id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.933 Rolnummer: A. 186429/XIV-29971 Zaak: Arrest 202933 - Varia (justitie) - 13/04/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-04-27 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 04:36 Fiche Arrest nr 202.933 van 13 april 2010 Justitie - Varia (justitie) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 202.933 van 13 april 2010 in de zaak A. 186.429/XIV-29.
- In zake : Esmatollah HAYATI, die woonplaats kiest bij Advocaat I. FLACHET, kantoor houdende te 1210 BRUSSEL, Haachtsesteenweg 55 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Justitie, die woonplaats kiest bij Advocaat S. VERBOUWE, kantoor houdende te 1150 BRUSSEL, Tervurenlaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Esmatollah HAYATI, van beweerde Afghaanse nationaliteit, op 24 december 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Federale Overheidsdienst Justitie, Dienst Voogdij, van 23 oktober 2007 “betreffende de leeftijdsbepaling van verzoeker”, waarbij wordt besloten dat “het voorgelegde document niet [...] bij machte [is] om de leeftijdsbepaling van de dienst Voogdij dd. 3 januari 2006 te weerleggen”; Gelet op de beschikking van 10 januari 2008 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur R. VAN DEN EECKHOUT; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 14 december 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 24 maart 2010; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter A. BEIRLAEN; XIV-29.971-1/6 Gehoord de opmerkingen van Advocaat J. TIELEMAN die, loco Advocaat I. FLACHET verschijnt voor de verzoekende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur R. VAN DEN EECKHOUT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
- Verzoeker, van beweerde Afghaanse nationaliteit, komt op 21 december 2005, zonder enig identiteitsdocument, België binnen en dient een asielaanvraag in op 22 december
- 1.
- Verzoeker wordt, als niet-begeleide minderjarige vreemdeling, onder de hoede geplaatst van de Dienst Voogdij. De Dienst Vreemdelingenzaken heeft evenwel twijfels over de leeftijd die verzoeker heeft geuit. De Dienst Voogdij wordt gevraagd om een leeftijdsonderzoek te laten uitvoeren. 1.
- Op 29 december 2005 ondergaat verzoeker in het Universitair Ziekenhuis St-Rafaël (KULeuven) bij prof. dr. G. Willems het “deskundig onderzoek” teneinde na te gaan of verzoeker al dan niet jonger is dan achttien jaar. Er wordt een overzichtsradiografie of orthopantomogram vervaardigd van gans de boven- en ondertandboog, en een radiografie van het linkerhandpolsgewricht en van de beide mediale claviculae. De conclusie van de leeftijdsschatting luidt als volgt: “Op basis van het voorgaande onderzoek kunnen we besluiten met een redelijke wetenschappelijke zekerheid dat Hayati Esmatoolah op datum 29-12-05 een leeftijd heeft van ouder dan 18 jaar, waarbij 20,3 jaar met een standaarddeviatie van een 2 tal jaar een goede schatting is.”. 1.
- Op 3 januari 2006 concludeert de Dienst Voogdij dat verzoeker: “niet voldoet aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 5 van Titel XIII, Hoofdstuk 6 ‘Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen’ van de programmawet van 24 december
- Bijgevolg vervalt de plaatsing onder de hoede van de Dienst Voogdij van de heer HAYATI, Esmatollah van rechtswege op de datum van de kennisgeving van deze beslissing”. Deze beslissing wordt door verzoeker niet aangevochten. XIV-29.971-2/6 1.
- Op 3 maart 2006 legt verzoeker in het kader van de asielprocedure een taskara (d.i. identiteitsboekje) van de Islamitische Republiek van Afghanistan neer, op naam van Esmatullah Hayatullah, geboren op 28 maart 1990, datum afgifte 28 maart
- Tevens legt verzoeker een geboorteakte neer, op 25 augustus 2006 afgeleverd door de Afghaanse ambassade, die voorgaande identiteits - en geboortegegevens bevestigt. 1.
- De Dienst Voogdij wordt verzocht om de leeftijdsbepaling te herzien, gelet op de voorgelegde identiteitsdocumenten. 1.
- Op 23 oktober 2007 besluit de Dienst Voogdij dat “het voorgelegde document [...] niet bij machte [is] om de leeftijdsbeslissing van de dienst Voogdij dd. 3 januari 2006 te weerleggen”. Dit is de bestreden beslissing. 1.
- Op 22 juni 2007 verwerpt de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen verzoekers asielaanvraag. Bij arrest nr. 2948 van 23 oktober 2007 beslist de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen tot de weigering van de vluchtelingenstatus en tot de weigering van de subsidiaire bescherming.
- Over de ontvankelijkheid van het beroep. 2.
