← België

Arrest 202495 - Overheidsopdrachten - 30/03/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.495 Rolnummer: A. 195791/XII-6138 Zaak: Arrest 202495 - Overheidsopdrachten - 30/03/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-03-30 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-30 04:33 Fiche Arrest nr 202.495 van 30 maart 2010 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 202.495 van 30 maart 2010 in de zaak A. 195.791/XII-6138 In zake: de NV RENOTEC bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Wouter Neven en Jens Debièvre kantoor houdend te 1000 Brussel Havenlaan 86c b113 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD LIER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Cies Gysen en Gitte Laenen kantoor houdend te Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de NV PIT ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Dirk Erreygers en Joris Wouters kantoor houdend te Antwerpen Mechelsesteenweg 27 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 11 maart 2010, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van: “(

  1. i)de beslissing van 16 februari 2010 van het College van Burgemeester en Schepenen van de Stad Lier, bekendgemaakt aan Verzoekende partij per brief van 22 februari 2010 en door haar ontvangen op 26 februari 2010, waarbij de overheidsopdracht ‘Restauratie St. Gummaruskerk - enveloppe 2a - exterieur gevels en zijbeuk zuid + kerkmeesterlokaal’, niet aan de Verzoekende partij wordt gegund alsook van (
  2. ii)de beslissing van ongekende datum van het College van Burgemeester en Schepenen van de stad Lier om de opdracht ‘Restauratie XII-6138-1\6 St. Gummaruskerk - enveloppe 2a - exterieur gevels zijbeuk zuid + kerkmeesterlokaal’ te gunnen aan de nv PIT Antwerpen” II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Met een verzoekschrift van 19 maart 2010 heeft de nv PIT Antwerpen gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 maart 2010, om 10.00 uur. Kamervoorzitter Dierk Verbiest heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jens Debièvre, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Johan Geerts, die loco advocaat Cies Gysen verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Joris Wouters, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Auditeur Inge Vos heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3. De stad Lier schrijft een openbare aanbesteding uit voor een overheidsopdracht van werken, met als benaming “Sint Gummaruskerk- restauratiefase enveloppe 2a”. Op 16 februari 2010 beslist het college van burgemeester en schepenen van de stad Lier om de opdracht toe te wijzen aan de nv PIT Antwerpen. Bij brief van 22 februari 2010 wordt de toewijzingsbeslissing betekend aan deze gekozen inschrijver. XII-6138-2\6 Met een schrijven van diezelfde datum wordt aan de verzoekende partij meegedeeld dat werd beslist om de opdracht niet aan haar toe te wijzen. IV. Tussenkomst 4. Met een op 19 maart 2010 ter post aangetekend verzoekschrift vraagt de nv PIT Antwerpen om in het geding te mogen tussenkomen. Zij blijkt voordeel te halen uit de bestreden beslissing en heeft er belang bij dat de vordering wordt afgewezen. Dienvolgens moet haar verzoek worden ingewilligd. V. De schorsingsvoorwaarden 5. Overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. VI. Beoordeling van de derde schorsingsvoorwaarde 6. Wat de vereiste van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel betreft voert de verzoekende partij aan dat zij “rechtsherstel in natura” nastreeft en de overheidsopdracht zelf wil uitvoeren. Zij verwijst in dit verband naar de financiële waarde van de opdracht en de referentiewaarde van dit “prestigieus project”. 7. De Raad van State dient in de huidige stand van de zaak vast te stellen dat er met het voormelde schrijven van 22 februari 2010 van de stad Lier aan de nv PIT Antwerpen een overeenkomst tussen de beide partijen lijkt te zijn totstandgekomen. Aldus zou de gevraagde schorsing in elk geval niet de schorsing meebrengen van de voormelde overeenkomst aangezien het tot de uitsluitende XII-6138-3\6 bevoegdheid van de gewone rechtbanken behoort om de uitvoering van een overeenkomst te schorsen. Bijgevolg kan het nadeel waardoor verzoekende partij stelt te worden bedreigd, namelijk de opdracht niet zelf te kunnen uitvoeren, niet worden geweerd door een schorsingsarrest van de Raad van State, aangezien zelfs bij een dergelijke schorsing het bestaan van de voormelde overeenkomst verhindert dat de verzoekende partij een nieuwe kans krijgt om de betrokken werken zelf uit te voeren. 8. Uit hetgeen voorafgaat volgt dat niet is voldaan aan de derde van de door het voormelde artikel 17 gestelde voorwaarden, die cumulatief moeten zijn vervuld wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. Deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid te verwerpen. VII. Kosten 9. Gelet op de bijzondere omstandigheid dat de verwerende partij op dezelfde dag zowel de toewijzing aan de tussenkomende partij betekende als daarvan kennis gaf aan de verzoekende partij en laatstgenoemde aldus de mogelijkheid ontnam om bij de Raad van State rechtsbescherming door middel van een schorsing te verkrijgen, is het passend de verwerende partij in de kosten te verwijzen. BESLISSING 1. Het verzoek van de nv PIT Antwerpen tot tussenkomst in het administratief kort geding wordt ingewilligd. 2. De Raad van State verwerpt de vordering. 3. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op 175 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 125 euro. XII-6138-4\6 XII-6138-5\6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 30 maart 2010, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Dierk Verbiest, kamervoorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Dierk Verbiest XII-6138-6\6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.495 Gerelateerde publicatie(
  3. s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.211.882 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.