← België

Arrest 202724 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 01/04/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.724 Rolnummer: A. 172929/X-12821 Zaak: Arrest 202724 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 01/04/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-04-12 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-30 04:34 Fiche Arrest nr 202.724 van 1 april 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 202.724 van 1 april 2010 in de zaak A. 172.929/X-12.

  1. In zake: de n.v. BELGIAN POSTERS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Lefère kantoor houdend te 1020 BRUSSEL Emiel Bockstaellaan 137 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de deputatie van de provincieraad van VLAAMS-BRABANT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michel van Dievoet kantoor houdend te 1000 BRUSSEL Boomstraat 14, bus 3 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 12 mei 2006, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 16 maart 2006 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant houdende niet inwilliging van het beroep van de verzoekende partij tegen het besluit van 12 juli 2005 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Zaventem houdende weigering van de stedenbouwkundige vergunning voor het plaatsen van een reclamepaneel op de zijgevel van een woning gelegen aan de Leuvensesteenweg 417 te Zaventem, op een perceel kadastraal bekend sectie C, nr. 343/g
  3. II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Frans De Buel heeft een verslag opgesteld. X-12.821-1/8 De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 februari
  5. Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Chantal Van Der Sypt, die loco advocaat Jan Lefère verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Filip van Dievoet, die loco advocaat Michel van Dievoet verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Frans De Buel heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Feiten 3.
  7. Op 22 november 2004 (datum van het ontvangstbewijs) dient de verzoekende partij bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Zaventem een aanvraag in tot het verkrijgen van de stedenbouwkundige vergunning voor “het plaatsen van een reclamepaneel van 16,5m² van het type Prismavision op 50cm van de rand van de gevel, ter vervanging van het bestaand paneel” op de zijgevel van een woning, gelegen aan de Leuvenseweg 417 te Zaventem, op een perceel kadastraal bekend sectie C, nr. 343/g
  8. De betrokken woning is volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 7 maart 1977 vastgestelde gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse gelegen in woonuitbreidingsgebied. Het is niet gelegen binnen het gebied van een goedgekeurd bijzonder plan aanleg of gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, of van een vergunde verkaveling. 3.
  9. Op 20 januari 2005 verstrekt de afdeling Wegen en Verkeer van Vlaams-Brabant een gunstig advies over de aanvraag. X-12.821-2/8 3.
  10. Bij besluit van 30 mei 2005 verleent het college van burgemeester en schepenen de gevraagde vergunning, op grond van de overweging dat “de plaatsing van het betrokken paneel geen extra visuele vervuiling vormt t.a.v. de voorliggende gewestweg” en “gelet op het voorwaardelijk gunstig advies van de Afdeling Wegen Vlaams-Brabant”. 3.
  11. Op 1 juli 2005 schorst de gemachtigde ambtenaar voornoemde vergunning om volgende reden: “Het afwerken van een wachtgevel die door de inplanting van bestaande gebouwen een feitelijke zijgevel is geworden van een half-open bebouwing met een beweegbaar reclamepaneel is ruimtelijk onverantwoord en draagt bij tot zicht- en ruimtelijke vervuiling van de omgeving. Het betreft hier reeds een zeer drukke gewestweg met reclametotems en panelen ter informatie van de langs deze weg gelegen bedrijven. Deze vorm van reclame is wel aanvaardbaar bij een bedrijf. Het bestendigen van de wachtgevel door een beweegbaar reclamepaneel in deze dens bebouwde omgeving werkt storend en afleidend. Het omvormen van deze wachtgevel tot een echte zijgevel komt de ruimtelijke goede ordening ten goede en zal bijdragen tot een aangenaam rustpunt voor voertuigen bij de direct in de omgeving geplaatste verkeerslichten. Men maakt melding van een vervanging van een bestaand paneel. Dit bestaande paneel werd echter nooit vergund”. 3.
  12. Bij besluit van 12 juli 2005 trekt het college van burgemeester en schepenen zijn geschorste besluit in en weigert het bij een afzonderlijk besluit van dezelfde datum de gevraagde stedenbouwkundige vergunning “gelet op het schorsingsbesluit van de Gemachtigde Ambtenaar R.O.H.M. d.d. 01/07/20053”. Op 29 juli 2005 stelt de verzoekende partij beroep in tegen voormeld weigeringsbesluit bij de bestendige deputatie van de provincie Vlaams-Brabant. 3.
