id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.434 Rolnummer: A. 184139/IX-5682 Zaak: Arrest 202434 - Naamsveranderingen - 29/03/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-04-12 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-30 04:32 Fiche Arrest nr 202.434 van 29 maart 2010 Justitie - Naamsveranderingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 202.434 van 29 maart 2010 in de zaak A. 184.139/IX-5682 In zake : Mehdi LE NOIR, handelend in eigen naam en in naam van zijn minderjarige kinderen:
- Remi LE NOIR
- Romeo LE NOIR
- Fabio LE NOIR bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ann Van De Steen kantoor houdend te Aalst Leopoldlaan 32a/ 1-2 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Yannick De Smet en Jo De Coninck kantoor houdend te Brussel Havenlaan 86c, bus 113 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 27 juni 2007, strekt tot de nietigverkla- ring van de beslissing van 2 mei 2007 van de minister van Justitie houdende de weigering van de vraag van Mehdi Le Noir tot naamsverandering van hemzelf en van zijn kinderen van Le Noir naar Marsura. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Adjunct auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld. IX-5682-1/16 De verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 8 maart
- Staatsraad Pierre Barra heeft verslag uitgebracht. Advocaat Elisabeth Duffeleer, die loco advocaat Ann Van De Steen verschijnt voor de verzoeker, en advocaat Caroline Seghers, die loco advocaten Yannick De Smet en Jo De Coninck verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoeker is op 25 november 1969 te Geraardsbergen geboren als Mehdi Fabien Marsura, zoon van Giordano Marsura en Jenny Danneels. De vader van de verzoeker overlijdt, toen de verzoeker net geen vier jaar oud is, in het jaar
- De moeder van de verzoeker treedt daarna in het huwelijk met Raymond Le Noir. Bij akte verleden voor de Vrederechter op 24 februari 1975, gehomologeerd bij vonnis van de Jeugdrechtbank te Oudenaarde op 4 juli 1975 wordt de verzoeker gewettigd door adoptie door Raymond Le Noir. Zijn broer Serge verkrijgt eveneens de naam Le Noir. IX-5682-2/16 3.
- De verzoeker is sedert 27 april 1995 gehuwd met Ilse Wayenberg met wie hij drie kinderen heeft: Remi Le Noir, geboren op 25 juli 1996, Romeo Le Noir, geboren op 2 april 1998 en Fabio Le Noir, geboren op 23 april
- 3.
- Op 25 oktober 2004 dienen de verzoeker en zijn echtgenote een aanvraag in tot wijziging van zijn naam en de naam van zijn drie kinderen van Le Noir naar Marsura, de naam van zijn biologische vader. In zijn aanvraag vermeldt hij dat hij oorspronkelijk de naam van zijn biologische vader droeg, maar door adoptie de naam van de nieuwe echtgenoot van zijn moeder kreeg. Hij omschrijft de relatie met zijn stiefvader als kil, gevoelloos en gespannen. De verzoeker vermeldt dat zijn werkelijke afkomst steeds een taboe vormde. Hij geeft aan dat zijn stiefvader en zijn moeder weinig interesse vertonen voor zijn kinderen en dat er geen toenadering, noch verzoening mogelijk is met zijn stiefvader en moeder. 3.
- Bij brief van 23 november 2004 belast de minister van Justitie de Procureur-generaal bij het Hof van Beroep te Gent met een onderzoek betreffende deze aanvraag tot naamsverandering. 3.
- In het kader van dit onderzoek worden onder meer de verzoeker, zijn echtgenote, zijn moeder, stiefvader en broer verhoord door de lokale politie van Geraardsbergen-Lierde. Geen van de ondervraagden en dus ook niet Raymond Le Noir, verzetten zich tegen de gevraagde naamswijziging. 3.
- De procureur des Konings van Oudenaarde verleent op 26 januari 2006 een gunstig advies omdat er geen bezwaar wordt geuit tegen de naamsverande- ring en de gevraagde naamsverandering de terugschakeling inhoudt naar de naam van de natuurlijke vader en grootvader. 3.
