id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.878 Rolnummer: A. 64930/V-1408 Zaak: Arrêt / Arrest 202878 - Médias / Media - 09/04/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-04-20 Raadplegingen: 82 - laatst gezien 2026-06-30 04:35 Versie(s): Versie FR Fiche Arrest nr 202.878 van 9 april 2010 Onderwijs en cultuur - Media Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Ve KAMER nr. 202.878 van 9 april 2010 in de zaak A. 64.930/V-1408 In zake : de VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdende te Brugge Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de FRANSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Marc Uyttendaele en Eric Maron kantoor houdend te Brussel Bronstraat 68 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de VZW RADIO GEMINI bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Alfred Navasartian kantoor houdend te Brussel Sint-Michiels Warande 100, bus 2 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 1 augustus 1995, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 10 april 1995 van de Franse Gemeenschapsregering “mettant les fréquences nécessaires à la disposition de la Radio-Télévision Belge de la Communauté française”, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 23 augustus
- V-1408 -1/6 II. Verloop van de rechtspleging
- Bij het arrest nr. 66.657 van 10 juni 1996 beveelt de Raad van State de schorsing van tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, “wat de toewijzing van de frequentie 106,0 MHz te Doornik betreft”. Bij het arrest nr. 82.752 van 7 oktober 1999 wordt het beroep verworpen, behalve inzoverre het bestreden besluit de frequentie 106,0 MHz te Doornik met 50 Kw D maximum effectief uitgestraald vermogen en 150 m maximum hoogte zendantenne toekent aan de RTBF (Radio - Télévision Belge de la Communauté française), worden de debatten heropend en wordt het door de auditeur-generaal aangestelde lid van het auditoraat ermee belast de wettigheid van het koninklijk besluit van 10 januari 1992 te onderzoeken en daarover een aanvullend verslag op te stellen. Eerste auditeur Emiel Haesbrouck heeft een aanvullend verslag opgesteld. Verzoekster en verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 maart
- Staatsraad Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaat Bart Staelens, die verschijnt voor verzoekster, en advocaat Quentin Peiffer, die loco advocaten Marc Uyttendaele en Eric Maron verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- V-1408 -2/6 III. Ontvankelijkheid van het beroep
- In haar laatste memorie werpt de verwerende partij op dat de toewijzing van de enige nog in het geding zijnde frequentie 106,0 MHz te Doornik aan de RTBF thans rechtsgrond vindt in het beheerscontract dat de regering van de Franse Gemeenschap op 11 oktober 2001 met de RTBF heeft gesloten en dat bekendgemaakt werd in het Belgisch Staatsblad van 5 maart 2002, dat de Vlaamse Gemeenschap geen beroep heeft ingesteld tegen de toewijzing, blijkens de bijlage bij die beheersovereenkomst, van de frequentie 106,0 MHz te Doornik en dat het beroep bijgevolg onontvankelijk is.
- Nu die exceptie voor het eerst is opgeworpen in de laatste memorie, heeft verzoekster nog niet de gelegenheid gekregen haar zienswijze desbetreffend kenbaar te maken. Die vaststelling bracht de staatsraad-verslaggever ertoe met een schrijven van 22 juli 2009 aan verzoekster te vragen om haar actueel belang schriftelijk te staven. Op 2 augustus 2009 antwoordt de raadsman van verzoekster om hem “toch zeker 60 dagen de tijd te gunnen om een antwoord te bezorgen”. Met een brief van 16 oktober 2009 wordt verzoekster aan het eerdere schrijven herinnerd, nu “moet worden vastgesteld dat dit antwoord er nog steeds niet is gekomen”. Aan verzoekster wordt “een laatste termijn van dertig dagen geboden om alsnog aan de Raad van State de zienswijze van de Vlaamse Gemeenschap te bezorgen”. Op 12 november 2009 reageert de raadsman van verzoekster met de enkele mededeling dat hij navraag doet bij zijn mandant en zo snel mogelijk op deze zaak terugkomt. Op 1 december 2009 volgt uiteindelijk volgende reactie : “In deze zaak kon ik inmiddels met mijn mandant overleggen. Het standpunt is het volgende:
- Er is een verhaal ingeleid op 1 augustus
- Daarbij is er om rechtsbescherming gevraagd. De rechtsbescherming wordt wel heel erg theoretisch als er verzocht wordt van degene die om rechtsbescherming vraagt, om vervolgens 15 jaar lang elke evolutie terzake op de voet te volgen. V-1408 -3/6
- Maar er is nog meer in dezelfde richting. De coördinatieplicht die er in illo tempore bestond heeft als absoluut minimum een transparantieplicht. Als niet transparant is wat er gebeur[t], heeft het eigenlijk zo goed als geen zin om te pogen te coördineren. De verwerende partij heeft gezorgd voor een situatie die bijna onbegrijpelijk wordt en waar elke transparantie zoek is. Het ware uiteraard bijzonder bevreemdend als dit gemis aan transparantie, desgevallend gewilde gemis aan transparantie, ook als schild zou kunnen worden aangewend om elk verzoek tegen te houden dat er op gegrond is dat er moest gecoördineerd worden.
