← België

Arrest 202431 - Tucht (openbaar ambt) - 29/03/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.431 Rolnummer: A. 176785/IX-5428 Zaak: Arrest 202431 - Tucht (openbaar ambt) - 29/03/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-04-12 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-30 04:32 Fiche Arrest nr 202.431 van 29 maart 2010 Openbaar ambt - Tucht (openbaar ambt) Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 202.431 van 29 maart 2010 in de zaak A. 176.785/IX-5428 In zake : Eli VERELST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart De Geest kantoor houdend te Dilbeek Broekstraat 37 b bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de politiezone 5340 BRUSSEL-WEST vertegenwoordigd door het Politiecollege gevestigd te Brussel Briefdragerstraat 2 bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Alexandra Benoit kantoor houdend te Brussel Kasteellaan 22, bus 15 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 14 september 2006, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van 19 juli 2006 van het politiecollege van de politiezone Brussel-West waarbij aan Eli Verelst de zware tuchtstraf van het ontslag van ambtswege wordt opgelegd. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verzoeker heeft een toelichtende memorie ingediend. De verwerende partij heeft een “laatste memorie” ingediend. Auditeur Geert De Bleeckere heeft een verslag opgesteld. IX-5428-1/7 De verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 maart
  3. Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Kristien Ceuleers, die loco advocaat Bart De Geest verschijnt voor de verzoeker, en advocaat Alexandra Benoit, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Geert De Bleeckere heeft een met dit arrest anders- luidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. De verzoeker is in dienst van de lokale politiezone Brussel-West sinds 1 januari
  6. 3.
  7. Op 13 april 2005 wordt de verzoeker van zijn vrijheid beroofd wegens verkrachting op een minderjarige tussen 14 en 16 jaar. Zijn aanhouding wordt bevestigd, maar nu voor aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging gepleegd op de persoon van een minderjarige die geen 16 jaar oud is; dat wordt later nog afgezwakt tot aanranding van de eerbaarheid zonder geweld of bedreiging gepleegd op de persoon van een minderjarige die geen volle 16 jaar oud is. Op 27 april 2005 wordt de verzoeker terug in vrijheid gesteld onder voorwaarden. Hij wordt voorlopig geschorst, met inhouding van 25% van zijn wedde. IX-5428-2/7 3.
  8. Op 13 september 2005 wordt de verzoeker door de correctionele rechtbank te Leuven veroordeeld voor aanranding van de eerbaarheid zonder geweld op een minderjarige beneden de volle leeftijd van 16 jaar oud op het ogenblik van de feiten en voor overtreding van artikel 383bis Sw. Het vonnis wordt op 2 november 2005 ter kennis gebracht van het politiecollege van de zone Brussel-West. 3.
  9. Zonder verder bijkomend voorafgaand onderzoek stelt het politiecollege op 21 december 2005 het inleidend verslag op. In dat inleidend verslag stelt het politiecollege voor om de verzoeker de zware tuchtstraf van het ontslag van ambtswege op te leggen. 3.
  10. Na verweer van de verzoeker formuleert de verwerende partij op 15 februari 2006 het voorstel om de verzoeker de zware tuchtstraf van het ontslag van ambtswege op te leggen. Op 21 februari 2006 dient de verzoeker een verzoek tot heroverweging bij de tuchtraad in. Deze adviseert dat aan de verzoeker de tuchtsanctie van ontslag van ambtswege wordt opgelegd. 3.
  11. Op 19 juli 2006 beslist de verwerende partij aan de verzoeker het ontslag van ambtswege op te leggen. Dit is de bestreden beslissing. IV. De procedure
  12. De verwerende partij heeft binnen de haar toegemeten tijd geen memorie van antwoord ingediend. Zij heeft na ontvangst van de toelichtende memorie van de verzoeker een “laatste memorie” neergelegd, maar dergelijk stuk is niet voorzien in de procedureregeling. Behoudens eventuele elementen die de openbare orde raken, kan de Raad van State geen rekening houden met argumenten ontwikkeld in die laatste memorie, die de verwerende partij reeds zinvol in een memorie van antwoord had kunnen aanvoeren. De verzoekster is immers niet in de gelegenheid gesteld om schriftelijk op die argumenten te repliceren en de auditeur-verslaggever heeft er zich in zijn verslag evenmin over kunnen uitspreken. IX-5428-3/7 V. Onderzoek van het vijfde middel Uiteenzetting van het middel
  13. De verzoeker voert de schending aan van artikel 17 van de bestuurstaalwet en van zijn rechten van verdediging. Hij stelt dat het politiecollege, als orgaan van een bestuursoverheid die in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad werkzaam is, hem de zekerheid moet kunnen verschaffen dat al zijn leden de gegevens van de zaak voldoende konden begrijpen om aldus te kunnen meewerken aan een correcte beslissing. Hij had er recht op door alle leden van het politiecollege begrepen te worden en het bestuur had de verplichting -ook wanneer daar niet was om gevraagd- om de tuchtprocedure op die wijze te organiseren, met name door ervoor te zorgen dat de stukken vertaald werden en dat een tolk aan de besprekingen participeerde, waardoor het mogelijk zou geweest zijn dat alle leden van het politiecollege -de burgemeesters van de gemeenten Sint-Jans-Molenbeek, Jette, Ganshoren, Sint-Agatha-Berchem en Koekelberg, waarvan de wet niet vereist dat zij tweetalig zijn- op gelijke wijze aan de debatten zouden deelnemen. In zijn geval is het dossier in het Nederlands opgesteld omdat hij tot de Nederlandse taalrol behoort, maar het is nooit vertaald en dus hebben alle leden van het politiecollege zijn zaak niet op dezelfde wijze kunnen beoordelen. In zijn toelichtende memorie stelt de verzoeker nog dat het vermoeden van talenkennis, ingevoerd door artikel 72bis van de Nieuwe Gemeente- wet, niet belet dat de burgemeesters, wanneer zij deel uitmaken van een tuchtorgaan, de betrokken ambtenaar voldoende moeten kunnen begrijpen.