- De Procureur-generaal verleent op 7 februari 2006 een ongunstig advies omdat de aangehaalde beweegredenen van affectieve en emotionele aard zijn, en niet als ernstige redenen in de zin van artikel 3 van de wet van 15 mei 1987 betreffende de namen en voornamen (hierna: de wet van 15 mei 1987) kunnen worden begrepen. IX-5682-3/16 3.
- Aan de verzoeker wordt bij aangetekende brief van 18 april 2006 meegedeeld dat de gevraagde naamswijziging niet wordt toegekend omdat er geen afdoende ernstige redenen voorhanden zijn om via de procedure tot naamswijziging op het gezag van gewijsde van het adoptievonnis terug te komen en omdat niet wordt aangetoond dat de huidige naam de aanvrager een bijzonder nadeel berokkent. Een procedure tot naamswijziging is louter administratief en doet geen afbreuk aan de afstammingsband tussen vader en kind. 3.
- De raadsman van de verzoeker dient op 14 november 2006 een nieuwe aanvraag in tot naamswijziging. Als bijlage wordt een psychiatrisch verslag van dr. De Bruecker, neuropsychiater, van 11 augustus 2006 gevoegd. In dit verslag wordt aangegeven dat gezien het belang voor de psychische gezondheid van de man een naamsverandering is aangewezen. 3.
- In de nota van de minister van Justitie van 13 april 2007 geeft de dienst naamsverandering aan dat er geen nieuw element wordt aangehaald in de nieuwe aanvraag. De procedure kan niet worden gevoerd als onderdeel van een therapie. De dienst naamsverandering meent dat het eerder verleende ongunstig advies dient behouden te blijven. 3.
- Op 2 mei 2007 weigert de minister van Justitie de aanvraag tot naamswijziging. Deze weigeringsbeslissing steunt op de volgende redenen : “Onder verwijzing naar de in rubriek vermelde zaak heb ik de eer U mede te delen dat het toekennen van een naamsverandering krachtens de wet van 15 mei 1987 betreffende de namen en voornamen, onderworpen is aan strikte voorwaarden. Gelet op het principe van de vastheid van naam kan de naams- verandering slechts uitzonderlijk door Z.M. de Koning worden toegestaan en op voorwaarde dat het verzoek gesteund is op behoorlijk bewezen ernstige redenen; bovendien mag de gevraagde naam geen aanleiding geven tot verwarring en de verzoeker of derden niet kunnen schaden (artikel 3, lid 2, van vermelde wet). Tot slot wens ik te preciseren dat de toelating om van naam te veranderen wettelijk beschouwd wordt als een gunst verleend aan betrokkene en niet als een recht voor deze laatste. Na een nieuw grondig onderzoek van uw dossier moet ik U tot mijn spijt meedelen dat, alhoewel ik alle begrip kan opbrengen voor uw problemen, de door U aangehaalde persoonlijke - emotionele redenen niet in aanmerking kunnen genomen worden om uitzonderlijk af te wijken van het principe van de vastheid van naam en op basis van bovenvermelde wet aan Z.M. de Koning voor te stellen U en uw kinderen toelating te verlenen uw naam te veranderen in die van ‘Marsura’. Ik kan enkel mijn schrijven dd. 18.04.2006 bevestigen. IX-5682-4/16 U werd gewettigd door adoptie door de heer Le Noir Raymond bij akte verleden voor de heer Vrederechter op 24.02.
- Deze akte werd gehomolo- geerd bij vonnis van de Jeugdrechtbank te Oudenaarde op 4.07.
- Het beschikkend gedeelte van het vonnis werd overgeschreven in de registers van de burgerlijke stand op 2.09.
