id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.734 Rolnummer: A. 194891/VII-37616 Zaak: Arrest 202734 - Milieuvergunningen - 01/04/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-04-12 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 04:34 Fiche Arrest nr 202.734 van 1 april 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 202.734 van 1 april 2010 in de zaak A. 194.891/VII-37.
- In zake:
- Gaston VERMEULEN
- de NV IMMO-VERMEULEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Els Empereur kantoor houdend te Antwerpen (Berchem) Uitbreidingstraat 2 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Filip Vincke kantoor houdend te Avelgem Kasteelstraat 13 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de NV GESBO bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Isabelle Larmuseau, Stijn Vandamme en Jan Merckx kantoor houdend te Gent Kasteellaan 141 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 11 december 2009, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur van 9 oktober 2009 waarbij het beroep van Gaston Vermeulen tegen de beslissing van de deputatie van de provincie Antwerpen van 26 maart 2009, houdende het verlenen aan de NV Gesbo van de vergunning voor het verder exploiteren en veranderen van een inrichting voor de plaatsing, herstelling en handel in veranda's, ramen en deuren, gelegen aan de Hulsen 113 te Balen, slechts gedeeltelijk gegrond wordt verklaard. VII-37.616-1/12 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 maart
- Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Ive Van Giel, die loco advocaat Els Empereur verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Filip Vincke, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Stijn Vandamme, die verschijnt voor de tussen- komende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De NV Gesbo is producent van veranda's, ramen en deuren. De inrichting ligt te Balen, Hulsen
- 3.
- Op 3 december 2008 dient de NV Gesbo een aanvraag in tot het verkrijgen van een milieuvergunning om de inrichting verder te exploiteren en te veranderen door wijziging en uitbreiding. 3.
- Bij besluit van 26 maart 2009 verleent de deputatie van de provincie Antwerpen de gevraagde vergunning voor een termijn van twintig jaar. VII-37.616-2/12 3.
- Tegen de milieuvergunning van 26 maart 2009 stelt de eerste verzoeker, die vlak naast de inrichting woonachtig is, beroep in bij de Vlaamse regering. In het beroepschrift wordt uitvoerig stil gestaan bij de feitelijke toedracht. In rechte voert de beroepsindiener onder meer aan dat de hinder ten gevolge van de exploitatie niet afdoende is onderzocht, dat de inrichting onverenigbaar is met de bestemmingsvoorschriften "ambachtelijke zone" volgens het bijzonder plan van aanleg (hierna : BPA), dat de inrichting niet gelegen is in een industriegebied maar dat zij volgens het gewestplan is gelegen in agrarisch gebied, dat in het Gemeente- lijk Ruimtelijk Structuurplan Balen wordt erkend dat de inrichting een te grootscha- lig karakter heeft, dat er in een uitdoofbeleid voor de te grootschalige NV Gesbo is voorzien, dat een ruimtelijk uitvoeringsplan (hierna : RUP) moet worden opgemaakt met herstel van de woon- en open ruimtebestemming, dat de "habitattoets" en de "natuurtoets" ontbreken, dat er diverse stedenbouwkundige inbreuken zijn en, ten slotte, dat het BPA "Hulsen Ambachtelijke Zone" alsook de verleende stedenbouw- kundige vergunningen onwettig zijn. 3.
- De tijdens de beroepsprocedure uitgebrachte adviezen zijn overwegend voorwaardelijk gunstig. 3.
