id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.427 Rolnummer: A. 195120/X-14495 Zaak: Arrest 202427 - Wegenwezen - 29/03/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-04-06 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-30 04:32 Fiche Arrest nr 202.427 van 29 maart 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Wegenwezen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 202.427 van 29 maart 2010 in de zaak A. 195.120/X-14.
- In zake:
- Francis VAN SCHOUBROECK
- Thérésia VAN SCHOUBROECK
- Jozef Thierry VAN SCHOUBROECK
- Christina BEECKMANS
- Mia VAN DOORN
- Marie-Antoinette TORFS
- Henri TORFS
- de b.v.b.a. YPSILON 6
- de b.v.b.a. B-PLUS 5 bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Kris Wouters en Koen Geelen kantoor houdend te 3500 HASSELT Gouverneur Roppesingel 131 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de stad HERENTALS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Hugo Sebreghts en Floris Sebreghts kantoor houdend te 2018 ANTWERPEN Mechelsesteenweg 27 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 21 december 2009, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van 5 mei 2009 van de gemeenteraad van de stad Herentals houdende een negatieve beslissing over de zaak van de wegen in het kader van de aanvraag tot verkaveling van het gebied “Wuytsbergen” te Herentals. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Auditeur Ann Eylenbosch heeft een verslag opgesteld. X-14.495-1/6 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 5 maart
- Kamervoorzitter Roger Stevens heeft verslag uitgebracht. Advocaat Kris Wauters, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Floris Sebreghts, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- De verzoekende partijen zijn mede-eigenaars van een gebied dat zij willen verkavelen ten noorden van het centrum van Herentals, grenzend aan de straten Wuytsbergen, Spoorwegstraat, Vogelzang en Ekelstraat. Het gebied is grotendeels bebost en bestaat uit de percelen kadastraal bekend sectie E, nrs. 309, 310/A, 310/B, 311/D, 311/E, 311/2E, 312/C, 312/F, 316/A, 329/B, 330/A, 330/B, 331/C, 331/D, 331/E, 332/A, 332/B, 333/A, 333/B, 333/C, 334, 335, 336/A, 337/A, 339/A, 353/A en 353/B. Voornoemde percelen zijn overeenkomstig het gewestplan Herentals-Mol, vastgesteld bij koninklijk besluit van 28 juli 1978, gelegen in woongebied. Ze zijn niet gelegen binnen het gebied van een bijzonder plan van aanleg, gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, of een vergunde verkaveling.
- De realisatie van de verkaveling vereist een aanzienlijke ontbossing waardoor er een m.e.r.-plicht bestaat op basis van rubriek 1d in bijlage II van het besluit van de Vlaamse regering van 10 december 2004 houdende vaststelling van de categorieën van projecten onderworpen aan milieueffectrapportage. X-14.495-2/6 Op 17 april 2008 verleent de dienst MER aan de verzoekende partijen de ontheffing tot het opstellen van een MER. Deze ontheffing geldt voor de maximale termijn van 4 jaar. In de zaak gekend onder het nummer A 189.717/VII-37.256 stelt de verwerende partij een annulatieberoep in tegen dit ontheffingsbesluit. Bij arrest nr. 194.350 van 18 juni 2009 wordt de afstand van het geding vastgesteld.
- Op 9 september 2008 (datum van het ontvangstbewijs) dient Hans Gielis, gevolmachtigde, namens de verzoekende partijen bij het stadsbestuur van Herentals een aanvraag in tot verkavelingsvergunning met aanleg van wegen voor het betrokken gebied.
- Bij aangetekend schrijven van 10 maart 2009 tekenen de verzoekende partijen bij de deputatie van de provincieraad van Antwerpen beroep aan wegens het uitblijven van een beslissing in hoofde van de stad. Eveneens op 10 maart 2009 heeft het schepencollege van de stad Herentals beslist de voorzitter van de gemeenteraad te vragen om de zaak van de wegen van de verkavelingsaanvraag “Wuytsbergen” op de gemeenteraad te agenderen.
- Op 5 mei 2009 neemt de gemeenteraad van de stad Herentals een negatieve beslissing over de zaak van de wegen. Dit is het bestreden besluit.
