 november
  5. Kamervoorzitter Roger Stevens heeft verslag uitgebracht. Advocaat Bram Van Dromme, die loco advocaat Philippe Levert verschijnt voor de verzoeker, advocaat Filip van Dievoet, die loco advocaat Michel van Dievoet verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Bert Van Herreweghe, die loco advocaten Dirk Lindemans en Filip De Preter verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Auditeur Tom De Waele heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Tussenkomst
  7. Met een op 20 oktober 2009 ter post aangetekend verzoekschrift vraagt de gemeente SINT-GENESIUS-RODE om in het geding te mogen tussenkomen. Er is grond om dat verzoek in te willigen, wat betreft het administratief kort geding. IV. Ontvankelijkheid van de vordering
  8. De tussenkomende partij betwist de ontvankelijkheid van de vordering. Er bestaat vooralsnog geen noodzaak om over de opgeworpen exceptie uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over deze exceptie dringt X-14.415-2/5 zich slechts op indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing vervuld zijn, hetgeen te dezen, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. V. Onderzoek van de vordering
  9. Overeenkomstig artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
  10. Wat de tweede door artikel 17, § 2 gestelde voorwaarde betreft laat de verzoeker het volgende gelden: “Eerst en vooral wordt de bestreden vergunning verleend voor het realiseren van een project op het perceel van verzoekende partij. Zonder de schorsing van voorliggende vergunning, is het legio dat verzoekende partij geconfronteerd wordt met een (quasi)-onteigening van of erfdienstbaarheden op zijn perceel, minstens met onomkeerbare ondergrondse werken. Het enige besluit dat aan het nadeel van verzoekende partij ten grondslag ligt, is huidig bestreden beslissing en zodoende vloeit het nadeel ook rechtstreeks voort uit de tenuitvoerlegging van de bestreden vergunning. Ten tweede is het zo dat Uw Raad reeds voorheen stelde dat indien het middel met betrekking tot de milieueffectrapportering, met als essentieel doel de overheid in te lichten omtrent de aard, de hoegrootheid van de gevaren en de risico’s die de inrichting met zich mee zal brengen, ernstig is, zoals in casu, ook het nadeel voor ernstig moet worden gehouden, nu het bestuur in de onwetendheid van deze elementen de bestreden vergunning heeft afgegeven, waardoor een ontoelaatbaar risico wordt geschapen. Ten derde werd door verzoekende partij op zijn perceel de natuurlijke beplanting en omgeving gerespecteerd en zal het aanbrengen van de overstorten de bestaande waardevolle beplanting van verzoekende partij onmiskenbaar onherstelbare schade berokkenen. Meer zelfs, de werken bevinden zich hoofdzakelijk ondergronds, waardoor moeilijk ontkend kan worden dat deze ondergrondse constructies een nefaste invloed zullen hebben op de bestaande vegetatie van verzoekende partij. Tenslotte is het ook zo dat, eenmaal de overstorten zijn opgericht, het nadeel alleen maar hersteld kan worden door de afbraak ervan, al zal dit mogelijk zelfs niet alle gevolgen van de oprichting van de overstorten kunnen wegwerken. Ook de oorspronkelijk waardevolle vegetatie van verzoekende partij is in dat geval vernietigd. Het nadeel van verzoekende partij kan in de gegeven omstandigheden dan ook beschouwd worden als moeilijk te herstellen”.
  11. De verzoeker is eigenaar - niet-bewoner van het betrokken perceel. Hij toont als dusdanig niet aan dat hij in zijn huidige leefsituatie wordt getroffen door de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. X-14.415-3/5
  12. De tussenkomende partij kan niet louter op grond van de verkregen vergunning op de eigendom van de verzoeker werken uitvoeren zonder diens toestemming. De ingeroepen nadelen vloeien dan ook niet rechtstreeks voort uit de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing.
  13. Tevens moet worden vastgesteld dat niet wordt betwist dat er reeds ter plaatse een overstortconstructie aanwezig is en dat de bestreden beslissing er enkel toe strekt deze te vervangen teneinde beter het hoofd te kunnen bieden aan situaties waarin grote hoeveelheden overtollig regenwater moeten worden afgevoerd.
  14. Voort toont de verzoeker niet aan dat er op zijn grond waardevolle beplanting voorkomt. De foto’s die bij de aanvraag werden gevoegd tonen enkel het bestaan van een weide aan.
  15. Los van de vraag of in casu een milieueffectenrapport diende te worden opgesteld, toont het louter feit dat zodanig rapport niet werd opgesteld in casu niet aan dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden stedenbouwkundige vergunning aan de verzoeker een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
  16. De uiteenzetting van de verzoeker bevat derhalve geen concrete en precieze gegevens die aannemelijk maken dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden stedenbouwkundige vergunning een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen in de zin van artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State.
  17. Hieruit volgt dat niet voldaan is aan één van de bij artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING
  18. Het verzoek van de gemeente SINT-GENESIUS-RODE tot tussenkomst in het administratief kort geding wordt ingewilligd. X-14.415-4/5
  19. De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negenentwintig maart 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter; met bijstand van Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Roger Stevens X-14.415-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.426 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.213.379 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.