- Op 9 oktober 2009 neemt de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur het thans bestreden besluit. Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en de beroepen beslissing wordt in dier voege gewijzigd dat het voorwerp van het vergunde op enkele punten wordt aangepast en een aantal bijkomende bijzondere exploitatievoorwaarden worden opgelegd. De overige bepalingen van de beroepen beslissing worden bevestigd. IV. Regelmatigheid van de rechtspleging
- De verzoekende partijen leggen ter terechtzitting een pleitnota neer. De procedureregeling voorziet niet in de neerlegging van een pleitnota. De Raad van State moet de pleitnota dan ook niet als een processtuk in zijn beoordeling betrekken. Gezien als de neerslag van de mondelinge uiteenzetting op de terechtzit- ting zou dergelijk stuk hoogstens als een loutere geheugensteun bij de zaak kunnen worden betrokken. VII-37.616-3/12 V. Tussenkomst
- Met een op 22 januari 2010 ter post aangetekend verzoekschrift vraagt de NV Gesbo om in het geding te mogen tussenkomen. Er is grond om dat verzoek in te willigen, wat betreft het administratief kort geding. VI. Ontvankelijkheid van de vordering
- De verwerende partij en de tussenkomende partij betwisten de handelingsbekwaamheid van de eerste verzoeker. Ter terechtzitting doet de verwerende partij afstand van de exceptie die zij terzake in haar nota heeft opgeworpen. Met betrekking tot de soortgelijke exceptie van de tussenkomende partij, waarvan de afstand ter terechtzitting niet is vastgesteld, dringt het onderzoek ervan zich niet op omdat, zoals hierna zal blijken, de grondvoorwaarden voor de schorsing te dezen niet zijn vervuld. VII. Onderzoek van de vordering
- Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
- Wat de tweede schorsingsvoorwaarde betreft, staan de verzoe- kende partijen in de eerste plaats stil bij de specifieke kenmerken van het vergunde bedrijf en inzonderheid beschrijven zij de verschillende productieprocessen. Voorts wordt uitvoerig ingegaan op de belangrijkste hinderaspecten die oorzaak zouden zijn van een ernstige aantasting van de woonkwaliteit van de eerste verzoeker en van de "rechten" van de tweede verzoekende partij. Dienaangaande wordt in het verzoekschrift het volgende uiteengezet : VII-37.616-4/12 "
- Geluidshinder De inrichting veroorzaakt een aanzienlijke en disproportionele geluidshin- der, in strijd met de vigerende Vlarem-regelgeving. Verzoekende partijen hebben een geluidsonderzoek (...) laten verrichten met betrekking tot deze inrichting, door Ingenieur Willy Bruyninckx, erkende geluidsdeskundige en Dr. Luc Kelders, beiden verbonden aan het Laboratorium voor Akoestiek en Thermische Fysica van de KULeuven. Terzake kan worden verwezen naar: - het rapport 'De resultaten van een akoestisch onderzoek uitgevoerd aan een woning in de omgeving van Gesbo nv te Hulsen - Balen' van 15 juli 2008 (ref. PV 5102 - Laboratorium voor Akoestiek en Thermische Fysica van de KUL); - het begeleidend schrijven van mevrouw Carine Migneau (Tauw NV) van 31juli 2008, waarin het rapport verder wordt gekaderd en toegelicht. Uit dit onderzoek, gebaseerd op uitvoerige metingen eind juni - begin juli 2008, blijkt dat de geldende immissiegrenswaarden voor specifiek geluid zeer duidelijk worden overschreden, zelfs bij een evaluatie ten aanzien van het minst strenge toetsingskader (met name 'ambachtelijk gebied'). Indien als toetsingska- der 'woongebied' zou worden genomen, zou de overschrijding van de corresponderende immissiegrenswaarden nog veel groter zijn. Het Gemeente- lijk Ruimtelijk Structuurplan voorziet immers, zoals hiervóór uiteengezet, een herbestemming naar woongebied en een uitdoofbeleid ten aanzien van