- Er zijn geen afdoende ernstige redenen voorhanden om, via de procedure tot naamsverandering op het gewijsde van het adoptievonnis terug te komen en U (en uw kinderen) uitzonderlijk opnieuw toe te laten de naam ‘Marsura’ te dragen. Door de wettiging door adoptie werden alle wettelijke banden verbroken met de biologische vader (art. 370 [oud] Burgerlijk Wetboek). Er is niet aangetoond dat de huidige naam U een bijzonder nadeel berokkent en een naamsverandering zich in uw belang zou opdringen. De naam wordt verkregen op de bij de wet opgelegde wijze, hij kan niet vrij gekozen worden. Een procedure tot naamsverandering op basis van de wet van 15.05.1987 is louter administratief en doet geen afbreuk aan de afstammingsband tussen vader en kind. Bovendien stel ik vast dat uw broer zijn naam behoudt. Een procedure tot naamsverandering kan evenmin aangewend worden als onderdeel van een therapie.” IV. Ontvankelijkheid van het beroep A. Eerste exceptie Standpunt van de partijen
- De verwerende partij werpt een eerste exceptie van onont- vankelijkheid van het beroep op, in zoverre het gericht is tegen de beslissing waarbij de vraag tot naamswijziging van de kinderen van de verzoeker geweigerd wordt. Zij stelt dat de verzoeker zowel in eigen naam als in naam van zijn minderjarige kinderen beroep instelt maar dat de echtgenote van de verzoeker eveneens namens de kinderen diende op te treden.
- In zijn memorie van wederantwoord reageert de verzoeker niet op deze exceptie.
- In zijn laatste memorie stelt de verzoeker dat hij reeds in zijn inleidend verzoekschrift expliciet gesteld heeft dat hij het verzoek tot naamswijziging wenste uit te breiden naar zijn kinderen, samen met zijn echtgenote. Hij wijst erop dat het initieel verzoek tot naamswijziging mee ondertekend werd door zijn echtgenote. Hoewel zij niet expliciet in de procedure is tussengekomen, IX-5682-5/16 staat zij, aldus de verzoeker, achter de vordering en betuigt zij haar akkoord met de daden van beschikking die de verzoeker voor zijn kinderen heeft gesteld. Beoordeling
- Artikel 376 van het Burgerlijk Wetboek luidt als volgt: “Wanneer de ouders het gezag over de persoon van het kind gezamenlijk uitoefenen, beheren zij ook gezamenlijk zijn goederen en treden zij gezamenlijk als zijn vertegenwoordiger op. Ten opzichte van derden die te goeder trouw zijn, wordt elke ouder geacht te handelen met instemming van de andere ouder wanneer hij, alleen, een daad van beheer van de goederen van het kind stelt, behoudens de bij de wet bepaalde uitzonderingen. Oefenen de ouders het gezag over de persoon van het kind niet gezamenlijk uit, dan heeft alleen de ouder die dat gezag uitoefent, het recht om de goederen van het kind te beheren en het kind te vertegenwoordigen, behoudens de bij de wet bepaalde uitzonderingen. De andere ouder behoudt het recht om toezicht te houden op het beheer. Met dat doel kan hij bij degene die het gezag uitoefent of bij derden alle nuttige informatie inwinnen en zich in het belang van het kind tot de jeugdrechtbank wenden.”
- Een niet-ontvoogde minderjarige is onbekwaam om in persoon een vordering tot nietigverklaring in te dienen. Hij dient, overeenkomstig voormeld artikel 376 van het Burgerlijk Wetboek, hiervoor vertegenwoordigd te worden door hetzij de beide ouders indien zij het gezag over de persoon van het kind gezamenlijk uitoefenen, hetzij door de ouder die het gezag uitoefent, indien de ouders dit niet gezamenlijk over de persoon van het kind uitoefenen.
- Te dezen wordt ten aanzien van de kinderen het ouderlijk gezag gezamenlijk uitgeoefend door de verzoeker en zijn echtgenote, Ilse Wayenberg.
