← België

Arrest 202697 - Huisvesting - 01/04/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.697 Rolnummer: A. 191766/VII-37670 Zaak: Arrest 202697 - Huisvesting - 01/04/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-04-13 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-30 04:34 Fiche Arrest nr 202.697 van 1 april 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Huisvesting Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 202.697 van 1 april 2010 in de zaak A. 191.766/VII-37.

  1. In zake:
  2. Talet AKKAS
  3. Sultan AKTAS beiden wonende te Brussel Groenstraat 157 alwaar woonplaats wordt gekozen en bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michael De Roeck tegen: het BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST, vertegen- woordigd door de Brusselse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jérôme Sohier kantoor houdend te Brussel Emile De Motlaan 19 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- -- I. Voorwerp van het beroep
  4. Het beroep, ingesteld op 23 februari 2009, strekt tot de "cassatie" (bedoeld wordt nietigverklaring) van de beslissing van de gemachtigde ambtenaar van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 23 december 2008 waarbij het beroep tegen een beslissing van de Directie Gewestelijke Huisvestingsinspectie houdende het opleggen van een administratieve geldboete van 3.000 euro, ongegrond wordt verklaard en de beroepen beslissing wordt bevestigd. II. Verloop van de rechtspleging
  5. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan de verzoekende partijen ter kennis werd gebracht op 26 augustus
  6. Op 4 december 2009 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partijen en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling VII-37.670-1/3 van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer uitspraak zou doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoekende partijen vragen om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 maart
  7. Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Michael De Roeck, die verschijnt voor de verzoekende partijen, is gehoord. Adjunct-auditeur Ines Martens heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  8. III. Beoordeling
  9. Bij het versturen van een kopie van de memorie van antwoord aan de verzoekende partijen heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  10. De verzoekende partijen hebben binnen de termijn van zestig dagen, gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent, geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd. Krachtens voornoemd artikel 21, tweede lid, dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. VII-37.670-2/3 De verzoekende partijen voeren in hun verzoek om gehoord te worden enkel aan dat zij verhoord wensen te worden. Ter zitting verschaffen zij geen nadere uitleg. Het wettelijk vermoeden van gebrek aan belang moet te dezen onverkort worden toegepast. Er bestaat aanleiding om het beroep te verwerpen. BESLISSING
  11. De Raad van State verwerpt het beroep.
  12. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 350 euro, elk voor de helft. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van één april tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Peter Sourbron VII-37.670-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.697 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.