id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.932 Rolnummer: A. 186772/XIV-30001 Zaak: Arrest 202932 - Varia (justitie) - 13/04/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-04-27 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 04:36 Fiche Arrest nr 202.932 van 13 april 2010 Justitie - Varia (justitie) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 202.932 van 13 april 2010 in de zaak A. 186.772/XIV-30.
- In zake : Esmail KHAVARI, die woonplaats kiest bij Advocaat O. STEIN, kantoor houdende te 1210 BRUSSEL, Haachtsesteenweg 55 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Justitie, die woonplaats kiest bij Advocaat S. VERBOUWE, kantoor houdende te 1150 BRUSSEL, Tervurenlaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Esmail KHAVARI, van beweerde Afghaanse nationaliteit, op 18 januari 2008 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Federale Overheidsdienst Justitie, Dienst Voogdij, van 12 juni 2007 waarbij drie medische attesten met betrekking tot verzoekers minderjarigheid worden verworpen; Gelet op de beschikking van 6 februari 2008 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur R. VAN DEN EECKHOUT; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 14 december 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 24 maart 2010; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter A. BEIRLAEN; XIV-30.001-1/9 Gehoord de opmerkingen van Advocaat J. TIELEMAN die, loco Advocaat O. STEIN verschijnt voor de verzoekende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur R. VAN DEN EECKHOUT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
- Verzoeker komt, zonder in het bezit te zijn van een identiteitsdocument, het Rijk binnen op 22 januari 2007 en verklaart zich vluchteling op 29 januari
- Verzoeker verklaart geboren te zijn in Urazgan, Afghanistan, op 19 januari
- 1.
- Verzoeker wordt onder de hoede van de Dienst Voogdij geplaatst. Tijdens het identificatieonderzoek verklaart verzoeker geboren te zijn op 31 december 1992 en van Afghaanse nationaliteit te zijn. 1.
- Op 16 februari 2007 ondergaat verzoeker een tandheelkundig en radiologisch onderzoek in het kader van de chronologische leeftijdsbepaling, uitgevoerd door prof. dr. G. Willems, Universitair Ziekenhuis Sint Rafaël, KULeuven. De leeftijdsschatting gebeurt aan de hand van een handpolsradiografie, een orthopantogram en een radiografie van het sleutelbeen. Na het onderzoek concludeert de behandelende arts “met een redelijke wetenschappelijke zekerheid dat Khavari Esmail op datum 16-02-07 een leeftijd heeft van zeker ouder dan 18 jaar, waarbij 20,6 jaar een minimum leeftijd is. Vermoedelijk ligt deze dus hoger en zelfs voorbij de 21 jaar. Immers eens de wijsheidstanden volgroeid zijn zal ook met toenemende leeftijd deze methode de werkelijke leeftijd onderschatten aangezien geen verdere veranderingen radiologisch optreden. Vandaar het belang van de radiografie van het sleutelbeen.” 1.
- Op 21 februari 2007 besluit de Dienst Voogdij dat de plaatsing onder de hoede door de Dienst Voogdij van Esmail KHAVARI van rechtswege vervalt op de datum van de kennisgeving van de beslissing, en dit op grond van de uitslag van het medisch onderzoek. 1.
- Verzoeker vecht voornoemde beslissing niet aan. XIV-30.001-2/9 1.
- Op 10 mei 2007 vraagt de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen aan de Dienst Voogdij om de leeftijd van verzoeker zo snel mogelijk opnieuw te bepalen, aangezien hij twijfels heeft omtrent diens leeftijd. De Commissaris- generaal voert aan dat er een nieuw element is namelijk drie medische certificaten, die op basis van een radiologisch onderzoek en op basis van een onderzoek uitgevoerd door een tandarts attesteren dat de kandidaat-vluchteling minderjarig is, alsook een begeleidend schrijven van zijn raadsman, Mr. O. Stein. 1.
- Op 11 juni 2007 neemt de Dienst Voogdij contact op met prof. dr. Willems. In een brief van die datum deelt de Dienst Voogdij hem mee dat verzoeker “op eigen initiatief een tegenexpertise [heeft] laten uitvoeren aan het UMC St-Pieters, waarvan u de resultaten in bijlage vindt (drie pagina’s). De handpols scoort 18 jaar met SD 1 jaar, de OPG 17 jaar met sd 1 jaar”. De Dienst Voogdij verzoekt de arts om “deze verschillen te duiden”. 1.
