← België

Arrêt / Arrest 202882 - Médias / Media - 09/04/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.882 Rolnummer: A. 75526/V-1504 Zaak: Arrêt / Arrest 202882 - Médias / Media - 09/04/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-04-20 Raadplegingen: 88 - laatst gezien 2026-06-30 04:35 Versie(s): Versie FR Fiche Arrest nr 202.882 van 9 april 2010 Onderwijs en cultuur - Media Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Ve KAMERnr. 202.882 van 9 april 2010 in de zaak A. 75.526/V-1504 In zake : de VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdende te Brugge Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de FRANSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Marc Uyttendaele en Eric Maron kantoor houdend te Brussel Bronstraat 68 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partijen :

  1. de V.Z.W. DIFFUSION BRUXELLES
  2. de V.Z.W. DIFFUSION LIÈGE
  3. de V.Z.W. DIFFUSION CHARLEROI bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten François Tulkens, Jean-Jo Evrard, Marc Van Der Woude en Olivier Lemaire kantoor houden te Brussel Terhulpsesteenweg 177, bus 6 bij wie woonplaats wordt gekozen
  4. de V.Z.W. RADIO INDÉPENDANTE LOCALE CONTACT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Carine Doutrelepont kantoor houden te Brussel Vergotesquare 20 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  5. Het beroep, ingesteld op 1 september 1997, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 21 april 1997 van de Franse Gemeenschapsregering “relatif à l’attribution de fréquences et de reconnaissances à des radios privées”, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 1 juli
  6. V-1504-1/5 II. Verloop van de rechtspleging
  7. Bij arrest nr. 82.703 van 5 oktober 1999 beveelt de Raad van State de gedeeltelijke schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit. Bij arrest nr. 181.910 van 10 april 2008 zijn de debatten heropend en is het door de auditeur-generaal aangestelde lid van het auditoraat ermee belast de zaak verder te onderzoeken en een aanvullend verslag op te stellen, “in het bijzonder met betrekking tot het actueel belang van de verzoekende partij”. Eerste auditeur Werner Weymeersch heeft een aanvullend verslag opgesteld. Verzoekster heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. Verwerende partij en de vierde tussenkomende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 maart
  8. Staatsraad Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaat Bart Staelens, die verschijnt voor verzoekster, advocaat Quentin Peiffer, die loco advocaten Marc Uyttendaele en Eric Maron verschijnt voor de verwerende partij, advocaat Jens Mosselmans, die loco advocaat François Tulkens verschijnt voor de eerste drie tussenkomende partijen, en advocaat Vincent Chapoulaud, die loco advocaat Carine Doutrelepont verschijnt voor de vierde tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  9. V-1504-2/5 III. Ontvankelijkheid van het beroep
  10. In het voormelde arrest van 10 april 2008 heropent de Raad van State de debatten, daarbij overwegende dat het “nuttig [is] om met toepassing van [...] artikel 24, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State aan het auditoraat uitdrukkelijk als onderzoeksmaatregel op te dragen om het actueel belang van de verzoekende partij te onderzoeken, na haar hierover om een stellingname te hebben gevraagd”.
  11. Gevolg gevend aan dit arrest, wordt verzoekster door het lid van het auditoraat dat met het onderzoek van deze zaak is belast gevraagd naar haar actueel belang. Een eerste brief van 13 oktober 2008 blijft onbeantwoord. Verzoekster krijgt hierop een tweede mogelijkheid om haar actuele belang uiteen te zetten. Die brief, door haar ontvangen op 12 januari 2009, vermeldt dat het uitblijven van “enig antwoord” begrepen moet worden als een verlies van het rechtens vereiste belang. De auditeur verzoekt om hem hieromtrent binnen dertig dagen na ontvangst van deze brief te berichten, “zo niet zal verslag in die zin worden opgesteld”. Ook die tweede brief blijft echter zonder antwoord. Het brengt de auditeur ertoe, zoals door hem aangekondigd, vast te stellen dat verzoekster voor het door haar aangespannen geding niet de vereiste voortdurende en ononderbroken belangstelling heeft vertoond en te besluiten dat het beroep niet ontvankelijk is wegens verlies aan belang.