- Artikel 376, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek stelt dat tegenover derden die te goeder trouw zijn elke ouder geacht wordt te handelen met instemming van de andere ouder, wanneer hij alleen, een daad van beheer van de goederen van het kind stelt. Het annulatieberoep is evenwel een daad van beschikking. Dit vermoeden van instemming gaat dus niet op wanneer één ouder annulatieberoep instelt bij de Raad van State, daar waar het ouderlijk gezag door beide ouders samen wordt uitgeoefend. Noch uit het verzoekschrift, noch uit een bij het verzoekschrift gevoegd stuk blijkt de vereiste toestemming van de moeder. Dit maakt het beroep ingesteld in naam van de kinderen onontvankelijk. IX-5682-6/16 De omstandigheid dat de echtgenote van de verzoeker het verzoek tot naamswijziging mee ondertekend heeft en ook achter het onderhavige beroep zou staan, doet aan deze conclusie geen afbreuk.
- De exceptie is gegrond. Het beroep ingediend in naam van de kinderen is onontvankelijk. B. Tweede exceptie Uiteenzetting van de exceptie
- De verwerende partij werpt een tweede exceptie van onontvankelijkheid van het beroep op, afgeleid uit het ontbreken van het rechtens vereiste belang in hoofde van de verzoeker. Zij voert aan dat de thans bestreden beslissing een loutere bevestiging is van de beslissing van 18 april 2006, beslissing die de verzoeker niet heeft aangevochten. Beoordeling
- Anders dan wat de verwerende partij aanvoert, betreft de opgeworpen exceptie niet het ontbreken van het rechtens vereiste belang, maar de ontvankelijkheid ratione materiae. De verzoeker heeft een evident belang bij het aanvechten van een beslissing waarbij zijn vraag tot naamsverandering geweigerd wordt.
- Een louter bevestigende beslissing is een beslissing waarvan het voorwerp identiek is aan de eerste beslissing. Dit is het geval wanneer de tweede beslissing dezelfde draagwijdte en gevolgen heeft en niet genomen is op grond van andere motieven of na een nieuw onderzoek ten gronde of na kennisneming van nieuwe gegevens. Een dergelijke beslissing is in regel niet aanvechtbaar voor de Raad van State, aangezien geen nieuwe beslissing genomen wordt maar verwezen wordt naar de reeds bestaande beslissing, hetgeen geen gevolgen in rechte heeft.
- Te dezen blijkt dat de nieuwe aanvraag van de verzoeker van 14 november 2006, waarbij een psychiatrisch verslag werd gevoegd, aan een nieuw onderzoek werd onderworpen. Dit volstaat om te oordelen dat de bestreden beslissing geen louter bevestigende beslissing is. IX-5682-7/16
- De exceptie kan niet worden aangenomen. V. Onderzoek van de middelen A. Eerste middel Standpunt van de partijen
- In een eerste middel voert de verzoeker aan dat de bestreden beslissing de artikelen 2 en 3 van de wet van 15 mei 1987 schendt doordat de door de verzoeker aangehaalde persoonlijke-emotionele redenen niet in aanmerking worden genomen om af te wijken van het principe van de vastheid van naam. De verzoeker voert aan dat hij een moreel belang laat gelden bij de verandering van naam. Dit belang kan er onder meer in bestaan dat men het kind de naam wil geven van de feitelijke vader. De verzoeker meent dat de aangehaalde reden wel in aanmerking dient te worden genomen.