N.V. Gesbo, hetgeen overigens correspondeert met de feitelijke toestand nabij het Marktplein van Hulsen. Het spreekt voor zich dat deze voortdurende geluidsoverlast aanzienlijke schade in hoofde van cliënt teweeg brengt. Terzake kan onder meer worden gewezen op het door de afdeling Toezicht Volksgezondheid van het Agent- schap Zorg en Gezondheid op 25 januari 2008 (in het kader van de vorige milieuvergunningsaanvraag) verstrekte advies, waarin erop wordt gewezen dat geluidshinder leidt tot tal van gezondheidsrisico's zoals concentratiestoornissen, slaapstoornissen, hypertensie en een sociale en gedragsimpact heeft. De geluidsoverlast op de site vloeit in het bijzonder voort uit de metaalacti- viteiten (bv. het fabriceren van gebinten voor industriële e.a. gebouwen, snijden en verslepen van metaal), de houtbewerkingsactiviteiten, het voortdurend af- en aanrijden van grote vrachtwagens (tot zelfs 50 per dag), het voortdurend laden en lossen van deze vrachtwagens met vorkheftrucks (met onder meer transport naar de stockagehal naast de woning van cliënt), het heen en weer rijden met materialen, de plaatsing van de staal- of houtbewerkingmachines dicht bij de poorten (die niet geïsoleerd zijn, hetgeen een aanzienlijke geluidshinder ten aanzien van verzoeker tot gevolg (heeft), of de poorten nu open zijn of dicht), en de andere aanwezige machines. Ook bevindt zich naast het perceel van verzoeker een wederrechtelijke stapelruimte op een brandweg, die door het dempen van een gracht van 3 m naar 6m werd vergroot. Uit het hierboven aangehaald rapport en het begeleidend schrijven blijkt zeer duidelijk dat de huidige inrichting de Vlarem-regelgeving inzake geluid schendt. Het onderzoek wijst immissiewaarden van tussen 55dB(A) en ongeveer 70 dB(A) aan. Het blijkt dan ook dat de geluidsstudie van november 2008 (uitgevoerd door Acoustical Engineering), die de aanvrager blijkens de bestreden beslissing op 19 december 2008 in het milieuvergunningsdossier heeft gevoegd, en dit een maximale geluidsdruk van 49 dB(A) aangeeft, onzorgvuldig is gevoerd. Hoedanook zijn deze waarden substantieel hoger dan de waarden die op grond van Vlarem II toegelaten zijn, met name 40 dB(A). Het is dan ook duidelijk dat de inrichting die reeds nu flagrant strijdig is met de bepalingen inzake geluid, ook uiteraard na de gevraagde verandering van de VII-37.616-5/12 inrichting de betrokken richtnormen ernstig overschrijdt en verzoekende partijen schade berokkent. Het is zelfs zo, dat zelfs mocht het onterechte uitgangspunt in de bestreden beslissing, dat de woning van verzoekers zou zijn gelegen in industriegebied, worden gevolgd, dan nog blijkt uit de bestreden beslissing dat er een overschrij- ding is van de geluidsnormen: 'Overwegende dat de dichtstbijgelegen woningen in de Uilebeemden zich bevinden in een gebied op minder dan 500 meter gelegen van gebieden voor ambachtelijke bedrijven waarvoor voor verandering van een bestaand bedrijf het specifiek geluid overdag maximaal 50 dB(A) minus 5 dB(A) zijnde 45 dB (A) mag zijn; dat volgend uit de studie hier waarde van 45 dB(A) en 48 dB(A) (in geval van tonaliteit) berekend/gemeten worden wat dus voor het laatste op een kleine overschrijding wijst'; In de bestreden beslissing wordt dus - zelfs in de onjuiste veronderstelling dat 45dB(A) als richtwaarde moet worden toegepast - vastgesteld dat door waarden tussen 45dB(A) en 48dB(A) (in geval van tonaliteit) deze richtwaarde wordt overschreden. Maar - zoals aangetoond in het eerste middel - zijn de besluiten tot definitieve vaststelling respectievelijk goedkeuring van het Bijzonder Plan van Aanleg 'Ambachtenzone Hulsen' onwettig en dienen zij op grond van artikel 159 van de Grondwet