← België

Arrest 202461 - Federaal openbaar ambt (behalve bijzondere statuten) - Reglementen - 29/03/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.461 Rolnummer: A. 176630/IX-5425 Zaak: Arrest 202461 - Federaal openbaar ambt (behalve bijzondere statuten) - Reglementen - 29/03/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-04-07 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 04:32 Fiche Arrest nr 202.461 van 29 maart 2010 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt (behalve bijzondere statuten) - Reglementen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Verwerping overige Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 202.461 van 29 maart 2010 in de zaak A. 176.630/IX-5425 In zake : de ALGEMENE CENTRALE DER OPENBARE DIENSTEN (ACOD) gevestigd te Brussel Fontainasplein 9-11 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Landsverdediging --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 11 september 2006, strekt tot de nietigverklaring van: - de specifieke procedure betreffende het lokaal informatie-, beheers- en welzijnscomité (LIBWC) met referentie DGHR-SPS-SYNVAK-003; Ed 001/Rev 000 - 25 Aug 06 en - het reglement betreffende het lokaal informatie-, beheers- en welzijnscomité (LIBWC) met referentie DGHR-SPS-SYNVAK-003; Ed 001/Rev 000-23 Aug
  2. II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Henri Colin heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding ingediend. De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 15 maart
  4. IX-5425-1/19 Staatsraad Pierre Barra heeft verslag uitgebracht. Advocaat Ingrid Martens, die verschijnt voor de verzoekende partij, en luitenant-kolonel militair administrateur Arnaud De Decker, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Geert De Bleeckere heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten 3.
  6. Op 5 september 2005 richt de Directeur-generaal Human Resources van Defensie een nota aan alle militaire autoriteiten van Defensie met als onderwerp “Lokaal informatie-, beheers- en welzijnscomité” (LIBWC). Hierin wijst hij erop dat er binnen Defensie 23 basisoverleg- comités (BOC’s) opgericht zijn die onder meer welzijnsaangelegenheden behandelen en de taken uitoefenen die in de privé-sector toebedeeld zijn aan het comité Preventie en Bescherming op het Werk (PBW). Hij stelt dat het de bedoeling is daarnaast een informeel, lokaal overlegniveau op het niveau eenheid toe te voegen zodat vermeden kan worden om officieel te moeten overleggen over alle lokale eenvoudige (welzijns-)problemen op het niveau van het BOC. Thans, zo vervolgt hij, bestaan er op het niveau eenheid twee overlegcomités waarop deze lokale problemen besproken kunnen worden met name het informatie- en contactcomité (ICC) en het informele comité veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen (Comité VGV); in principe hebben de representatieve vakorganisaties geen toegang tot deze comités. De oprichting van het lokaal informatie-, beheers- en welzijnscomité beoogt een fusie van het ICC en het comité VGV “waardoor lokale problemen, lokaal kunnen opgelost worden”; het is een informeel doch verplicht overlegorgaan waar representatieve vakorganisaties vrijblijvend mogen aan deelnemen. Hij besluit dat de fundamentele regels van het LIBWC zullen uiteen-gezet worden in het toekomstige reglement DGHR-REG- SYNVAK-003, dat gedetailleerde uitvoeringsmodaliteiten zullen geregeld worden IX-5425-2/19 in de specifieke procedure DGHR-SPS-SYNVAK-003 en dat beide documenten officieel zullen gepubliceerd worden nadat het reglement in het Hoog Overlegco- mité overlegd is geweest. 3.
  7. Met nota’s van 19 september 2005 worden het “Hoog Overleg- comité van het militair personeel van Defensie” en het “Hoog Overlegcomité overeenstemmend met het Sectorcomité XIV” samen bijeengeroepen op 10 oktober
  8. Er werd overlegd over het voormeld ontwerp van reglement en over het ontwerp van de specifieke procedure. 3.
  9. Op 21 november 2005 verstuurt de secretaris van het Hoog Overlegcomité de notulen van de vergadering van 10 oktober 2005 naar de leden van de afvaardiging van de overheid en de vakorganisaties. Op 5 december 2005 verstuurt hij het met redenen omkleed advies van het Hoog Overlegcomité naar de leden van de afvaardiging van de overheid en de vakorganisaties. Uit die notulen en dat advies blijkt dat de verzoekende partij zich verzet tegen de uitgifte van het reglement vermits Defensie door die uitgifte een louter informeel orgaan formaliseert dat niet in de vakbondswet is voorzien en dat zij geen enkele reden ziet om het ontwerp te bespreken vermits het een illegale akte is. 3.