  13. Bij het thans bestreden besluit van 16 maart 2006 van de deputatie wordt het beroep niet ingewilligd. IV. Onderzoek van het enig middel Uiteenzetting van het middel 4.
  14. In een enig middel voert de verzoekende partij aan dat in het kader van de wettelijke en reglementaire voorschriften het ontwerp voor vergunning vatbaar is, en dat het bestreden weigeringsbesluit niet naar behoren is gemotiveerd. X-12.821-3/8 “
  15. Alwaar de beslissing van 30.05.2005 duidelijk weerhield dat de inplanting van het betrokken paneel geen extra visuele vervuiling vormt tav. de voorliggen gewestweg, wordt er amper 2 maand later bij de beslissing van 12.07.2005 precies een tegenstrijdige stelling ingenomen en gaat het College van Burgemeester en Schepenen van Zaventem louterweg het standpunt volgen van de gemachtigde Ambtenaar. Dat ook de Bestendige Deputatie het criterium weerhoudt van het veroorzaken van een bijkomende visuele vervuiling van het straatbeeld en geen esthetische meerwaarde geeft aan de onmiddellijke omgeving en niet bijdraagt tot de ruimtelijke kwaliteit. Dat het weigeren van de aanvraag vanuit een niet aanvaardbare ruimtelijke context niet naar behoren gemotiveerd is, wanneer er vastgesteld wordt dat de Bestendige Deputatie erkent dat er thans vele aankondigingen en inrichtingen met publicitair karakter aanwezig zijn. Dat het argument dat werd weerhouden in de beslissing van 12.07.2005 - afwezigheid van een paneel betekent een rustpunt op een zeer drukke steenweg - geen steek houdt en precies niet gehanteerd wordt naar andere maatschappijen. Hetzelfde geldt voor het door de gemeente ingeroepen argument wanneer ze stelt dat het paneel storend zou werken, en dit terwijl de dienst Afdeling Wegen precies een gunstig advies verleende en er geen sprake is van enige storing. Dat het ingenomen standpunt niet naar behoren werd gemotiveerd, de door verzoekende partij ontwikkelde argumenten niet heeft beantwoord.
  16. Dat de Bestendige Deputatie niet geantwoord heeft op de argumentatie van verzoekende partij in het door haar aangetekend beroep nl. dat door het nemen van 2 tegenstrijdige beslissingen op amper 2 maanden tijd de principes van behoorlijk bestuur ernstig werden geschonden, hetgeen tevens een inbreuk uitmaakt op de rechtszekerheid ten voordele van de burger.
  17. Dat de aangevochten beslissing eveneens tegenstrijdig is qua de omschrijving van de gevel waartegen het paneel dient aangebracht te worden. Alwaar er enerzijds wordt van uitgegaan dat de betrokken gevel niet als wachtgevel kan beschouwd worden, wordt er anderzijds gesteld dat het paneel geen directe belemmering betreft voor de aanbouw tegen de wachtgevel, doch het paneel belet de afwerking van deze zijgevel. Dat ook op dit punt de gehanteerde tegenstrijdigheid een inbreuk uitmaakt op de principes van behoorlijk bestuur en rechtszekerheid. Dat de aangevochten beslissing evenmin geantwoord heeft op de argumentatie ontwikkeld in het ingediend beroep nl. dat er inbreuk wordt gepleegd op de vrijheid tot contracteren. Dat door het standpunt te volgen van de gemachtigde ambtenaar de betrokken eigenaar de verplichting wordt opgelegd om een wachtgevel noodgedwongen om te zetten in een zijgevel, wat in se reeds een beperking van het eigendomsrecht inhoudt. Dat er tevens uit het oog wordt verloren dat de aanbrenging van een reclamebord tegen een wachtgevel niet op zich betekent dat de wachtgevel wordt bestendigd. Dat indien de betrokken eigenaar de wil zou vertonen om tegen het gebouw aan te bouwen, dit zeker niet zou belemmerd kunnen worden door de aanwezigheid van een reclamepaneel”. X-12.821-4/8 Beoordeling 4.