buiten toepassing te worden gelaten, waardoor conform het van toepassing zijnde Gewestplan de woning van verzoekende partijen in woongebied is gelegen en de gevraagde inrichting voor de eerste 50 meter vanaf Hulsen in woongebied is gelegen en het overige deel in agrarisch gebied, waardoor de toe te passen richtwaarde 40 dB(A) bedraagt. Bijgevolg zal de in de technische nota die blijkens de bestreden beslissing per e-mail van 2 juli 2009 werd overgemaakt voorgestelde wegwerking van tonaliteit waardoor het specifieke geluid met 5dB(A) zou afnemen, ook geen soelaas brengen, gezien een vermindering van 48 dB(A) met 5 dB(A) nog steeds 43 dB(A) bedraagt en dus meer dan 40 dB(A). Bovendien wordt verder in de bestreden beslissing uitgegaan van een isolatie van 40 dB(A) om in de omgeving een niveau van 70 dB(A) te krijgen. Hierbij kan de opmerking worden gemaakt dat de richtwaarde niet 70 dB(A) dient te zijn, maar wel 40dB(A). De geluidshinder ten gevolge van de exploitatie van de inrichting is ondraaglijk. De bestreden beslissing dient zo spoedig mogelijk te worden geschorst.
- Verkeershinder Het bedrijf heeft 4 kades voor vrachtwagens (3 x 9 op 2,5m en 1 x 13 op 2,5m) en er vindt een voortdurend af- en aangerij van grote vrachtwagens (tot zelfs 50 per dag (en dus geen 5 vrachtwagens, zoals de exploitant blijkens de bestreden beslissing beweert)) plaats, hetgeen een aanzienlijke overbelasting van de wegen en het marktplein van Hulsen met zich meebrengt (...). De toegangsweg via de Uilebeemde (een veredelde bosweg) heeft niet de afmetingen voor het verkeer dat deze weg moet verwerken (...) en heeft hinder tot gevolg. Zo worden de woningen langs Uilebeemde door de te grote vrachtwagens beschadigd. Ze zijn voor omwonenden een voortdurende overlast. De woningen die aan deze veredelde bosweg gesitueerd zijn hebben zowel te lijden onder een ernstige waardevermindering alsook beschadigingen. In de bestreden beslissing wordt op dit bezwaar niet ingegaan. Nochtans is de omliggende wegenis ongeschikt voor het vele transport van en naar Gesbo. Het advies van de afdeling Toezicht Volksgezondheid van het Agentschap Zorg en Gezondheid van 18 februari 2009 (alsook dat van 25 januari 2008 (in het kader van de vorige milieuvergunningsaanvraag)) baseert zich louter op de VII-37.616-6/12 mededeling van de exploitant dat 's morgens en 's avonds 5 vrachtwagens zouden vertrekken en terugkeren en er overdag slechts een beperkt aantal vrachtwagens goederen zouden leveren. Deze 'bewering' van de exploitant is een onjuiste weergave van de realiteit. Per dag komen en gaan er tot zelfs ongeveer 50 vrachtwagens die dan ook ten aanzien van het verkeer en de hinder t.a.v. de omwonenden een grote overlast genereren. Eerste verzoeker verzocht dan ook aan verwerende partij om de milieuver- gunningsaanvraag om deze reden te weigeren, minstens om een MOBER te laten opstellen. Dit verzoek werd door verwerende partij verworpen met een drogreden (zie verder inzake de middelen). In de bestreden beslissing wordt overwogen: 'Overwegende dat de Uilebeemden langs waar de leveranciers moeten rijden om aan het bedrijf te komen, een doodlopende weg is (stopt en gaat over in een zandweg); dat het inderdaad een smalle straat is (ongeveer 3 meter breed) waar slechts plaats is voor 1 (vracht)wagen; dat langs deze weg 3 woningen liggen; dat 1 woning onbewoond is; dat op het bedrijf- sterrein zelf voldoende plaats voorzien is voor de vrachtwagens om te keren en te laden en lossen'; Deze overwegingen komen geenszins tegemoet aan de hierboven aangehaal- de beroepsmotieven van eerste verzoeker. Het is duidelijk dat de voorziene ontsluiting het vooropgestelde verkeer absoluut niet kan dragen.