- De verwerende partij antwoordt dat de naamsverandering wordt geweigerd omwille van het ontbreken van afdoende ernstige redenen. Wanneer in de bestreden beslissing overwogen wordt dat de door de verzoeker aangehaalde persoonlijke-emotionele redenen niet in aanmerking kunnen worden genomen, dan is dit niet omwille van hun aard, maar wel omwille van het niet afdoende ernstig karakter ervan. De redenen volstaan niet om uitzonderlijk af te wijken van het principe van vastheid van naam, zoals bepaald in artikel 3 van de wet van 15 mei
- De verzoeker repliceert dat er wel degelijk ernstige redenen zijn om de naamswijziging toe te staan. Hij lijdt enorme psychische schade door het dragen van de naam Le Noir, hetgeen blijkt uit de psychiatrische verslagen van dokter De Bruecker. De Raad van State heeft in het verleden al aangenomen dat emotionele redenen een grond kunnen zijn om een naamsverandering toe te staan. De verzoeker stelt dat de verwerende partij nooit rekening gehouden heeft met het feit dat het Raymond Le Noir is die de familiale banden heeft verbroken en met diens verbod voor de verzoeker om verder contact met hem te hebben. De verzoeker is van oordeel dat dit ernstige redenen zijn. IX-5682-8/16
- In zijn laatste memorie repliceert de verzoeker nog op de stelling van de auditeur-verslaggever dat verzoekers uiteenzetting in zijn memorie van wederantwoord grondig verschilt van het middel zoals aangevoerd in het inleidende verzoekschrift, reden waarom hij adviseert om enkel rekening te houden met het middel zoals het in het verzoekschrift wordt uiteengezet. De verzoeker stelt dat hij weliswaar pas in zijn memorie van wederantwoord naar de psychische schade verwijst maar dat dit ook ingeroepen werd in de procedure voor de minister van Justitie waarnaar hij in zijn inleidend verzoekschrift verwijst. Beoordeling
- De verzoeker roept de schending in van de artikelen 2 en 3 van de wet van 15 mei
- De artikelen 2 en 3 van de wet van 15 mei 1987, zoals van toepassing op het ogenblik van de bestreden beslissing, luiden als volgt: - artikel 2: “Elke persoon die enigerlei reden heeft om van naam of voornamen te veranderen, kan daartoe aan de Minister van Justitie een met redenen omkleed verzoek richten. [...]” - artikel 3: “[...] De Koning kan de naamsverandering uitzonderlijk toestaan indien hij van oordeel is dat het verzoek op ernstige redenen steunt en dat de gevraagde naam geen aanleiding geeft tot verwarring en de verzoeker of derden niet kan schaden.” Uit die bepaling blijkt dat om een naamsverandering te verkrijgen aan twee voorwaarden moet worden voldaan: enerzijds moet het verzoek tot naamsverandering op ernstige redenen steunen; anderzijds mag de gevraagde naam geen aanleiding geven tot verwarring en de verzoeker of derden niet schaden. De onveranderlijkheid van de familienaam is immers noodzakelijk om personen doeltreffend te kunnen identificeren in hun sociale relaties en is een waarborg voor stabiliteit, die slechts bij wijze van uitzondering mag worden verstoord. Bij de parlementaire voorbereiding van de wet van 15 mei 1987 werd bevestigd dat de IX-5682-9/16 onveranderlijkheid van de naam de regel moet blijven en de naamsverandering de uitzondering. In de memorie van toelichting bij het wetsontwerp dat tot de wet van 15 mei 1987 heeft geleid, werd immers gesteld : “Daarentegen moet voor de verandering van naam de onveranderlijkheid de regel blijven en de verandering de uitzondering. Derhalve moeten de verzoeken, waarvan na onderzoek blijkt dat zij niet berusten op een ernstige reden, verworpen worden, zelfs als de gevraagde naam niemand schade berokkent” (Parl. St., Kamer, 1983-84, nr. 966/1, pp. 4-5). Bij de bespreking van het ontwerp werd door de vertegenwoordiger van de minister onder meer verklaard: “De verandering van naam moet op een duidelijk omschreven en ernstige reden steunen” (Parl. St., Senaat, 1986-87, nr. 701/2, p. 8).
- De Koning beschikt over een discretionaire bevoegdheid. Het komt de Raad van State niet toe om zich in de plaats van de overheid te stellen bij de beoordeling van de motieven op basis waarvan de naamsverandering al dan niet kan worden toegestaan. Hij kan wel nagaan of de beoordeling van de overheid steunt op feitelijk juiste en in rechte aanvaardbare motieven en of die beoordeling binnen de grenzen van de redelijkheid blijft.