- Bij aangetekend schrijven van 29 mei 2009 dienen de verzoekende partijen een klacht in bij de gouverneur van de provincie Antwerpen tegen de gemeenteraadsbeslissing van 5 mei
- Bij besluit van 7 juli 2009 schorst de gouverneur van de provincie Antwerpen de uitvoering van het besluit van 5 mei
- Op 1 september 2009 beslist de gemeenteraad van de stad Herentals om haar besluit van 5 mei 2009 gemotiveerd te rechtvaardigen. Op 30 oktober 2009 laat het agentschap voor Binnenlands Bestuur weten dat de beslissing over de wegen in het raam van een verkavelingsaanvraag niet meer zou vallen onder het algemeen vernietigingstoezicht van de minister van Binnenlandse Zaken. X-14.495-3/6 IV. Onderzoek van de vordering
- Overeenkomstig artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Moeilijk te herstellen ernstig nadeel Uiteenzetting van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel
- In het verzoekschrift stellen de verzoekende partijen dat het bestreden besluit tot een moeilijk te herstellen nadeel in hun hoofde leidt doordat “alle andere kanalen (...) dienaangaande (zijn) uitgeput in het raam van huidige aanvraag” en “de kans op een effectieve rechtsbescherming (...) wel zeer hypothetisch (wordt) mocht deze beslissing niet geschorst worden”. Zij adstrueren het ingeroepen moeilijk te herstellen nadeel met een aantal feitelijkheden die volgens hen het vermoeden wettigen dat de verwerende partij niet onpartijdig is en middelen aanwendt om het project te blokkeren, waardoor hun eigendomsrecht wordt geschaad. Meer bepaald verwijzen zij onder meer naar de visie van het college van burgemeester en schepenen van de stad Herentals om de gronden, die volgens het vigerende gewestplan in woongebied gelegen zijn en waar volgens de verzoekende partijen “alle voorzieningen aanwezig (zijn) om een verkaveling aan te leggen”, een groene bestemming te geven. Bovendien beroept het college van burgemeester en schepenen van de stad Herentals zich volgens hen, door het negatief adviseren van de aanvraag, onterecht “op een eventuele toekomstige wijziging van het gewestplan”, terwijl “een ontwerp G.R.S.P. geen rechtsgevolgen heeft”. Volgens de verzoekende partijen wijst “elke stap van de stad Herentals naar aanleiding van de verkavelingsaanvraag”, onder meer de procedure die zij voor de Raad van State tegen het ontheffingsbesluit van het MER heeft ingesteld, “of tijdens de procedure”, onder meer het “ronselen (van) bezwaarschriften, negatieve uitlatingen in de pers”, het laten verstrijken van de termijn om een beslissing te nemen over de verkavelingsaanvraag en het initieel X-14.495-4/6 uitblijven van een gemeenteraadsbesluit aangaande wegen “erop dat de overheid in deze niet onpartijdig is”. Zij stellen verplicht te zullen zijn een volledig nieuwe verkavelingsaanvraag in te dienen doordat het ontheffingsbesluit van de dienst MER op 23 april 2012 afloopt waardoor zij opnieuw het risico lopen dat de verwerende partij de zaak zal blokkeren. Beoordeling
- Overeenkomstig artikel 8, 3/ van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State dient het enig verzoekschrift een uiteenzetting van de feiten te bevatten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoeker een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijk nadeel aantonen. Die bepaling dient zo te worden opgevat dat de verzoekende partijen zich niet mogen beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar integendeel zeer concrete gegevens moet aanvoeren die erop wijzen dat zij persoonlijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kunnen ondergaan. Het moet voor de Raad van State immers mogelijk zijn met voldoende precisie in te schatten of er al dan niet een moeilijk te herstellen ernstig nadeel voorhanden is, en het moet voor de verwerende partij mogelijk zijn zich tegen de door de verzoekende partijen aangevoerde feiten en argumenten te verdedigen. De verzoekende partijen dienen gegevens aan te voeren die enerzijds wijzen op de ernst van het nadeel dat zij ondergaan of kunnen ondergaan, hetgeen betekent dat zij aanduidingen zullen moeten geven omtrent de aard en de omvang van het te verwachten nadeel, en anderzijds wijzen op de moeilijke herstelbaarheid van het nadeel.
- De verzoekende partijen geven in hun verzoekschrift niet aan welk nadeel in hun hoofde rechtstreeks zou voortvloeien uit het niet kunnen verwezenlijken van de nagestreefde verkaveling gedurende het tijdsverloop van het annulatieberoep. De verzoekende partijen tonen niet aan dat het mogelijk verstrijken van de ontheffingstermijn toegestaan door de dienst MER, op zich een ernstig nadeel uitmaakt. X-14.495-5/6 Zij leveren voor het overige in wezen wettigheidskritiek, en kritiek op de houding van de verwerende partij. Die kritiek betreft voor een stuk ook de toekomstige houding van de verwerende partij en betreft in zoverre een hypothetisch nadeel. Bijgevolg maken zij niet aannemelijk dat zij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel dreigen te lijden door de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden gemeenteraadsbeslissing. Hieruit volgt dat niet is voldaan aan één van de bij artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negenentwintig maart 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Roger Stevens X-14.495-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.427 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.215.175 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div