← België

Arrêt / Arrest 202881 - Médias / Media - 09/04/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.881 Rolnummer: A. 74546/V-1492 Zaak: Arrêt / Arrest 202881 - Médias / Media - 09/04/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-04-20 Raadplegingen: 84 - laatst gezien 2026-06-30 04:35 Versie(s): Versie FR Fiche Arrest nr 202.881 van 9 april 2010 Onderwijs en cultuur - Media Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Ve KAMERnr. 202.881 van 9 april 2010 in de zaak A. 74.546/V-1492 In zake : de VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdende te Brugge Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de FRANSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Marc Uyttendaele en Eric Maron kantoor houdend te Brussel Bronstraat 68 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de VZW TROPIQUE FM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Carine Doutrelepont kantoor houdend te Brussel Vergotesquare 20 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 3 juni 1997, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 23 december 1996 van de Franse gemeenschapsregering “betreffende de toewijzing van frequenties aan drie private radio’s”, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 4 april
  2. II. Verloop van de rechtspleging
  3. Bij het arrest nr. 82.704 van 5 oktober 1999 heeft de Raad van State de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit bevolen. V-1492-1\6 Bij het arrest nr. 113.344 van 5 december 2002 wordt het beroep verworpen in zoverre het gericht is tegen de toekenning van de frequentie 104.5 MHz aan de vzw TROPIQUE FM, worden de debatten heropend en wordt het door de auditeur-generaal aangestelde lid van het auditoraat ermede belast een onderzoek in te stellen naar de wettigheid van het koninklijk besluit van 10 januari 1992 alsmede naar de gegrondheid van de nog niet onderzochte middelen. Eerste auditeur Emiel Haesbrouck heeft een aanvullend verslag opgesteld. De verzoekende partij en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 maart
  4. Staatsraad Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaat Bart Staelens, die verschijnt voor verzoekster, advocaat Quentin Peiffer, die loco advocaten Marc Uyttendaele en Eric Maron verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Vincent Chapoulaud, die loco advocaat Carine Doutrelepont verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Ontvankelijkheid van het beroep
  6. Met het oog op de ingereedheidbrenging van de zaak heeft de staatsraad-verslaggever op 17 september 2009 in een brief aan verzoekster erop gewezen dat, ingevolge het tijdsverloop, de ondertussen meermaals gewijzigde wetgeving en de passieve houding van verzoekster in vergelijkbare zaken, het actueel belang van verzoekster “verre van zeker” is en haar uitgenodigd om aan de V-1492-2\6 Raad van State formeel te willen meedelen of zij nog aandringt op een verdere behandeling van het voorliggende beroep. Op dezelfde dag werd aan de verwerende partij en de tussen- komende partij gevraagd, indien zij zouden menen dat nieuwe ontvankelijkheidsvra- gen rijzen bij het voorwerp van of het belang bij het beroep, deze excepties schriftelijk aan de Raad van State ter kennis te brengen.
  7. Op 24 september 2009 antwoordt verwerende partij, onder meer, dat de bestreden frequenties slechts voor een periode van vier jaar werden toegekend, dat ze niet werden hernieuwd en dat verzoekster bijgevolg niet meer over een actueel belang beschikt bij het voorliggend beroep. Op 30 september 2009 antwoordt tussenkomende partij in dezelfde zin.
  8. Met een brief van 6 oktober 2009 wordt verzoekster bijkomend gevraagd, indien zij nog verdere belangstelling heeft voor de afhandeling van het dossier, om schriftelijk stelling te nemen met betrekking tot de thans opgeworpen ontvankelijkheidsexcepties. Op 12 november 2009 antwoordt de raadsman van verzoekster dat navraag is gedaan bij zijn mandant en dat hij zo snel mogelijk op deze zaak terugkomt. Vaststellende dat de brieven van 17 september 2009 en 6 oktober 2009 zonder antwoord blijven, wordt met een schrijven van 1 december 2009 aan de raadsman van verzoeker een laatste termijn van dertig dagen geboden om alsnog aan de Raad van State de zienswijze van de Vlaamse Gemeenschap te bezorgen. Op 29 december 2009 volgt uiteindelijk volgende reactie : “In deze zaak ontving ik in goede orde Uw schrijven van 1 december 2009 op 3 december
  9. Mijn beste dank dat U mij een bijkomende termijn heeft verleend. Het standpunt van mijn mandante is het volgende: 1/ Er is een verhaal ingeleid voor Uw Raad op 3 juni