  12. In de laatste memorie merkt verzoekster op dat onderhandelingen worden gevoerd tussen de partijen over een “globaal akkoord” met betrekking tot de problematiek van de radiofrequenties. Het gemis aan antwoord op de brieven van de auditeur vloeit voort “uit het respect voor deze besprekingen en niet uit een afwezigheid van belang”, aldus verzoekster.
  13. Verzoekster heeft geen antwoord gegeven op de brieven waarbij de auditeur, gevolg gevend aan de onderzoeksmaatregel die hem bij arrest nr. 181.910 van 10 april 2008 was opgelegd en die dus ook aan verzoekster reeds ruim voordien bekend was, de verzoekende partij uitnodigt om stelling te nemen inzake haar actueel belang. V-1504-3/5 In zijn tweede brief heeft de auditeur niet enkel de vraagstelling hernomen, maar verzoekster er ook expliciet op gewezen dat bij het uitblijven van enig antwoord, het vereiste actueel belang zijn inziens geacht moet worden verloren te zijn gegaan.
  14. Een verzoekende partij, wil zij haar belang bij het ingestelde beroep bewaren, moet een voortdurende en ononderbroken belangstelling voor haar proces vertonen. Haar houding mag voorts het behoorlijk verloop van het proces, waartoe ook zij moet bijdragen, niet verstoren. Om die redenen is zij verplicht haar medewerking aan de rechter te verlenen wanneer zij daartoe wordt verzocht. Wanneer bovendien haar belang uitdrukkelijk in vraag wordt gesteld, moet zij daarover vrij snel een standpunt innemen en de nodige verduidelijkingen bijbrengen. Wanneer een verzoekende partij bij de instructie van de zaak door het aangewezen lid van het auditoraat om aanvullende informatie wordt verzocht, moet zij daarover dan ook uitsluitsel geven. Indien zij van oordeel is dat het onderzoek van de zaak door het auditoraat beter wordt uitgesteld ten gevolge van onderhandelingen over een “globaal akkoord”, mag van haar ten minste worden verwacht dat zij de ontvangst van de gestelde vragen bevestigt en uitlegt waarom zij niet onmiddellijk een antwoord zal geven. Verzoekster had evenwel op geen enkele brief ook maar enige reactie, ofschoon zij uitdrukkelijk is gewezen op de mogelijke weerslag van dit stilzitten op de beoordeling van haar volgehouden belangstelling bij het beroep, en dus haar actueel belang.
  15. Het hiervóór beschreven gemis aan belangstelling voor de behandeling van haar beroep wijst uit dat verzoekster zelf van oordeel is dat zij geen belang meer heeft bij de vernietiging van de aangevochten beslissing. Zij kan dit niet meer goedmaken in een laatste memorie. Een laatste memorie strekt er immers toe de Raad in te lichten hoe tegen de bevindingen van het auditoraatsverslag wordt aangekeken. Dit vereist wel dat aan het auditoraat ten behoeve van zijn onderzoek te nuttigen tijde de gevraagde inlichtingen zijn voorgelegd. Met deze in de laatste memorie aangebrachte informatie alsnog rekening houden zou geheel strijden met de door de wetgever ingebouwde stappen van de schriftelijke procedure en met de essentiële rol van het auditoraat bij de instructie van de zaak, waarvoor verzoekster overigens óók respect heeft op te brengen. V-1504-4/5 Aangenomen moet worden dat verzoekster, door de voormelde brieven onbeantwoord te laten en zo doende de rechter haar tijdige medewerking te onthouden, niet doet blijken van het door de wet vereiste actueel belang. Ambtshalve dient te worden vastgesteld dat het beroep niet ontvankelijk is. BESLISSING
  16. De Raad van State verwerpt het beroep.
  17. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 347,06 euro. De tussenkomende partijen worden verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 495,80 euro, elk voor een vierde. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 9 april 2010, door de Raad van State, Ve kamer, samengesteld uit: Paul Lemmens, kamervoorzitter, Geert Van Haegendoren, staatsraad, Jacques Jaumotte, staatsraad, bijgestaan door Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts Paul Lemmens V-1504-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.882 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1999:ARR.82.703 ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.181.910 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.