← België

Arrest 202892 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 13/04/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.892 Rolnummer: A. 193236/XIV-31219 Zaak: Arrest 202892 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 13/04/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-05-05 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 04:36 Fiche Arrest nr 202.892 van 13 april 2010 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 202.892 van 13 april 2010 in de zaak A. 193.236/XIV-31.

  1. In zake : XXX, tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken, thans de Staatssecretaris voor Migratie- en asielbeleid. ------------------------------------------------------------------------------------------------------------ DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Iraanse nationaliteit, op 3 juli 2009 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 28.252 van 29 mei 2009 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op de beschikking nr. 4709 van 10 juli 2009 waarbij het cassatieberoep toelaatbaar wordt verklaard; Gelet op artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN, op grond van artikel 16 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gelet op het verzoek tot voortzetting teneinde te worden gehoord van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 9 december 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 24 maart 2010; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter A. BEIRLAEN; XIV-31.219-1/3 Gehoord de opmerkingen van Advocaat M. DE RAEDEMAEKER, die verschijnt voor de verzoekende partij en van Advocaat E. MATTERNE die, loco Advocaat C. DECORDIER verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur M. VAN LIMBERGEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat uit informatie verschaft door de Dienst Vreemdelin- genzaken blijkt dat de verzoekende partij in het bezit werd gesteld van een bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister voor onbeperkte duur geldig tot 7 januari 2015; dat haar verblijf bijgevolg definitief werd geregulariseerd; Overwegende dat artikel 55 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen als volgt luidt: “[§
  2. [De asielaanvraag bedoeld in de artikelen 50, 50bis en 51], [afgelegd door een vreemdeling die toegelaten of gemachtigd werd tot een verblijf van onbeperkte duur], wordt, [wanneer zij nog in behandeling is bij de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen of bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen], ambtshalve zonder voorwerp verklaard, tenzij de vreemdeling, binnen een termijn van zestig dagen te rekenen vanaf het inwerkingtreden van deze bepaling of vanaf de overhandiging van de titel waaruit het onbeperkt verblijf blijkt, bij een ter post aangetekende brief aan de instantie waarbij [zijn asielaanvraag] in behandeling is, de voortzetting van de behandeling vraagt. §
  3. [De Raad van State verklaart het beroep dat werd ingesteld tegen een beslissing genomen door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen zonder voorwerp], [wanneer de verzoeker toegelaten of gemachtigd werd tot een verblijf van onbeperkte duur], op voorwaarde dat hij binnen de termijn zoals voorzien in § 1 geen voortzetting van de procedure vroeg. §
  4. De vreemdeling van wie de asielaanvraag zonder voorwerp werd verklaard overeenkomstig § 1, kan slechts van het grondgebied verwijderd worden overeenkom- stig de artikelen 20 en 21 na eensluidend advies van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen over de overeenstemming van de verwijderingsmaatre- gel met artikel 3 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend te Rome op 4 november 1950.].”; Overwegende dat de verzoekende partij binnen een termijn van zestig dagen na de haar toegestane machtiging tot verblijf voor onbeperkte tijd, geen verzoek tot voortzetting van de procedure heeft ingediend bij de Raad van State; dat dit ter terechtzitting wordt bevestigd; dat het beroep bijgevolg zonder voorwerp is, XIV-31.219-2/3 BESLUIT: Artikel
  5. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  6. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien april tweeduizend en tien, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. XIV-31.219-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.892 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.