- Ik ben mij er natuurlijk van bewust dat deze overwegingen, die nochtans met het fundament van de rechtsbescherming samenhangen, nog steeds geen concreet antwoord geven op het belang. Ik weet dat het risico bestaat dat de overwegingen die ik naar voor breng, zouden stuiten op een ‘u heeft ergens wel gelijk, jammer, maar helaas, enzovoort’. Ik wil echter wijzen op de procedure die hangt voor uw Raad en gekend is onder G/A 191.370/V-
- Het betreft dus evenzeer een procedure die hangt voor de 5de Kamer. In deze nieuwe procedure wordt de schorsing van de tenuitvoerlegging gevorderd en wordt natuurlijk ook de vernietiging gevraagd van het besluit van 25 september 2008 van de Regering van de Franse Gemeenschap houdende goedkeuring van het aanhangsel bij artikel 34.3, D en bijlage 1 van het beheerscontract van de RTBF. In de bijlage wordt wel degelijk de frequentie Doornik 106.0 opgenomen. Er is dus wel degelijk betwist, op de gepaste wijze en ook ten gepaste tijde.
- De drie bedenkingen samen lezende, kom ik tot de vaststelling dat aan de verwerende partij zelve enkele wijzigingen zijn ontgaan. De relevante wijziging, nl. de wijziging die leidt tot de actualiteit van een belang, is wel degelijk en tijdig betwist. Ook na bijna anderhalf decennium procederen is het belang dus actueel gebleven.
- Maar er is feitelijk nog meer. Het feit dat er frequenties worden toegewezen zonder coördinatie, impliceert op zichzelf de schending van de prerogatieven van de Vlaamse Gemeenschap. Minstens heeft de Vlaamse Gemeenschap er een belang bij dat deze schending ongedaan wordt gemaakt, ook al loopt deze schending niet meer verder (en uit mijn bedenking 3 valt eigenlijk af te leiden dat ze wel verder loopt, maar dit is dus een andere discussie). De morele genoegdoening die uit een arrest tot annulatie voortvloeit, blijft relevant ten aanzien van de schending van de prerogatieven, ook al situeert deze schending zich in het verleden. Of nog anders uitgedrukt: de schending van de prerogatieven houdt een morele schade in en deze morele schade verdwijnt niet vanzelf, door het verloop van een zekere tijd.” V-1408 -4/6
- De Raad van State stelt vast dat verzoekster in haar brief van 1 december 2009, wat de exceptie van verwerende partij betreft, niet tegenspreekt dat de toewijzing van de bestreden frequentie een nieuwe rechtsgrond heeft verkregen, dat de bestreden beslissing minstens impliciet is opgeheven en dat het voorliggende beroep bijgevolg thans zonder voorwerp is.
- Een partij heeft in principe geen belang meer om de nietigverklaring van een besluit te vorderen dat in de loop van het geding werd opgeheven en -zoals te dezen- vervangen door een ander besluit, tenzij zij vooralsnog aannemelijk maakt dat zij een actueel belang bij het beroep heeft behouden. Verzoekster heeft niet de uitbreiding gevorderd van huidig beroep maar integendeel het thans actuele besluit houdende toekenning van de frequentie 106,0 MHz te Doornik aangevochten met een afzonderlijk verzoekschrift. De Raad van State bedenkt daarbij ook nog dat de regelgeving met betrekking tot de coördinatie van de radiofrequenties bij de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie ondertussen ingrijpend gewijzigd is, hetgeen het morele belang bij de vaststelling van de schending van de prerogatieven op grond van een achterhaald koninklijk besluit danig relativeert. Integendeel leidt de Raad van State eruit af dat verzoekster haar moreel belang bij een beweerde schending van haar prerogatieven nog gediend mag weten door de genoegdoening die de eventuele nietigverklaring van het voornoemde besluit van 25 september 2008 haar zou opleveren. De door verwerende partij opgeworpen exceptie is gegrond.
- Er dient dan ook te worden vastgesteld dat het beroep niet langer ontvankelijk is. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep. V-1408 -5/6
- Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 99,16 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 74,37 euro. De ten onrechte gekweten rechten voor een bedrag van 49,58 euro dienen te worden terugbetaald aan de tussenkomende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 9 april 2010, door de Raad van State, Ve kamer, samengesteld uit: Paul Lemmens, kamervoorzitter, Geert Van Haegendoren, staatsraad, Jacques Jaumotte, staatsraad, bijgestaan door Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts Paul Lemmens V-1408 -6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.878 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1997:ARR.66.657 ECLI:BE:RVSCE:1999:ARR.82.752 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div