- Overwegende dat verzoeker in zijn verzoekschrift aanvoert: “Verzoeker geeft blijk van de vereiste hoedanigheid en van het vereiste belang. Het is immers zo dat indien de Dienst Voogdij akkoord zou zijn gegaan met het herzien van de beslissing tot leeftijdsbepaling van verzoeker, en dit op basis van de officiële documenten van Afghanistan en van de Afghaanse Ambassade, de asielprocedure ontegensprekelijk ongeldig dient verklaard te worden aangezien verzoeker als meerderjarige werd behandeld en niet als minderjarige, wat enorme gevolge heeft voor de manier waarop zijn relaas werd beoordeeld. De aangevochten beslissing schaadt verzoeker persoonlijk in zijn belangen en deze belangen zijn actueel.”; 2.
- Overwegende dat de verwerende partij in haar memorie van antwoord stelt: “
- De verzoekende partij dient te getuigen van een actueel belang, hetgeen veronderstelt dat het belang zowel op het ogenblik van het instellen van de vordering als op het ogenblik van de uitspraak moet aanwezig zijn. De heer Hayati stelt te zijn geboren op 28 maart
- Volgens zijn eigen stelling is hij vandaag meerderjarig. Bijgevolg heeft hij vandaag geen belang meer bij de vernietiging van de bestreden beslissing, die hem geen voordeel kan opleveren, nu de dienst voogdij niet langer een voogd kan aanstellen gelet op de verworven meerderjarigheid. XIV-29.971-3/6 Waar het de heer Hayati verder blijkbaar om te doen is om een definitieve beslissing te bekomen omtrent zijn leeftijd (hij wenst op basis daarvan de gevoerde asielprocedure blijkbaar ongeldig te laten verklaren), moet worden opgemerkt dat hij, teneinde verdere onzekerheid omtrent zijn geboortedatum weg te nemen, zich bij toepassing van art. 1383 Ger.W. en 46 B.W. dient te richten tot de rechtbank van eerste aanleg met het verzoek om een vonnis af te leveren dat geldt als geboorteakte. De vordering is onontvankelijk bij gebreke aan het vereiste belang.”; 2.
- Overwegende dat verzoeker repliceert: “Initieel standpunt van verzoekende partij Verzoeker geeft blijk van de vereiste hoedanigheid en van het vereiste belang. Het is immers zo dat indien de Dienst Voogdij akkoord zou zijn gegaan met het herzien van de beslissing tot leeftijdsbepaling van verzoeker, en dit op basis van de officiële documenten van Afghanistan en van de Afghaanse Ambassade, de asielprocedure ontegensprekelijk ongeldig dient verklaard te worden aangezien verzoeker als meerderjarige werd behandeld en niet als minderjarige, wat enorme gevolge heeft voor de manier waarop zijn relaas werd beoordeeld. De aangevochten beslissing schaadt verzoeker persoonlijk in zijn belangen en deze belangen zijn actueel. Standpunt van de Belgische Staat in haar Memorie De Belgische Staat stelt dat nu verzoeker inmiddels meerderjarig geworden is hij geen belang meer heeft bij de vordering tot nietigverklaring. Antwoord van verzoekende partij Verzoekende partij meent dat de Belgische Staat zich in deze vergist. De bestreden beslissing is manifest onwettig en de vernietiging ervan heeft wel degelijk vergaande gevolgen voor verzoeker. Een vernietiging van de bestreden beslissing zou tot gevolg hebben dat er dient vast gesteld te worden dat de asielprocedure van verzoeker op een onwettige wijze gevoerd werd en zou ontegensprekelijk tot gevolg hebben dat verzoeker recht krijgt op een nieuwe behandeling van zijn asielaanvraag, inderdaad niet meer met een voogd, doch wel in het licht van het feit dat verzoeker op het moment van de feiten en op het moment van de verschillende verhoren bij de CGVS minderjarig was. Verzoeker heeft dus wel degelijk belang bij deze procedure. Het gaat met name om zijn recht op een eerlijke en correcte behandeling van zijn asielprocedure rekening houdende met zijn correcte leeftijd. Omwille van de bestreden beslissing werd een minderjarige behandeld als een meerderjarige en werd de asielstatus onderzocht uitgaande van een foute premisse van leeftijd. Hierdoor werden de belangen van verzoeker zeer zeker geschaad en het is dus in het belang van verzoeker dat dit wordt recht gezet. Verzoeker kan en zal inderdaad ook een procedure starten op basis van artikel 1383 Ger. Wb. en 46 B.W. maar een dergelijke procedure heeft een ander voorwerp tot doel dan huidige procedure. Huidige procedure is er op gericht een onwettelijke beslissing te doen vernietigen.”; 2.