  10. Met een nota van 3 januari 2006 wordt een door de Algemene Directie Human Resources (DGHR) opgemaakt dossier bezorgd aan de minister van Landsverdediging. Daaruit blijkt dat onder meer een expertise-advies werd gevraagd aan het Instituut voor Arbeidsrecht van de KU Leuven, advies dat zich, zo wordt in de nota gesteld, “juridisch positief uitdrukt maar met een waarschuwende vinger naar de omzetting in de praktijk”. Zich steunend op dat advies, stelt DGHR onder een punt 3c voor het ontwerp van reglement en specifieke procedure te handhaven en te implemente- ren, mits het nemen van de volgende maatregelen: IX-5425-3/19 - de verduidelijking, in het verslag aan de Koning, van een artikel van een ontwerp van koninklijk besluit, zodat deze bepaling een verdere differentiatie van lokale bevoegdheden inzake welzijn niet verhindert; - het schrappen, in beide ontwerpteksten, dat het LIBWC zou kunnen fungeren als filter naar het BOC toe; - de responsabilisering van de voorzitters van de LIBWC’s, vermits zij de verantwoordelijkheid dragen om erop toe te zien dat de wettelijke bevoegdheden van de BOC’s niet geschonden worden; indien dit toch dreigt te gebeuren, moet de voorzitter van het LIBWC gebruik maken van zijn bevoegdheid om het probleem door te verwijzen naar het bevoegde BOC; desgevallend moet de Defensiechef corrigerend optreden. 3.
  11. Op 23 maart 2006 beslist de minister dat de maatregelen die worden voorgesteld in voornoemd punt 3c moeten uitgevoerd worden teneinde de oprichting van de LIBWC’s mogelijk te maken. 3.
  12. Op 23 augustus 2006 verspreidt DGHR het reglement met betrekking tot het LIBWC (DGHR-REG-SYNVAK-003) en de specifieke procedure met betrekking tot het LIBWC (DGHR-SPS-SYNVAK-003). De specifieke procedure maakt het eerste voorwerp en het reglement van het tweede voorwerp uit van het onderhavig beroep. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Standpunt van de partijen
  13. De verwerende partij voert aan dat het beroep niet ontvankelijk is ratione personae. De bestreden beslissingen bieden aan de verzoekende partij de mogelijkheid om deel te nemen aan een comité waardoor lokale problemen lokaal kunnen opgelost worden, mogelijkheid die niet bestond vóór de oprichting van het LIBWC; met een annulatie van de bestreden beslissingen zou teruggekomen worden naar de voormalige situatie waar de representatieve vakorganisaties geen toegang hadden tot comités op het niveau van de eenheid; de verzoekende partij heeft aldus geen belang bij haar beroep. IX-5425-4/19 Voorts voert de verwerende partij aan dat het beroep niet ontvankelijk is ratione materiae. De bestreden beslissingen moeten beschouwd worden als loutere beheersregels vermits zij geen nieuwe dwingende regels toevoegen aan de bestaande reglementering; zij hebben geen gevolgen voor de statutaire situatie van de militairen en de ambtenaren en bovendien moet de specifieke procedure beschouwd worden als een uitvoeringsmaatregel van het reglement.
  14. De verzoekende partij antwoordt dat de bestreden beslissingen betrekking hebben op de oprichting van een verplicht overlegorgaan en derhalve op de betrekkingen met de vakorganisaties die, overeenkomstig artikel 11, § 1, 2/, van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel, overlegd moeten worden; zij stelt dat ze in haar verzoekschrift de schending aanvoert van die overlegverplichting en dat zij uit een nietigverklaring van de bestreden beslissingen dan ook een persoonlijk voordeel zal halen, vermits de teksten dan opnieuw voor overleg zullen moeten overgemaakt worden. Voorts merkt ze op dat het dan ook gaat om beslissingen die door haar op ontvankelijke wijze bij de Raad van State kunnen aangevochten worden en dat het LIBWC daarenboven welzijnsmateries behandelt die wettelijk behandeld moeten worden op het niveau van het BOC en dat het dus gaat om een verplicht overlegorgaan waarbij haar syndicale prerogatieven worden geschonden. Beoordeling
  15. De verzoekende partij is een vakorganisatie die door de overheid bij haar werking is betrokken; zij heeft in die hoedanigheid er een functioneel belang bij om de aan haar toegekende prerogatieven, zoals de bevoegdheid tot overleg, geëerbiedigd te zien. Vanuit het oogpunt van dat functioneel belang dienen de aangevoerde excepties dan ook verworpen te worden daar bij de beoordeling van dit belang de inhoud of de draagwijdte van de tekst waartegen wordt aangevoerd dat hij met miskenning van de syndicale prerogatieven tot stand is gekomen, niet relevant is. IX-5425-5/19
  16. Ambtshalve dient echter te worden vastgesteld dat het functioneel belang van een verzoekende partij maar door een vernietigingsarrest kan gediend worden wanneer haar prerogatieven geschonden zijn en wanneer die schending door een vernietigingsarrest in rechte ongedaan kan worden gemaakt. Haar ter vrijwaring van haar functioneel belang ingesteld annulatieberoep is dan ook maar ontvankelijk wanneer zij ten minste één op de schending van haar prerogatieven gesteund annulatiemiddel aanvoert dat ontvan- kelijk en bovendien gegrond is; een annulatiemiddel dat vreemd is aan bedoelde prerogatieven kan voor de ontvankelijkheid van het beroep niet in aanmerking worden genomen, ook al is het van openbare orde.