- Diezelfde dag deelt prof. dr. Willems via e-mail aan de Dienst Voogdij het volgende mee: “(...) Betreft hoger vernoemde expertise: Blijf bij mijn eerder advies: - handpols volledig gesloten dus 19 jaar - tanden: 3 wijsheidstanden volledig afgevormd en duidelijk zichtbaar; tand 28 is minder duidelijk op de foto doch lijkt mij eveneens volledig afgevormd: 20.6 jaar (nu indien hier een duidelijk beeld van zou bestaan, kan altijd de redenering verder in ogenschouw genomen worden. - clavicula: door mezelf en de radioloog als stadium IV aangegeven: 21 - 27 jaar Stel dat tand 28 nog niet volledig afgevormd zou zijn (minimaal stadium 6), dan komt dit neer op een leeftijd van 18.5 tot 19 jaar. Echter, het lijkt mij in die veronderstelling logischer dat 3 van de 4 wijsheidstanden een normale ontwikkeling kennen terwijl 1 van de vier een vertraagde ontwikkeling kent, mede in acht genomen de resultaten van de clavicula en de handpols. Het is net om deze polemieken te vermijden dat we drie evaluaties doen en trachten tot een zinnig besluit te komen. Finaal is het aan de rechter om dit juist te kaderen? Steeds tot verdere uitleg bereid. (...).”. 1.
- Op 12 juni 2007 deelt de Dienst Voogdij aan de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen het volgende mee: “(...) Betreft: Mijnheer Email KHAVARI, geboren op 31 december 1992, nationaliteit Afghanistan. Geachte, Wij hebben uw schrijven dd 10 mei 2007 aangaande mijnheer Email KHAVARI in goede orde ontvangen. De door u aangehaalde medische onderzoeken zijn niet in staat om de leeftijdsbeslissing dd 24 februari 2007 te weerleggen. Geconfronteerd met de medische resultaten van het St-Pietersziekenhuis heeft professor Willems zijn analyse herdaan en hij komt uit op hetzelfde resultaat. De conclusie van het medisch onderzoek uitgevoerd aan de KUL XIV-30.001-3/9 is gebaseerd op een drievoudige test of trippeltest. Het resultaat van deze drievoudige test geeft aan dat mijnheer Email KHAVARI meer dan 18 jaar is. (...).”. Dit is de bestreden beslissing. 1.
- Op 21 november 2007 richt de raadsman van verzoeker een e-mail aan de Dienst Voogdij waarin hij de situatie rond de al dan niet minderjarigheid van verzoeker uiteenzet, waarin hij verwijst naar het medisch onderzoek dat hij zelf heeft laten uitvoeren en de correspondentie hierover met het Commissariaat-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen en de Dienst Vreemdelingenzaken. Uit de e-mail blijkt dat verzoeker niet werd ingelicht over het gevolg dat werd gegeven aan het neerleggen van de nieuwe medische attesten. In de e-mail aan de Dienst Voogdij vraagt verzoeker duidelijkheid omtrent het gevolg dat aan de drie medische attesten werd gegeven. 1.
- In een e-mail van 21 november 2007 antwoordt de Dienst Voogdij het volgende: “(...) De Dienst Voogdij heeft op 15 mei 2007 een schrijven ontvangen van het Commissariaat-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen aangaande de nieuwe elementen die u citeert, met name drie medische certificaten die de minderjarigheid van de heer Khavari zouden aantonen. De Dienst Voogdij heeft op 12 juni 2007 geantwoord aan het CGVS dat deze elementen niet in staat zijn de leeftijdsbeslissing van de Dienst Voogdij dd. 24 februari 2007 te weerleggen. De nieuwe elementen werden voorgelegd aan de arts die het onderzoek in onze opdracht heeft uitgevoerd. Deze heeft de resultaten opnieuw bekeken en kwam daarbij op [...] dezelfde conclusie uit. De conclusie van het medisch onderzoek uitgevoerd aan de KUL is gebaseerd op een drievoudige test of trippeltest (handpol(s), claviculae en orthopantomogram). Het resultaat van deze drievoudige test of trippeltest geeft aan dat de heer Khavari meer dan 18 jaar is. Uw cliënt kan steeds in eigen naam het verslag van het medisch onderzoek opvragen bij onze dienst. Steeds bereid tot nadere toelichtingen. (...).”. 1.