- In de uiteenzetting van het eerste middel in het verzoekschrift stelt de verzoeker summier dat hij een moreel belang heeft bij de verandering van naam waardoor de door hem aangehaalde redenen wel in aanmerking genomen moeten worden. Het is pas in de memorie van wederantwoord dat de verzoeker omstandig uiteenzet dat hij over ernstige redenen beschikt om zijn naam te veranderen in de naam Marsura. In de memorie van wederantwoord spreekt de verzoeker niet enkel over het hebben van een moreel belang, maar wijst hij erop dat hij enorme psychische schade ondergaat door het dragen van de naam Le Noir wat een ernstige reden vormt die moet leiden tot de naamsverandering. Daarmee geeft de verzoeker een bijkomende grondslag aan het eerste middel die niet te vinden is in het verzoekschrift tot nietigverklaring. De verzoeker was in staat deze uiteenzetting in zijn verzoekschrift te geven. Evenmin is de uiteenzetting van openbare orde. Deze bijkomende invulling van het middel kon dan ook niet ontvankelijk voor het eerst in de memorie van wederantwoord worden aangevoerd. Dat de bijkomende argumentatie ook ingeroepen werd in de procedure voor de minister van Justitie doet hieraan geen afbreuk aangezien het IX-5682-10/16 verzoekschrift alle middelen moet bevatten, behoudens wanneer men het middel pas voor het eerst in een later procedurestuk kan aanvoeren of het de openbare orde raakt, hetgeen hier niet het geval is.
- Er kan dan ook enkel rekening gehouden worden met het middel, zoals het in het verzoekschrift is uiteengezet.
- In zijn verzoekschrift stelt de verzoeker dat hij een moreel belang kon laten gelden bij de naamswijziging. In de bestreden beslissing wordt dit echter niet ontkend, maar is geoordeeld dat de door hem aangehaalde persoonlijke - emotionele redenen niet in aanmerking kunnen worden genomen als ernstige redenen om uitzonderlijk af te wijken van het principe van de vastheid van naam. Het middel mist in die mate dan ook feitelijke grondslag.
- Het middel kan niet worden aangenomen. B. Tweede middel Standpunt van de partijen
- De verzoeker roept in zijn tweede middel de schending in van de artikelen 2 en 3 van de wet van 15 mei 1987 doordat de minister meent dat de verzoeker niet heeft aangetoond dat zijn huidige naam hem een bijzonder nadeel berokkent. De verzoeker stelt dat uit de psychiatrische verslagen duidelijk blijkt dat hij wel degelijk nadeel ondervindt door het dragen van de naam Le Noir en dat er wel degelijk ernstige redenen voorhanden zijn om een naamsverandering toe te kennen. Deze naamsverandering geeft geen aanleiding tot verwarring en kan mogelijke derden niet schaden. Het feit dat zijn broer zijn naam niet wenst te wijzigen, kan volgens de verzoeker niet als een tegenargument worden gebruikt.
- De verwerende partij antwoordt dat de minister duidelijk heeft verwezen naar de inhoud van artikel 3 van de wet van 15 mei 1987 waarin staat dat de naamswijziging slechts uitzonderlijk kan worden toegestaan mits het aanvoeren van ernstige redenen en dat niet valt in te zien op welke wijze de minister de IX-5682-11/16 artikelen 2 en 3 van de wet van 15 mei 1987 heeft geschonden. Aangezien de verzoeker dit niet duidelijk maakt, is het middel volgens de verwerende partij onontvankelijk. Zij stelt nog dat de beslissing van de minister duidelijk en afdoende gemotiveerd is, op zorgvuldige wijze is genomen en geen wetsbepalingen schendt. Er wordt niet alleen verwezen naar de toepasselijke wetgeving, maar evenzeer naar de concrete feiten, die vervolgens worden getoetst aan de toepasselijke wettelijke bepalingen. De minister heeft duidelijk aangegeven dat er geen ernstige redenen zijn.