  17. De verzoekende partij voert twee middelen aan waarvan enkel het eerste ook gericht is tegen het reglement betreffende het LIBWC. In dit eerste middel voert de verzoekende partij aan dat de bestreden beslissingen genomen werden door een onbevoegd orgaan vermits het enkel de Koning is die beschikt over een zelfstandige verordeningsbevoegdheid wat betreft de oprichting en de organisatie van het algemeen bestuur. De verzoekende partij voert aldus geen middel aan dat steunt op een schending van haar prerogatieven. Het beroep tot nietigverklaring van het reglement betreffende het LIBWC is dienvolgens onontvankelijk. V. Onderzoek van de middelen A. Eerste middel Uiteenzetting van het middel
  18. In een eerste middel voert de verzoekende partij aan dat de bestreden beslissingen werden genomen door een onbevoegd orgaan, vermits de Koning terzake de exclusieve bevoegdheid heeft. IX-5425-6/19 Beoordeling
  19. Zoals reeds bij de bespreking van de ontvankelijkheid werd vastgesteld, kan de Raad van State een annulatiemiddel dat vreemd is aan de prerogatieven van de verzoekende partij niet in aanmerking nemen, ook al is het van openbare orde. Het middel is onontvankelijk. B. Tweede middel Standpunt van de partijen
  20. In een tweede middel voert de verzoekende partij de schending aan van artikel 11, § 1, 2/, van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel (hierna: de wet van 19 december 1974) wat betreft de door haar als eerste aangeduide bestreden beslissing met name de specifieke procedure betreffende het LIBWC. Zij stelt dat er essentiële wijzigingen zijn aangebracht aan de tekst die op 10 oktober 2005 voor overleg werd voorgelegd aan het Hoog Overlegcomité en dit in vergelijking met de tekst die op 25 augustus 2006 gepubliceerd werd op het intranet van Defensie. Vervolgens geeft de verzoekende partij een opsomming van de verschillen tussen de beide teksten en wijst erop dat het om belangrijke wijzigingen gaat waarover het overleg bedoeld in artikel 11, § 1, 2/, van de wet van 19 december 1974 niet heeft plaatsgegrepen.
  21. De verwerende partij antwoordt dat er enkel een nieuw overleg noodzakelijk is wanneer er essentiële wijzigingen werden aangebracht hetgeen te dezen niet het geval is; zij merkt op dat de door de verzoekende partij geciteerde wijzigingen teksten zijn die ofwel uit het basisreglement komen, ofwel in het basisreglement staan, ofwel loutere verduidelijkingen brengen. IX-5425-7/19
  22. In haar memorie van wederantwoord merkt de verzoekende partij op dat de verwerende partij geen concrete elementen en bewijzen aanhaalt die aantonen dat er geen essentiële wijzigingen werden aangebracht aan de tekst. Beoordeling
  23. Het wordt niet betwist dat de verwerende partij de verplichting had om, met toepassing van artikel 11, § 1, 2/, van de wet van 19 december 1974, over het ontwerp van de ten dezen bestreden specifieke procedure betreffende het LIBWC, met de vakbonden te overleggen. Het syndicaal overleg over ontwerpen die het bestuur voornemens is uit te vaardigen is een substantiële vorm. Dit vormvoorschrift impliceert dat, eens dit syndicaal overleg is beëindigd, het bestuur niet zonder een nieuw overleg nog wijzigingen mag doorvoeren aan de inhoud van de tekst. Wel wordt aangenomen dat het bestuur materiële vergissingen mag rechtzetten, dat louter technische aanpassin- gen en verduidelijkingen aangebracht mogen worden, dat de tekst aangepast mag worden aan reglementaire bepalingen die het bestuur geen keuzemogelijkheid laten en dat zelfs inhoudelijke wijzigingen aangebracht mogen worden in de mate dat zij, ten opzichte van de oorspronkelijke tekst, geen wezenlijke wijziging uitmaken. In het licht hiervan worden hierna de overlegversie en de definitieve versie van de specifieke procedure weergegeven en beoordeeld.