  18. Wanneer de deputatie op grond van artikel 53, § 3 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, in beroep uitspraak doet over een aanvraag tot het bekomen van een stedenbouwkundige vergunning of een verkavelingsvergunning treedt zij op, niet als administratief rechtscollege, maar als orgaan van het actief bestuur. Hieruit volgt dat zij, om te voldoen aan de haar opgelegde motiveringsverplichting, er niet toe gehouden is al de in het beroep aangevoerde argumenten te beantwoorden. Het volstaat dat zij in de beslissing duidelijk aangeeft door welke, met de goede plaatselijke aanleg verband houdende redenen, zij is verantwoord. Artikel 53, § 3, tweede lid van hetzelfde decreet kent aan de deputatie dezelfde beoordelingsbevoegdheid toe als die waarover het college van burgemeester en schepenen beschikt, hetgeen niet meer is dan de uitdrukkelijke bevestiging van één der wezenskenmerken van het georganiseerd administratief beroep, met name dat bij het behandelen van zulk beroep de aanvraag in haar volledigheid, d.i. zowel ten aanzien van de rechtmatigheid als ten aanzien van de opportuniteit ervan, opnieuw wordt onderzocht. Het behoort tot de wettelijk toegekende appreciatiebevoegdheid van de vergunningverlenende overheid om, binnen de grenzen van de door het gewestplan opgelegde bestemmingsvoorschriften, te oordelen of de aanvraag tot het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning al dan niet verenigbaar is met de eisen van de goede plaatselijke aanleg. De Raad van State vermag zijn beoordeling van de eisen van de goede plaatselijke aanleg niet in de plaats te stellen van die van de bevoegde overheid. In de uitoefening van het hem opgedragen wettigheidstoezicht is hij enkel bevoegd na te gaan of de administratieve overheid de haar terzake toegekende appreciatiebevoegdheid naar behoren heeft uitgeoefend, met name of zij is uitgegaan van de juiste feitelijke gegevens, of zij deze correct heeft beoordeeld en of zij op grond daarvan in redelijkheid tot haar besluit is kunnen komen. 4.
  19. In tegenstelling tot hetgeen de verzoekende partij voorhoudt vermocht de deputatie wat betreft de beoordeling van de verenigbaarheid van haar aanvraag met de goede ruimtelijke ordening, tot een andere opvatting te komen dan het college van burgemeester en schepenen, en dient zij niet te verantwoorden waarom zij de opvatting van het college van burgemeester en schepenen als zodanig niet is bijgetreden. X-12.821-5/8 Om de redenen hiervoor uiteengezet diende de deputatie evenmin uitdrukkelijk te antwoorden “op de argumentatie van de verzoekende partij in het door haar aangetekend beroep nl. dat door het nemen van 2 tegenstrijdige beslissingen op amper 2 maanden tijd de principes van behoorlijk bestuur werden geschonden ...”. 4.
  20. In zoverre de verzoekende partij kritiek uitoefent op de motivering van het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 12 juli 2005 is het middel, gelet op het devolutieve karakter van het administratief beroep, niet ontvankelijk. 4.
  21. Het bestreden besluit is, wat de “verenigbaarheid met een goede ruimtelijke ordening” betreft, gemotiveerd als volgt: “De aanvraag beoogt de plaatsing van een beweegbaar publiciteitspaneel van 16,5 m² tegen de blinde zijgevel van een oudere woning. De woning is gelegen langs de Leuvensesteenweg, aan de rand van de kern van Zaventem, nabij de autosnelweg RO. Op het links aanpalende perceel is een grote kledingwinkel ingeplant. De voorgevel van dit recent gebouw is ongeveer 15m meer naar achter ingeplant dan de voorgevel van de woning van de aanvraag. De zijgevel van de winkel staat op de rechter perceelsgrens. Op het rechts aanpalende perceel staan oudere gebouwen waarin een bandencentrale is ondergebracht. De Leuvensesteenweg heeft een uitgesproken heterogeen karakter door de verwevenheid van woonfunctie, handelsfunctie en bedrijven en dienstverlening. Het straatbeeld wordt door deze verwevenheid van functies nu reeds gekenmerkt door de vele aankondigingen en inrichtingen met publicitair karakter. Bijkomende publiciteitsinrichtingen hebben een negatieve weerslag op de beeldwaarde van de steenweg. De aanvraag dient beoordeeld te worden