- De verzoeker stelt in zijn repliek dat het niet volstaat te verwijzen naar het inzicht van de wetgever om de naamsverandering te beschouwen als een gunst die enkel uitzonderlijk kan worden toegestaan. In de bestreden beslissing wordt op geen enkel ogenblik enig concreet motief naar voor gebracht waarom de argumenten van de verzoeker niet werden weerhouden, laat staan dat werd verklaard waarom zij niet ernstig zouden zijn. De verwerende partij beperkt zich louter tot de verwijzing naar het principe van de vastheid van naam waardoor de naamsverandering uitzonderlijk is. Voorts stelt de verzoeker, onder verwijzing naar rechtspraak van de Raad van State, dat wanneer een verzoeker een ernstige reden heeft om zijn naam te veranderen, maar de broer dit niet wil, dit niet wegneemt dat aan de verzoeker toch een naamsverandering kan worden verleend. De verzoeker beklemtoont voorts dat hij ernstige psychische schade ondervindt door het dragen van de naam van zijn stiefvader. Beoordeling
- In zijn middel voert de verzoeker aan dat de door hem ingeroepen reden wel ernstig is en zijn verzoek bijgevolg ingewilligd diende te worden. Dit middel, hoewel het beperkt in het verzoekschrift is uiteengezet, is duidelijk en bijgevolg ontvankelijk. De verwerende partij kan er zich adequaat tegen verdedigen, wat zij ook gedaan heeft. De exceptie van onontvankelijkheid van het middel kan niet worden bijgevallen.
- In het verzoekschrift stelt de verzoeker in wezen dat de naamswijziging moet worden toegekend omdat er enerzijds wel degelijk sprake is van ernstige redenen en anderzijds de naamswijziging geen aanleiding geeft tot verwarring, noch derden kan schaden. De verzoeker gaat ervan uit dat, ondanks de ruime discretionaire beoordelingsbevoegdheid die aan de minister toekomt op grond IX-5682-12/16 van de artikelen 2 en 3 van de wet van 15 mei 1987, de verwerende partij zijn aanvraag had moeten honoreren. De verzoeker gaat er ook van uit dat gelet op de aangevoerde ernstige redenen, het kennelijk onredelijk is van de verwerende partij om het verzoek tot naamswijziging niet te honoreren. In de memorie van wederantwoord voert de verzoeker vervolgens een motiveringsgebrek aan doordat in de bestreden beslissing niet tot uiting komt op grond van welke redenen de weigeringsbeslissing werd genomen. Aldus geeft de verzoeker een andere grondslag aan zijn middel. Vermits hij deze laatste uiteenzetting ook in zijn verzoekschrift kon aanvoeren en deze niet van openbare orde is, kon hij dit niet ontvankelijk in zijn memorie van wederantwoord doen. Bijgevolg kan enkel rekening worden gehouden met het middel zoals de verzoeker het in zijn verzoekschrift uiteenzet.
- Zoals bij de beoordeling van het eerste middel is gesteld, komt het niet aan de Raad van State toe om na te gaan of het verzoek tot naamswijziging op ernstige redenen steunt. De Raad van State beschikt terzake slechts over een marginale toetsingsbevoegdheid.
- De verzoeker houdt in zijn verzoekschrift voor dat de aanvraag wel degelijk op ernstige redenen steunt. Het feit dat uit het psychiatrisch verslag blijkt dat er volgens de verzoeker ernstige redenen zijn om de naamswijziging toe te kennen, toont niet aan dat de verwerende partij kennelijk onredelijk heeft gehandeld door de gevraagde gunst niet te verlenen. De verzoeker toont ten slotte niet aan dat de verwerende partij haar appreciatiebevoegdheid op een onwettige wijze heeft uitgeoefend door de aangehaalde reden niet als een ernstige reden te weerhouden en dat zij een onjuiste beoordeling heeft gemaakt door de ingeroepen reden niet als ernstig te aanvaarden en bijgevolg de aanvraag tot naamswijziging te verwerpen.