  24. Aan het punt “Doelstelling” is de volgende wijziging aangebracht: Overlegversie Definitieve versie - De standaardisatie van de regels voor het - oprichten van een lokaal informatie-, Het standaardiseren van de regels voor het beheers- en welzijnscomité voor het mili- oprichten van een lokaal informatie-, tair en burgerpersoneel in elk korps, elke beheers- en welzijnscomité voor het mili- onafhankelijke eenheid, stafdepartement tair en burger personeel in elk korps, elke of algemene directie en elke permanent onafhankelijke eenheid, stafdepartement afgezonderde eenheid ter sterkte van een of algemene directie en elke permanent compagnie of gelijkwaardige eenheid. afgezonderde eenheid ter sterkte van een - De rechtstreekse uitwisseling van infor- compagnie of gelijkwaardige eenheid. matie toelaten tussen het Commando, - leden van de verschillende personeelsca- De rechtstreekse uitwisseling van infor- tegorieën, de lokale afgevaardigden van matie toelaten tussen het Commando, de representatieve vakorganisaties van het leden van de verschillende personeelscate- militair personeel en de gemandateerde gorieën, de lokale afgevaardigden van de afgevaardigden van de representatieve representatieve vakorganisaties van het vakorganisaties van het burger personeel militair personeel en de gemandateerde IX-5425-8/19 van Defensie. afgevaardigden van de representatieve - Het creëren van een open en vrijmoedige vakorganisaties van het burger personeel dialoog in een klimaat van wederzijds van Defensie. vertrouwen, tussen de voorzitter, de leden - Het creëren van een open en vrijmoedige van de overheid en de andere leden, wat dialoog in een klimaat van wederzijds moet toelaten gezamenlijk oplossingen te vertrouwen, tussen de voorzitter, de leden zoeken voor dagdagelijkse problemen in van de overheid en de andere leden, wat verband met het gemeenschapsleven in de moet toelaten gezamenlijk oplossingen te schoot van de eenheid. Het LIBWC heeft zoeken voor dagdagelijkse problemen in als doel: lokaal oplossingen te zoeken verband met het gemeenschapsleven in de voor problemen in verband met het ge- schoot van de eenheid. Het LIBWC heeft meenschapsleven in de schoot van de als doel: lokaal oplossingen te zoeken eenheid, waaronder welzijnsproblemen, voor problemen in verband met het ge- waardoor het als een soort filter en voor- meenschapsleven in de schoot van de bereidend orgaan kan fungeren alvorens eenheid. het militair en burger BOC officieel te - vatten. De werking van het LIBWC mag de wet- - De representatieve vakorganisaties zijn telijke bevoegdheden van het basisover- niet verplicht om eerst het LIBWC aan te legcomité (BOC) niet schenden. spreken. Zij mogen welzijnsproblemen en personeelsaangelegenheden die voorzien zijn in het reglement inwendige orde (RIO) van de basisoverlegcomités (BOC) ook rechtstreeks bij het BOC indienen. - De werking van het LIBWC mag de wet- telijke bevoegdheden van de BOC niet schenden. Daar waar in de overlegde versie er sprake van was dat het LIBWC als doel zou hebben om lokaal oplossingen te zoeken voor onder meer welzijnsproblemen waardoor het als een soort filter en voorbereidend orgaan zou kunnen fungeren alvorens het BOC officieel te vatten, werd deze passage geschrapt na het advies van het Instituut voor Arbeidsrecht van de KULeuven dat handelde over de bevoegdheid van de BOC’s. De schrapping is derhalve inhoudelijk wezenlijk en diende het voorwerp uit te maken van overleg. Het geschrapte tekstgedeelte inzake het feit dat de representatieve vakorganisaties niet verplicht zijn om eerst het LIBWC aan te spreken, komt reeds voor in de overlegversie van het reglement en in de definitieve versie ervan, zodat het niet opnieuw diende overlegd te worden.
  25. Aan het punt “Bevoegdheden. Algemeen” is de volgende wijziging aangebracht: IX-5425-9/19 Overlegversie Definitieve versie Algemeen Algemeen

(1)Het LIBWC:
(1)Het LIBWC: (
  1. a)behandelt problemen van algemeen (
  2. a)behandelt problemen van algemeen belang met een lokaal karakter, belang met een lokaal karakter, geen individuele problemen; geen individuele problemen; (
  3. b)bespreekt alle lokale voorstellen, (
  4. b)bespreekt alle lokale voorstellen, maatregelen en toe te passen mid- maatregelen en toe te passen mid- delen die rechtstreeks of onrecht- delen die rechtstreeks of onrecht- streeks gevolgen kunnen hebben streeks gevolgen kunnen hebben voor het welzijn van de werknemer voor het welzijn van de werknemer bij de uitvoering van hun werk; bij de uitvoering van hun werk; (
  5. c)bespreekt de te nemen lokale maat- (
  6. c)informeert, sensibiliseert en stelt regelen of initiatieven inzake het maatregelen voor ter verbetering sensibiliseren van het personeel van de korpsgeest en het verhogen aangaande de veiligheid van de van het rendement van de eenheid; werknemer; (
  7. d)ondersteunt het advies van het (
  8. d)bespreekt en bereidt de lokale toe- BOC door bij te dragen aan de passing voor van de wettelijk implementatie ervan op niveau van voorziene welzijnsmaatregelen de eenheid. inzake veiligheid en gezondheid en
(2)De voorzitter van het LIBWC moet het gezondheidstoezicht van de erop toezien dat de bevoegdheden van werknemer en over de hygiëne van het BOC niet geschonden worden en de arbeidsplek; draagt hiervoor de verantwoordelijk- (e) bespreekt ongevallen of qua- heid. Het LIBWC kan in geen geval si-ongevallen. taken of bevoegdheden van het BOC op zich nemen.
