id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.700 Rolnummer: A. 164752/VII-37430 Zaak: Arrest 202700 - Monumenten en Landschappen - 01/04/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-04-12 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 04:34 Fiche Arrest nr 202.700 van 1 april 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Monumenten en Landschappen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 202.700 van 1 april 2010 in de zaak A. 164.752/VII-37.
- In zake:
- Marc DE WULF
- Françoise MAENHOUT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bert Roelandts kantoor houdend te Gent Kasteellaan 141 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te Brugge Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 29 juli 2005, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening van 26 mei 2005 in zoverre daarbij het winkelpand "A l’Eléphant", inclusief gevelbeeldje, gelegen aan de Kerkstraat 16 te Oostende, als monument beschermd wordt. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld. VII-37.430-1/7 De verzoekende partijen hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 maart
- Kamervoorzitter Luc Hellin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Eva De Witte, die loco advocaat Bert Roelandts verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Nathalie De Clercq, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoekende partijen zijn eigenaar van een pand gelegen aan de Kerkstraat 16 te Oostende, kadastraal gekend sectie A, nr. 374B. Dit pand bestaat uit een hoogbouw en een aansluitende laagbouw. In de hoogbouw is op het gelijkvloers een apotheek ingericht terwijl de verdiepingen voor bewoning bestemd zijn. In de naastgelegen laagbouw, die slechts uit één gelijkvloerse laagbouw met plat dak bestaat, is een drogist ondergebracht. 3.
- In een nota van 19 april 2004 stelt de afdeling Monumenten en Landschappen voor het winkelpand "A l’Eléphant", inclusief gevelbeeldje, gelegen aan de Kerkstraat 16 te Oostende, als monument te beschermen wegens de historische en sociaal-culturele waarde. 3.
- Op 4 juni 2004 beslist de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken om dit pand als monument op een ontwerp van lijst te plaatsen van voor bescherming vatbare monumenten, stads- en dorpsgezichten. VII-37.430-2/7 Een afschrift van dit voorlopig beschermingsbesluit wordt bij brief van 25 juni 2004 naar de verzoekende partijen en de betrokken besturen verstuurd. 3.
- Op 23 juli 2004 dienen de verzoekende partijen een bezwaarschrift in. 3.
- De afdeling Monumenten en Landschappen bespreekt de bezwaren in haar verslag van 5 november
- 3.
- De Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen (hierna : KCML) verleent op 2 december 2004 haar advies. 3.
- Op 26 mei 2005 neemt de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening het bestreden besluit. Dit besluit wordt op 13 juni 2005 aangetekend naar de verzoekende partijen verstuurd. IV. Onderzoek van de middelen Tweede middel Standpunt van de partijen
- In een tweede middel roepen de verzoekende partijen de schending in van artikel 5 van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten, van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen (hierna : motiveringswet) en van de materiële motiveringsplicht en het zorgvuldigheidsbeginsel. Zij stellen dat zij tijdens het openbaar onderzoek opmerkingen en bezwaren hebben geformuleerd die niet beantwoord zijn en waar ook niet naar wordt verwezen in respectievelijk het advies van de afdeling Monumenten en Landschappen, het advies van de KCML en het bestreden besluit. Volgens de verzoekende partijen is het hen niet mogelijk na te gaan of daadwerkelijk van hun bezwaren kennis werd genomen, zijn er in voornoemde adviezen en in het bestreden besluit geen argumenten terug te vinden ter weerlegging van hun bezwaren en lijkt het openbaar onderzoek enkel om formalistische redenen te zijn georganiseerd. VII-37.430-3/7
- De verwerende partij antwoordt dat het middel feitelijke grondslag mist en dat uit haar argumentatie onder het eerste middel en uit het administratief dossier blijkt dat de bezwaren van de verzoekende partijen onderzocht en weerlegd zijn.
- De verzoekende partijen repliceren dat zij niet in kennis zijn gesteld van het antwoord op de door hen gemaakte bezwaren en dat zij pas naar aanleiding van de memorie van antwoord kennis hebben genomen van het verslag van de afdeling Monumenten en Landschappen van 5 november
- De weerlegging van hun bezwaren in dit verslag geeft volgens hen niet aan waarom het pand ondanks de verscheidene verstoringen toch beschermd wordt. Zij stellen dat het feit dat het een kort verslag betreft, dat noch in het bestreden besluit noch in de adviezen de bezwaren en de daarop gemaakte opmerkingen aan bod komen, de indruk bevestigen dat het openbaar onderzoek louter om formalistische redenen is georganiseerd.