- Weekendwerk In zijn beroepschrift werd door eerste verzoeker aangetoond dat er met periode op zaterdag bijgewerkt wordt, met overlast tot gevolg. Op weekenddagen vindt doorgaans activiteit plaats door bezoekers op en rond het industrieterrein, zodat ongewenst bezoekers maar ook werknemers van het bedrijf en vrij toegang hebben tot de tuinen achter de woningen gelegen aan Hulsen 111 en anderen. Geheel in strijd met de realiteit vermeldt de vergunningsaanvraag dat slechts 5 dagen zou worden gewerkt. Bijgevolg verzocht eerste verzoeker minstens als vergunningsvoorwaarde een verbod op exploitatie op zaterdag en zondag op te leggen. De bestreden beslissing, alsook de Gewestelijke Milieuvergunningscommis- sie, gaan op dit bezwaar niet in.
- Gebrek aan afdoende groenscherm - visuele hinder - schending van de privacy Het volume van de inrichting valt op en maakt een breuk met de omliggende bebouwing. Het is disproportioneel groot. Het te voorziene groen scherm zou dusdanige overeenkomstige afmetingen dienen te hebben. Uit de voorgelegde luchtfoto's blijkt op het eerste gezicht al duidelijk dat de inrichting absoluut niet kan thuishoren in de betrokken residentiële omgeving (...). Doordat het situering van het bedrijventerrein met zijn activiteiten niet inpasbaar zijn in het bestaande residentiële weefsel, en in de onmiddellijke omgeving en de inrichting en afwerking van het machinepark overdreven hinder veroorzaakt voor omwonenden. Zoals immers reeds werd aangehaald, wordt de tussen Gesbo en de percelen van verzoeker gelegen bufferzone aangewend als stapelplaats en is er zeer veel heen en weergerij door vorkheftrucks van en naar de stockagehal pal naast de percelen van verzoeker (...). De door de stedenbouwkundige vergunningen opgelegde voorwaarden inzake bufferzone en groenzone worden niet gerespec- teerd. Doordat deze opgelegde buffer - die volgens de vergunningverlenende overheid dus essentieel is teneinde de hinder ten aanzien van verzoekers te beperken - niet is gerealiseerd - hetgeen in de bestreden beslissing wordt erkend zonder dat het respecteren van de stedenbouwkundige vergunningen en de VII-37.616-7/12 voorwaarden ervan als milieuvergunningsvoorwaarde wordt opgelegd - is het duidelijk dat verzoekers aanzienlijke hinder lijden. Ook werd zelfs zonder vergunning (bij proces-verbaal vastgesteld) een show-room gebouwd pal naast de percelen van verzoeker (...). Het is dan ook onterecht dat de afdeling Toezicht Volksgezondheid van het Agentschap Zorg en Gezondheid in haar advies van 25 januari 2008 (in het kader van de vorige milieuvergunningsaanvraag) terzake louter stelt dat 'een groenstrook' rondom de inrichting zou zijn voorzien. De groenzone is immers ruimschoots onvoldoende en wordt niet gerespecteerd. Bovendien werd dit groenscherm reeds herhaaldelijk als vergunningsvoor- waarde opgelegd in de verleende stedenbouwkundige vergunningen. Deze vergunningsvoorwaarde staat volledig los van de Vlaremvoorschriften. De stedenbouwkundige vergunningsvoorwaarden moeten worden uitgevoerd. De niet-uitvoering ervan is een strafbaar feit. Het advies van de Provinciale Milieuvergunningscommissie van 3 maart 2009 stelt terzake: 'Het ARO heeft een gunstig advies uitgebracht mits de voorwaarde dat de groenstroken worden gerespecteerd zoals opgelegd in de stedenbouwkundi- ge