- Op 22 november 2007 heeft de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen een negatieve beslissing genomen omtrent verzoekers asielaanvraag.
- Over de ontvankelijkheid van het beroep. 2.1.
- Overwegende dat de verwerende partij opwerpt dat het beroep onontvankelijk is omdat de bestreden beslissing geen aanvechtbare administratieve rechtshandeling is, zoals bepaald in artikel 14, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, aangezien het een louter bevestigende beslissing betreft; XIV-30.001-4/9 2.1.
- Overwegende dat uit de feitelijke gegevens van de zaak blijkt dat verzoeker nieuwe elementen heeft aangebracht tijdens de asielprocedure; dat het drie nieuwe medische attesten betreft omtrent verzoekers chronologische leeftijd, die de Commissaris- generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen ertoe hebben aangezet om de Dienst Voogdij om een nieuwe leeftijdsbepaling te vragen; dat de Dienst Voogdij hierop is ingegaan en de betrokken documenten heeft overgemaakt aan de arts, die eerder het medisch onderzoek in het kader van verzoekers leeftijdsbepaling had uitgevoerd, met de vraag om de verschillen in het resultaat van de medische attesten te duiden; dat uit de gegevens van het administratief dossier blijkt dat de arts een nieuwe analyse heeft uitgevoerd inzake de leeftijd van verzoeker, maar tot hetzelfde besluit kwam als voorheen; dat de overheid daarop de bestreden beslissing heeft genomen, steunend op dit resultaat, en waarin ze aangeeft bij haar vorige beslissing van 21 februari 2007 te blijven; dat, alhoewel de overheid in de bestreden beslissing uitdrukkelijk stelt dat de aangehaalde medische onderzoeken niet in staat zijn om haar leeftijdsbeslissing van 21 februari 2007 te weerleggen, dit geen loutere herhaling of bevestiging van die vorige beslissing inhoudt; dat de overheid immers tot haar besluit kwam omdat nieuwe elementen werden aangebracht, die er haar toe hebben aangezet een heronderzoek ten gronde te voeren; dat de overheid daartoe het advies inwon van de arts, die opnieuw een onderzoek uitvoerde; dat de beslissing van de overheid op het resultaat van dit laatste onderzoek is gesteund; dat de beslissing niet als louter bevestigend kan worden beschouwd omdat ze werd genomen na een onderzoek ten gronde van de nieuw aangebrachte elementen; dat de bevestigde beslissing een nieuwe feitelijke grondslag heeft, zodat ze in die mate een nieuwe beslissing, met eigen rechtsgevolgen is; dat de verwerende partij niet kan worden gevolgd wanneer zij opwerpt dat het beroep onontvankelijk is wat het voorwerp betreft; dat de exceptie van onontvankelijkheid wordt verworpen; 2.2.
- Overwegende dat de verwerende partij opwerpt dat verzoeker evenmin getuigt van het vereiste persoonlijk belang omdat de bestreden beslissing niet als griefhoudend kan worden beoordeeld, nu de beslissing van 21 februari 2007 onverkort blijft gelden; 2.2.
- Overwegende dat de bestreden beslissing eigen rechtsgevolgen creëert en griefhoudend is voor verzoeker; dat verzoeker een persoonlijk belang heeft bij de vernietiging ervan; dat de exceptie van onontvankelijkheid wordt verworpen;
- Over de gegrondheid van de zaak. 3.