  14. In haar laatste memorie stelt de verwerende partij dat het dossier verplicht in het Nederlands opgesteld moest worden omdat de verzoeker tot de Nederlandse taalrol behoort, dat zij betwist dat de leden van het politiecollege het Nederlands onvoldoende kenden om de zaak van de verzoeker te begrijpen, dat de verzoeker op het ogenblik van zijn verhoor geen opmerkingen gemaakt heeft over de samenstelling van het politiecollege en dat de burgemeesters uit Brussel- hoofdstad blijkens “artikel 72 van de Nieuwe Gemeentewet” geacht worden tweetalig te zijn. IX-5428-4/7 Beoordeling
  15. Volgens de bepalingen van de bestuurstaalwet is de politiezone Brussel-West een gewestelijke dienst die uitsluitend gemeenten uit Brussel- Hoofdstad bestrijkt. Het taalgebruik binnen die dienst wordt geregeld door artikel 35, § 1, van de bestuurstaalwet, dat de regeling van de plaatselijke diensten van Brussel-Hoofdstad overneemt. Krachtens artikel 17, § 1, b, 1/, van deze wet diende het tuchtdossier tegen de verzoeker, die tot de Nederlandse taalrol behoort, in het Nederlands te worden opgesteld en gevoerd. De verzoeker betwist niet dat alle stukken in het Nederlands opgesteld zijn en dat de mondelinge debatten ook in het Nederlands gevoerd zijn. Artikel 17, § 1, b, 1/ van de bestuurstaalwet is niet geschonden.
  16. Zoals de Raad van State in het arrest nr. 24.422 van 30 mei 1984 inzake Van Keerbergen en vervolgens in het arrest nr. 70.418 van 18 december 1997 inzake Van Assche gesteld heeft, heeft iedere persoon die in een tuchtzaak een tweetalig collectief orgaan toespreekt het recht om begrepen te worden door alle leden van dat collectief orgaan en hebben de leden van het orgaan de plicht te begrijpen wat hun wordt medegedeeld door het personeelslid dat voor hen verschijnt, wanneer het een landstaal gebruikt die leden van het tweetalig orgaan niet begrijpen. Dit betekent dat een orgaan, dat bestaat uit politieke mandatarissen waarvan de taalkennis niet vast staat, slechts rechtsgeldig in een tuchtzaak beslissingen kan nemen wanneer blijkt enerzijds dat de verklaringen van de ambtenaar door tolken vertaald worden opdat die verklaringen voor de leden van de beide taalgroepen in al hun nuances begrijpbaar zouden zijn en anderzijds dat de bescheiden die als informatie of als overtuigingsstuk ter beschikking van het collectief orgaan worden gesteld in vertaling voorhanden zijn.
  17. Het politiecollege van de lokale politiezone Brussel-West is een collectief orgaan uit het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. Artikel 72bis van de nieuwe gemeentewet, waarnaar de verwerende partij verwijst en waarin een vermoeden van de kennis van de streektaal wordt ingevoerd, is slechts van toepassing in de rand- en de taalgrensgemeenten; burgemeesters van gemeenten uit Brussel-Hoofdstad kunnen zich niet beroepen op dat vermoeden. In de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest hebben de gemeenteraadsleden wel de mogelijkheid om hun taalaanhorigheid te veruitwendigen -artikel 23bis van de IX-5428-5/7 gemeentekieswet-, maar de verwerende partij toont niet aan dat alle burgemeesters, die in deze zaak van het politiecollege deel uitmaakten, door dergelijke taalaan- horigheidsverklaring bevestigd hebben dat zij tot de Nederlandstalige groep in hun gemeenteraad behoren. De taalaanhorigheid van de leden van het politiecollege, die over de tuchtzaak van de verzoeker beraadslaagd hebben, staat derhalve niet vast. Een verklaring vanwege de verwerende partij dat de leden van het politiecollege de zaak begrepen hebben waarborgt de fundamentele rechten die de verzoeker in het kader van de taalwetgeving bezit, niet. Het is ook van geen belang of de verzoeker in de loop van de procedure te dien aanzien geen bemerkingen aan het politiecollege geuit heeft. Het college diende, om de rechten van de verzoeker te waarborgen, voor de gesprekken een tolk in te schakelen en de stukken in vertaling ter beschikking van de leden van de raad te houden.
  18. De verwerende partij legt dat bewijs niet voor. Zij heeft de tuchtzaak tegen de verzoeker afgehandeld zonder dat hij de zekerheid heeft dat zijn dossier door alle leden van het politiecollege op dezelfde wijze begrepen is. Het middel is gegrond. BESLISSING
  19. De Raad van State vernietigt de beslissing van 19 juli 2006 van het politiecollege van de politiezone Brussel-West waarbij aan Eli Verelst de zware tuchtstraf van het ontslag van ambtswege wordt opgelegd.
  20. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. IX-5428-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 29 maart 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, Daniël Moons, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-5428-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.431 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.