vergunningen. - aangezien rubriek 2.3.1.1.a.2.1 vervalt, is de exploitant niet meer verplicht om een groenscherm aan te leggen, derhalve kan gesteld worden dat het advies van het ARO gunstig mag beschouwd worden'. Dit advies van de Provinciale Milieuvergunningscommissie juridisch volstrekt onjuist, nu, zoals gezegd, de stedenbouwkundige vergunningsvoor- waarden los staan van de Vlaremvoorschriften. Uiteraard moeten de steden- bouwkundige vergunningen en vergunningsvoorwaarden worden toegepast, zeker de specifieke situatie van de inrichting, die temidden van een residentiële en groene zone en een natuurgebied is gelegen. In de milieuvergunning kan steeds als bijzondere voorwaarde worden opgelegd dat de stedenbouwkundige vergunningen en -vergunningsvoorwaarden (in het bijzonder inzake bufferzone en groenzone) worden gerespecteerd. Aangezien het duidelijk is dat de inrichting de opgelegde voorwaarden niet respecteert, verzoekt verzoeker om het naleven van de stedenbouwkundige vergunningen en vergunningsvoorwaar- den als bijzondere milieuvergunningsvoorwaarde op te leggen. Bovendien heeft de inplanting van de gebouwen tot gevolg dat omliggende woningen alsook tuinen ernstige hinder ondervinden en de privacy wordt geschonden. Dit zowel gedurende de werkdagen (door de bedrijfactiviteiten van werkhuizen en machinepark) als op weekenddagen en -nachten (door bezoekers op en rond het altijd toegankelijke bedrijventerrein, dat niet voorzien is van enig afsluiting, zodat ongewenst bezoekers maar ook werknemers en bezoekers van het bedrijf en vrij toegang hebben tot de tuinen achter de woningen gelegen aan Hulsen 111 en anderen).
- Negatieve impact op de waterhuishouding De waterproblematiek is ronduit desastreus. Het kan niet meer worden aanvaard dat verdere uitbreidingen, zij het op milieuvergunnings- dan wel op stedenbouwkundig gebied, nog verder worden toegelaten. Terzake kan nog worden opgemerkt dat de NV Gesbo een gracht heeft gedempt, gelegen tussen haar percelen en deze van verzoeker, waardoor de waterproblematiek nog verergerde. Bovendien werd hierdoor een brandweg vergroot van 3m tot 6m. Deze wordt o.m. aangewend als stapelplaats en als toegang voor een onvergunde show-room voor veranda's. In het kader van de beroepsprocedure voor de Minister heeft de Vlaamse Milieumaatschappij (hierna 'VMM' te noemen) op 10 juli 2009 een voorwaar- delijk advies uitgebracht (...). De VMM stelde vast dat er inderdaad belangrijke problemen zijn inzake overlast, alsook dat de nodige maatregelen als vergunningsvoorwaarde moeten worden opgelegd teneinde de problemen inzake wateroverlast te vermijden. VII-37.616-8/12 Met name adviseerde de VMM voorwaarden op te leggen, waaraan in de bestreden beslissing met een drogreden (zie inzake de middelen) volledig werd voorbijgegaan".
- De verwerende partij en de tussenkomende partij betwisten dat aan de gestelde schorsingsvoorwaarde is voldaan en zetten ten aanzien van elk beweerd hinderaspect omstandig uiteen dat het ernstig karakter ervan niet wordt aangetoond en/of de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden milieuvergunning niet kan verantwoorden. Beoordeling
- Vooreerst moet worden vastgesteld dat de tweede verzoekende partij als rechtspersoon geen van de in het verzoekschrift beschreven hinderaspecten kan ondergaan.