- Overwegende dat verzoeker als enig middel aanvoert: “ENIG MIDDEL: Schending van de wet op de "Voogdij over niet begeleide minderjarige vreemdelingen" wet van 24 december 2002, met name van het artikel 7, schending van de motiveringsverplichting, manifeste appreciatiefout. Artikel 7 XIV-30.001-5/9 §
- Wanneer de dienst Voogdij of de overheden bevoegd voor asiel, toegang tot het grondgebied, verblijf en verwijdering twijfel koesteren omtrent de leeftijd van de betrokken persoon, laat de dienst Voogdij onmiddellijk een medisch onderzoek door een arts uitvoeren teneinde na te gaan of deze persoon al dan niet jonger is dan 18 jaar. Het medisch onderzoek geschiedt onder toezicht van de dienst Voogdij. De kosten van dat medisch onderzoek zijn ten laste van de overheid die het heeft gevraagd. Ingeval de dienst Voogdij uit eigen beweging een onderzoek laat verrichten, zijn de kosten ten laste van die dienst. §
- Wanneer uit het medisch onderzoek blijkt dat betrokkene minder dan 18 jaar oud is, wordt gehandeld overeenkomstig artikel
- Wanneer uit het medisch onderzoek blijkt dat betrokkene meer dan 18 jaar oud is, vervalt de hoede door de dienst Voogdij van rechtswege. De dienst Voogdij stelt daarvan onmiddellijk de betrokkene in kennis, alsook de overheden bevoegd voor asiel, toegang tot het grondgebied, verblijf en verwijdering, en iedere andere betrokken overheid §
- Ingeval van twijfel over de uitslag van het medisch onderzoek, wordt met de jongste leeftijd rekening gehouden. Discussie. Verzoeker wordt door de tegenpartij als een meerderjarige behandeld. Nochtans blijkt uit drie medische certificaten, op diepgaande onderzoeken gebaseerd, dat verzoeker minderjarig is. De Afghaanse ambassade in België heeft eveneens een nationaliteitsattest afgeleverd (stuk 2) waarop verzoekers geboortedatum staat: 19 januari
- Verzoeker is dus weldegelijk minderjarig tengevolge van dit authentiek stuk dat als eensluidend werd verklaard door de Belgische autoriteiten. In de bestreden beslissing beperkt de tegenpartij zich tot het betwisten van deze minderjarigheid, terwijl de drie medische certificaten nieuwe elementen vormen, door te stellen dat Professor Willems « zijn analyse herdaan en komt uit op dezelfde resultaat ». Deze bevestiging door Dr. Willems kan in geen enkel geval beschouwd worden als voldoende ten aanzien van de stelling van verzoeker dat hij weldegelijk minderjarig is. Deze stelling wordt ondersteund door de analyse van drie verschillende artsen. De rechtspraak van de Raad van State (...) stelt dat « la loi du 29 juillet 1991 n'interdit pas la motivation par référence; qu'il est satisfait à son prescrit lorsque l'avis auquel il est fait référence est joint ou intégré dans l'acte administratif; qu'encore faut-il que l'avis auquel il est référé réponde lui-même aux exigences de l'obligation de motivation formelle; que si la motivation formelle de l'avis repose sur une formule stéréotypée qui ne répond pas l'exigence de la loi précitée, il s 'ensuit que la décision qui fait simplement référence à cet avis ne répond pas non plus à cette exigence; ». Vrije vertaling : De wet van 29 juli 1991 verbiedt niet de motivering door verwijzing ; dat er voldaan is aan de voorwaarden van de wet wanneer het advies waarnaar verwezen wordt, gehecht is aan of vernoemd wordt in de bestreden beslissing, dat het advies waarnaar verwezen wordt, dient te voldoen aan de vereisten van de formele motiveringsverplichting; dat als de formele motivering, dat als de formele motivering van het advies berust op een gestereotypeerde formulering die niet voldoet aan de vereisten van voormelde wet, hieruit volgt dat de beslissing die louter verwijst naar dit advies evenmin voldoet aan de vereiste (... van de motiveringsverplichting). Ook al heeft de overheid niet de verplichting te antwoorden op alle argumenten door een verzoekende partij aangebracht, toch dient de rechtsonderhorige en bestemmeling van de beslissing te begrijpen waarom een overheid een bepaalde beslissing genomen heeft, in het kader van de motiveringsverplichting opdat hij desgevallend de beslissing kan betwisten en dit met kennis van zaken. Nochtans, in casu, werd geen enkele van de analyses van Dr. Willems toegevoegd aan de bestreden beslissing. Daarenboven herinnert de rechtspraak van Uw Hoge Raad eraan dat : « En présence de certificats médicaux circonstanciés rédigés par des médecins spécialistes (qui émettent un avis défavorable à l'éloignement de l'intéressé), il convient que l'administration se fonde également sur des rapports tout aussi précis ». R.v.St., arr. nr. 80.553 van 1 juni 1999, geciteerd in RDE 2002, nr.119, p.
