← België

Arrest 202876 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 09/04/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.876 Rolnummer: A. 132631/IX-3691 Zaak: Arrest 202876 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 09/04/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-04-20 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-30 04:35 Fiche Arrest nr 202.876 van 9 april 2010 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 202.876 van 9 april 2010 in de zaak A. 132.631/IX-3691 In zake : Wilfried DE NIJS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk Lindemans kantoor houdend te Brussel Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest, thans de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Patrick Devers kantoor houdend te Gent Kouter 71-72 bij wie woonplaats wordt gekozen ----------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 3 februari 2003, strekt tot de nietigverklaring van “het besluit d.d. 28 november 2002 van de Directieraad van [de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest] waaruit blijkt dat de heer Wilfried DE NIJS niet beschikt over de vereiste generieke competenties van afdelingshoofd, en het impliciet daarin gelegen besluit om de heer Wilfried DE NIJS niet in aanmerking te nemen voor de aanwijzing van afdelingshoofd van de afdeling ‘bodemonderzoek en attestering’”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 193.329 van 14 mei 2009 worden de debatten heropend en wordt de zaak voortgezet volgens de gewone procedure. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een toelichtende memorie ingediend. IX-3691-1/3 Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 2 september
  3. Op 8 september 2009 hebben de raadslieden van de verzoekende partij aan de Raad van State laten weten dat hun cliënt heeft beslist om geen voortzetting van de procedure te vragen “na het negatief auditoraatsverslag over de grond van de zaak”. Op 1 december 2009 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Beoordeling
  5. Naar luid van artikel 21, zesde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. In het auditoraatsverslag is te dezen de verwerping van het beroep voorgesteld. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. IX-3691-2/3 De hoofdgriffier heeft de verzoekende partij medegedeeld, met toepassing van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van het geding zou uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. Dit vermoeden wordt bevestigd door de brief van 8 september 2009 van de raadslieden van de verzoekende partij waarbij zij laten weten dat hun cliënt heeft beslist om geen voortzetting van de procedure te vragen gelet op “het negatief auditoraatsverslag over de grond van de zaak”. BESLISSING
  6. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.
  7. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 350 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 9 april 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bert Thys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts Bert Thys IX-3691-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.876 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.119.868 ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.304 ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.329 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.