- In hoofde van de eerste verzoeker kan evenmin tot het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel worden besloten. Volgens het BPA "Hulsen Ambachtelijke Zone", goedgekeurd bij ministerieel besluit van 10 maart 1987, is de woning die de eerste verzoeker bewoont gelegen in een ambachtelijke zone. In een dergelijk gebied geldt een hogere tolerantiedrempel voor hinder die wordt teweeggebracht door bedrijven. In hun verzoekschrift betwisten de verzoekende partijen weliswaar de wettigheid van voormeld bijzonder plan van aanleg, maar aangezien het moeilijk te herstellen ernstig nadeel een autonome constitutieve schorsingsvoorwaarde is en ter adstructie ervan niet nuttig kan worden verwezen naar het ernstig karakter van de middelen, moet, de beoordeling van de desbetreffende middelen volledig terzijde gelaten, uitgegaan worden van de bestemmingsvoorschriften zoals die gelden krachtens voormeld bijzonder plan van aanleg. Voor hun uiteenzetting omtrent aanzienlijke en disproportionele geluidshinder gaan de verzoekende partijen uit van de conclusies van een geluids- onderzoek dat zijzelf hebben laten uitvoeren. Daarbij wordt volledig voorbijgegaan aan de bevindingen van twee andere geluidsstudies die in het bestreden besluit worden aangehaald, meer bepaald de geluidsstudie die de exploitant bij de milieuvergunningsaanvraag heeft gevoegd en de technische nota, houdende een VII-37.616-9/12 saneringsplan voor geluidsoverlast, die in de loop van de beroepsprocedure door de exploitant werd ingediend. Uit het bestreden besluit blijkt dat de verwerende partij de bevindingen van alle geluidsstudies bij haar beoordeling heeft betrokken. Uit dat onderzoek blijkt dat bij de woning van de eerste verzoeker de normen voor het specifiek geluid overdag niet worden overschreden, dat voor de dichtstbijzijnde woningen in de Uilebeemden - dus niet aan de Hulsen waar de eerste verzoeker woont - er een kleine overschrijding is van de geluidsnormen, dat volgens een saneringsplan de stofafzuigingsinstallaties buiten op het dak verantwoordelijk zijn voor het tonale karakter van het geluid, dat voormelde installaties evenwel vervangen zullen worden door een volledig nieuw systeem van stofafzuiging zonder uitlaat naar buiten zodat het risico op geluidshinder uitgesloten is, dat incidentele geluiden kunnen leiden tot verhogingen van het geluidsdrukniveau doch uitgaande van een isolatie van circa 40 dB(A) van de bedrijfsgebouwen al het zeer hoge niveau van 110 dB(A) moet worden bereikt om in de omgeving een niveau boven 70 dB(A) te verkrijgen en dat na realisatie van alle in het saneringsplan voorgestelde geluidsreducerende maatregelen alle toepasselijke geluidsnormen zullen worden gerespecteerd. Conform het ingediende saneringsplan en de beoordeling van de geluidsaspecten in de motivering van het bestreden besluit, heeft de verwerende partij bijkomend de volgende bijzondere exploitatievoorwaarden opgelegd : "- tijdens machinale bewerkingen zijn de poorten/deuren van de loods gesloten, uitgezonderd tijdens het laden en lossen; - de spuitcabine waar solventhoudende verven worden gebruikt, wordt voorzien van een actief koolfilter; - buiten de werkuren zijn de poorten van de omsluiting die het bedrijf omringt, gesloten en op slot; - uiterlijk 31 december 2009 worden de volgende geluidsreducerende maatregelen uitgevoerd: - de kleine en grote afzuiging op het dak worden buiten gebruik gesteld; in de plaats hiervan komt een centraal afzuigsysteem dat binnen in de gebouwen geplaatst wordt en geen uitlaat naar buiten heeft en waarbij het specifieke geluid veroorzaakt door deze installatie op 1 meter van de buitenkant wand van het gebouw waarin de nieuwe installatie geplaatst is, maximaal 40 dB(A) bedraagt; - op de overblijvende