(2)Op deze wijze bekomt men een lokale vergadering dat voorbereidend tech- nisch werk verricht met het oog op een bekrachtiging op niveau van het BOC (indien wettellijk vereist) en dat steeds kan aangesproken worden alvorens bepaalde items voor te stellen als agen- dapunt op het militair of burger BOC, van de kwartiergroepering waarin de eenheid opgenomen is. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat alleen welzijns- problemen die zich binnen de acht do- meinen van de welzijnswet bevinden en personeelsaangelegenheden die voor- zien zijn in het RIO van de BOC door- verwezen kunnen worden naar het mili- tair of Civ BOC, indien daarvoor geen lokale oplossingen gevonden worden in het LIBWC. Het LIBWC kan een bre- dere waaier van problemen behandelen dan het BOC maar steeds op een infor- mele wijze.
(3)Naar analogie met de richtlijn DGHR-SPS-SYNVAK - 001, worden ook in de schoot van dit LIBWC de besprekingen opgeschort in periode van oorlog, bij de paraatstelling en aanwen- ding van de Krijgsmacht, wanneer de te nemen maatregelen betrekking hebben op de organisatie van 's lands veiligheid of defensie en bij natuurrampen. IX-5425-10/19 De omschrijving van de bevoegdheden van een overlegorgaan is inhoudelijk van wezenlijk belang. Derhalve zijn de aan die omschrijving aan- gebrachte wijzigingen niet bijkomstig of marginaal. Ook hier dient opgemerkt te worden dat de passus over de verantwoordelijkheid van de voorzitter om erop toe te zien dat de bevoegdheden van het BOC niet worden geschonden, werd ingevoegd naar aanleiding van het advies van het Instituut voor Arbeidsrecht. Conclusie is dan ook dat over de aan de omschrijving van de bevoegdheden van het LIBWC aangebrachte wijzigingen opnieuw overlegd had moeten worden. Wat het weglaten van de passus betreft, dat de besprekingen in de schoot van het LIBWC worden opgeschort in periode van oorlog, bij de paraatstel- ling en aanwending van de Krijgsmacht, wanneer de te nemen maatregelen betrekking hebben op de organisatie van ‘s lands veiligheid of defensie en bij natuurrampen, dient deze schrapping niet meer het voorwerp van overleg uit te maken vermits deze passus eveneens was opgenomen in de overlegversie van het reglement en nog steeds is opgenomen in de definitieve tekst ervan. 17. Aan het punt “Bevoegdheden - Taken” is de volgende wijziging aangebracht: Overlegversie Definitieve versie Het is aangewezen dat het LIBWC:
(1)Bespreken en oplossen van dagdage-
(1)het lokaal preventieplan voorbereidt, dat lijkse problemen op niveau eenheid. bekrachtigd dient te worden op niveau
(2)Het verzamelen van en/of voorberei- van het BOC. Een stafofficier van de den van informatie die nadien bespro- eenheid wordt belast met het opstellen ken moet worden op het BOC. en de opvolging van dit plan; L Voorbeelden
(2)de door de hiërarchische lijn opgestelde - Het verzamelen van elementen om lijsten met de werkposten en hun risico's het lokaal preventieplan voor te en de genomen lokale maatregelen bereiden dat overlegd en bekrach- bespreekt; tigd dient te worden op het niveau
(3)specifieke aandacht schenkt aan het van een BOC. onthaal en de integratie (inclusief vei- - De lijsten voorbereiden (risicopos- ligheidsbriefing) van nieuwe perso- ten, veiligheidsfuncties, ...) met neelsleden en derden die al dan niet betrekking tot het gezondheidstoe- tijdelijk werkzaam zijn in de eenheid zicht. (vb vakantiewerkers);
(3)Specifieke aandacht schenken aan het
(4)voorstellen formuleert die bijdragen tot onthaal en de integratie (inclusief vei- de verbetering van de werkomstandig- ligheidsbriefing) van nieuwe perso- heden; neelsleden en derden die al dan niet
(5)initiatieven neemt om de menselijke IX-5425-11/19 betrekkingen in de schoot van de een- tijdelijk werkzaam zijn in de eenheid heid te verbeteren en dit om de korps- (vb vakantiewerkers). geest te optimaliseren.