- Overwegende dat bij het indienen van zijn asielaanvraag verzoeker verklaarde geboren te zijn op 28 maart 1990; dat hij een taskara (identiteitsdocument) en een geboorteakte neerlegde, met het oog op een herziening van de beslissing van 3 januari 2006 inzake zijn leeftijdsbepaling en het van rechtswege verval van de voogdij; dat die documenten de door verzoeker opgegeven geboortedatum 28 maart 1990 vermelden; dat volgens zijn verklaringen en de gegevens in de door hem aangebrachte stukken verzoeker de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt op 28 maart 2008; dat blijkens artikel 5, hoofdstuk 6, “voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen”, titel XIII, van de Programmawet van 24 december 2002 de voogdijregeling over niet-begeleide minderjarigen XIV-29.971-4/6 van toepassing is op elke persoon “van minder dan achttien jaar oud”; dat het niet bereikt hebben van de leeftijd van achttien jaar bijgevolg beslissend is om binnen het toepassingsveld van de genoemde wetgeving op de voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen te vallen en om dus onder de hoede van de Dienst Voogdij geplaatst te worden; dat, gelet op de voorgehouden geboortedatum verzoeker, in het licht van de voormelde wetgeving op de voogdij, actueel meerderjarig is; dat de bestreden beslissing de bewijskracht van de aangebrachte documenten inzake de minderjarigheid van verzoeker verwerpt en vasthoudt aan de eerdere beslissing dit wil zeggen dat verzoeker niet voldoet aan de leeftijdsvoorwaarden van de genoemde wet, waardoor de plaatsing onder de hoede van de Dienst Voogdij vervalt; dat na een eventuele vernietiging van die bestreden beslissing verzoeker niet meer in aanmerking komt voor de aanstelling van een voogd, gelet op zijn meerderjarigheid; dat verzoeker aanvoert, ondanks het feit dat hij meerderjarig is en niet meer kan worden bijgestaan door een voogd, dat hij een belang heeft bij de vernietiging van de bestreden beslissing omdat, indien de Dienst Voogdij de identiteitsdocumenten wel zou aanvaard hebben de “asielprocedure ontegensprekelijk ongeldig dient verklaard te worden, aangezien verzoeker op dat moment als meerderjarige werd behandeld en niet als minderjarige, wat enorme gevolgen heeft voor de manier waarop zijn relaas werd beoordeeld”, dat verzoeker belang heeft bij een eerlijke en correcte behandeling van zijn asielaanvraag op basis van een correcte leeftijd, dat een vernietiging van de bestreden beslissing tot gevolg zou hebben dat er dient vastgesteld te worden dat zijn asielprocedure op een onwettige wijze werd gevoerd en met zich zou meebrengen dat hij recht krijgt op een nieuwe behandeling van zijn asielaanvraag, zonder voogd, in het licht van het gegeven dat hij op het moment van de feiten en van de verhoren bij de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen minderjarig was; dat verzoeker de opeenvolgende weigeringsbeslissingen van de asielinstanties inzake zijn asielaanvraag, telkens heeft aangevochten; dat uit de gegevens van het rijksregister blijkt dat verzoeker op 10 juli 2007 bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen beroep heeft aangetekend tegen de negatieve beslissing van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen inzake zijn asielaanvraag; dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen verzoeker niet volgde en weigerde hem de vluchtelingen- en de subsidiaire beschermingsstatus toe te kennen bij arrest nr. 2948 van 23 oktober 2007; dat op 23 november 2007 verzoeker hiertegen cassatieberoep aantekende bij de Raad van State; dat in het kader van dit cassatieberoep, verzoeker geen middel aanvoerde dat specifiek betrekking heeft op de onregelmatigheid van de asielprocedure wegens het feit dat hij - onterecht - niet als een minderjarige vreemdeling werd behandeld; dat verzoeker zijn belang bij het onderhavige beroep precies situeert in de gunstige effecten die een vernietiging van de bestreden beslissing zou kunnen hebben op de geldigheid van de gevolgde procedure inzake zijn asielaanvraag; dat nu verzoeker in het verzoekschrift tegen het arrest van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen die onregelmatigheid niet meer heeft opgeworpen, het belang, dat hij afleidt uit de mogelijke gevolgen van onderhavig beroep voor de wettigheid van de asielaanvraag, niet kan worden aangenomen; dat dient vastgesteld dat het belang waarop verzoeker de nietigverklaring van XIV-29.971-5/6 de bestreden beslissing omtrent de leeftijdsbepaling steunt, vreemd is aan de huidige procedure tot nietigverklaring; dat verzoeker zijn belang situeert in het ongeldig horen verklaren van de asielprocedure die werd gevoerd teneinde de erkenning als vluchteling en de subsidiaire beschermingsstatus te verkrijgen; dat het directe rechtsherstel dat gelegen is in het opnieuw onder de hoede komen van de Dienst Voogdij, als minderjarige, niet meer mogelijk is, om hoger genoemde redenen; dat het belang indirect is: het voordeel vloeit niet rechtstreeks voort uit de nietigverklaring van de bestreden beslissing; dat verzoekers belang louter verbonden is met het horen gegrond verklaren van een middel, en dit met het oog op een “herziening” van de asielprocedure, waardoor hij met de nietigverklaring van de bestreden beslissing een onrechtstreeks voordeel beoogt; dat verzoeker niet getuigt van het rechtens vereiste actueel belang, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien april tweeduizend en tien, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. XIV-29.971-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.933 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.