afzuiging, namelijk die van de spuitcabine, wordt een geluidsdemper geplaatst; - er zijn enkel activiteiten van 7h 's morgens tot 19h 's avonds; - na realisatie van de geluidsreducerende maatregelen worden controlegeluids- metingen uitgevoerd door een erkend deskundige geluid; dit geluidsrapport wordt uiterlijk op 31 maart 2010 ter evaluatie aan de afdeling Milieuvergun- VII-37.616-10/12 ningen en ter kennisgeving aan de afdeling Milieu-Inspectie en de deputatie van de provincieraad van Antwerpen overgemaakt". Rekening houdend met de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden ter beperking van de geluidshinder en tevens met de hogere tolerantiedrempel die te dezen geldt, slaagt de eerste verzoeker er niet in aan te tonen dat de geluidshinder dermate ernstig is dat zijn woon- en leefklimaat grondig zal worden verstoord. Inzake verkeersoverlast wordt in het verzoekschrift melding gemaakt van voortdurende hinder voor de bewoners van de Uilebeemden. De eerste verzoeker woont echter niet aan deze toegangsweg maar aan de Hulsen. De bewering dat er tot vijftig vrachtwagenbewegingen per dag plaatsvinden wordt overigens niet aannemelijk gemaakt, temeer omdat de exploitant in zijn vergun- ningsaanvraag slechts melding maakt van circa twaalf vrachtwagenbewegingen per dag met voornamelijk eigen bestelwagens. Voorts kan niet worden aangenomen dat de exploitatiehinder op zaterdagen - aangenomen dat de productie op die dagen normaal wordt voortgezet - wezenlijk verschilt van deze op weekdagen. In zoverre de bedrijvigheid op zaterdag hoofdzakelijk bestaat uit verkoopsactiviteiten, betreft het niet aan de milieuvergun- ningsplicht onderworpen activiteiten waarvan het hinderlijk karakter trouwens niet direct kan worden ingezien. De "vrij(e) toegang" die bezoekers en werknemers zouden hebben tot de private tuinen van de woningen gelegen aan de Hulsen, heeft geen uitstaans met de hinder die rechtstreeks in verband kan worden gebracht met de vergunde exploitatie. De ongemakken die volgens de verzoekende partijen samenhang- en met de afwezigheid van een afdoende groenscherm, namelijk visuele hinder en schending van de privacy, vloeien, zoals de verzoekende partijen trouwens zelf in hun uiteenzetting lijken aan te geven, in wezen voort uit de verleende bouwvergun- ningen of het gebeurlijk niet-correct uitvoeren van die vergunningen door het miskennen van de opgelegde voorwaarden inzake buffering en begroening. Bovendien is er te dezen nog minder reden om aan de tenuitvoerlegging van de bestreden milieuvergunning ernstige visuele nadelen toe te schrijven aangezien het voorwerp ervan in hoofdzaak betrekking heeft op de voortzetting en de uitbreiding van activiteiten binnen de bestaande bedrijfsgebouwen. VII-37.616-11/12 Wat betreft de beweerde negatieve impact op de waterhuishou- ding, kan, daargelaten de vraag of de reeds aanwezige "desastreu(ze) waterproble- matiek" afdoende wordt aangetoond, volstaan worden met de vaststelling dat de milieuvergunningsaanvraag die tot het bestreden besluit heeft geleid niet samengaat met een toename van de bebouwing of van de verharde oppervlakte, zodat ook wat dit hinderaspect betreft de vereiste causaliteit met de bestreden beslissing ontbreekt.
- Hieruit volgt dat niet voldaan is aan één van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING
- Het verzoek van de NV Gesbo tot tussenkomst in het administratief kort geding wordt ingewilligd.
- De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van één april tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Peter Sourbron VII-37.616-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.734 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.214.073 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div