(4)Initiatieven nemen om de menselijke betrekkingen in de schoot van de een- heid te verbeteren en dit om de korps- geest te optimaliseren. Ook hier dient vastgesteld te worden dat dit item handelt over de bevoegdheden van het LIBWC en dat er wijzigingen werden aangebracht. Daar de bevoegdheid behoort tot het wezenlijke van het nieuwe orgaan, dienden de wijzigingen het voorwerp uit te maken van overleg. 18. Aan het punt “Samenstelling - De leden” is de volgende wijziging aangebracht: Overlegversie Definitieve versie Het LIBWC bestaat mimimum uit:
(1)een delegatie van de overheid, eventueel aangevuld met technici en een aantal piloten (zie Par 4c
(4)) die per samenk- omst van het LIBWC door de voorzitter aangeduid worden;
(2)vertegenwoordigers van het personeel aangeduid bij wijze van een geheime stemming. Het staat de Vz vrij om de delegatie van de overheid uit te breiden met een aantal perso- nen, waarvan hij hun inbreng nodig acht. De representatieve vakorganisaties van het militair en burger personeel moeten steeds uitgenodigd worden om hun lokale afge- vaardigden te laten deelnemen aan het LIBWC. Deze deelname is geheel vrijblij- vend. De door de verzoekende partij geciteerde passus, die in de overlegversie fungeert als een soort algemene inleiding op hetgeen erna gedetail- leerd wordt uiteengezet, komt niet meer als dusdanig voor in de definitieve tekst. Uit die definitieve tekst blijkt evenwel nog steeds dat, enerzijds, het LIBWC minimum bestaat uit
(1)een delegatie van de overheid, eventueel aangevuld met technici en een aantal piloten en
(2)vertegenwoordigers van het personeel aangeduid bij wijze van een geheime stemming, en dat, anderzijds, de representatieve vakorganisaties steeds moeten uitgenodigd worden maar dat hun deelname geheel vrijblijvend is. IX-5425-12/19 Over de schrapping van deze passus moest dus niet opnieuw overlegd worden. 19. Aan het punt “Samenstelling - Technici” is de volgende wijziging aangebracht: Overlegversie Definitieve versie
(5)De technici
(3)De technici Elk personeelslid van het Korps of eenheid, Elk personeelslid van hef Korps of eenheid, die een bijdrage kan leveren in het kader van die een bijdrage kan leveren in het kader van de te bespreken agendapunten tijdens het de te bespreken agendapunten tijdens het LIBWC, kan door de voorzitter uitgenodigd LIBWC, kan door de voorzitter uitgenodigd worden, om deel te nemen aan de vergade- worden, om deel te nemen aan de vergade- ring. ring. Het gaat hier voornamelijk om personen die Het gaat hier voornamelijk om personen die omwille van hun technische kennis (hoofd omwille van hun competenties, functie, onderhoud, kok, eenheidsgeneesheer,...) de ervaring, de nodige input kunnen leveren, nodige input kunnen leveren, om het naar om het naar voor gebrachte probleem toe te voor gebrachte probleem toe te lichten. lichten. De aanwezigheid van de technici heeft tot doel, om eerst alle “lokale competenties” aan te wenden. (Bijv.: eerst advies vragen aan de assistent in preventie alvorens de preventieadviseur van de lokale sectie aan te spreken). De preventieadviseurs van de SLPPT en de milieucoördinatoren zullen enkel deelnemen aan de vergaderingen van het LIBWC indien de agenda dit vereist of op uitdrukkelijk verzoek van de voorzitter. Ze nemen dus nooit deel op permanente basis. Wat de eerste toegevoegde passus met betrekking tot de aanwezigheid van de technici betreft kwam deze in de overlegversie voor onder het in de definitieve tekst weggelaten punt “e. Opmerkingen”. Het betreft derhalve een louter tekstuele aanpassing waarover niet opnieuw overlegd moest worden. De passus met betrekking tot de preventieadviseurs van de SLPPT en de milieucoördinatoren is niet meer dan een verduidelijking, waarover niet opnieuw overlegd moest worden. IX-5425-13/19 20. Aan het punt “Samenstelling - Verkozen delegatie van het personeel” is de volgende wijziging aangebracht: Overlegversie Definitieve versie De verkozen delegatie Verkozen delegatie (a) Het doel van deze delegatie is om een
(3)Deze delegatie zal bestaan uit: personeelslid van elke categorie zitting (
  1. a)één lager officier, te laten hebben in het LIBWC. (
  2. b)één hoofdonderofficier, (
  3. b)Deze delegatie zal bestaan uit één lager (
  4. c)één keur- of lager onderofficier, officier, één hoofdonderofficier, één (
  5. d)één eerste korporaalchef of korpo- keur- of lager onderofficier, één eerste raalchef, korporaalchef of korporaalchef, één (
  6. e)één korporaal of eerste soldaat, korporaal of eerste soldaat, een repre- (
  7. f)een representatief aantal burgers sentatief aantal burgers (één per niveau (één per niveau (A, B, C, D) indien (A, B, C, D) indien aanwezig), een aanwezig), vertegenwoordiging van het vrouwelijk (
  8. g)een vertegenwoordiging van de personeel van de eenheid en van de leerlingen voor opleidingscentra en inwonende personeelsleden voor zover scholen, deze laatsten niet vertegenwoordigd (
  9. h)een vertegenwoordiging van het kunnen worden door één van voorgaan- vrouwelijk personeel van de een- de categoriën. heid in voorkomend geval, (