aan de hand van de gebruikelijke stedenbouwkundige inzichten en begrippen betreffende een goede ruimtelijke ordening, met inachtname van artikel 4 van het decreet van 18 mei 1999, houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening waarin o.a. wordt gesteld dat moet gestreefd worden naar ruimtelijke kwaliteit. Het reclamepaneel veroorzaakt een bijkomende visuele vervuiling van het straatbeeld. Het geeft geen esthetische meerwaarde aan de onmiddellijke omgeving en zal absoluut niet bijdragen tot ruimtelijke kwaliteit. De aanvraag is dan ook vanuit ruimtelijke context niet aanvaardbaar. De blinde linker zijgevel staat op ongeveer 2.50m van de linkse zijdelingse perceelsgrens. Deze gevel kan niet als wachtgevel beschouwd worden. De nieuwbouw op het aanpalende perceel is ook meer naar achter ingeplant. Hoewel het publiciteitspaneel in dit geval geen directe belemmering vormt voor de aanbouw tegen de wachtgevel, brengt de plaatsing van een reclamepaneel de goede ruimtelijke ordening van de omgeving in het gedrang. Het paneel belet dat deze zijgevel afgewerkt wordt. De rechter zijgevel van de woning staat op de perceelsgrens ingeplant. Tegen deze gevel hangt een gelijkaardig beweegbaar reclamepaneel. Er werd geen vergunning afgeleverd voor dit reclamebord. Gelet op de inplantingplaats van het publiciteitsbord langs een drukke verkeersas vormt het een visueel storend element en stemt het niet overeen met X-12.821-6/8 de goede aanleg van de plaats. Ook een tijdelijke vergunning is op deze plaats niet verantwoord. Het ontwerp is, gelet op de voorgaande beschouwingen, niet verenigbaar met een goede ruimtelijke ordening. De voorgaande overwegingen in acht genomen kan de bestendige deputatie het beroep niet inwilligen om volgende redenen: - de plaatsing van het reclamepaneel belet de afwerking van de zijgevel van de woning; - het betrokken reclamepaneel veroorzaakt een bijkomende visuele vervuiling van het straatbeeld en draagt helemaal niet bij tot ruimtelijke kwaliteit”. In het bestreden besluit worden aldus omstandig de redenen uiteengezet waarom de deputatie van oordeel is dat de aanvraag niet verenigbaar is met een goede ruimtelijke ordening. 4.
  22. Ten deze voert de verzoekende partij evenwel aan dat die beoordeling niet naar behoren is gemotiveerd “wanneer er vastgesteld wordt dat de Bestendige Deputatie erkent dat er thans vele aankondigingen en inrichtingen met publicitair karakter aanwezig zijn”. Dienaangaande overweegt het bestreden besluit dat “bijkomende publiciteitsinrichtingen (...) een negatieve weerslag (hebben) op de beeldwaarde van de steenweg”, dat “het reclamepaneel een bijkomende visuele vervuiling van het straatbeeld veroorzaakt” en dat “het geen esthetische meerwaarde geeft aan de onmiddellijke omgeving en absoluut niet zal bijdragen tot de ruimtelijke kwaliteit”. Deze argumenten zijn, gelet op de in het bestreden besluit aangegeven feitelijke gegevens van de zaak die door de verzoekende partij niet worden betwist, niet onjuist of kennelijk onredelijk en volstaan om het bestreden weigeringsbesluit te dragen. Het argument dat het aanbrengen van een reclamepaneel belet dat de zijgevel, die ingevolge de op het aanpalende perceel meer naar achter ingeplante nieuwbouw de facto geen wachtgevel meer is, wordt afgewerkt, is aldus een overtollig weigeringsmotief, zodat de eventuele gegrondheid van de kritiek van de verzoekende partij op dit motief niet tot de vernietiging van het bestreden besluit kan leiden. 4.
  23. De bijkomende argumenten die de verzoekende partij in haar memorie van wederantwoord aanvoert ter staving van haar middel had zij reeds in het verzoekschrift kunnen aanvoeren en zijn derhalve niet ontvankelijk. 4.
  24. Het enig middel is niet gegrond. X-12.821-7/8 BESLISSING
  25. De Raad van State verwerpt het beroep.
  26. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van een april 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Jan Clement, staatsraad, bijgestaan door Astrid Truyens, griffier De griffier De voorzitter Astrid Truyens Roger Stevens X-12.821-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.724 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.