- Vrije vertaling: XIV-30.001-6/9 `In het geval van medische certificaten, die gemotiveerd zijn, door gespecialiseerde artsen (die een ongunstig advies uitbrengen met betrekking tot de verwijdering van de betrokkene), is het passend dat de overheid zich eveneens op rapporten beroept die even precies zijn. Deze rechtspraak betreft de verwijdering van het grondgebied, doch toont aan dat in alle materies de administratie zich dient te baseren op even nauwkeurige rapporten als diegenen die worden aangebracht door de rechtzoekende. Dit is in casu niet het geval. De bestreden beslissing voldoet bijgevolg niet aan de motiveringsverplichting die wordt opgelegd door de artikelen opgesomd in het middel. Verzoeker en verzoekers raadsman zijn niet in staat de redenen te begrijpen die de overheid ertoe gebracht hebben de gemotiveerde adviezen die zij aangebracht hebben te verwerpen. Zij kunnen deze beslissing dus niet betwisting met kennis van zaken. Men dient hierbij nog eens te onderlijnen dat Dr. Willems geen enkel nieuw onderzoek uitgevoerd heeft. De radiografiëen en het medisch dossier dat verzoekers raadsman aan eender welke specialist, aangeduid door de verwerende partij, bereid was voor te leggen, zijn nooit gevraagd geweest. Er is dus geen enkel element dat toelaat te begrijpen waarom de analyse van Dr. Willems de voorkeur wegdraagt boven de andere onderzoeken door specialisten uitgevoerd, die verzoeker aanbrengt. Het artikel 7§3 van de wet van 24.12.2002 bepaalt nochtans zeer duidelijk dat de adviezen van de drie specialisten dienden de voorkeur te krijgen, aangezien in geval van twijfel, het de laagste leeftijd is die in acht dient genomen te worden. Er blijkt duidelijk uit het administratief dossier dat er twijfel is, aangezien de verschillende medische adviezen tegenstrijdig zijn. De bestreden beslissing schendt bijgevolg artikel 7§2 doordat verzoeker niet op de hoogte gesteld is geweest van de nieuwe beslissing en schendt tevens artikel 7§3 doordat niet de laagste leeftijd in acht werd genomen. De verwerende partij begaat eveneens een schending van de formele motiveringsverplichting doordat zij verwijst naar een analyse van Dr. Willems waarvan verzoeker geen kennis heeft en door niet aan te geven op welke elementen zij zich baseert om een voorkeur te geven aan het medisch advies van Dr. Willems in plaats van de adviezen van de drie andere artsen in overweging te nemen, die allen verzoeker onderzocht hebben. De verwerende partij maakt een manifeste appreciatiefout door dit enkele advies te bevoordelen tegenover drie andere adviezen die aangebracht werden.”; 3.