  10. c)Deze leden en hun plaatsvervangers (
  11. i)een vertegenwoordiger van het worden verkozen door middel van een inwonend personeel in voorkomend geheime stemming, zoals verder be- geval paald (Par 4.d). In de definitieve versie wordt in tegenstelling tot de overlegversie voorzien in een vertegenwoordiging van de leerlingen voor opleidingscentra en scholen. In het met redenen omkleed advies van het Hoog Overlegcomité van 10 oktober 2005 wordt gesteld: “De ACMP vraagt dat de samenstelling van de LIBWC in de scholen ook een vertegenwoordiging van de kandidaat-militairen zou bevatten.” De toevoeging vloeit aldus rechtstreeks voort uit het overleg en diende derhalve niet meer overlegd te worden. IX-5425-14/19 21. Aan het punt “Samenstelling - Delegatie van de representatieve vakorganisaties” is de volgende wijziging aangebracht: Overlegversie Definitieve versie
(4)Delegatie van de representatieve vakor- (e) Delegatie van de representatieve vakor- ganisaties ganisaties Er mogen vrijblijvend per representatie-
(1)De centrale zetels van de representatie- ve vakorganisatie twee vakbondsafge- ve van het militair en burger personeel vaardigden zetelen in het LIBWC. Bij worden jaarlijks aangeschreven opdat voorkeur worden daartoe lokale afge- ze hun lokale vertegenwoordigers en vaardigden aangeduid die tewerkgesteld hun vervangers aanduiden voor deelna- zijn binnen de eenheid waarvoor het me aan het LIBWC. LIBWC bevoegd is. Voor deze afge-
(2)Deze lokale vertegenwoordigers van vaardigden zal de duur van de vergade- de representatieve vakorganisaties ring aanzien worden als normale dienst. zullen steeds uitgenodigd worden op Er moet dus geen vakbondsverlof voor het LIBWC. Deze deelname is geheel toegestaan worden. De militaire lokale vrijblijvend. vakbondsafgevaardigden dragen dan
(3)Twee vakbondsafgevaardigden per ook de militaire kledij. Bij ontstentenis representatieve vakorganisatie mogen van lokale militaire vakbondsafgevaar- (vrijblijvend) zetelen in het LIBWC. digden of gemandateerde vakbondsaf- Bij voorkeur worden daartoe lokale gevaardigden van het burgerpersoneel afgevaardigden aangeduid die tewerk- binnen een bepaalde eenheid, zullen de gesteld zijn binnen de eenheid waar- vakorganisaties bij voorkeur beroep voor het LIBWC bevoegd is. doen op hun afgevaardigden van de
(4)Voor deze afgevaardigden zal de duur dichtstbijgelegen eenheid. In dat geval van de vergadering aanzien worden als moeten deze afgevaardigden (Mit en normale dienst. Er moet dus geen vak- Civ) wel de expliciete toelating van hun bondsverlof voor toegestaan worden. diensthoofd verkrijgen (deelname aan De militaire lokale vakbondsafgevaar- een LIBWC van een naburige eenheid), digden dragen dan ook de militaire die bij weigering uiteraard de dienst- kledij. noodwendigheden dient aan te tonen
(5)Bij ontstentenis van lokale militaire (D&HR-REG-SYNVAK-001 Per. 7.b.). vakbondsafgevaardigden of gemanda- teerde vakbondsafgevaardigden van het burgerpersoneel binnen een bepaal- de eenheid, zullen de vakorganisaties bij voorkeur beroep doen op hun afge- vaardigden van de dichtstbijgelegen eenheid. In dat geval moeten deze afgevaardigden (Mil en Civ) wel de expliciete toelating van hun dienst- hoofd verkrijgen (deelname aan een LIBWC van een naburige eenheid), die bij weigering uiteraard de dienstnoo- dwendigheden dient aan te tonen (zie DGHR-REG-SYNVAK-001 Par. 7.b.). De toegevoegde passage sub
(2)met betrekking tot de verplichte uitnodiging maar vrijblijvende deelname van de representatieve vakorganisaties kwam reeds voor in de overlegversie. De toegevoegde passage sub
(1)is niet meer dan een praktische verduidelijking. IX-5425-15/19 Voor beide passages diende er niet opnieuw overlegd te worden. 22. Aan het punt “Verkiezingen - Informatiezitting” is de volgende wijziging aangebracht: Overlegversie Definitieve versie Informatiezitting Informatiezitting (b) Deze informatiezitting dient tijdig plaats
(2)Deze informatiezitting dient, bij voor- te vinden, teneinde de kandidaat-leden keur, plaats te vinden 15 werkdagen voldoende de tijd te geven om hun vóór de verkiezingsdatum, teneinde de kandidatuur kenbaar te maken aan de kandidaat-leden voldoende de tijd te respectievelijke kiezers. geven om hun kandidatuur kenbaar te maken aan de respectievelijke kiezers. Deze wijziging is niet meer dan een praktische verduidelijking en diende dan ook niet opnieuw overlegd te worden. 23. Aan het punt “Verkiezingen - Wie kan niet verkozen worden?” is de volgende wijziging aangebracht: Overlegversie Definitieve versie Wie kan niet verkozen worden? Wie kan niet verkozen worden? (a) De assistent in preventie, die de functie
(1)De assistent in preventie, die de functie als secretaris waarneemt in het LIBWC. als secretaris waarneemt in het LIBWC. (b) De preventieadviseurs van de lokale
(2)De preventieadviseurs van de lokale sectie preventie en bescherming op het sectie preventie en bescherming op het werk (SLPPT). werk (SLPPT) of van de cel preventie (c) De preventieadviseur-arbeidsgenees- op niveau staf. heer van de kwartiergroepering.