- Het middel kan niet worden aangenomen. C. Derde middel Standpunt van de partijen IX-5682-13/16
- De verzoeker roept in zijn derde middel de schending in van de artikelen 2 en 3 van de wet van 15 mei 1987 doordat de bestreden beslissing steunt op het motief dat door de wettiging van de adoptie alle wettelijke banden met de biologische vader verbroken zijn. Volgens de verzoeker neemt dit niet weg dat Giordano Marsura nog steeds de biologische vader is. Hij werpt op dat er wel degelijk rekening diende te worden gehouden met de redenen van de verzoeker.
- De verwerende partij antwoordt dat in deze zaak niet wordt uiteengezet en niet valt in te zien op welke wijze de bestreden beslissing een schending uitmaakt van artikel 2 en 3 van de wet van 15 mei 1987 zodat het middel onontvankelijk is. Voorts herhaalt zij dat de vraag tot naamsverandering geweigerd werd omdat er geen afdoende ernstige redenen worden aangehaald. Zij stelt dat de minister terecht heeft vastgesteld dat er géén afdoende ernstige redenen zijn om opnieuw de naam van de natuurlijke vader aan te nemen, temeer daar alle wettelijke banden met de natuurlijke vader ingevolge adoptie verbroken zijn.
- De verzoeker repliceert dat een adoptie weliswaar juridisch elke band met de biologische vader kan verbreken, maar dat dit niet wil zeggen dat feitelijk of psychisch elke band met de biologische vader werd verbroken. De moeder en de stiefvader hebben getracht aan de verzoeker te verzwijgen dat Raymond Le Noir niet de biologische vader was van beide broers. Deze biologische band op zich vormt reeds een voldoende ernstige reden om een naamsverandering toe te staan, wat overigens wordt bevestigd door het psychiatrisch verslag van Dr. De Bruecker. Beoordeling
- De verzoeker voert aan dat hij nog een feitelijke of psychische band met zijn biologische vader heeft, hetgeen een voldoende ernstige reden is om een naamsverandering toe te staan.
- Zoals in de beoordeling van de voorgaande middelen reeds is uiteengezet, beschikt de Raad van State slechts over een marginaal toetsingsrecht bij de toetsing van de beoordeling van de bevoegde overheid.
- In de bestreden beslissing staat het volgende : IX-5682-14/16 “Er zijn geen afdoende ernstige redenen voorhanden om, via de procedure tot naamsverandering op het gewijsde van het adoptievonnis terug te komen en U (en uw kinderen) uitzonderlijk opnieuw toe te laten de naam ‘Marsura’ te dragen. Door de wettiging door adoptie werden alle wettelijke banden verbroken met de biologische vader (art. 370 [oud] Burgerlijk wetboek).” Dit motief moet samen worden gelezen met het volgende motief: “Een procedure tot naamsverandering op basis van de wet van 15.05.1987 is louter administratief en doet geen afbreuk aan de afstammingsband tussen vader en kind.”
- In deze motieven wordt aldus aangegeven dat de procedure tot naamswijziging geen gevolgen heeft omtrent de afstammingsband van de verzoeker. De afstammingsband tussen de biologische vader en de verzoeker werd door de adoptie verbroken. De naamswijziging zal de door adoptie vastgestelde afstammingsband niet ongedaan maken en de oude afstammingsband herstellen. Anders dan wat de verzoeker voorhoudt, is de overheid niet gehouden om op het verzoek tot naamswijziging in te gaan omdat de band tussen de verzoeker en zijn natuurlijke vader op zich reeds een voldoende ernstige reden uitmaakt.
- Het derde middel is niet gegrond. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigver- klaring, begroot op 175 euro. IX-5682-15/16 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 29 maart 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, Bert Thys, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-5682-16/16 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.434 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div