- Overwegende dat de bestreden beslissing werd genomen, na een verzoek vanwege het Commissariaat-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen om tot een nieuwe leeftijdsbepaling over te gaan aangezien verzoeker nieuwe elementen had aangebracht aangaande zijn chronologische leeftijd, in het bijzonder drie medische certificaten; dat de verwerende partij een nieuw onderzoek heeft laten voeren, in het licht van die nieuwe elementen die afweken van de resultaten van het door de arts uitgevoerde eerdere leeftijdsonderzoek, op basis waarvan met een beslissing van 21 februari 2007 werd besloten tot het van rechtswege verval van de voogdij; dat in de bestreden beslissing de overheid concludeert dat de medische onderzoeken die verzoeker als nieuw element voorlegde niet van die aard zijn dat zij afbreuk doen aan de leeftijdsbeslissing van 21 februari 2007; dat de motieven waarop de overheid steunt en die tot uitdrukking zijn gebracht in de bestreden beslissing zijn: 1) geconfronteerd met de nieuwe medische onderzoeken, heeft dr. Willems zijn analyse opnieuw gedaan en hij komt tot hetzelfde resultaat namelijk dat betrokkene ouder is dan achttien jaar. 2) de conclusie van dat onderzoek, uitgevoerd aan de KUL, is gebaseerd op een drievoudige test of trippeltest; XIV-30.001-7/9 dat de bestreden beslissing aldus een motivering bevat, die verzoeker in staat stelt te weten waarom in casu de nieuwe elementen niet worden aanvaard en waarom de overheid opnieuw tot hetzelfde besluit komt inzake verzoekers meerderjarigheid: de arts komt na een heranalyse immers tot een identiek resultaat als zijn eerder onderzoek en die leeftijdsbepaling is gebaseerd op een drievoudige test of trippeltest; dat de bestreden beslissing uitdrukkelijk de overwegingen vermeldt waarop de conclusie omtrent verzoekers leeftijdsbepaling steunt; dat deze motivering afdoende is aangezien verzoeker in staat is met kennis van zaken tegen de beslissing op te komen; dat verzoeker aanvoert dat hij niet begrijpt waarom de analyse van dr. Willems de voorkeur wegdraagt boven de andere onderzoeken, door specialisten uitgevoerd, die allen verzoekers stelling ondersteunen dat hij minderjarig is, dat er immers geen nieuw onderzoek werd gevoerd en de nieuwe radiografieën en het medisch dossier niet zijn opgevraagd; dat verzoeker twijfels uit over de methodiek en de deskundigheid van de arts, waarop de overheid een beroep deed om de leeftijdsbepaling opnieuw te onderzoeken; dat verzoeker zich beperkt tot kritiek zonder dat hij aantoont dat het drievoudige onderzoek van de arts, waarop de bestreden beslissing steunt, onzorgvuldig is verlopen of dat diens bevindingen onbetrouwbaar zijn zodat de overheid er zich bij het nemen van de beslissing niet op kon baseren; dat in zijn betoog dat de adviezen van de drie specialisten de voorkeur hadden moeten krijgen, verzoeker tevergeefs steunt op artikel 7, § 3, Titel XIII, hoofdstuk 6, “voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen”, van de Programmawet van 24 december 2002 en meer bepaald op de daarin vermelde begrippen “jongste leeftijd” en “twijfel”; dat uit de bestreden beslissing blijkt dat de overheid de drie medische attesten, aangebracht door verzoeker, heeft verworpen, onder verwijzing naar de analyse die opnieuw werd uitgevoerd door de door de overheid aangeduide arts en die op basis van een drieledig onderzoek tot hetzelfde resultaat kwam inzake de chronologische leeftijd van verzoeker; dat verzoeker niet aantoont dat de overheid een manifeste appreciatiefout heeft begaan door te steunen op de analyse van de arts; dat verzoeker de schending aanvoert van artikel 7, § 2, Titel XIII, hoofdstuk 6, “voogdij over niet begeleide minderjarige vreemdelingen”, van de Programmawet van 24 december 2002 omdat hij “niet op de hoogte gesteld is geweest van de nieuwe beslissing”; dat voornoemd artikel, onder meer, bepaalt dat wanneer uit het medisch onderzoek blijkt dat betrokkene meer dan 18 jaar oud is, de hoede door de Dienst Voogdij van rechtswege vervalt en de Dienst Voogdij daarvan de betrokkene onmiddellijk in kennis stelt (...); dat verzoeker uiteenzet dat de beslissing van 12 juni 2007 aan zijn raadsman per fax werd verstuurd op 22 november 2007, dat de bestreden beslissing hem aldus pas na lang aandringen ter kennis werd gebracht; dat verzoeker in essentie een gebrek aanvoert in de kennisgeving van de bestreden beslissing, hetwelk de wettigheid van de akte in de regel zelf niet aantast; dat overigens uit het voormelde artikel niet blijkt dat een sanctie verbonden is aan het niet onmiddellijk ter kennis brengen van de betrokken beslissing; dat het enig middel ongegrond is, BESLUIT: XIV-30.001-8/9 Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien april tweeduizend en tien, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. XIV-30.001-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.932 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.