(3)De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer (d) De leden optredend als permanente van de kwartiergroepering. delegatie van de overheid.
(4)De leden optredend als permanente delegatie van de overheid.
(5)De milieucoördinator defensie (MCED) van de lokale milieutechnische eenheid (MTE). Deze lijst die substantieel is voor de samenstelling van het nieuw orgaan, wordt gewijzigd. Deze wijziging diende het voorwerp uit te maken van overleg. 24. Aan het punt “Verkiezingen - Mandaat van de verkozenen” is de volgende wijziging aangebracht: IX-5425-16/19 Overlegversie Definitieve versie Mandaat van de verkozenen Mandaat van de verkozenen (a) Het mandaat wordt in principe toege-
(1)Het mandaat wordt toegekend voor een kend voor een periode van vier jaar. Om periode van twee jaar. Om een zekere een zekere continuïteit na te streven continuïteit na te streven wordt aangera- wordt ( in de opstartfase) de helft van de den in de opstartfase maximum de helft verkozenen vervangen na twee jaar en van de verkozenen te vervangen na dit de andere helft na vier jaar. eerste mandaat van twee jaar en het (b) In principe vindt er dus om de twee jaar mandaat van het andere deel van de een informatiezitting en een verkiezing verkozenen met één jaar te verlengen. plaats. Indien er een vacature optreedt De voorzitter van het LIBWC bepaalt (mutatie, ...) kan de Korpscommandant hiervoor de uitvoeringsmodaliteiten. beslissen, om een tussentijdse verkie-
(2)In principe vindt er dus jaarlijks een zing te organiseren, die eveneens voor- informatiezitting en een verkiezing afgegaan zal worden door een informa- plaats. Indien er een vacature optreedt tiezitting. (mutatie, ...) kan de Korpscommandant (c) Bij ontstentenis van kandidaten, kan de beslissen, om een tussentijdse verkie- Korpscommandant beslissen dat het zing te organiseren, die eveneens voor- mandaat van de reeds zetelende leden afgegaan zal worden door een informa- verlengd wordt, mits akkoord van de tiezitting. betrokkenen zelf. Wel dient er opge-
(3)Bij ontstentenis van nieuwe kandidaten, merkt te worden, dat ten allen tijde het kan de Korpscommandant beslissen dat ‘aanduiden’ van personeelsleden, die het mandaat van sommige effectieve geen kandidaat zijn, vermeden moet leden verlengd wordt, mits akkoord van worden. de betrokkenen zelf.
(4)Het “aanduiden” van personeelsleden, die geen kandidaat zijn, moet vermeden worden. De duur van het mandaat en de daaraan gekoppelde frequentie van verkiezingen zijn van wezenlijk belang voor het nieuwe orgaan. De aangebrachte wijzigingen dienden het voorwerp uit te maken van overleg. 25. Aan het punt “Werking van het LIBWC - Opmerkingen” is de volgende wijziging aangebracht: Overlegversie Definitieve versie Opmerkingen
(1)De voorzitter van het LIBWC heeft de bevoegdheid om een probleem door te verwijzen naar het daartoe bevoegd BOC. Hij is daartoe zelfs verplicht indien een wettelijk advies van het BOC voorzien is.
(2)De aanwezigheid van de technici heeft tot doel, om eerst alle “lokale competen- ties” aan te wenden, alvorens het pro- bleem naar het BOC door te verwijzen (Bv.: eerst advies vragen aan de assis- tent in preventie alvorens de preventie- adviseur van de lokale sectie aan te IX-5425-17/19 spreken).
(3)Bijl A en B geven een overzicht weer van de overlegstructuur respectievelijk voor het militair en burgerpersoneel. Wat opmerking
(1)betreft dient erop gewezen te worden dat dit, in het licht van voornoemd advies, inhoudelijk wezenlijk is en dat de schrapping ervan derhalve het voorwerp van overleg diende uit te maken. Wat de opmerking
(2)betreft dient, zoals reeds opgemerkt onder randnummer 19, vermeld te worden dat deze passus werd opgenomen in de definitieve tekst en dus niet weggelaten werd. Wat de opmerking
(3)betreft kan volstaan worden met de vaststelling dat de bedoelde bijlagen A en B slechts een overzicht geven van hetgeen in de specifieke procedure is vervat, en dus geen wezenlijk element vormden.
  1. De conclusie van dit alles is dat, daar de overlegversie van de specifieke procedure op tal van plaatsen grondig en wezenlijk gewijzigd werd ten aanzien van de definitieve versie, de eerste bestreden beslissing in haar geheel dient vernietigd te worden. BESLISSING
  2. De Raad van State vernietigt de de specifieke procedure betreffende het lokaal informatie-, beheers- en welzijnscomité (LIBWC) met referentie DGHR- SPS-SYNVAK-003; Ed 001/Rev 000 - 25 Aug
  3. De Raad van State verwerpt het beroep voor het overige.
  4. Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit.
  5. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. IX-5425-18/19 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 29 maart 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, Daniël Moons, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, bijgestaan door Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts André Vandendriessche IX-5425-19/19 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.461 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.