  10. Daarbij is er om rechtsbescherming gevraagd. Natuurlijk wordt rechtsbescherming toch wel V-1492-3\6 heel erg uitgehold als van degene die om rechtsbescherming vraagt, gevorderd wordt 13 jaar lang elke evolutie op de voet te volgen. 2/ Maar er is nog meer. Het verzoek om rechtsbescherming is gebaseerd op de aldan bestaande coördinatieplicht. Een coördinatieplicht heeft als absoluut minimum een transparantieplicht. Als de transparantie door de verwerende partij niet gegarandeerd wordt, of als zelfs het omgekeerde wordt nage- streefd, wordt coördineren zo goed als onmogelijk. Maar het ware dan uiteraard volkomen onaanvaardbaar dat door een gemis aan transparantie, een gewild gemis en onaanvaardbaar gemis aan transpa- rantie, er dan ook zou kunnen geponeerd worden dat het belang zou verloren zijn gegaan van een partij die nochtans zich tijdig heeft gewend tot het hoogste administratieve rechtscollege. 3/ Ten onrechte wordt er overigens door de verwerende partij geponeerd dat het actueel belang zou zijn verloren gegaan. Het gemis aan transparantie aan de zijde van de verwerende partij is klaarblijkelijk zo groot, dat de verweren- de partij geen zicht meer heeft op de wijzigingen die de verwerende partij zelf aanbrengt. De frequentie Rixensart 104.5 MHz als Louvain-la-Neuve 104.5 MHz, is opgenomen in het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 21 december 2007 tot vaststelling van de lijst van de radiofrequenties die kunnen worden toegewezen aan de dienstenuitgevers voor de uitzending van de klankradio-omroepdiensten via analoge terrestri- sche radiogolven, waarvoor een voorafgaand technisch akkoord werd bereikt in het overlegcomité van 29 november 2002, B.S. 22 januari
  11. Precies dit besluit is wel degelijk aangevochten door de Vlaamse Gemeenschap. Deze zaak is bij Uw Raad gekend onder het nr. G/A 187.622/V-
  12. Ten onrechte poneert de verwerende partij dus dat er op een of andere wijze geen actueel belang meer zou bestaan. 4/ Maar er is hoe dan ook nog meer. Het feit dat er frequenties worden toegewezen zonder coördinatie, hield op zichzelf de schending in van de prerogatieven van de Vlaamse Gemeen- schap. De Vlaamse Gemeenschap heeft er hoe dan ook een belang bij dat deze schending van haar prerogatieven ongedaan wordt gemaakt, een moreel belang dat niet verdwijnt met de stelling dat men later dit nog eens gedaan heeft maar dat de Vlaamse Gemeenschap het dan niet zou gemerkt hebben. Een arrest waarbij een vernietiging wordt uitgesproken impliceert een morele genoegdoening en die morele genoegdoening is hoe dan ook constitutief voor het blijvend moreel belang, ook al is de morele schade jaren geleden veroorzaakt. Deze morele schade verdwijnt niet uit zichzelf gedurende de termijn van de annulatieprocedure voor Uw Raad”.
  13. In de geciteerde brief antwoordt verzoekster naast de opgeworpen exceptie. Het voorliggend beroep heeft immers als voorwerp, niet een besluit waarbij radiofrequenties worden vastgesteld die in een later stadium toegewezen kunnen worden aan omroepdiensten, maar wel een besluit dat aan twee met name genoemde private radiostations een erkenning verleent. V-1492-4\6 Verwerende partij wijst erop dat die erkenningen op grond van de destijds geldende regelgeving waren verleend voor een periode van vier jaren, dat die periode ondertussen verstreken is en dat verzoekster geen nadeel ondergaat dat bij de gevorderde nietigverklaring kan worden goedgemaakt. Tussenkomende partij voegt daar nog aan toe dat de twee toen begunstigde radiostations ondertussen niet langer mogen uitzenden. Verzoekster spreekt de feitelijke vaststellingen niet tegen. Dat thans nog een procedure hangende is tegen het besluit van de Franse Gemeenschapsregering van 21 december 2007, dat frequenties bepaalt maar ze niet toekent, verklaart niet waarom verzoekster nog een actueel belang zou hebben bij het voorliggende beroep. De Raad van State bedenkt ook nog dat de regelgeving met betrekking tot de coördinatie van de radiofrequenties bij de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie ondertussen ingrijpend is gewijzigd, hetgeen het morele belang bij de vaststelling van de schending van prerogatieven op grond van een achterhaald koninklijk besluit danig relativeert. Integendeel leidt de Raad van State eruit af dat verzoekster haar moreel belang bij een beweerde schending van haar prerogatieven nog gediend mag weten door de genoegdoening die de eventuele nietigverklaring van het besluit van 21 december 2007 haar zou opleveren.
  14. Verzoekster overtuigt de Raad van State niet ervan, dat zij nog een actueel belang kan doen gelden bij het huidig beroep. BESLISSING
  15. De Raad van State verwerpt het beroep.
  16. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, begroot op 347,06 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 123,95 euro. V-1492-5\6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 9 april 2010, door de Raad van State, Ve kamer, samengesteld uit: Paul Lemmens, kamervoorzitter, Geert Van Haegendoren, staatsraad, Jacques Jaumotte, staatsraad, bijgestaan door Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts Paul Lemmens V-1492-6\6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.881 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1999:ARR.82.704 ECLI:BE:RVSCE:2001:ARR.96.342 ECLI:BE:RVSCE:2002:ARR.113.344 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.