id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.466 Rolnummer: A. 191543/IX-6235 Zaak: Arrest 202466 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 29/03/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-04-07 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 04:32 Fiche Arrest nr 202.466 van 29 maart 2010 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 202.466 van 29 maart 2010 in de zaak A. 191.543/IX-
- In zake : de CVBA Zonnige Kempen, die woonplaats kiest bij advocaat S. VERHERSTRAETEN, kantoor houdende te MOL, Kruisven 51 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, dat woonplaats kiest bij advocaat W. MULS, kantoor houdende te BRUSSEL, A. Dansaertstraat 92 tussenkomende partij : Luc STIJNEN, wonende te TIELEN, Molenberg
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de CVBA Zonnige Kempen op 20 februari 2009 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering van 23 december 2008 houdende uitspraak over de beroepsprocedure in toepassing van artikel 47, § 1, van de Vlaamse Wooncode met betrekking tot de vernietigingsbeslissing van de toezichthouder aangaande de verloning van Luc Stijnen, directeur bij de sociale huisvestingsmaatschappij Zonnige Kempen CVBA alsook tegen de beslissing van de toezichthouder van 29 oktober 2008 tot vernietiging van de beslissing van de Raad van Bestuur van de CVBA Zonnige Kempen van 9 oktober 2008 met betrekking tot de verloning van de directeur conform het besluit van de Vlaamse Regering houdende bepaling van specifieke regels voor het toezicht op de sociale woonactoren van 18 juli 2008; Gelet op de kennisgeving van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij op 8 juni 2009; IX-6235-1/4 Gelet op de kennisgeving door de hoofdgriffier, op 27 augustus 2009, van de mededeling bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs- rechtspraak van de Raad van State; Overwegende dat de verzoekende partij bij brief van 31 augustus 2009 heeft gevraagd om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 22 januari 2010, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 1 maart 2010; Gehoord het verslag van staatsraad B. THYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat S. VERHERSTRAETEN, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat J. AVENEL die, loco advocaat W. MULS, verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT: Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijnen voor het toesturen van de memorie van wederantwoord of van de aanvullende memorie niet eerbiedigt. Bij het versturen aan de verzoekende partij van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier te dezen melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State. De verzoeken- de partij heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd. In de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling IX-6235-2/4 van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, is meegedeeld dat de kamer uitspraak zou doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij één van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft gevraagd om te worden gehoord. Ter zitting stelt de verzoekende partij dat zij niets heeft toe te voegen aan de stukken van het dossier. Op grond van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet dan ook worden vastgesteld dat te dezen in hoofde van de verzoekende partij het vereiste belang ontbreekt om de gevorderde vernietiging te verkrijgen. OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. IX-6235-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 29 maart 2010, door : de HH. B. THYS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. B. THYS. IX-6235-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.466 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.