- In hun laatste memorie verwijzen de verzoekende partijen naar hun bezwaarschrift waarin een opsomming wordt gegeven van de elementen van het gebouw die naar hun oordeel niet rechtvaardigen dat het pand beschermd wordt. Beoordeling
- Uit het bestreden besluit blijkt niet dat het bezwaarschrift van de verzoekende partijen onderzocht en beantwoord werd. Aan de verzoekende partijen is alleen het bestreden beschermingsbesluit meegedeeld en dat besluit beperkt er zich toe in zijn aanhef te verwijzen naar het ministerieel besluit van 4 juni 2004 houdende ontwerp van lijst van voor bescherming vatbare monumenten, stads- en dorpsgezichten en naar het advies van de KCML van 2 december
- Het besluit tot voorlopige bescherming van 4 juni 2004 en de motiveringsnota bevatten zelf geen nuttige formele redengeving die toestaat te begrijpen waarom, spijts de bezwaren van de verzoekende partijen, het monument van algemeen belang is en de beschermingsprocedure is voortgezet. VII-37.430-4/7 Noch uit de aanhef, noch uit de inhoud van het bestreden besluit kan worden afgeleid dat de bezwaren van de verzoekende partijen zijn onderzocht en beantwoord en dat die niet van die aard waren om de overheid er toe te brengen de beschermingsprocedure niet verder te zetten. Ook het advies van de KCML van 2 december 2004 waarnaar in het bestreden besluit wordt verwezen bevat geen onderzoek van de bezwaren van de verzoekende partijen. Dat advies is trouwens ook niet samen met de bestreden beslissing meegedeeld aan de verzoekende partijen. De belangrijkste bestaansreden van de motiveringsplicht opgelegd door de motiveringswet is erin gelegen dat de betrokken bestuurde in de hem aanbelangende beslissing zelf de motieven moet kunnen vinden op grond waarvan de beslissing werd genomen. Het is noodzakelijk dat de beslissing duidelijk de fundamentele redenen doet kennen die haar verantwoorden, of minstens toelaat na te gaan of de overheid is uitgegaan van gegevens die in rechte en in feite juist zijn, of zij deze feiten correct heeft beoordeeld, of zij de geformuleerde bezwaren heeft onderzocht en of zij op grond daarvan in redelijkheid tot haar beslissing is kunnen komen, zodat de betrokkene met kennis van zaken zou kunnen uitmaken of het aangewezen is de beslissing met een annulatieberoep te bestrijden. Het bestreden besluit bevat geen enkele nuttige formele redengeving die toestaat te begrijpen waarom de beschermingsprocedure werd voortgezet, de bezwaren van de verzoekende partijen ten spijt. Aan het bestreden beschermingsbesluit is een brede raadpleging voorafgegaan, onder meer van de verzoekende partijen. De verwerende partij is er toe gehouden de ingediende adviezen, opmerkingen en bezwaren te onderzoeken én bij haar beoordeling te betrekken. In de gegeven omstandigheden wordt niet aangenomen dat de verzoekende partijen voldoende op de hoogte van de motieven van de eindbeslissing zijn en derhalve in de mogelijkheid verkeerden om met kennis van zaken tegen het bestreden besluit op te komen. Het blijkt integendeel dat de verzoekende partijen volledig in het ongewisse zijn gebleven van het al dan niet onderzocht zijn van hun bezwaren tot op het ogenblik dat zij, slechts na en omwille van het instellen van hun annulatieberoep, inzage verkregen van het administratief dossier. Het tweede middel is gegrond. VII-37.430-5/7 VII-37.430-6/7 BESLISSING
- De Raad van State vernietigt het besluit van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening van 26 mei 2005 in zoverre daarbij het winkelpand "A l’Eléphant", inclusief gevelbeeldje, gelegen aan de Kerkstraat 16 te Oostende, als monument beschermd wordt.
- Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het gedeeltelijk vernietigde besluit.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 350 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van een april tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Luc Hellin, kamervoorzitter, Eric Brewaeys, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Luc Hellin VII-37.430-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.700 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div